Vervoeging van het Duitse werkwoord winken

De vervoeging van het werkwoord winken (wenken, zwaaien) is regelmatig. De basisvormen zijn winkt, winkte en hat gewinkt/gewunken. Het hulpwerkwoord van winken is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord winken beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor winken. Je kunt niet alleen winken vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau B1. Opmerkingen

Video 

B1 · regelmatig · onregelmatig voltooid deelwoord · haben

winken

winkt · winkte · hat gewinkt/gewunken

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Engels wave, beck, beckon over, be in store (for), beckon, beckon to, expect, promise, wigwag

/ˈvɪŋkən/ · /vɪŋkt/ · /ˈvɪŋktə/ · /ɡəˈvɪŋkt/ɡəˈvʊŋkən/

zur Begrüßung, zum Abschied oder um Aufmerksamkeit zu erregen mit der Hand in der Luft wedeln; in Aussicht stehen, erwarten; grüßen, anstehen, (jemandem) zuwinken, signalisieren

(dat., acc., mit+D, nach+D, für+A, zu+D)

» Ich habe gewunken . Engels I waved.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van winken

Tegenwoordige tijd

ich wink(e)⁵
du winkst
er winkt
wir winken
ihr winkt
sie winken

Onvoltooid verleden tijd

ich winkte
du winktest
er winkte
wir winkten
ihr winktet
sie winkten

Imperatief

-
wink(e)⁵ (du)
-
winken wir
winkt (ihr)
winken Sie

Konjunktief I

ich winke
du winkest
er winke
wir winken
ihr winket
sie winken

Konjunktief II

ich winkte
du winktest
er winkte
wir winkten
ihr winktet
sie winkten

Infinitief

winken
zu winken

Deelwoord

winkend
gewinkt/gewunken

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord winken vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich wink(e)⁵
du winkst
er winkt
wir winken
ihr winkt
sie winken

Onvoltooid verleden tijd

ich winkte
du winktest
er winkte
wir winkten
ihr winktet
sie winkten

Perfectum

ich habe gewinkt/gewunken
du hast gewinkt/gewunken
er hat gewinkt/gewunken
wir haben gewinkt/gewunken
ihr habt gewinkt/gewunken
sie haben gewinkt/gewunken

Volt. verl. tijd

ich hatte gewinkt/gewunken
du hattest gewinkt/gewunken
er hatte gewinkt/gewunken
wir hatten gewinkt/gewunken
ihr hattet gewinkt/gewunken
sie hatten gewinkt/gewunken

Toekomende tijd I

ich werde winken
du wirst winken
er wird winken
wir werden winken
ihr werdet winken
sie werden winken

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde gewinkt/gewunken haben
du wirst gewinkt/gewunken haben
er wird gewinkt/gewunken haben
wir werden gewinkt/gewunken haben
ihr werdet gewinkt/gewunken haben
sie werden gewinkt/gewunken haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Sie winkte ihm. 
  • Tom winkt mir. 
  • Er winkt der Menschenmasse. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord winken in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich winke
du winkest
er winke
wir winken
ihr winket
sie winken

Konjunktief II

ich winkte
du winktest
er winkte
wir winkten
ihr winktet
sie winkten

Voltooid Konj.

ich habe gewinkt/gewunken
du habest gewinkt/gewunken
er habe gewinkt/gewunken
wir haben gewinkt/gewunken
ihr habet gewinkt/gewunken
sie haben gewinkt/gewunken

Konj. volt. verl. t.

ich hätte gewinkt/gewunken
du hättest gewinkt/gewunken
er hätte gewinkt/gewunken
wir hätten gewinkt/gewunken
ihr hättet gewinkt/gewunken
sie hätten gewinkt/gewunken

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde winken
du werdest winken
er werde winken
wir werden winken
ihr werdet winken
sie werden winken

Toek. volt. aanw.

ich werde gewinkt/gewunken haben
du werdest gewinkt/gewunken haben
er werde gewinkt/gewunken haben
wir werden gewinkt/gewunken haben
ihr werdet gewinkt/gewunken haben
sie werden gewinkt/gewunken haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde winken
du würdest winken
er würde winken
wir würden winken
ihr würdet winken
sie würden winken

Verleden cond.

ich würde gewinkt/gewunken haben
du würdest gewinkt/gewunken haben
er würde gewinkt/gewunken haben
wir würden gewinkt/gewunken haben
ihr würdet gewinkt/gewunken haben
sie würden gewinkt/gewunken haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord winken


Tegenwoordige tijd

wink(e)⁵ (du)
winken wir
winkt (ihr)
winken Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor winken


Infinitief I


winken
zu winken

Infinitief II


gewinkt/gewunkenhaben
gewinkt/gewunkenzu haben

Tegenwoordig deelwoord


winkend

Participle II


gewinkt/gewunken

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Ich habe gewunken . 
  • Er winkte ihnen, sie könnten kommen. 
  • Kein Mensch soll am Bahnhof stehen und winken , schon gar nicht mit Fähnchen. 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor winken


  • Ich habe gewunken . 
    Engels I waved.
  • Sie winkte ihm. 
    Engels She waved to him.
  • Tom winkt mir. 
    Engels Tom is waving at me.
  • Er winkt der Menschenmasse. 
    Engels He waves to the crowd.
  • Sie winkte und lächelte. 
    Engels She waved and smiled.
  • Sie winkte mir zum Abschied. 
    Engels She waved good-bye to me.
  • Sie winkt von einer der Umkleidekabinen. 
    Engels She waves from one of the changing rooms.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse winken


Duits winken
Engels wave, beck, beckon over, be in store (for), beckon, beckon to, expect, promise
Russisch махать, делать знак, манить, махнуть, маякнуть, ожидать, подмигивать, предстоять
Spaans esperar, saludar, despedir, hacer señas, llamar, prever
Frans attendre, faire signe, faire signe à, héler h aspiré, s'annoncer, saluer, être prévu
Turks el sallamak, beklemek, selam vermek, umut etmek
Portugees acenar, esperar, acenar a, aguardar, fazer acenos, fazer sinal
Italiaans attendere, fare cenno, agitare, ammiccare, aspettare, fare cenno a, fare segno, fare segno a
Roemeens aștepta, fi în așteptare, fluturare, salutare
Hongaars int, integet, integetés, intéz, jelez
Pools czekać, kiwanie, kiwać ręką, machanie, machać, machać ręką, oczekiwać, pomachać
Grieks αναμένονται, κάνω νόημα, με περιμένει, προβλέπονται, σήμα, χαιρετώ, χειρονομία
Nederlands wenken, zwaaien, in het vooruitzicht hebben, verwachten, wuiven
Tsjechisch mávat, kynout, kývat, mávatvnout, očekávat, pokynout, čekat
Zweeds vinka, förvänta, vifta, vänta
Deens vinke, blinke, give tegn, signalere
Japans 手を振る, 合図する, 振る, 期待する, 見込み
Catalaans esperar, fer senyals, despedir, preveure, saludar
Fins vilkuttaa, heiluttaa, huiskuttaa, kätellä, odotettavissa, odottaa, viitata
Noors forvente, vente, vinke
Baskisch agur, agurtu, aukera, itxaropena, margotzea
Servisch mahnuti, očekivati, pozdraviti, signalizirati, čekati
Macedonisch мавање, очекува
Sloveens biti v pričakovanju, mahniti, pomahniti, pozdraviti, pričakovati
Slowaaks byť v perspektíve, mávanie, očakávať
Bosnisch mahnuti, očekivati, pozdraviti, signalizirati, čekati
Kroatisch biti u očekivanju, mahnuti, mahnuti rukom, očekivati, pozdraviti
Oekraïens махати, замахати, очікувати, помахати, сподіватися, сигналізувати
Bulgaars махам, махам с ръка, очаквам, предстоя, поздравявам
Wit-Russisch махаць, махнуць, надежда, чакаць
Indonesisch berpeluang, diperkirakan, melambaikan tangan
Vietnamees có triển vọng, vẫy tay, được kỳ vọng
Oezbeeks ko‘zda tutilmoq, kutilmoq, qo‘l chalmoq
Hindi आसार होना, संभावना होना, हाथ हिलाना
Chinees 在望, 挥手, 有望
Thais คาดหมายได้, มีวี่แวว, โบกมือ
Koreaans 기대되다, 손을 흔들다, 예상되다
Azerbeidzjaans gözlənilmək, əl sallamaq
Georgisch მოსალოდნელია, ქნევა
Bengaals প্রত্যাশিত হওয়া, সম্ভাবনা থাকা, হাত নড়ানো
Albanees lëviz dorën, parashikohet, pritet
Marathi अपेक्षित असणे, शक्यता असणे, हात हलवणे
Nepalees अपेक्षित हुनु, सम्भावना हुनु, हाथ हल्लाउनु
Telugu ఆశించబడటం, చేతిని కదపడం
Lets briest, būt gaidāmam, sveicināt ar roku
Tamil எதிர்பார்க்கப்படுதல், கைகாட்டு, கைவீசு
Ests ees ootama, terendama, viipama
Armeens թափահարել, կանխատեսվել, սպասվել
Koerdisch li benda bûn, nîşandan, îşaretkirin
Hebreeuwsלהמתין، לחכות، לנופף
Arabischيلوح، تلوح، لوح له بيديه، يترقب، يتوقع
Perzischدست تکان دادن، اشاره کردن، انتظار داشتن، در انتظار بودن، علامت دادن
Urduاشارہ کرنا، امید رکھنا، انتظار کرنا، ہاتھ ہلانا

winken in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van winken

  • zur Begrüßung, zum Abschied oder um Aufmerksamkeit zu erregen mit der Hand in der Luft wedeln, grüßen, signalisieren, wedeln
  • in Aussicht stehen, erwarten, anstehen, bevorstehen, drohen
  • (jemandem) zuwinken, winke winke machen

winken in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor winken


  • etwas winkt für etwas
  • etwas winkt jemandem für etwas
  • jemand winkt mit etwas
  • jemand winkt nach jemandem/etwas
  • jemand winkt nach jemandem/etwas mittels irgendetwas
  • jemand/etwas winkt jemandem mit etwas
  • jemand/etwas winkt jemanden zu sich
  • jemand/etwas winkt mit etwas
  • ...

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord winken vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord winken


De vervoeging van het werkwoord winken wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord winken is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (winkt - winkte - hat gewinkt/gewunken) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary winken en op winken in de Duden.

winken vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich wink(e)winktewinkewinkte-
du winkstwinktestwinkestwinktestwink(e)
er winktwinktewinkewinkte-
wir winkenwinktenwinkenwinktenwinken
ihr winktwinktetwinketwinktetwinkt
sie winkenwinktenwinkenwinktenwinken

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich wink(e), du winkst, er winkt, wir winken, ihr winkt, sie winken
  • Onvoltooid verleden tijd: ich winkte, du winktest, er winkte, wir winkten, ihr winktet, sie winkten
  • Perfectum: ich habe gewinkt/gewunken, du hast gewinkt/gewunken, er hat gewinkt/gewunken, wir haben gewinkt/gewunken, ihr habt gewinkt/gewunken, sie haben gewinkt/gewunken
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte gewinkt/gewunken, du hattest gewinkt/gewunken, er hatte gewinkt/gewunken, wir hatten gewinkt/gewunken, ihr hattet gewinkt/gewunken, sie hatten gewinkt/gewunken
  • Toekomende tijd I: ich werde winken, du wirst winken, er wird winken, wir werden winken, ihr werdet winken, sie werden winken
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gewinkt/gewunken haben, du wirst gewinkt/gewunken haben, er wird gewinkt/gewunken haben, wir werden gewinkt/gewunken haben, ihr werdet gewinkt/gewunken haben, sie werden gewinkt/gewunken haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich winke, du winkest, er winke, wir winken, ihr winket, sie winken
  • Onvoltooid verleden tijd: ich winkte, du winktest, er winkte, wir winkten, ihr winktet, sie winkten
  • Perfectum: ich habe gewinkt/gewunken, du habest gewinkt/gewunken, er habe gewinkt/gewunken, wir haben gewinkt/gewunken, ihr habet gewinkt/gewunken, sie haben gewinkt/gewunken
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte gewinkt/gewunken, du hättest gewinkt/gewunken, er hätte gewinkt/gewunken, wir hätten gewinkt/gewunken, ihr hättet gewinkt/gewunken, sie hätten gewinkt/gewunken
  • Toekomende tijd I: ich werde winken, du werdest winken, er werde winken, wir werden winken, ihr werdet winken, sie werden winken
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gewinkt/gewunken haben, du werdest gewinkt/gewunken haben, er werde gewinkt/gewunken haben, wir werden gewinkt/gewunken haben, ihr werdet gewinkt/gewunken haben, sie werden gewinkt/gewunken haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde winken, du würdest winken, er würde winken, wir würden winken, ihr würdet winken, sie würden winken
  • Voltooid verleden tijd: ich würde gewinkt/gewunken haben, du würdest gewinkt/gewunken haben, er würde gewinkt/gewunken haben, wir würden gewinkt/gewunken haben, ihr würdet gewinkt/gewunken haben, sie würden gewinkt/gewunken haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: wink(e) (du), winken wir, winkt (ihr), winken Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: winken, zu winken
  • Infinitief II: gewinkt/gewunken haben, gewinkt/gewunken zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: winkend
  • Participle II: gewinkt/gewunken

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 1973, 1973

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: winken

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 8861427, 909886, 7808343, 5926077, 396431, 1787493

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 1973, 206371