Vervoeging van het Duitse werkwoord zerpfeifen

De vervoeging van het werkwoord zerpfeifen (fluiten, storen) is onregelmatig. De basisvormen zijn zerpfeift, zerpfiff en hat zerpfiffen. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers ei - i - i. Het hulpwerkwoord van zerpfeifen is "haben". Het voorvoegsel zer- van zerpfeifen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord zerpfeifen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor zerpfeifen. Je kunt niet alleen zerpfeifen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

onregelmatig · haben · onlosmakelijk

zerpfeifen

zerpfeift · zerpfiff · hat zerpfiffen

 Verandering van de stamklinker  ei - i - i   Verdubbeling van medeklinkers  ff - ff - ff 

Engels interrupt, whistle

/t͡sɛʁˈpfai̯fən/ · /t͡sɛʁˈpfai̯ft/ · /t͡sɛʁˈpfɪf/ · /t͡sɛʁˈpfɪfə/ · /t͡sɛʁpfɪfən/

zu kleinlich pfeifen und den Spielrhythmus stören

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van zerpfeifen

Tegenwoordige tijd

ich zerpfeif(e)⁵
du zerpfeifst
er zerpfeift
wir zerpfeifen
ihr zerpfeift
sie zerpfeifen

Onvoltooid verleden tijd

ich zerpfiff
du zerpfiffst
er zerpfiff
wir zerpfiffen
ihr zerpfifft
sie zerpfiffen

Imperatief

-
zerpfeif(e)⁵ (du)
-
zerpfeifen wir
zerpfeift (ihr)
zerpfeifen Sie

Konjunktief I

ich zerpfeife
du zerpfeifest
er zerpfeife
wir zerpfeifen
ihr zerpfeifet
sie zerpfeifen

Konjunktief II

ich zerpfiffe
du zerpfiffest
er zerpfiffe
wir zerpfiffen
ihr zerpfiffet
sie zerpfiffen

Infinitief

zerpfeifen
zu zerpfeifen

Deelwoord

zerpfeifend
zerpfiffen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord zerpfeifen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich zerpfeif(e)⁵
du zerpfeifst
er zerpfeift
wir zerpfeifen
ihr zerpfeift
sie zerpfeifen

Onvoltooid verleden tijd

ich zerpfiff
du zerpfiffst
er zerpfiff
wir zerpfiffen
ihr zerpfifft
sie zerpfiffen

Perfectum

ich habe zerpfiffen
du hast zerpfiffen
er hat zerpfiffen
wir haben zerpfiffen
ihr habt zerpfiffen
sie haben zerpfiffen

Volt. verl. tijd

ich hatte zerpfiffen
du hattest zerpfiffen
er hatte zerpfiffen
wir hatten zerpfiffen
ihr hattet zerpfiffen
sie hatten zerpfiffen

Toekomende tijd I

ich werde zerpfeifen
du wirst zerpfeifen
er wird zerpfeifen
wir werden zerpfeifen
ihr werdet zerpfeifen
sie werden zerpfeifen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde zerpfiffen haben
du wirst zerpfiffen haben
er wird zerpfiffen haben
wir werden zerpfiffen haben
ihr werdet zerpfiffen haben
sie werden zerpfiffen haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord zerpfeifen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich zerpfeife
du zerpfeifest
er zerpfeife
wir zerpfeifen
ihr zerpfeifet
sie zerpfeifen

Konjunktief II

ich zerpfiffe
du zerpfiffest
er zerpfiffe
wir zerpfiffen
ihr zerpfiffet
sie zerpfiffen

Voltooid Konj.

ich habe zerpfiffen
du habest zerpfiffen
er habe zerpfiffen
wir haben zerpfiffen
ihr habet zerpfiffen
sie haben zerpfiffen

Konj. volt. verl. t.

ich hätte zerpfiffen
du hättest zerpfiffen
er hätte zerpfiffen
wir hätten zerpfiffen
ihr hättet zerpfiffen
sie hätten zerpfiffen

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde zerpfeifen
du werdest zerpfeifen
er werde zerpfeifen
wir werden zerpfeifen
ihr werdet zerpfeifen
sie werden zerpfeifen

Toek. volt. aanw.

ich werde zerpfiffen haben
du werdest zerpfiffen haben
er werde zerpfiffen haben
wir werden zerpfiffen haben
ihr werdet zerpfiffen haben
sie werden zerpfiffen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde zerpfeifen
du würdest zerpfeifen
er würde zerpfeifen
wir würden zerpfeifen
ihr würdet zerpfeifen
sie würden zerpfeifen

Verleden cond.

ich würde zerpfiffen haben
du würdest zerpfiffen haben
er würde zerpfiffen haben
wir würden zerpfiffen haben
ihr würdet zerpfiffen haben
sie würden zerpfiffen haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord zerpfeifen


Tegenwoordige tijd

zerpfeif(e)⁵ (du)
zerpfeifen wir
zerpfeift (ihr)
zerpfeifen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor zerpfeifen


Infinitief I


zerpfeifen
zu zerpfeifen

Infinitief II


zerpfiffen haben
zerpfiffen zu haben

Tegenwoordig deelwoord


zerpfeifend

Participle II


zerpfiffen

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse zerpfeifen


Duits zerpfeifen
Engels interrupt, whistle
Russisch помехи, помешать
Spaans interrumpir, pitar
Frans interrompre, perturber
Turks mızmızlanmak, şikayet etmek
Portugees apitar, interromper
Italiaans disturbare, fischiare
Roemeens fluiera
Hongaars kicsinyeskedik, zavart kelt
Pools zakłócać rytm gry, zbytnio drobiazgowy
Grieks παρεμποδίζω, ψιθυρίζω
Nederlands fluiten, storen
Tsjechisch pískat
Zweeds pipa, stör
Deens pibe
Japans リズムを乱す, 小さすぎる
Catalaans xiu-xiu
Fins häiritä, puhdistaa
Noors piping, piping for smallness
Baskisch txikitasunagatik jotzea
Servisch ometati ritam igre, previše sitničariti
Macedonisch пфефкање
Sloveens preveč pedanten
Slowaaks pískať
Bosnisch cvrčati, prekidati ritam igre
Kroatisch cvrčati, prekidati ritam igre
Oekraïens псувати, підривати
Bulgaars прекалено дребен, разсейвам
Wit-Russisch псаваць рытм
Indonesisch meniup peluit berlebihan, meniup peluit terlalu sering
Vietnamees thổi còi lắt nhắt, thổi còi quá mức
Oezbeeks ortiqcha hushtak chalmoq
Hindi अनावश्यक रूप से सीटी बजाना, बेहद बारीकी से सीटी बजाना
Chinees 判罚过严, 过度吹哨
Thais เป่าถี่เกินไป, เป่าฟาวล์จุกจิก
Koreaans 지나치게 휘슬을 불다
Azerbeidzjaans həddən artıq fit çalmaq, xırdalıqlara görə fit çalmaq
Georgisch ზედმეტად სასტვენის ბერვა, წვრილმანებზე სასტვენის ბერვა
Bengaals অতিরিক্ত বাঁশি বাজানো
Albanees fishkëllëj tepër, fryj bilbilin tepër
Marathi अतिप्रमाणात शिटी वाजवणे, अनावश्यक शिटी वाजवणे
Nepalees अत्यधिक सिटी बजाउनु, साना कुरामा सिटी बजाउनु
Telugu అతిగా విసిల్ ఊదడం, అనవసరంగా విసిల్ ఊదడం
Lets pārlieku bieži svilpt, sīkumaini svilpt
Tamil அதிகமாக விசில் ஊது
Ests liialt vilistama, pisiasjade eest vilistama
Armeens չափազանց խիստ սուլել, չափից շատ սուլել
Koerdisch zêde fîrsîn
Hebreeuwsלצפצף
Arabischتأفف، تذمر
Perzischخرده‌گیری، نق زدن
Urduچھوٹا پن

zerpfeifen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van zerpfeifen

  • zu kleinlich pfeifen und den Spielrhythmus stören

zerpfeifen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord zerpfeifen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord zerpfeifen


De vervoeging van het werkwoord zerpfeifen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord zerpfeifen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (zerpfeift - zerpfiff - hat zerpfiffen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary zerpfeifen en op zerpfeifen in de Duden.

zerpfeifen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich zerpfeif(e)zerpfiffzerpfeifezerpfiffe-
du zerpfeifstzerpfiffstzerpfeifestzerpfiffestzerpfeif(e)
er zerpfeiftzerpfiffzerpfeifezerpfiffe-
wir zerpfeifenzerpfiffenzerpfeifenzerpfiffenzerpfeifen
ihr zerpfeiftzerpfifftzerpfeifetzerpfiffetzerpfeift
sie zerpfeifenzerpfiffenzerpfeifenzerpfiffenzerpfeifen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich zerpfeif(e), du zerpfeifst, er zerpfeift, wir zerpfeifen, ihr zerpfeift, sie zerpfeifen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich zerpfiff, du zerpfiffst, er zerpfiff, wir zerpfiffen, ihr zerpfifft, sie zerpfiffen
  • Perfectum: ich habe zerpfiffen, du hast zerpfiffen, er hat zerpfiffen, wir haben zerpfiffen, ihr habt zerpfiffen, sie haben zerpfiffen
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte zerpfiffen, du hattest zerpfiffen, er hatte zerpfiffen, wir hatten zerpfiffen, ihr hattet zerpfiffen, sie hatten zerpfiffen
  • Toekomende tijd I: ich werde zerpfeifen, du wirst zerpfeifen, er wird zerpfeifen, wir werden zerpfeifen, ihr werdet zerpfeifen, sie werden zerpfeifen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde zerpfiffen haben, du wirst zerpfiffen haben, er wird zerpfiffen haben, wir werden zerpfiffen haben, ihr werdet zerpfiffen haben, sie werden zerpfiffen haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich zerpfeife, du zerpfeifest, er zerpfeife, wir zerpfeifen, ihr zerpfeifet, sie zerpfeifen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich zerpfiffe, du zerpfiffest, er zerpfiffe, wir zerpfiffen, ihr zerpfiffet, sie zerpfiffen
  • Perfectum: ich habe zerpfiffen, du habest zerpfiffen, er habe zerpfiffen, wir haben zerpfiffen, ihr habet zerpfiffen, sie haben zerpfiffen
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte zerpfiffen, du hättest zerpfiffen, er hätte zerpfiffen, wir hätten zerpfiffen, ihr hättet zerpfiffen, sie hätten zerpfiffen
  • Toekomende tijd I: ich werde zerpfeifen, du werdest zerpfeifen, er werde zerpfeifen, wir werden zerpfeifen, ihr werdet zerpfeifen, sie werden zerpfeifen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde zerpfiffen haben, du werdest zerpfiffen haben, er werde zerpfiffen haben, wir werden zerpfiffen haben, ihr werdet zerpfiffen haben, sie werden zerpfiffen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde zerpfeifen, du würdest zerpfeifen, er würde zerpfeifen, wir würden zerpfeifen, ihr würdet zerpfeifen, sie würden zerpfeifen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde zerpfiffen haben, du würdest zerpfiffen haben, er würde zerpfiffen haben, wir würden zerpfiffen haben, ihr würdet zerpfiffen haben, sie würden zerpfiffen haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: zerpfeif(e) (du), zerpfeifen wir, zerpfeift (ihr), zerpfeifen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: zerpfeifen, zu zerpfeifen
  • Infinitief II: zerpfiffen haben, zerpfiffen zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: zerpfeifend
  • Participle II: zerpfiffen

Opmerkingen



Inloggen