Vervoeging van het Duitse werkwoord weisen

De vervoeging van het werkwoord weisen (wijzen, aanwijzen) is onregelmatig. De basisvormen zijn weist, wies en hat gewiesen. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers ei - ie - ie. Het hulpwerkwoord van weisen is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord weisen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor weisen. Je kunt niet alleen weisen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau B2. Opmerkingen

Video 

B2 · onregelmatig · haben

weisen

weist · wies · hat gewiesen

 s-Samentrekking en e-Uitbreiding   Verandering van de stamklinker  ei - ie - ie 

Engels indicate, show, point, deny, direct, disclaim, guide, point (to), point out, show to, spurn

/ˈvaɪzən/ · /ˈvaɪst/ · /viːs/ · /ˈviːzə/ · /ɡəˈviːzən/

auf etwas zeigen; jemandem etwas zeigen; deuten, zeigen

(sich+A, dat., acc., von+D, aus+D, auf+A)

» Er wies nach links. Engels He pointed to the left.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van weisen

Tegenwoordige tijd

ich weis(e)⁵
du weist
er weist
wir weisen
ihr weist
sie weisen

Onvoltooid verleden tijd

ich wies
du wies(es)t
er wies
wir wiesen
ihr wies(e)t
sie wiesen

Imperatief

-
weis(e)⁵ (du)
-
weisen wir
weist (ihr)
weisen Sie

Konjunktief I

ich weise
du weisest
er weise
wir weisen
ihr weiset
sie weisen

Konjunktief II

ich wiese
du wiesest
er wiese
wir wiesen
ihr wieset
sie wiesen

Infinitief

weisen
zu weisen

Deelwoord

weisend
gewiesen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord weisen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich weis(e)⁵
du weist
er weist
wir weisen
ihr weist
sie weisen

Onvoltooid verleden tijd

ich wies
du wies(es)t
er wies
wir wiesen
ihr wies(e)t
sie wiesen

Perfectum

ich habe gewiesen
du hast gewiesen
er hat gewiesen
wir haben gewiesen
ihr habt gewiesen
sie haben gewiesen

Volt. verl. tijd

ich hatte gewiesen
du hattest gewiesen
er hatte gewiesen
wir hatten gewiesen
ihr hattet gewiesen
sie hatten gewiesen

Toekomende tijd I

ich werde weisen
du wirst weisen
er wird weisen
wir werden weisen
ihr werdet weisen
sie werden weisen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde gewiesen haben
du wirst gewiesen haben
er wird gewiesen haben
wir werden gewiesen haben
ihr werdet gewiesen haben
sie werden gewiesen haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Er wies nach links. 
  • Er weist mir den Weg. 
  • Sie wies ihn aus dem Haus. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord weisen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich weise
du weisest
er weise
wir weisen
ihr weiset
sie weisen

Konjunktief II

ich wiese
du wiesest
er wiese
wir wiesen
ihr wieset
sie wiesen

Voltooid Konj.

ich habe gewiesen
du habest gewiesen
er habe gewiesen
wir haben gewiesen
ihr habet gewiesen
sie haben gewiesen

Konj. volt. verl. t.

ich hätte gewiesen
du hättest gewiesen
er hätte gewiesen
wir hätten gewiesen
ihr hättet gewiesen
sie hätten gewiesen

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde weisen
du werdest weisen
er werde weisen
wir werden weisen
ihr werdet weisen
sie werden weisen

Toek. volt. aanw.

ich werde gewiesen haben
du werdest gewiesen haben
er werde gewiesen haben
wir werden gewiesen haben
ihr werdet gewiesen haben
sie werden gewiesen haben

  • Er ist intelligent, aber nicht weise . 
  • Wir werden zu schnell Greise, und zu langsam weise . 
  • Wähle bitte weise . 

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde weisen
du würdest weisen
er würde weisen
wir würden weisen
ihr würdet weisen
sie würden weisen

Verleden cond.

ich würde gewiesen haben
du würdest gewiesen haben
er würde gewiesen haben
wir würden gewiesen haben
ihr würdet gewiesen haben
sie würden gewiesen haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord weisen


Tegenwoordige tijd

weis(e)⁵ (du)
weisen wir
weist (ihr)
weisen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor weisen


Infinitief I


weisen
zu weisen

Infinitief II


gewiesen haben
gewiesen zu haben

Tegenwoordig deelwoord


weisend

Participle II


gewiesen

  • Können Sie mir den Weg weisen ? 
  • Wir haben ihm die Tür gewiesen . 
  • Sechzig Jahre und kein bisschen weise . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor weisen


  • Er wies nach links. 
    Engels He pointed to the left.
  • Er weist mir den Weg. 
    Engels He shows me the way.
  • Können Sie mir den Weg weisen ? 
    Engels Can you show me the way?
  • Sie wies ihn aus dem Haus. 
    Engels She showed him out of the house.
  • Wir haben ihm die Tür gewiesen . 
    Engels We showed him the door.
  • Er ist intelligent, aber nicht weise . 
    Engels He is intelligent, but not wise.
  • Wir wiesen ihnen den Weg zum Bahnhof. 
    Engels We directed them to the station.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse weisen


Duits weisen
Engels indicate, show, point, deny, direct, disclaim, guide, point (to)
Russisch показывать, указывать, направлять, показать, указать
Spaans indicar, señalar, mostrar, enseñar, sacudirse
Frans montrer, indiquer, contester, diriger, expulser de, indiquer à, montrer à, pointer
Turks göstermek, işaret etmek, yön göstermek
Portugees indicar, mostrar
Italiaans mostrare, indicare, additare, allontanare, espellere, espellere da, indicare a, mandare via da
Roemeens arăta, indica
Hongaars mutat, irányítani, megmutatni
Pools wskazywać, pokazać, pokazywać
Grieks δείχνω, διώχνω, καθοδηγώ, επισημαίνω
Nederlands wijzen, aanwijzen, bijbrengen, leren, tonen, verwijzen
Tsjechisch ukázat, ukazovat
Zweeds visa, peka
Deens vise, pege
Japans 示す, 指し示す, 指示する, 方向を示す, 見せる
Catalaans mostrar, assenyalar, assenyar
Fins näyttää, osoittaa, osoittaa suunta
Noors vise, peke
Baskisch adierazi, ikusiarazi, norabidea ematea, seinalatu
Servisch pokazati, ukazati
Macedonisch покажува
Sloveens pokazati, kazati, usmerjati
Slowaaks ukázať, ukázať smer
Bosnisch pokazati, usmjeriti
Kroatisch pokazati, usmjeriti
Oekraïens вказувати, показувати, вказувати напрямок, показати
Bulgaars показвам, показвам посока, посочвам, указвам посока
Wit-Russisch паказваць, паказаць
Indonesisch menunjukkan, menunjuk, menunjukkan jalan
Vietnamees cho xem, chỉ vào, dẫn đường
Oezbeeks ko'rsatmoq, yo‘l ko‘rsatmoq
Hindi इशारा करना, दिखाना, रास्ता दिखाना
Chinees 指着, 指路, 给某人看
Thais ชี้ทาง, ชี้ไปที่, ให้ดู
Koreaans 가리키다, 길을 보여주다, 보여주다
Azerbeidzjaans göstərmək, işarə etmək, yolu göstərmək
Georgisch აჩვენება, გზის აჩვენება, ნიშნვა
Bengaals আঙুল দেখানো, ইঙ্গিত করা, দেখানো, পথ দেখান
Albanees indikoj, trego, tregoj, tregoj rrugën
Marathi दाखवणे, बोट दाखवणे, रस्ता दाखवणे, संकेत करणे
Nepalees इशारा गर्नु, तिर इशारा गर्नु, देखाउने, रास्ता देखाउनु
Telugu చూపించడం, చూపించు, మార్గం చూపించు, సూచించు
Lets ceļu norādīt, norādīt, norādīt uz, parādīt
Tamil காட்டுவது, சுட்டு காட்டுவது, வழியை காட்டுதல்
Ests näidata, tee näitama, viidata
Armeens նշել, ուղին ցույց տալ, ցուցադրել
Koerdisch nîşan dan, rê nîşan dan
Hebreeuwsלהראות، להנחות، להצביע
Arabischإرشاد، إظهار، اشار، دل، دلّ، يشير
Perzischنشان دادن، راهنمایی کردن، اشاره کردن
Urduدکھانا، اشارہ کرنا، راستہ دکھانا، رہنمائی کرنا، نشان دینا

weisen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van weisen

  • auf etwas zeigen, deuten, zeigen
  • jemandem etwas zeigen, zeigen
  • jemandem die Richtung vorgeben
  • schicken, zeigen, deuten

weisen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor weisen


  • jemand/etwas weist auf etwas
  • jemand/etwas weist auf jemanden/etwas
  • jemand/etwas weist etwas von sich
  • jemand/etwas weist jemanden aus etwas
  • jemand/etwas weist jemanden aus/von etwas
  • jemand/etwas weist von sich

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord weisen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord weisen


De vervoeging van het werkwoord weisen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord weisen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (weist - wies - hat gewiesen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary weisen en op weisen in de Duden.

weisen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich weis(e)wiesweisewiese-
du weistwies(es)tweisestwiesestweis(e)
er weistwiesweisewiese-
wir weisenwiesenweisenwiesenweisen
ihr weistwies(e)tweisetwiesetweist
sie weisenwiesenweisenwiesenweisen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich weis(e), du weist, er weist, wir weisen, ihr weist, sie weisen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich wies, du wies(es)t, er wies, wir wiesen, ihr wies(e)t, sie wiesen
  • Perfectum: ich habe gewiesen, du hast gewiesen, er hat gewiesen, wir haben gewiesen, ihr habt gewiesen, sie haben gewiesen
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte gewiesen, du hattest gewiesen, er hatte gewiesen, wir hatten gewiesen, ihr hattet gewiesen, sie hatten gewiesen
  • Toekomende tijd I: ich werde weisen, du wirst weisen, er wird weisen, wir werden weisen, ihr werdet weisen, sie werden weisen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gewiesen haben, du wirst gewiesen haben, er wird gewiesen haben, wir werden gewiesen haben, ihr werdet gewiesen haben, sie werden gewiesen haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich weise, du weisest, er weise, wir weisen, ihr weiset, sie weisen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich wiese, du wiesest, er wiese, wir wiesen, ihr wieset, sie wiesen
  • Perfectum: ich habe gewiesen, du habest gewiesen, er habe gewiesen, wir haben gewiesen, ihr habet gewiesen, sie haben gewiesen
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte gewiesen, du hättest gewiesen, er hätte gewiesen, wir hätten gewiesen, ihr hättet gewiesen, sie hätten gewiesen
  • Toekomende tijd I: ich werde weisen, du werdest weisen, er werde weisen, wir werden weisen, ihr werdet weisen, sie werden weisen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gewiesen haben, du werdest gewiesen haben, er werde gewiesen haben, wir werden gewiesen haben, ihr werdet gewiesen haben, sie werden gewiesen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde weisen, du würdest weisen, er würde weisen, wir würden weisen, ihr würdet weisen, sie würden weisen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde gewiesen haben, du würdest gewiesen haben, er würde gewiesen haben, wir würden gewiesen haben, ihr würdet gewiesen haben, sie würden gewiesen haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: weis(e) (du), weisen wir, weist (ihr), weisen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: weisen, zu weisen
  • Infinitief II: gewiesen haben, gewiesen zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: weisend
  • Participle II: gewiesen

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 39955, 39955, 39955

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 1811396, 4778107, 748662, 3120738, 1789944, 1226006, 2289415

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: weisen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 39955, 39955, 39955