Verbuiging en vergelijking van het Duitse bijvoeglijk naamwoord wütend
De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord wütend (woedend, boos) gebruikt deze vergelijkingsvormen wütend,wütender,am wütendsten. De uitgangen voor de vergrotende en overtreffende trap zijn er/sten. Het bijvoeglijk naamwoord wütend kan zowel attributief voor een zelfstandig naamwoord (met of zonder lidwoord, in sterke, zwakke en gemengde vorm) als predicatief in combinatie met een werkwoord worden gebruikt.Hier kun je niet alleen wütend verbuigen en vergelijken, maar ook alle Duitse bijvoeglijke naamwoorden. Opmerkingen ☆
er
sten
De sterke verbuiging van wütend zonder lidwoord of voornaamwoord
Zwakke verbuiging
De zwakke verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord wütend met het bepaalde lidwoord 'der' of met voornaamwoorden zoals 'dieser' en 'jener'
Gemengde verbuiging
De gemengde verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord wütend met het onbepaalde lidwoord 'ein' of met voornaamwoorden zoals 'kein' en 'mein'
Predicatief gebruik
wütend gebruiken als predicatief
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor wütend
-
Bist du
wütend
?
Are you angry?
-
Das macht mich
wütend
.
That makes me angry.
-
Die russischen Sportler sind
wütend
.
The Russian athletes are angry.
-
Er war
wütend
auf seinen Sohn.
He was angry with his son.
-
Trotzdem sind sie
wütend
auf alle Ausländer.
Nevertheless, they are angry at all foreigners.
-
Sie wurden
wütend
.
They grew angry.
-
Seine Frau war
wütend
.
His wife was mad.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse wütend
-
wütend
angry, enraged, furious
в ярости, разъярённый, свирепый, яростный
enojado, furioso, alebrestado, enfurecerse, furibundo
furieux, en colère
kızgın, sinirli, öfkeli, kemirici
furioso, irritado
furioso, arrabbiato
furios, supărat
dühös, haragos, mérges
wściekły, zły
θυμωμένος, εξοργισμένος, οργισμένος
woedend, boos
naštvaný, rozzuřený
arg, ilsken, rasande, upprörd, ursinnig
rasende, vrede
怒っている, 激怒
enfadat, irritat
raivoisa, vihainen
rasende, sintret
haserre, haserre egoera
besan, ljut, бесан
луто, разлутено
besen, jezen, razburjen
nahnevaný, rozčúlený
bijesan, ljut
bijesan, ljut
розлючений, гнівний, розлютований, лютий, сердитий
бясен, вбесен, гневен, ядосан, яростен
злосны, раззлаваны
marah
giận dữ
g'azabli
क्रोधित
愤怒的
โกรธ
화난
qəzəbli
ბრაზიანი
ক্রুদ্ধ
i zemëruar
क्रोधित
रुषित
కోపిత
dusmīgs
கோபித்த
vihane
բարկացած
qezebdar
זועם، כועס
غاضب
خشمگین، عصبانی
غصہ، غصے میں
wütend in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van wütend- sich in einem Zustand der Wut befindend, einen erregten Gemütszustand habend, empört, erbost, erzürnt, rasend, verärgert, aufgebracht
Betekenissen Synoniemen
Bijvoeglijke naamwoorden
Willekeurig geselecteerde bijvoeglijke naamwoorden
≡ zag
≡ azurblau
≡ schlaff
≡ markant
≡ ehrsam
≡ lohnend
≡ steinig
≡ seiden
≡ freudig
≡ atemlos
≡ nebulös
≡ tabisch
≡ skrotal
≡ schwarz
≡ creme
≡ subkutan
≡ zwofach
≡ taktfest
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Verbuigings- en vergelijkingsvormen van wütend
Overzicht van alle verbuigings- en vergelijkingsvormen van het bijvoeglijk naamwoord wütend in alle geslachten en naamvallen
De verbuiging en vergelijking van wütend online als verbuigings- en vergelijkingstabellen met alle sterke, zwakke en gemengde vormen. Deze worden overzichtelijk weergegeven in een tabel voor enkelvoud en meervoud en in alle vier de naamvallen: nominatief, genitief, datief en accusatief. Meer informatie is te vinden op Wiktionary wütend en op wütend in Duden.
Vergelijking en trappen van bijvoeglijke naamwoorden wütend
| positief | wütend |
|---|---|
| vergrotende trap | wütender |
| overtreffende trap | am wütendsten |
- positief: wütend
- vergrotende trap: wütender
- overtreffende trap: am wütendsten
Sterke verbuiging wütend
| Mannelijk | Vrouwelijk | Onzijdig | Meervoud | |
|---|---|---|---|---|
| Nom. | wütender | wütende | wütendes | wütende |
| Gen. | wütenden | wütender | wütenden | wütender |
| Dat. | wütendem | wütender | wütendem | wütenden |
| Acc. | wütenden | wütende | wütendes | wütende |
- Mannelijk: wütender, wütenden, wütendem, wütenden
- Vrouwelijk: wütende, wütender, wütender, wütende
- Onzijdig: wütendes, wütenden, wütendem, wütendes
- Meervoud: wütende, wütender, wütenden, wütende
Zwakke verbuiging wütend
- Mannelijk: der wütende, des wütenden, dem wütenden, den wütenden
- Vrouwelijk: die wütende, der wütenden, der wütenden, die wütende
- Onzijdig: das wütende, des wütenden, dem wütenden, das wütende
- Meervoud: die wütenden, der wütenden, den wütenden, die wütenden
Gemengde verbuiging wütend
- Mannelijk: ein wütender, eines wütenden, einem wütenden, einen wütenden
- Vrouwelijk: eine wütende, einer wütenden, einer wütenden, eine wütende
- Onzijdig: ein wütendes, eines wütenden, einem wütenden, ein wütendes
- Meervoud: keine wütenden, keiner wütenden, keinen wütenden, keine wütenden