Vervoeging van het Duitse werkwoord zerfräsen

De vervoeging van het werkwoord zerfräsen (afslijpen, verwijderen) is regelmatig. De basisvormen zijn zerfräst, zerfräste en hat zerfräst. Het hulpwerkwoord van zerfräsen is "haben". Het voorvoegsel zer- van zerfräsen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord zerfräsen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor zerfräsen. Je kunt niet alleen zerfräsen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

regelmatig · haben · onlosmakelijk

zerfräsen

zerfräst · zerfräste · hat zerfräst

 s-Samentrekking en e-Uitbreiding 

Engels destroying by milling, milling away

/t͡sɐˈfʁɛːzn̩/ · /t͡sɐˈfʁɛːst/ · /t͡sɐˈfʁɛːstə/ · /t͡sɐˈfʁɛːst/

durch Fräsen zerstören oder abtragen

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van zerfräsen

Tegenwoordige tijd

ich zerfräs(e)⁵
du zerfräst
er zerfräst
wir zerfräsen
ihr zerfräst
sie zerfräsen

Onvoltooid verleden tijd

ich zerfräste
du zerfrästest
er zerfräste
wir zerfrästen
ihr zerfrästet
sie zerfrästen

Imperatief

-
zerfräs(e)⁵ (du)
-
zerfräsen wir
zerfräst (ihr)
zerfräsen Sie

Konjunktief I

ich zerfräse
du zerfräsest
er zerfräse
wir zerfräsen
ihr zerfräset
sie zerfräsen

Konjunktief II

ich zerfräste
du zerfrästest
er zerfräste
wir zerfrästen
ihr zerfrästet
sie zerfrästen

Infinitief

zerfräsen
zu zerfräsen

Deelwoord

zerfräsend
zerfräst

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord zerfräsen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich zerfräs(e)⁵
du zerfräst
er zerfräst
wir zerfräsen
ihr zerfräst
sie zerfräsen

Onvoltooid verleden tijd

ich zerfräste
du zerfrästest
er zerfräste
wir zerfrästen
ihr zerfrästet
sie zerfrästen

Perfectum

ich habe zerfräst
du hast zerfräst
er hat zerfräst
wir haben zerfräst
ihr habt zerfräst
sie haben zerfräst

Volt. verl. tijd

ich hatte zerfräst
du hattest zerfräst
er hatte zerfräst
wir hatten zerfräst
ihr hattet zerfräst
sie hatten zerfräst

Toekomende tijd I

ich werde zerfräsen
du wirst zerfräsen
er wird zerfräsen
wir werden zerfräsen
ihr werdet zerfräsen
sie werden zerfräsen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde zerfräst haben
du wirst zerfräst haben
er wird zerfräst haben
wir werden zerfräst haben
ihr werdet zerfräst haben
sie werden zerfräst haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord zerfräsen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich zerfräse
du zerfräsest
er zerfräse
wir zerfräsen
ihr zerfräset
sie zerfräsen

Konjunktief II

ich zerfräste
du zerfrästest
er zerfräste
wir zerfrästen
ihr zerfrästet
sie zerfrästen

Voltooid Konj.

ich habe zerfräst
du habest zerfräst
er habe zerfräst
wir haben zerfräst
ihr habet zerfräst
sie haben zerfräst

Konj. volt. verl. t.

ich hätte zerfräst
du hättest zerfräst
er hätte zerfräst
wir hätten zerfräst
ihr hättet zerfräst
sie hätten zerfräst

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde zerfräsen
du werdest zerfräsen
er werde zerfräsen
wir werden zerfräsen
ihr werdet zerfräsen
sie werden zerfräsen

Toek. volt. aanw.

ich werde zerfräst haben
du werdest zerfräst haben
er werde zerfräst haben
wir werden zerfräst haben
ihr werdet zerfräst haben
sie werden zerfräst haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde zerfräsen
du würdest zerfräsen
er würde zerfräsen
wir würden zerfräsen
ihr würdet zerfräsen
sie würden zerfräsen

Verleden cond.

ich würde zerfräst haben
du würdest zerfräst haben
er würde zerfräst haben
wir würden zerfräst haben
ihr würdet zerfräst haben
sie würden zerfräst haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord zerfräsen


Tegenwoordige tijd

zerfräs(e)⁵ (du)
zerfräsen wir
zerfräst (ihr)
zerfräsen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor zerfräsen


Infinitief I


zerfräsen
zu zerfräsen

Infinitief II


zerfräst haben
zerfräst zu haben

Tegenwoordig deelwoord


zerfräsend

Participle II


zerfräst

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse zerfräsen


Duits zerfräsen
Engels destroying by milling, milling away
Russisch разрушать, снимать
Spaans desgastar, destruir
Frans défrayer, usiner
Turks frezleme ile aşındırma, frezleme ile yok etme
Portugees desgastar, fresar
Italiaans asportare, fresare
Roemeens distruge, îndepărta
Hongaars eltávolítás, marás
Pools frezować, zniszczyć
Grieks αφαίρεση, καταστροφή
Nederlands afslijpen, verwijderen
Tsjechisch odfrézovat, zničit
Zweeds fräsa bort
Deens fræse væk
Japans 削り取る, 破壊する
Catalaans destruir, retallar
Fins jyrsiä, poistaa
Noors fresing
Baskisch fresatuz
Servisch odstraniti, uništiti
Macedonisch изгребување, отстранување
Sloveens odstraniti, zafrčati
Slowaaks obrusovať, odstraňovať
Bosnisch odstraniti, uništiti
Kroatisch izbrusiti, ukloniti
Oekraïens знищити, знімати
Bulgaars износване, изтриване
Wit-Russisch зняць, знішчыць
Indonesisch frezkan
Vietnamees phay
Oezbeeks frezlash
Hindi घिसना
Chinees 铣掉
Thais มิลลิ่ง
Koreaans 밀링하다
Azerbeidzjaans frezləmək
Georgisch ფრეზვა
Bengaals মিলিং করা
Albanees frezoj
Marathi मिलिंग करणे
Nepalees घिस्नु
Telugu మిల్లింగ్ చేయడం
Lets frēzēt
Tamil மைலிங் செய்யுதல்
Ests freseerima
Armeens ֆրեզել
Koerdisch frêz kirin
Hebreeuwsלגרוס، לחתוך
Arabischتآكل، تدمير
Perzischخرد کردن، ساییدن
Urduختم کرنا، نقصان پہنچانا

zerfräsen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van zerfräsen

  • durch Fräsen zerstören oder abtragen

zerfräsen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord zerfräsen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord zerfräsen


De vervoeging van het werkwoord zerfräsen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord zerfräsen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (zerfräst - zerfräste - hat zerfräst) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary zerfräsen en op zerfräsen in de Duden.

zerfräsen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich zerfräs(e)zerfrästezerfräsezerfräste-
du zerfrästzerfrästestzerfräsestzerfrästestzerfräs(e)
er zerfrästzerfrästezerfräsezerfräste-
wir zerfräsenzerfrästenzerfräsenzerfrästenzerfräsen
ihr zerfrästzerfrästetzerfräsetzerfrästetzerfräst
sie zerfräsenzerfrästenzerfräsenzerfrästenzerfräsen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich zerfräs(e), du zerfräst, er zerfräst, wir zerfräsen, ihr zerfräst, sie zerfräsen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich zerfräste, du zerfrästest, er zerfräste, wir zerfrästen, ihr zerfrästet, sie zerfrästen
  • Perfectum: ich habe zerfräst, du hast zerfräst, er hat zerfräst, wir haben zerfräst, ihr habt zerfräst, sie haben zerfräst
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte zerfräst, du hattest zerfräst, er hatte zerfräst, wir hatten zerfräst, ihr hattet zerfräst, sie hatten zerfräst
  • Toekomende tijd I: ich werde zerfräsen, du wirst zerfräsen, er wird zerfräsen, wir werden zerfräsen, ihr werdet zerfräsen, sie werden zerfräsen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde zerfräst haben, du wirst zerfräst haben, er wird zerfräst haben, wir werden zerfräst haben, ihr werdet zerfräst haben, sie werden zerfräst haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich zerfräse, du zerfräsest, er zerfräse, wir zerfräsen, ihr zerfräset, sie zerfräsen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich zerfräste, du zerfrästest, er zerfräste, wir zerfrästen, ihr zerfrästet, sie zerfrästen
  • Perfectum: ich habe zerfräst, du habest zerfräst, er habe zerfräst, wir haben zerfräst, ihr habet zerfräst, sie haben zerfräst
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte zerfräst, du hättest zerfräst, er hätte zerfräst, wir hätten zerfräst, ihr hättet zerfräst, sie hätten zerfräst
  • Toekomende tijd I: ich werde zerfräsen, du werdest zerfräsen, er werde zerfräsen, wir werden zerfräsen, ihr werdet zerfräsen, sie werden zerfräsen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde zerfräst haben, du werdest zerfräst haben, er werde zerfräst haben, wir werden zerfräst haben, ihr werdet zerfräst haben, sie werden zerfräst haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde zerfräsen, du würdest zerfräsen, er würde zerfräsen, wir würden zerfräsen, ihr würdet zerfräsen, sie würden zerfräsen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde zerfräst haben, du würdest zerfräst haben, er würde zerfräst haben, wir würden zerfräst haben, ihr würdet zerfräst haben, sie würden zerfräst haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: zerfräs(e) (du), zerfräsen wir, zerfräst (ihr), zerfräsen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: zerfräsen, zu zerfräsen
  • Infinitief II: zerfräst haben, zerfräst zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: zerfräsend
  • Participle II: zerfräst

Opmerkingen



Inloggen