Vervoeging van het Duitse werkwoord dortbehalten ⟨statief passief⟩

De vervoeging van het werkwoord dortbehalten (behouden) is onregelmatig. De basisvormen zijn ist dortbehalten, war dortbehalten en ist dortbehalten gewesen. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers a - ie - a. Het hulpwerkwoord van dortbehalten is "haben". De eerste lettergreep dort- van dortbehalten is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het statief passief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord dortbehalten beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor dortbehalten. Je kunt niet alleen dortbehalten vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

onregelmatig · haben · scheidbaar

dort·behalten sein

ist dortbehalten · war dortbehalten · ist dortbehalten gewesen

 Flexieve samentrekking   toevoeging van -e   Verandering van de stamklinker  a - ie - a   Umlauten in de tegenwoordige tijd 

Engels keep, retain

/dɔʁt bəˈhaltən/ · /bəˈhɛlt dɔʁt/ · /bəˈhiːlt dɔʁt/ · /bəˈhiːltə dɔʁt/ · /dɔʁtˈhaltən/

an einem Ort behalten

acc.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van dortbehalten

Tegenwoordige tijd

ich bin dortbehalten
du bist dortbehalten
er ist dortbehalten
wir sind dortbehalten
ihr seid dortbehalten
sie sind dortbehalten

Onvoltooid verleden tijd

ich war dortbehalten
du warst dortbehalten
er war dortbehalten
wir waren dortbehalten
ihr wart dortbehalten
sie waren dortbehalten

Imperatief

-
sei (du) dortbehalten
-
seien wir dortbehalten
seid (ihr) dortbehalten
seien Sie dortbehalten

Konjunktief I

ich sei dortbehalten
du seiest dortbehalten
er sei dortbehalten
wir seien dortbehalten
ihr seiet dortbehalten
sie seien dortbehalten

Konjunktief II

ich wäre dortbehalten
du wärest dortbehalten
er wäre dortbehalten
wir wären dortbehalten
ihr wäret dortbehalten
sie wären dortbehalten

Infinitief

dortbehalten sein
dortbehalten zu sein

Deelwoord

dortbehalten seiend
dortbehalten gewesen

indicatief

Het werkwoord dortbehalten vervoegd in de aantonende wijs statief passief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich bin dortbehalten
du bist dortbehalten
er ist dortbehalten
wir sind dortbehalten
ihr seid dortbehalten
sie sind dortbehalten

Onvoltooid verleden tijd

ich war dortbehalten
du warst dortbehalten
er war dortbehalten
wir waren dortbehalten
ihr wart dortbehalten
sie waren dortbehalten

Perfectum

ich bin dortbehalten gewesen
du bist dortbehalten gewesen
er ist dortbehalten gewesen
wir sind dortbehalten gewesen
ihr seid dortbehalten gewesen
sie sind dortbehalten gewesen

Volt. verl. tijd

ich war dortbehalten gewesen
du warst dortbehalten gewesen
er war dortbehalten gewesen
wir waren dortbehalten gewesen
ihr wart dortbehalten gewesen
sie waren dortbehalten gewesen

Toekomende tijd I

ich werde dortbehalten sein
du wirst dortbehalten sein
er wird dortbehalten sein
wir werden dortbehalten sein
ihr werdet dortbehalten sein
sie werden dortbehalten sein

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde dortbehalten gewesen sein
du wirst dortbehalten gewesen sein
er wird dortbehalten gewesen sein
wir werden dortbehalten gewesen sein
ihr werdet dortbehalten gewesen sein
sie werden dortbehalten gewesen sein

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord dortbehalten in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich sei dortbehalten
du seiest dortbehalten
er sei dortbehalten
wir seien dortbehalten
ihr seiet dortbehalten
sie seien dortbehalten

Konjunktief II

ich wäre dortbehalten
du wärest dortbehalten
er wäre dortbehalten
wir wären dortbehalten
ihr wäret dortbehalten
sie wären dortbehalten

Voltooid Konj.

ich sei dortbehalten gewesen
du seiest dortbehalten gewesen
er sei dortbehalten gewesen
wir seien dortbehalten gewesen
ihr seiet dortbehalten gewesen
sie seien dortbehalten gewesen

Konj. volt. verl. t.

ich wäre dortbehalten gewesen
du wärest dortbehalten gewesen
er wäre dortbehalten gewesen
wir wären dortbehalten gewesen
ihr wäret dortbehalten gewesen
sie wären dortbehalten gewesen

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde dortbehalten sein
du werdest dortbehalten sein
er werde dortbehalten sein
wir werden dortbehalten sein
ihr werdet dortbehalten sein
sie werden dortbehalten sein

Toek. volt. aanw.

ich werde dortbehalten gewesen sein
du werdest dortbehalten gewesen sein
er werde dortbehalten gewesen sein
wir werden dortbehalten gewesen sein
ihr werdet dortbehalten gewesen sein
sie werden dortbehalten gewesen sein

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde dortbehalten sein
du würdest dortbehalten sein
er würde dortbehalten sein
wir würden dortbehalten sein
ihr würdet dortbehalten sein
sie würden dortbehalten sein

Verleden cond.

ich würde dortbehalten gewesen sein
du würdest dortbehalten gewesen sein
er würde dortbehalten gewesen sein
wir würden dortbehalten gewesen sein
ihr würdet dortbehalten gewesen sein
sie würden dortbehalten gewesen sein

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs statief passief tegenwoordige tijd voor het werkwoord dortbehalten


Tegenwoordige tijd

sei (du) dortbehalten
seien wir dortbehalten
seid (ihr) dortbehalten
seien Sie dortbehalten

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in statief passief voor dortbehalten


Infinitief I


dortbehalten sein
dortbehalten zu sein

Infinitief II


dortbehalten gewesen sein
dortbehalten gewesen zu sein

Tegenwoordig deelwoord


dortbehalten seiend

Participle II


dortbehalten gewesen

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse dortbehalten


Duits dortbehalten
Engels keep, retain
Russisch оставлять на месте
Spaans retener, mantener, mantener ahí, retener ahí
Frans garder, conserver, garder sur place
Turks saklamak, tutmak
Portugees manter
Italiaans mantenere, tenere
Roemeens păstra
Hongaars megőrizni
Pools zatrzymać
Grieks διατηρώ σε ένα μέρος
Nederlands behouden
Tsjechisch uchovat na místě
Zweeds behålla
Deens beholde
Japans 保持する, 留める
Catalaans mantenir
Fins säilyttää
Noors beholde på et sted
Baskisch gunean mantendu
Servisch zadržati na mestu
Macedonisch задржување на место
Sloveens obdržati
Slowaaks zachovať na mieste
Bosnisch zadržati na mjestu
Kroatisch zadržati
Oekraïens зберігати на місці
Bulgaars задържам на място
Wit-Russisch трымаць на месцы
Indonesisch menyimpan di sana
Vietnamees giữ ở đó, để ở đó
Oezbeeks o‘sha yerda qoldirmoq, o‘sha yerda saqlamoq
Hindi वहाँ रखना
Chinees 存放在那里, 留在那里
Thais เก็บไว้ที่นั่น
Koreaans 거기에 두다, 그곳에 두다
Azerbeidzjaans orada saxlamaq
Georgisch იქ დატოვება, იქ შენახვა
Bengaals সেখানে রাখা
Albanees lë atje, mbaj atje
Marathi तेथे ठेवणे
Nepalees त्यहाँ राख्नु
Telugu అక్కడ ఉంచడం
Lets tur atstāt, tur paturēt
Tamil அங்கே வைத்திருத்தல்
Ests hoida seal, jätta sinna
Armeens թողնել այնտեղ, պահել այնտեղ
Koerdisch li wir hiştin
Hebreeuwsשמור במקום
Arabischاحتفاظ في مكان
Perzischنگه داشتن در یک مکان
Urduرکھنا

dortbehalten in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van dortbehalten

  • an einem Ort behalten

dortbehalten in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord dortbehalten vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord dortbehalten


De vervoeging van het werkwoord dort·behalten sein wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord dort·behalten sein is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (ist dortbehalten - war dortbehalten - ist dortbehalten gewesen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary dortbehalten en op dortbehalten in de Duden.

dortbehalten vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich bin dortbehaltenwar dortbehaltensei dortbehaltenwäre dortbehalten-
du bist dortbehaltenwarst dortbehaltenseiest dortbehaltenwärest dortbehaltensei dortbehalten
er ist dortbehaltenwar dortbehaltensei dortbehaltenwäre dortbehalten-
wir sind dortbehaltenwaren dortbehaltenseien dortbehaltenwären dortbehaltenseien dortbehalten
ihr seid dortbehaltenwart dortbehaltenseiet dortbehaltenwäret dortbehaltenseid dortbehalten
sie sind dortbehaltenwaren dortbehaltenseien dortbehaltenwären dortbehaltenseien dortbehalten

indicatief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: ich bin dortbehalten, du bist dortbehalten, er ist dortbehalten, wir sind dortbehalten, ihr seid dortbehalten, sie sind dortbehalten
  • Onvoltooid verleden tijd: ich war dortbehalten, du warst dortbehalten, er war dortbehalten, wir waren dortbehalten, ihr wart dortbehalten, sie waren dortbehalten
  • Perfectum: ich bin dortbehalten gewesen, du bist dortbehalten gewesen, er ist dortbehalten gewesen, wir sind dortbehalten gewesen, ihr seid dortbehalten gewesen, sie sind dortbehalten gewesen
  • Voltooid verleden tijd: ich war dortbehalten gewesen, du warst dortbehalten gewesen, er war dortbehalten gewesen, wir waren dortbehalten gewesen, ihr wart dortbehalten gewesen, sie waren dortbehalten gewesen
  • Toekomende tijd I: ich werde dortbehalten sein, du wirst dortbehalten sein, er wird dortbehalten sein, wir werden dortbehalten sein, ihr werdet dortbehalten sein, sie werden dortbehalten sein
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde dortbehalten gewesen sein, du wirst dortbehalten gewesen sein, er wird dortbehalten gewesen sein, wir werden dortbehalten gewesen sein, ihr werdet dortbehalten gewesen sein, sie werden dortbehalten gewesen sein

Conjunctief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: ich sei dortbehalten, du seiest dortbehalten, er sei dortbehalten, wir seien dortbehalten, ihr seiet dortbehalten, sie seien dortbehalten
  • Onvoltooid verleden tijd: ich wäre dortbehalten, du wärest dortbehalten, er wäre dortbehalten, wir wären dortbehalten, ihr wäret dortbehalten, sie wären dortbehalten
  • Perfectum: ich sei dortbehalten gewesen, du seiest dortbehalten gewesen, er sei dortbehalten gewesen, wir seien dortbehalten gewesen, ihr seiet dortbehalten gewesen, sie seien dortbehalten gewesen
  • Voltooid verleden tijd: ich wäre dortbehalten gewesen, du wärest dortbehalten gewesen, er wäre dortbehalten gewesen, wir wären dortbehalten gewesen, ihr wäret dortbehalten gewesen, sie wären dortbehalten gewesen
  • Toekomende tijd I: ich werde dortbehalten sein, du werdest dortbehalten sein, er werde dortbehalten sein, wir werden dortbehalten sein, ihr werdet dortbehalten sein, sie werden dortbehalten sein
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde dortbehalten gewesen sein, du werdest dortbehalten gewesen sein, er werde dortbehalten gewesen sein, wir werden dortbehalten gewesen sein, ihr werdet dortbehalten gewesen sein, sie werden dortbehalten gewesen sein

Voorwaardelijke wijs II (würde) statief passief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde dortbehalten sein, du würdest dortbehalten sein, er würde dortbehalten sein, wir würden dortbehalten sein, ihr würdet dortbehalten sein, sie würden dortbehalten sein
  • Voltooid verleden tijd: ich würde dortbehalten gewesen sein, du würdest dortbehalten gewesen sein, er würde dortbehalten gewesen sein, wir würden dortbehalten gewesen sein, ihr würdet dortbehalten gewesen sein, sie würden dortbehalten gewesen sein

Imperatief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: sei (du) dortbehalten, seien wir dortbehalten, seid (ihr) dortbehalten, seien Sie dortbehalten

Infinitief/Deelwoord statief passief

  • Infinitief I: dortbehalten sein, dortbehalten zu sein
  • Infinitief II: dortbehalten gewesen sein, dortbehalten gewesen zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: dortbehalten seiend
  • Participle II: dortbehalten gewesen

Opmerkingen



Inloggen