Vervoeging van het Duitse werkwoord mitformen ⟨statief passief⟩ ⟨Bijzin⟩

De vervoeging van het werkwoord mitformen (samen beïnvloeden, samen vormen) is regelmatig. De basisvormen zijn ... mitgeformt ist, ... mitgeformt war en ... mitgeformt gewesen ist. Het hulpwerkwoord van mitformen is "haben". De eerste lettergreep mit- van mitformen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het statief passief en wordt gebruikt als Bijzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord mitformen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor mitformen. Je kunt niet alleen mitformen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

regelmatig · haben · scheidbaar

mit·geformt sein

... mitgeformt ist · ... mitgeformt war · ... mitgeformt gewesen ist

Engels co-create, influence together, shape together

gemeinsam gestalten oder beeinflussen

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van mitformen

Tegenwoordige tijd

... ich mitgeformt bin
... du mitgeformt bist
... er mitgeformt ist
... wir mitgeformt sind
... ihr mitgeformt seid
... sie mitgeformt sind

Onvoltooid verleden tijd

... ich mitgeformt war
... du mitgeformt warst
... er mitgeformt war
... wir mitgeformt waren
... ihr mitgeformt wart
... sie mitgeformt waren

Imperatief

-
sei (du) mitgeformt
-
seien wir mitgeformt
seid (ihr) mitgeformt
seien Sie mitgeformt

Konjunktief I

... ich mitgeformt sei
... du mitgeformt seiest
... er mitgeformt sei
... wir mitgeformt seien
... ihr mitgeformt seiet
... sie mitgeformt seien

Konjunktief II

... ich mitgeformt wäre
... du mitgeformt wärest
... er mitgeformt wäre
... wir mitgeformt wären
... ihr mitgeformt wäret
... sie mitgeformt wären

Infinitief

mitgeformt sein
mitgeformt zu sein

Deelwoord

mitgeformt seiend
mitgeformt gewesen

indicatief

Het werkwoord mitformen vervoegd in de aantonende wijs statief passief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

... ich mitgeformt bin
... du mitgeformt bist
... er mitgeformt ist
... wir mitgeformt sind
... ihr mitgeformt seid
... sie mitgeformt sind

Onvoltooid verleden tijd

... ich mitgeformt war
... du mitgeformt warst
... er mitgeformt war
... wir mitgeformt waren
... ihr mitgeformt wart
... sie mitgeformt waren

Perfectum

... ich mitgeformt gewesen bin
... du mitgeformt gewesen bist
... er mitgeformt gewesen ist
... wir mitgeformt gewesen sind
... ihr mitgeformt gewesen seid
... sie mitgeformt gewesen sind

Volt. verl. tijd

... ich mitgeformt gewesen war
... du mitgeformt gewesen warst
... er mitgeformt gewesen war
... wir mitgeformt gewesen waren
... ihr mitgeformt gewesen wart
... sie mitgeformt gewesen waren

Toekomende tijd I

... ich mitgeformt sein werde
... du mitgeformt sein wirst
... er mitgeformt sein wird
... wir mitgeformt sein werden
... ihr mitgeformt sein werdet
... sie mitgeformt sein werden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

... ich mitgeformt gewesen sein werde
... du mitgeformt gewesen sein wirst
... er mitgeformt gewesen sein wird
... wir mitgeformt gewesen sein werden
... ihr mitgeformt gewesen sein werdet
... sie mitgeformt gewesen sein werden

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord mitformen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

... ich mitgeformt sei
... du mitgeformt seiest
... er mitgeformt sei
... wir mitgeformt seien
... ihr mitgeformt seiet
... sie mitgeformt seien

Konjunktief II

... ich mitgeformt wäre
... du mitgeformt wärest
... er mitgeformt wäre
... wir mitgeformt wären
... ihr mitgeformt wäret
... sie mitgeformt wären

Voltooid Konj.

... ich mitgeformt gewesen sei
... du mitgeformt gewesen seiest
... er mitgeformt gewesen sei
... wir mitgeformt gewesen seien
... ihr mitgeformt gewesen seiet
... sie mitgeformt gewesen seien

Konj. volt. verl. t.

... ich mitgeformt gewesen wäre
... du mitgeformt gewesen wärest
... er mitgeformt gewesen wäre
... wir mitgeformt gewesen wären
... ihr mitgeformt gewesen wäret
... sie mitgeformt gewesen wären

Toekomende aanvoegende wijs I

... ich mitgeformt sein werde
... du mitgeformt sein werdest
... er mitgeformt sein werde
... wir mitgeformt sein werden
... ihr mitgeformt sein werdet
... sie mitgeformt sein werden

Toek. volt. aanw.

... ich mitgeformt gewesen sein werde
... du mitgeformt gewesen sein werdest
... er mitgeformt gewesen sein werde
... wir mitgeformt gewesen sein werden
... ihr mitgeformt gewesen sein werdet
... sie mitgeformt gewesen sein werden

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

... ich mitgeformt sein würde
... du mitgeformt sein würdest
... er mitgeformt sein würde
... wir mitgeformt sein würden
... ihr mitgeformt sein würdet
... sie mitgeformt sein würden

Verleden cond.

... ich mitgeformt gewesen sein würde
... du mitgeformt gewesen sein würdest
... er mitgeformt gewesen sein würde
... wir mitgeformt gewesen sein würden
... ihr mitgeformt gewesen sein würdet
... sie mitgeformt gewesen sein würden

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs statief passief tegenwoordige tijd voor het werkwoord mitformen


Tegenwoordige tijd

sei (du) mitgeformt
seien wir mitgeformt
seid (ihr) mitgeformt
seien Sie mitgeformt

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in statief passief voor mitformen


Infinitief I


mitgeformt sein
mitgeformt zu sein

Infinitief II


mitgeformt gewesen sein
mitgeformt gewesen zu sein

Tegenwoordig deelwoord


mitgeformt seiend

Participle II


mitgeformt gewesen

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse mitformen


Duits mitformen
Engels co-create, influence together, shape together
Russisch влиять, совместно формировать
Spaans co-crear, co-influenciar
Frans co-créer, influencer
Turks birlikte şekillendirmek, etkilemek
Portugees co-criar, influenciar juntos
Italiaans co-creare, influenzare insieme
Roemeens influența, modela
Hongaars közösen alakítani, közösen befolyásolni
Pools wpływać, wspólnie kształtować
Grieks συμμετοχή, συνεργασία
Nederlands samen beïnvloeden, samen vormen
Tsjechisch ovlivňovat, společně utvářet
Zweeds forma tillsammans, påverka
Deens forme sammen, medskabe
Japans 共に影響を与える, 共同形成
Catalaans influenciar conjuntament, modelar conjuntament
Fins vaikuttaa yhdessä, yhdessä muotoilla
Noors forme sammen, påvirke
Baskisch elkarrekin eragin, elkarrekin moldatu
Servisch uticati, zajednički oblikovati
Macedonisch влијание, заеднички обликување
Sloveens sodelovati, sooblikati
Slowaaks ovplyvniť, spoločne formovať
Bosnisch uticati, zajednički oblikovati
Kroatisch utjecati, zajednički oblikovati
Oekraïens впливати, спільно формувати
Bulgaars влияние, съвместно оформяне
Wit-Russisch сумесна фармаваць, уплываць
Hebreeuwsלהשפיע، לעצב יחד
Arabischتأثير مشترك، تشكيل مشترك
Perzischشکل دادن، همراهی کردن
Urduاثر انداز ہونا، مشترکہ تشکیل دینا

mitformen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van mitformen

  • gemeinsam gestalten oder beeinflussen

mitformen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord mitformen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord mitformen


De vervoeging van het werkwoord mit·geformt sein wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord mit·geformt sein is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (... mitgeformt ist - ... mitgeformt war - ... mitgeformt gewesen ist) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary mitformen en op mitformen in de Duden.

mitformen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich ... mitgeformt bin... mitgeformt war... mitgeformt sei... mitgeformt wäre-
du ... mitgeformt bist... mitgeformt warst... mitgeformt seiest... mitgeformt wärestsei mitgeformt
er ... mitgeformt ist... mitgeformt war... mitgeformt sei... mitgeformt wäre-
wir ... mitgeformt sind... mitgeformt waren... mitgeformt seien... mitgeformt wärenseien mitgeformt
ihr ... mitgeformt seid... mitgeformt wart... mitgeformt seiet... mitgeformt wäretseid mitgeformt
sie ... mitgeformt sind... mitgeformt waren... mitgeformt seien... mitgeformt wärenseien mitgeformt

indicatief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich mitgeformt bin, ... du mitgeformt bist, ... er mitgeformt ist, ... wir mitgeformt sind, ... ihr mitgeformt seid, ... sie mitgeformt sind
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich mitgeformt war, ... du mitgeformt warst, ... er mitgeformt war, ... wir mitgeformt waren, ... ihr mitgeformt wart, ... sie mitgeformt waren
  • Perfectum: ... ich mitgeformt gewesen bin, ... du mitgeformt gewesen bist, ... er mitgeformt gewesen ist, ... wir mitgeformt gewesen sind, ... ihr mitgeformt gewesen seid, ... sie mitgeformt gewesen sind
  • Voltooid verleden tijd: ... ich mitgeformt gewesen war, ... du mitgeformt gewesen warst, ... er mitgeformt gewesen war, ... wir mitgeformt gewesen waren, ... ihr mitgeformt gewesen wart, ... sie mitgeformt gewesen waren
  • Toekomende tijd I: ... ich mitgeformt sein werde, ... du mitgeformt sein wirst, ... er mitgeformt sein wird, ... wir mitgeformt sein werden, ... ihr mitgeformt sein werdet, ... sie mitgeformt sein werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich mitgeformt gewesen sein werde, ... du mitgeformt gewesen sein wirst, ... er mitgeformt gewesen sein wird, ... wir mitgeformt gewesen sein werden, ... ihr mitgeformt gewesen sein werdet, ... sie mitgeformt gewesen sein werden

Conjunctief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich mitgeformt sei, ... du mitgeformt seiest, ... er mitgeformt sei, ... wir mitgeformt seien, ... ihr mitgeformt seiet, ... sie mitgeformt seien
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich mitgeformt wäre, ... du mitgeformt wärest, ... er mitgeformt wäre, ... wir mitgeformt wären, ... ihr mitgeformt wäret, ... sie mitgeformt wären
  • Perfectum: ... ich mitgeformt gewesen sei, ... du mitgeformt gewesen seiest, ... er mitgeformt gewesen sei, ... wir mitgeformt gewesen seien, ... ihr mitgeformt gewesen seiet, ... sie mitgeformt gewesen seien
  • Voltooid verleden tijd: ... ich mitgeformt gewesen wäre, ... du mitgeformt gewesen wärest, ... er mitgeformt gewesen wäre, ... wir mitgeformt gewesen wären, ... ihr mitgeformt gewesen wäret, ... sie mitgeformt gewesen wären
  • Toekomende tijd I: ... ich mitgeformt sein werde, ... du mitgeformt sein werdest, ... er mitgeformt sein werde, ... wir mitgeformt sein werden, ... ihr mitgeformt sein werdet, ... sie mitgeformt sein werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich mitgeformt gewesen sein werde, ... du mitgeformt gewesen sein werdest, ... er mitgeformt gewesen sein werde, ... wir mitgeformt gewesen sein werden, ... ihr mitgeformt gewesen sein werdet, ... sie mitgeformt gewesen sein werden

Voorwaardelijke wijs II (würde) statief passief

  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich mitgeformt sein würde, ... du mitgeformt sein würdest, ... er mitgeformt sein würde, ... wir mitgeformt sein würden, ... ihr mitgeformt sein würdet, ... sie mitgeformt sein würden
  • Voltooid verleden tijd: ... ich mitgeformt gewesen sein würde, ... du mitgeformt gewesen sein würdest, ... er mitgeformt gewesen sein würde, ... wir mitgeformt gewesen sein würden, ... ihr mitgeformt gewesen sein würdet, ... sie mitgeformt gewesen sein würden

Imperatief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: sei (du) mitgeformt, seien wir mitgeformt, seid (ihr) mitgeformt, seien Sie mitgeformt

Infinitief/Deelwoord statief passief

  • Infinitief I: mitgeformt sein, mitgeformt zu sein
  • Infinitief II: mitgeformt gewesen sein, mitgeformt gewesen zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: mitgeformt seiend
  • Participle II: mitgeformt gewesen

Opmerkingen



Inloggen