Vervoeging van het Duitse werkwoord begreifen

De vervoeging van het werkwoord begreifen (begrijpen, verstaan) is onregelmatig. De basisvormen zijn begreift, begriff en hat begriffen. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers ei - i - i. Het hulpwerkwoord van begreifen is "haben". Het voorvoegsel be- van begreifen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord begreifen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor begreifen. Je kunt niet alleen begreifen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau B2. Opmerkingen

Video 

B2 · onregelmatig · haben · onlosmakelijk

begreifen

begreift · begriff · hat begriffen

 Verandering van de stamklinker  ei - i - i   Verdubbeling van medeklinkers  ff - ff - ff 

Engels understand, comprehend, grasp, realise, realize, recognize, apprehend, catch on, comprise, conceive, encompass, fathom, follow, grok, include, recognise, savvy, seize, take in, touch

/bəˈɡʁaɪ̯fn̩/ · /bəˈɡʁaɪ̯ft/ · /bəˈɡʁɪf/ · /bəˈɡʁɪfə/ · /bəˈɡʁɪfn̩/

etwas, jemanden mit dem Verstand erfassen; etwas umfassen, beinhalten; durchdacht haben, aufweisen, erfassen, auffassen

(acc., als)

» Begreifst du jetzt? Engels Now do you see?

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van begreifen

Tegenwoordige tijd

ich begreif(e)⁵
du begreifst
er begreift
wir begreifen
ihr begreift
sie begreifen

Onvoltooid verleden tijd

ich begriff
du begriffst
er begriff
wir begriffen
ihr begrifft
sie begriffen

Imperatief

-
begreif(e)⁵ (du)
-
begreifen wir
begreift (ihr)
begreifen Sie

Konjunktief I

ich begreife
du begreifest
er begreife
wir begreifen
ihr begreifet
sie begreifen

Konjunktief II

ich begriffe
du begriffest
er begriffe
wir begriffen
ihr begriffet
sie begriffen

Infinitief

begreifen
zu begreifen

Deelwoord

begreifend
begriffen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord begreifen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich begreif(e)⁵
du begreifst
er begreift
wir begreifen
ihr begreift
sie begreifen

Onvoltooid verleden tijd

ich begriff
du begriffst
er begriff
wir begriffen
ihr begrifft
sie begriffen

Perfectum

ich habe begriffen
du hast begriffen
er hat begriffen
wir haben begriffen
ihr habt begriffen
sie haben begriffen

Volt. verl. tijd

ich hatte begriffen
du hattest begriffen
er hatte begriffen
wir hatten begriffen
ihr hattet begriffen
sie hatten begriffen

Toekomende tijd I

ich werde begreifen
du wirst begreifen
er wird begreifen
wir werden begreifen
ihr werdet begreifen
sie werden begreifen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde begriffen haben
du wirst begriffen haben
er wird begriffen haben
wir werden begriffen haben
ihr werdet begriffen haben
sie werden begriffen haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Begreifst du jetzt? 
  • Niemand begreift es. 
  • Der Junge begreift schnell. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord begreifen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich begreife
du begreifest
er begreife
wir begreifen
ihr begreifet
sie begreifen

Konjunktief II

ich begriffe
du begriffest
er begriffe
wir begriffen
ihr begriffet
sie begriffen

Voltooid Konj.

ich habe begriffen
du habest begriffen
er habe begriffen
wir haben begriffen
ihr habet begriffen
sie haben begriffen

Konj. volt. verl. t.

ich hätte begriffen
du hättest begriffen
er hätte begriffen
wir hätten begriffen
ihr hättet begriffen
sie hätten begriffen

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde begreifen
du werdest begreifen
er werde begreifen
wir werden begreifen
ihr werdet begreifen
sie werden begreifen

Toek. volt. aanw.

ich werde begriffen haben
du werdest begriffen haben
er werde begriffen haben
wir werden begriffen haben
ihr werdet begriffen haben
sie werden begriffen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde begreifen
du würdest begreifen
er würde begreifen
wir würden begreifen
ihr würdet begreifen
sie würden begreifen

Verleden cond.

ich würde begriffen haben
du würdest begriffen haben
er würde begriffen haben
wir würden begriffen haben
ihr würdet begriffen haben
sie würden begriffen haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord begreifen


Tegenwoordige tijd

begreif(e)⁵ (du)
begreifen wir
begreift (ihr)
begreifen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor begreifen


Infinitief I


begreifen
zu begreifen

Infinitief II


begriffen haben
begriffen zu haben

Tegenwoordig deelwoord


begreifend

Participle II


begriffen

  • Er hat endlich begriffen , dass er sich vertan hatte. 
  • Heiterkeit ist ohne Ernst nicht zu begreifen . 
  • Er hat nichts begriffen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor begreifen


  • Begreifst du jetzt? 
    Engels Now do you see?
  • Niemand begreift es. 
    Engels Nobody understands it.
  • Der Junge begreift schnell. 
    Engels The boy understands quickly.
  • Langsam begreife ich es. 
    Engels I'm beginning to understand.
  • Was genau begreifst du nicht? 
    Engels What exactly don't you get?
  • Alles ist in Veränderung begriffen . 
    Engels Everything is in a state of change.
  • Niemand begriff , was Tom wollte. 
    Engels No one understood what Tom wanted.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse begreifen


Duits begreifen
Engels understand, comprehend, grasp, realise, realize, recognize, apprehend, catch on
Russisch понимать, осознавать, осознать, включать, осмысливать, осмыслить, осмыслять, охватывать
Spaans comprender, entender, abarcar, asimilar, comprenderse, concebir, considerarse, contener
Frans comprendre, concevoir, saisir, appréhender, englober
Turks anlamak, kavramak, kapsamak
Portugees compreender, entender, abranger, apreender, conceber, perceber
Italiaans comprendere, capire, afferrare, apprendere, capacitarsi di, considerare, contenere, includere
Roemeens înțelege, cuprinde, percepe
Hongaars felfog, megért, felfogni, megérteni
Pools zrozumieć, pojąć, pojmować, obejmować, rozumieć, rozumieć jako, traktować jako, zawierać
Grieks κατανοώ, συνειδητοποιώ, αντιλαμβάνομαι, καταλαβαίνω, συλλαμβάνω
Nederlands begrijpen, verstaan, bevroeden, doorgronden, inbegrepen, omvatten, vatten, zien
Tsjechisch chápat, pochopit, obsahovat
Zweeds begripa, förstå, omfatta, fatta, greppa
Deens forstå, gribe, begribe, fatte, føle på, indbegribe, indeslutte, omfatte
Japans 把握する, 理解する, 分かる
Catalaans comprendre, entendre, abraçar
Fins käsittää, ymmärrys, oivaltaa, tajuta, ymmärtää, ymärtää, älytä
Noors forstå, begripe, gribe, innse, omfatte
Baskisch ulertu, barne hartu, konprenditu, konprenitu
Servisch shvatiti, razumeti, obuhvatiti
Macedonisch опфаќа, разбира, разбирање, сфатување
Sloveens dojeti, razumeti, obsegati
Slowaaks pochopiť, chápať, vnímať, zahrnúť
Bosnisch razumjeti, shvatiti, obuhvatiti
Kroatisch shvatiti, razumjeti, obuhvatiti
Oekraïens включати, зрозуміти, охоплювати, розуміти, усвідомити, усвідомлювати
Bulgaars осъзнаване, разбиране
Wit-Russisch разумець, ахопліваць, зразумець, усведамляць, усвядоміць
Indonesisch meliputi, memahami, memuat, mencakup, mengerti
Vietnamees bao hàm, bao gồm, chứa, hiểu, nắm bắt
Oezbeeks o'z ichiga olmoq, o'zida jamlamoq, o‘z ichiga olmoq, qamrab olmoq, tushunmoq
Hindi शामिल करना, समझना, समाविष्ट करना, समेटना
Chinees 包含, 包括, 掌握, 涵盖, 理解
Thais ครอบคลุม, รวม, รวมอยู่ใน, เข้าใจ
Koreaans 내포하다, 이해하다, 파악하다, 포괄하다, 포함하다
Azerbeidzjaans anlamaq, başa düşmək, daxil etmək, özündə ehtiva etmək, özündə saxlamaq, əhatə etmək
Georgisch შეიცავს, გაგება, მოიცავს
Bengaals অন্তর্ভুক্ত করা, ধারণ করা, বোঝা, সমাহিত করা
Albanees përmbaj, kuptoj, përfshij
Marathi अंतर्भूत करणे, समजणे, समाविष्ट करणे
Nepalees समेट्नु, अन्तर्भुक्त गर्नु, बुझ्नु, समावेश गर्नु
Telugu అంతర్గతంగా కలిగి ఉండటం, అర్థం చేసుకోవడం, చేర్చడం, లోపల కలిగి ఉండటం, సమ్మిళితం చేయడం
Lets iekļaut, ietvert, izprast, saprast, saturēt
Tamil உள்ளடக்குதல், சேர்க்குதல், சேர்த்தல், புரிந்துகொள்ள
Ests sisaldama, endasse võtma, hõlmama, mõistma
Armeens ընդգրկել, հասկանալ, ներառել, պարունակել
Koerdisch di xwe de girtin, fêm kirin, pêk anîn, tevlî kirin, tê girtin, têgihîştin
Hebreeuwsלהבין، לתפוס، לכלול
Arabischاستيعاب، فهم، أدرك
Perzischفهمیدن، درک کردن
Urduاحساس کرنا، سمجھنا، شامل کرنا

begreifen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van begreifen

  • etwas, jemanden mit dem Verstand erfassen, durchdacht haben, durchdringen, erfassen, kapieren, nachvollziehen
  • etwas umfassen, beinhalten, in sich ~, aufweisen, beinhalten, einbegreifen, enthalten
  • rätselhaft, erfassen, auffassen, schnallen, verstehen, durchsteigen

begreifen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor begreifen


  • jemand/etwas begreift etwas als ein solches
  • jemand/etwas begreift jemanden/etwas als ein solches

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord begreifen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord begreifen


De vervoeging van het werkwoord begreifen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord begreifen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (begreift - begriff - hat begriffen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary begreifen en op begreifen in de Duden.

begreifen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich begreif(e)begriffbegreifebegriffe-
du begreifstbegriffstbegreifestbegriffestbegreif(e)
er begreiftbegriffbegreifebegriffe-
wir begreifenbegriffenbegreifenbegriffenbegreifen
ihr begreiftbegrifftbegreifetbegriffetbegreift
sie begreifenbegriffenbegreifenbegriffenbegreifen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich begreif(e), du begreifst, er begreift, wir begreifen, ihr begreift, sie begreifen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich begriff, du begriffst, er begriff, wir begriffen, ihr begrifft, sie begriffen
  • Perfectum: ich habe begriffen, du hast begriffen, er hat begriffen, wir haben begriffen, ihr habt begriffen, sie haben begriffen
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte begriffen, du hattest begriffen, er hatte begriffen, wir hatten begriffen, ihr hattet begriffen, sie hatten begriffen
  • Toekomende tijd I: ich werde begreifen, du wirst begreifen, er wird begreifen, wir werden begreifen, ihr werdet begreifen, sie werden begreifen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde begriffen haben, du wirst begriffen haben, er wird begriffen haben, wir werden begriffen haben, ihr werdet begriffen haben, sie werden begriffen haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich begreife, du begreifest, er begreife, wir begreifen, ihr begreifet, sie begreifen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich begriffe, du begriffest, er begriffe, wir begriffen, ihr begriffet, sie begriffen
  • Perfectum: ich habe begriffen, du habest begriffen, er habe begriffen, wir haben begriffen, ihr habet begriffen, sie haben begriffen
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte begriffen, du hättest begriffen, er hätte begriffen, wir hätten begriffen, ihr hättet begriffen, sie hätten begriffen
  • Toekomende tijd I: ich werde begreifen, du werdest begreifen, er werde begreifen, wir werden begreifen, ihr werdet begreifen, sie werden begreifen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde begriffen haben, du werdest begriffen haben, er werde begriffen haben, wir werden begriffen haben, ihr werdet begriffen haben, sie werden begriffen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde begreifen, du würdest begreifen, er würde begreifen, wir würden begreifen, ihr würdet begreifen, sie würden begreifen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde begriffen haben, du würdest begriffen haben, er würde begriffen haben, wir würden begriffen haben, ihr würdet begriffen haben, sie würden begriffen haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: begreif(e) (du), begreifen wir, begreift (ihr), begreifen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: begreifen, zu begreifen
  • Infinitief II: begriffen haben, begriffen zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: begreifend
  • Participle II: begriffen

Opmerkingen



Inloggen

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: begreifen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 123446, 123446

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 2888528, 5908307, 1881357, 5529475, 3298138, 5662332, 1844112, 3794103, 10133874

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 123446