Vervoeging van het Duitse werkwoord bejahen ⟨Procespassief⟩

De vervoeging van het werkwoord bejahen (bevestigen, aanvaarden) is regelmatig. De basisvormen zijn wird bejaht, wurde bejaht en ist bejaht worden. Het hulpwerkwoord van bejahen is "haben". Het voorvoegsel be- van bejahen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Procespassief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord bejahen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor bejahen. Je kunt niet alleen bejahen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C1. Opmerkingen

C1 · regelmatig · haben · onlosmakelijk

bejaht werden

wird bejaht · wurde bejaht · ist bejaht worden

 Verlies van -e na een klinker 

Engels approve, affirm, accept, agree, confirm, say yes, support

/bəˈjaːən/ · /bəˈjaːt/ · /bəˈjaːxtə/ · /bəˈjaːt/

seine Zustimmung geben; Ggs verneinen; Ja sagen, bekräftigen, zustimmen, mit Ja antworten

(dat., acc.)

» Tom bejahte schnell. Engels Tom quickly agreed.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van bejahen

Tegenwoordige tijd

ich werde bejaht
du wirst bejaht
er wird bejaht
wir werden bejaht
ihr werdet bejaht
sie werden bejaht

Onvoltooid verleden tijd

ich wurde bejaht
du wurdest bejaht
er wurde bejaht
wir wurden bejaht
ihr wurdet bejaht
sie wurden bejaht

Imperatief

-
-
-
-
-
-

Konjunktief I

ich werde bejaht
du werdest bejaht
er werde bejaht
wir werden bejaht
ihr werdet bejaht
sie werden bejaht

Konjunktief II

ich würde bejaht
du würdest bejaht
er würde bejaht
wir würden bejaht
ihr würdet bejaht
sie würden bejaht

Infinitief

bejaht werden
bejaht zu werden

Deelwoord

bejaht werdend
bejaht worden

indicatief

Het werkwoord bejahen vervoegd in de aantonende wijs Procespassief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich werde bejaht
du wirst bejaht
er wird bejaht
wir werden bejaht
ihr werdet bejaht
sie werden bejaht

Onvoltooid verleden tijd

ich wurde bejaht
du wurdest bejaht
er wurde bejaht
wir wurden bejaht
ihr wurdet bejaht
sie wurden bejaht

Perfectum

ich bin bejaht worden
du bist bejaht worden
er ist bejaht worden
wir sind bejaht worden
ihr seid bejaht worden
sie sind bejaht worden

Volt. verl. tijd

ich war bejaht worden
du warst bejaht worden
er war bejaht worden
wir waren bejaht worden
ihr wart bejaht worden
sie waren bejaht worden

Toekomende tijd I

ich werde bejaht werden
du wirst bejaht werden
er wird bejaht werden
wir werden bejaht werden
ihr werdet bejaht werden
sie werden bejaht werden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde bejaht worden sein
du wirst bejaht worden sein
er wird bejaht worden sein
wir werden bejaht worden sein
ihr werdet bejaht worden sein
sie werden bejaht worden sein

  • Tom bejahte schnell. 
  • Tom bejahte meine Frage. 
  • Ich bejahe dein Vorgehen prinzipiell. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord bejahen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich werde bejaht
du werdest bejaht
er werde bejaht
wir werden bejaht
ihr werdet bejaht
sie werden bejaht

Konjunktief II

ich würde bejaht
du würdest bejaht
er würde bejaht
wir würden bejaht
ihr würdet bejaht
sie würden bejaht

Voltooid Konj.

ich sei bejaht worden
du seiest bejaht worden
er sei bejaht worden
wir seien bejaht worden
ihr seiet bejaht worden
sie seien bejaht worden

Konj. volt. verl. t.

ich wäre bejaht worden
du wärest bejaht worden
er wäre bejaht worden
wir wären bejaht worden
ihr wäret bejaht worden
sie wären bejaht worden

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde bejaht werden
du werdest bejaht werden
er werde bejaht werden
wir werden bejaht werden
ihr werdet bejaht werden
sie werden bejaht werden

Toek. volt. aanw.

ich werde bejaht worden sein
du werdest bejaht worden sein
er werde bejaht worden sein
wir werden bejaht worden sein
ihr werdet bejaht worden sein
sie werden bejaht worden sein

  • Bejahe den Tag, wie er dir geschenkt wird, statt dich am Unwiederbringlichen zu stoßen. 

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde bejaht werden
du würdest bejaht werden
er würde bejaht werden
wir würden bejaht werden
ihr würdet bejaht werden
sie würden bejaht werden

Verleden cond.

ich würde bejaht worden sein
du würdest bejaht worden sein
er würde bejaht worden sein
wir würden bejaht worden sein
ihr würdet bejaht worden sein
sie würden bejaht worden sein

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Procespassief tegenwoordige tijd voor het werkwoord bejahen


Tegenwoordige tijd

-
-
-
-

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Procespassief voor bejahen


Infinitief I


bejaht werden
bejaht zu werden

Infinitief II


bejaht worden sein
bejaht worden zu sein

Tegenwoordig deelwoord


bejaht werdend

Participle II


bejaht worden

  • Ich hätte bejaht . 
  • Tom hat meine Frage bejaht . 
  • Ich glaube, das kann ich bejahen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor bejahen


  • Tom bejahte schnell. 
    Engels Tom quickly agreed.
  • Ich hätte bejaht . 
    Engels I would've said yes.
  • Tom bejahte meine Frage. 
    Engels Tom affirmed my question.
  • Ich bejahe dein Vorgehen prinzipiell. 
    Engels I fundamentally approve of your approach.
  • Tom hat meine Frage bejaht . 
    Engels Tom confirmed my question.
  • Ich glaube, das kann ich bejahen . 
    Engels I believe I can affirm that.
  • Ich fragte mich, ob ich glücklich sei, und ich bejahte . 
    Engels Tom asked me if I was happy and I said I was.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse bejahen


Duits bejahen
Engels approve, affirm, accept, agree, confirm, say yes, support
Russisch одобрять, подтверждать, согласиться, соглашаться, одобрить, ответить утвердительно, отвечать, отвечать утвердительно
Spaans afirmar, decir que sí, aceptar, aprobar, consentir, contestar afirmativamente
Frans accepter, approuver, acquiescer, affirmer, confirmer, dire oui à
Turks evet demek, onaylamak, kabul etmek, tasvip etmek
Portugees concordar, afirmar, aprovar, dizer que sim, dizer sim, dizer sim a, responder afirmativamente, responder positivamente a
Italiaans approvare, confermare, affermare, apprezzare
Roemeens confirma, accepta, aproba
Hongaars helyesel, igenel, helybenhagy, igennel vélaszol
Pools potwierdzać, afirmować, odpowiadać twierdząco, odpowiedzieć twierdząco, popierać, potwierdzić, przytakiwać, przytaknąć
Grieks απαντώ καταφατικά, δέχομαι, επιβεβαιώνω, επιδοκιμάζω, καταφάσκω, ναι λέω, συμφωνώ
Nederlands bevestigen, aanvaarden, beamen, bevestigend antwoorden op, goedkeuren, ja zeggen, positief staan tegenover
Tsjechisch odpovídat kladně, odpovídatvědět kladně, přisvědčovat, přisvědčovatčit, přitakat, souhlasit
Zweeds bejaka, bekräfta, godkänna, svara ja
Deens bekræfte, give consent, sige ja, sige ja til
Japans 肯定する, 同意する, 賛成する
Catalaans acceptar, afirmar, aprovar
Fins hyväksya, hyväksyä, myöntää, suostua, vastata myöntävästi
Noors bekrefte, godkjenne, si ja, si ja til
Baskisch baiezkoa ematea, baieztatu, onartu, onartzea
Servisch odobriti, potvrditi, pristati
Macedonisch потврдува, прифаќа
Sloveens odobriti, potrditi, pristati
Slowaaks prijať, súhlasiť
Bosnisch odobriti, potvrditi, pristati
Kroatisch odobriti, potvrditi, pristati
Oekraïens погоджуватись, погоджуватися, підтвердити, підтримати, сказати так, схвалювати
Bulgaars съгласие, одобрявам, потвърдить
Wit-Russisch падтрымаць, сказаць так, сцвярджаць
Indonesisch mengiyakan, setuju
Vietnamees đồng ý
Oezbeeks rozi bo'lish, rozi bo'lmoq
Hindi सहमति देना
Chinees 同意, 答应
Thais ตอบตกลง, เห็นด้วย
Koreaans 동의하다
Azerbeidzjaans bəli demək, razı olmaq
Georgisch დამეთანხმება, ეთანხმება
Bengaals সম্মতি দেওয়া, হ্যাঁ বলা
Albanees pajtohem, po them
Marathi सहमति देणे, हो म्हणणे
Nepalees सहमति दिनु, हो भन्नु
Telugu అంగీకరించడం, అవును చెప్పడం
Lets piekrist
Tamil ஆம் கூறு, ஒப்புதல் தருதல்
Ests jah öelda, nõustuma
Armeens այո ասել, համաձայնել
Koerdisch razı bûn
Hebreeuwsלהסכים، כן، לאשר
Arabischرد عليه بالإيجاب، نعم، يؤيد، يوافق
Perzischبله گفتن، تأیید کردن، پاسخ مثبت دادن
Urduتائید کرنا، رضامندی دینا، ہاں کہنا

bejahen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van bejahen

  • seine Zustimmung geben, ja sagen, Ja sagen, zustimmen
  • Ggs verneinen, bekräftigen, zustimmen, mit Ja antworten, bestätigen, zusagen

bejahen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord bejahen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord bejahen


De vervoeging van het werkwoord bejaht werden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord bejaht werden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (wird bejaht - wurde bejaht - ist bejaht worden) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary bejahen en op bejahen in de Duden.

bejahen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich werde bejahtwurde bejahtwerde bejahtwürde bejaht-
du wirst bejahtwurdest bejahtwerdest bejahtwürdest bejaht-
er wird bejahtwurde bejahtwerde bejahtwürde bejaht-
wir werden bejahtwurden bejahtwerden bejahtwürden bejaht-
ihr werdet bejahtwurdet bejahtwerdet bejahtwürdet bejaht-
sie werden bejahtwurden bejahtwerden bejahtwürden bejaht-

indicatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: ich werde bejaht, du wirst bejaht, er wird bejaht, wir werden bejaht, ihr werdet bejaht, sie werden bejaht
  • Onvoltooid verleden tijd: ich wurde bejaht, du wurdest bejaht, er wurde bejaht, wir wurden bejaht, ihr wurdet bejaht, sie wurden bejaht
  • Perfectum: ich bin bejaht worden, du bist bejaht worden, er ist bejaht worden, wir sind bejaht worden, ihr seid bejaht worden, sie sind bejaht worden
  • Voltooid verleden tijd: ich war bejaht worden, du warst bejaht worden, er war bejaht worden, wir waren bejaht worden, ihr wart bejaht worden, sie waren bejaht worden
  • Toekomende tijd I: ich werde bejaht werden, du wirst bejaht werden, er wird bejaht werden, wir werden bejaht werden, ihr werdet bejaht werden, sie werden bejaht werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde bejaht worden sein, du wirst bejaht worden sein, er wird bejaht worden sein, wir werden bejaht worden sein, ihr werdet bejaht worden sein, sie werden bejaht worden sein

Conjunctief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: ich werde bejaht, du werdest bejaht, er werde bejaht, wir werden bejaht, ihr werdet bejaht, sie werden bejaht
  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde bejaht, du würdest bejaht, er würde bejaht, wir würden bejaht, ihr würdet bejaht, sie würden bejaht
  • Perfectum: ich sei bejaht worden, du seiest bejaht worden, er sei bejaht worden, wir seien bejaht worden, ihr seiet bejaht worden, sie seien bejaht worden
  • Voltooid verleden tijd: ich wäre bejaht worden, du wärest bejaht worden, er wäre bejaht worden, wir wären bejaht worden, ihr wäret bejaht worden, sie wären bejaht worden
  • Toekomende tijd I: ich werde bejaht werden, du werdest bejaht werden, er werde bejaht werden, wir werden bejaht werden, ihr werdet bejaht werden, sie werden bejaht werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde bejaht worden sein, du werdest bejaht worden sein, er werde bejaht worden sein, wir werden bejaht worden sein, ihr werdet bejaht worden sein, sie werden bejaht worden sein

Voorwaardelijke wijs II (würde) Procespassief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde bejaht werden, du würdest bejaht werden, er würde bejaht werden, wir würden bejaht werden, ihr würdet bejaht werden, sie würden bejaht werden
  • Voltooid verleden tijd: ich würde bejaht worden sein, du würdest bejaht worden sein, er würde bejaht worden sein, wir würden bejaht worden sein, ihr würdet bejaht worden sein, sie würden bejaht worden sein

Imperatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: -, -, -, -

Infinitief/Deelwoord Procespassief

  • Infinitief I: bejaht werden, bejaht zu werden
  • Infinitief II: bejaht worden sein, bejaht worden zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: bejaht werdend
  • Participle II: bejaht worden

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 20513

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 5847750, 6554820, 2804897, 3794977, 11158715, 1758565, 2171617

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 20513

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: bejahen