Vervoeging van het Duitse werkwoord ergreifen
De vervoeging van het werkwoord ergreifen (grijpen, vastpakken) is onregelmatig. De basisvormen van "ergreifen" zijn "ergreift", "ergriff" en "hat ergriffen". De ablaut van "ergreifen" vindt plaats met de stamklinkers ei - i - i. Het hulpwerkwoord van ergreifen is "haben". ‘ergreifen’ is een onscheidbaar werkwoord. Het voorvoegsel er- blijft altijd met het werkwoord verbonden. Het werkwoord „ergreifen” behoort tot de woordenschat op B2-niveau. Je kunt niet alleen ergreifen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord ergreifen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor ergreifen. Opmerkingen ☆
B2 · onregelmatig · haben · onlosmakelijk
ergreift · ergriff · hat ergriffen
Verandering van de stamklinker ei - i - i Verdubbeling van medeklinkers ff - ff - ff
seize, grasp, take hold of, apprehend, catch hold of, capture, catch, catch hold (of), clap hold of, clasp, clutch, grab, grab hold (of), move, pounce, snatch, take, take hold, usurp, catch at, grapple, resort to
/ɐˈɡʁaɪ̯fn̩/ · /ɐˈɡʁaɪ̯ft/ · /ɐˈɡʁɪf/ · /ɐˈɡʁɪfə/ · /ɐˈɡʁɪfn̩/
etwas direkt oder auch im übertragenen Sinne in die Hand nehmen; jemanden gefangen nehmen; anfassen, fassen, erfassen, am Schlafittchen packen
(acc., gegen+A)
» Er ergriff
meinen Arm. He grabbed my arm.
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van ergreifen
Onvoltooid verleden tijd
| ich | ergriff |
| du | ergriffst |
| er | ergriff |
| wir | ergriffen |
| ihr | ergrifft |
| sie | ergriffen |
indicatief
Het werkwoord ergreifen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Onvoltooid verleden tijd
| ich | ergriff |
| du | ergriffst |
| er | ergriff |
| wir | ergriffen |
| ihr | ergrifft |
| sie | ergriffen |
Perfectum
| ich | habe | ergriffen |
| du | hast | ergriffen |
| er | hat | ergriffen |
| wir | haben | ergriffen |
| ihr | habt | ergriffen |
| sie | haben | ergriffen |
Volt. verl. tijd
| ich | hatte | ergriffen |
| du | hattest | ergriffen |
| er | hatte | ergriffen |
| wir | hatten | ergriffen |
| ihr | hattet | ergriffen |
| sie | hatten | ergriffen |
Toekomende tijd I
| ich | werde | ergreifen |
| du | wirst | ergreifen |
| er | wird | ergreifen |
| wir | werden | ergreifen |
| ihr | werdet | ergreifen |
| sie | werden | ergreifen |
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord ergreifen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Voltooid Konj.
| ich | habe | ergriffen |
| du | habest | ergriffen |
| er | habe | ergriffen |
| wir | haben | ergriffen |
| ihr | habet | ergriffen |
| sie | haben | ergriffen |
Konj. volt. verl. t.
| ich | hätte | ergriffen |
| du | hättest | ergriffen |
| er | hätte | ergriffen |
| wir | hätten | ergriffen |
| ihr | hättet | ergriffen |
| sie | hätten | ergriffen |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord ergreifen
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor ergreifen
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor ergreifen
-
Er
ergriff
meinen Arm.
He grabbed my arm.
-
Wer
ergreift
die Initiative?
Who takes the initiative?
-
Das Publikum war tief
ergriffen
.
The audience was deeply moved.
-
Blinde müssen sich die Welt
ergreifen
.
The blind must seize the world.
-
Tom hat die Gelegenheit sofort
ergriffen
.
Tom jumped at the chance.
-
Das Wort
ergreifen
heißt immer auch handeln.
The word 'to seize' always also means 'to act'.
-
Plötzlich
ergriff
sie ein Gefühl der Panik.
Suddenly, she was seized by a feeling of panic.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse ergreifen
-
ergreifen
seize, grasp, take hold of, apprehend, catch hold of, capture, catch, catch hold (of)
схватить, взять, захватить, хватать, брать, охватывать, поймать, трогать
agarrar, apoderarse, asumir, coger, acometer, apañar, aprehender, apresar
saisir, prendre, arrêter, envahir, agripper, appréhender, avoir recours à, capturer
kapmak, yakalamak, dokunmak, duygulandırmak, ele geçirmek, kaplamak, sarmak, tutmak
capturar, agarrar, tomar, abranger, abraçar, apanhar, apreender, aproveitar
prendere, afferrare, catturare, abbrancare, agguantare, cogliere, commuovere, darsi a
prinde, captura, cuprinde, apuca, ocupa
elfog, megragad, birtokba vesz, elfoglalás, elterjedés, megfog, pályára lép
ogarnąć, schwycić, uchwycić, chwycić, chwytać, obejmować, objąć, ogarniać
καταλαμβάνω, αρπάζω, πιάνω, συλλαμβάνω, παίρνω
grijpen, vastpakken, in beslag nemen, oppakken, vangen, vat krijgen op
uchopit, chopit se, chápat se, dojímat, dojímatjmout, dopadnout, hnout, pohnout
gripa, ta, fatta tag i, fånga, gripa omkring sig, gripa tag i, omfatta, ta fast
gribe, tage, fange, pågribe
捕まえる, つかむ, 占める, 取る, 広がる, 把握する, 捉える, 掴む
agafar, prendre, capturar, ocupar
ottaa kiinni, tarttua, kaapata, liikuttaa, ottaa, ottaminen, valita, valtaaminen
fange, få tak i, gribe, gripe, infiltrere, oppta, ta
eskuratu, hartu, atxilotu
uhvatiti, zgrabiti, obuhvatiti, zauzeti prostor
заплени, завземање, загреби, освојување, улови
ujeti, prevzeti, zajeti, zgrabiti
uchopiť, zachytiť, zaujať priestor
uhvatiti, obuhvatiti, zauzeti, zgrabiti
uhvatiti, obuhvatiti, zauzeti prostor, zgrabiti
взяти, захопити, взяти в полон, взятися, захоплювати, поширюватися, схопити, брати
хващам, завладявам, завладяване, задържам, обхващане
захапіць, ахапіць, узяць
meluas, memegang, menangkap, menyebar, meraih
bắt giữ, lan rộng, lan tràn, nắm bắt, nắm lấy
kengaymoq, qo'lga olish, tarqalmoq, ushlab olmoq
गिरफ्तार करना, पकड़ लेना, पकड़ना, फैलना, व्यापना, हाथ में लेना
俘获, 扩散, 抓住, 握住, 蔓延, 逮捕
คว้า, จับ, จับกุม, ยึด, ระบาด, แพร่กระจาย
붙잡다, 손에 넣다, 체포하다, 퍼지다, 확산되다
tutmaq, ələ keçirmək, genişlənmək, yayılmaq
აკავება, გავრცელება, გაფართოება, ხელში აყვანა
ধরা, আটক করা, ছড়িয়ে পড়া, প্রসারিত হওয়া, হাতে নেওয়া
kap, arrestoj, përhap, përhapet
पकडणे, ताब्यात घेणे, पसरणे, व्यापणे, हातात घेणे
काब्ज गर्नु, गिरफतार गर्नु, प्रसारित हुनु, फैलिनु, समात्न
పట్టుకోవడం, విస్తరించు, వ్యాపించు
izplatīties, noķert, paplašināties, paņemt
பிடிக்க, கைபிடிக்க, பரவுதல், விரிவடைதல்
haarata, kinni võtma, käte võtma, laienema, levima
ընդլայնվել, ձերբակալել, վերցնել, տարածվել
girtin, belav bûn, destxistin, fireh bûn
לתפוס، להשיג، לכבוש
أخذ، أمسك، اختار، استيلاء، انتهز، أسر، اتخذ، اغتنم
گرفتن، اشغال کردن، در دست گرفتن، گسترش یافتن، انجام دادن، برداشتن
قبضہ کرنا، پکڑنا، پھیلنا، گرفتار کرنا
ergreifen in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van ergreifen- etwas direkt oder auch im übertragenen Sinne in die Hand nehmen, anfassen, greifen, tun
- jemanden gefangen nehmen, fassen, erwischen, kriegen, bekommen
- umsichgreifen, Raum einnehmen, erfassen
- festnehmen, jemandem nahegehen, am Schlafittchen packen, nicht verstreichen lassen, (sich) greifen, (jemanden) übermannen
Betekenissen Synoniemen
Voorzetsels
Voorzetsels voor ergreifen
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van ergreifen
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van ergreifen
- Vorming van Imperatief van ergreifen
- Vorming van Konjunktiv I van ergreifen
- Vorming van Konjunktiv II van ergreifen
- Vorming van Infinitief van ergreifen
- Vorming van Deelwoord van ergreifen
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van ergreifen
≡ erwürgen
≡ errichten
≡ umgreifen
≡ einbegreifen
≡ ausgreifen
≡ erwehren
≡ aufgreifen
≡ übergreifen
≡ nachgreifen
≡ ergetzen
≡ zugreifen
≡ erdichten
≡ fehlgreifen
≡ reingreifen
≡ erfolgen
≡ erwachsen
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Veelgestelde vragen over het werkwoord "ergreifen"
Wat zijn de stamvormen van „ergreifen”?
De basisvormen van "ergreifen" zijn "ergreift", "ergriff" en "hat ergriffen".
Met welk hulpwerkwoord wordt „ergreifen“ gevormd?
Het hulpwerkwoord van ergreifen is "haben".
Is “ergreifen” regelmatig of onregelmatig?
De vervoeging van het werkwoord ergreifen (grijpen, vastpakken) is onregelmatig.
Welke stamklinkers heeft “ergreifen”?
De ablaut van "ergreifen" vindt plaats met de stamklinkers ei - i - i.
Is „ergreifen” scheidbaar of onscheidbaar?
‘ergreifen’ is een onscheidbaar werkwoord. Het voorvoegsel er- blijft altijd met het werkwoord verbonden.
Op welk taalniveau wordt ‘ergreifen’ gebruikt?
Het werkwoord „ergreifen” behoort tot de woordenschat op B2-niveau.
Hoe vervoeg je “ergreifen” in de aantonende wijs?
De vormen van de indicatief zijn:
Tegenwoordige tijd:
ich ergreife, du ergreifst, er ergreift, wir ergreifen, ihr ergreift, sie ergreifen
Onvoltooid verleden tijd:
ich ergriff, du ergriffst, er ergriff, wir ergriffen, ihr ergrifft, sie ergriffen
Perfectum:
ich habe ergriffen, du hast ergriffen, er hat ergriffen, wir haben ergriffen, ihr habt ergriffen, sie haben ergriffen
Voltooid verleden tijd:
ich hatte ergriffen, du hattest ergriffen, er hatte ergriffen, wir hatten ergriffen, ihr hattet ergriffen, sie hatten ergriffen
Toekomende tijd I:
ich werde ergreifen, du wirst ergreifen, er wird ergreifen, wir werden ergreifen, ihr werdet ergreifen, sie werden ergreifen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd:
ich werde ergriffen haben, du wirst ergriffen haben, er wird ergriffen haben, wir werden ergriffen haben, ihr werdet ergriffen haben, sie werden ergriffen haben
Wat is de conjunctief van “ergreifen”?
De aanvoegende wijs van “ergreifen” is:
Tegenwoordige tijd:
ich ergreife, du ergreifst, er ergreift, wir ergreifen, ihr ergreift, sie ergreifen
Onvoltooid verleden tijd:
ich ergriff, du ergriffst, er ergriff, wir ergriffen, ihr ergrifft, sie ergriffen
Perfectum:
ich habe ergriffen, du hast ergriffen, er hat ergriffen, wir haben ergriffen, ihr habt ergriffen, sie haben ergriffen
Voltooid verleden tijd:
ich hatte ergriffen, du hattest ergriffen, er hatte ergriffen, wir hatten ergriffen, ihr hattet ergriffen, sie hatten ergriffen
Toekomende tijd I:
ich werde ergreifen, du wirst ergreifen, er wird ergreifen, wir werden ergreifen, ihr werdet ergreifen, sie werden ergreifen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd:
ich werde ergriffen haben, du wirst ergriffen haben, er wird ergriffen haben, wir werden ergriffen haben, ihr werdet ergriffen haben, sie werden ergriffen haben
Tegenwoordige tijd:
ich ergreife, du ergreifest, er ergreife, wir ergreifen, ihr ergreifet, sie ergreifen
Onvoltooid verleden tijd:
ich ergriffe, du ergriffest, er ergriffe, wir ergriffen, ihr ergriffet, sie ergriffen
Perfectum:
ich habe ergriffen, du habest ergriffen, er habe ergriffen, wir haben ergriffen, ihr habet ergriffen, sie haben ergriffen
Voltooid verleden tijd:
ich hätte ergriffen, du hättest ergriffen, er hätte ergriffen, wir hätten ergriffen, ihr hättet ergriffen, sie hätten ergriffen
Toekomende tijd I:
ich werde ergreifen, du werdest ergreifen, er werde ergreifen, wir werden ergreifen, ihr werdet ergreifen, sie werden ergreifen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd:
ich werde ergriffen haben, du werdest ergriffen haben, er werde ergriffen haben, wir werden ergriffen haben, ihr werdet ergriffen haben, sie werden ergriffen haben
Wat is de imperatief van “ergreifen”?
De gebiedende wijs van “ergreifen” is:
Tegenwoordige tijd:
ergreife (du), ergreifen wir, ergreift (ihr), ergreifen Sie
Welke niet-finite vormen heeft "ergreifen"?
De niet-finitieve vormen van “ergreifen” zijn:
Tegenwoordige tijd:
ergreife (du), ergreifen wir, ergreift (ihr), ergreifen Sie
Infinitief I:
ergreifen, zu ergreifen
Infinitief II:
ergriffen haben, ergriffen zu haben
Tegenwoordig deelwoord:
ergreifend
Participle II:
ergriffen