Vervoeging van het Duitse werkwoord beharken 〈Procespassief〉
De vervoeging van het werkwoord beharken (beschieten, onder vuur nemen) is regelmatig. De basisvormen zijn wird beharkt, wurde beharkt en ist beharkt worden. Het hulpwerkwoord van beharken is "haben". Het voorvoegsel be- van beharken is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Procespassief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord beharken beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor beharken. Je kunt niet alleen beharken vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen ☆
C2 · regelmatig · haben · onlosmakelijk
wird beharkt · wurde beharkt · ist beharkt worden
pitch into, rake with gunfire, set about, strafe, zap, argue, bombard, dispute, quarrel, shell
/bəˈhaʁkən/ · /bəˈhaʁkt/ · /bəˈhaʁktə/ · /bəˈhaʁkt/
[…, Militär] sich streiten; mit vielen Geschossen beschießen; bekämpfen, bepflastern, (sich) streiten, bestreichen
(sich+A, acc.)
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van beharken
Tegenwoordige tijd
| ich | werde | beharkt |
| du | wirst | beharkt |
| er | wird | beharkt |
| wir | werden | beharkt |
| ihr | werdet | beharkt |
| sie | werden | beharkt |
Onvoltooid verleden tijd
| ich | wurde | beharkt |
| du | wurdest | beharkt |
| er | wurde | beharkt |
| wir | wurden | beharkt |
| ihr | wurdet | beharkt |
| sie | wurden | beharkt |
Konjunktief I
| ich | werde | beharkt |
| du | werdest | beharkt |
| er | werde | beharkt |
| wir | werden | beharkt |
| ihr | werdet | beharkt |
| sie | werden | beharkt |
Konjunktief II
| ich | würde | beharkt |
| du | würdest | beharkt |
| er | würde | beharkt |
| wir | würden | beharkt |
| ihr | würdet | beharkt |
| sie | würden | beharkt |
indicatief
Het werkwoord beharken vervoegd in de aantonende wijs Procespassief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Tegenwoordige tijd
| ich | werde | beharkt |
| du | wirst | beharkt |
| er | wird | beharkt |
| wir | werden | beharkt |
| ihr | werdet | beharkt |
| sie | werden | beharkt |
Onvoltooid verleden tijd
| ich | wurde | beharkt |
| du | wurdest | beharkt |
| er | wurde | beharkt |
| wir | wurden | beharkt |
| ihr | wurdet | beharkt |
| sie | wurden | beharkt |
Perfectum
| ich | bin | beharkt | worden |
| du | bist | beharkt | worden |
| er | ist | beharkt | worden |
| wir | sind | beharkt | worden |
| ihr | seid | beharkt | worden |
| sie | sind | beharkt | worden |
Volt. verl. tijd
| ich | war | beharkt | worden |
| du | warst | beharkt | worden |
| er | war | beharkt | worden |
| wir | waren | beharkt | worden |
| ihr | wart | beharkt | worden |
| sie | waren | beharkt | worden |
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord beharken in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Konjunktief I
| ich | werde | beharkt |
| du | werdest | beharkt |
| er | werde | beharkt |
| wir | werden | beharkt |
| ihr | werdet | beharkt |
| sie | werden | beharkt |
Konjunktief II
| ich | würde | beharkt |
| du | würdest | beharkt |
| er | würde | beharkt |
| wir | würden | beharkt |
| ihr | würdet | beharkt |
| sie | würden | beharkt |
Voltooid Konj.
| ich | sei | beharkt | worden |
| du | seiest | beharkt | worden |
| er | sei | beharkt | worden |
| wir | seien | beharkt | worden |
| ihr | seiet | beharkt | worden |
| sie | seien | beharkt | worden |
Konj. volt. verl. t.
| ich | wäre | beharkt | worden |
| du | wärest | beharkt | worden |
| er | wäre | beharkt | worden |
| wir | wären | beharkt | worden |
| ihr | wäret | beharkt | worden |
| sie | wären | beharkt | worden |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Procespassief tegenwoordige tijd voor het werkwoord beharken
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Procespassief voor beharken
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse beharken
-
beharken
pitch into, rake with gunfire, set about, strafe, zap, argue, bombard, dispute
обстреливать, спорить, ссориться
atacar, bombardear, discutir, pelear
bombarder, se disputer, tirer sur
bombardıman yapmak, kavga etmek, tartışmak
atirar, bombardear, brigar, discutir
bombardare, discutere, litigare, sparare
ataca, bombarda, se certa, se disputa
civakodni, tüzérségi tűz, veszekedni
kłócić się, ostrzał
βομβαρδίζω, διαμάχη, καβγάς
beschieten, onder vuur nemen, ruzie maken
hádat se, ostřelovat, vést spor
bomba, bråka, gräla
beskydning, bombe, skændes, strid
争う, 口論する, 攻撃する, 砲撃する
barallar-se, bombardejar, discutir, disparar
ammuskella, kiistellä, riidellä, tulittaa
beskyte, bombe, krangle, slåss
tira-bira, tirokatzea
granatirati, prepirati se, pucati, svađati se
обстрелува, сваѓа
bombardirati, kregati se, ostreljati, prepirati se
hádať sa, ostreľovať
granatirati, pucati, svađati se
granatirati, pucati, svađati se
конфліктувати, обстрілювати, сваритися
карам се, обстрелвам, споря
абстрэльваць, спрэчка, супярэчка
berdebat, bertengkar, memberondong, membombardir
bắn phá, cãi nhau, pháo kích, tranh cãi
bahslashmoq, bombardimon qilmoq, janjallashmoq, o‘qqa tutmoq
गोलाबारी करना, गोलीबारी करना, झगड़ना, बहस करना
争吵, 吵架, 炮击, 轰击
ถล่มยิง, ทะเลาะ, ระดมยิง, โต้เถียง
난사하다, 다투다, 싸우다, 포격하다
atəşə tutmaq, bombalamaq, dalaşmaq, mübahisə etmək
დაბომბვა, დაობა, დაცხრილვა, კამათობა
গুলি চালানো, গোলাবর্ষণ করা, ঝগড়া করা, বিতর্ক করা
bombardoj, debatoj, grindem, qëlloj me breshëri
गोळीबार करणे, तोफगोळ्यांचा मारा करणे, भांडणे, वाद घालणे
गोलाबारी गर्नु, गोलीबारी गर्नु, झगडा गर्नु, बहस गर्नु
తగవు పడటం, బాంబుదాడి చేయడం, భారీ కాల్పులు జరపడం, వాదించడం
apšaudīt, bombardēt, kašķēties, strīdēties
சண்டையிடு, துப்பாக்கிச்சூடு நடத்துதல், பீரங்கிச்சூடு நடத்துதல், வாதிடு
pommitama, tulistama, tülitsema, vaidlema
հրետակոծել, ռմբակոծել, վիճել
bombebaran kirin, nîqaş kirin, topbaran kirin
הפגזה، להתווכח
قصف، يتشاجر
بمباران کردن، دعوا کردن
بحث کرنا، بہت سے گولوں سے نشانہ بنانا، جھگڑنا
beharken in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van beharken- sich streiten, bekämpfen, kabbeln, aufeinander losgehen, streiten
- [Militär] mit vielen Geschossen beschießen, bepflastern, beschießen, unter Dauerfeuer nehmen, eindecken
- (sich) streiten, bestreichen, (sich) balgen, mit Feuer belegen, Streit haben, mit Sperrfeuer belegen
Betekenissen Synoniemen
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van beharken
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van beharken
- Vorming van Imperatief van beharken
- Vorming van Konjunktiv I van beharken
- Vorming van Konjunktiv II van beharken
- Vorming van Infinitief van beharken
- Vorming van Deelwoord van beharken
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van beharken
≡ beköstigen
≡ beobachten
≡ beschalten
≡ befallen
≡ bekleiden
≡ betuppen
≡ bejahen
≡ bekleistern
≡ bebauen
≡ abharken
≡ wegharken
≡ einharken
≡ ausharken
≡ beschildern
≡ begütigen
≡ beplanken
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord beharken vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord beharken
De vervoeging van het werkwoord beharkt werden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord beharkt werden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (wird beharkt - wurde beharkt - ist beharkt worden) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary beharken en op beharken in de Duden.
beharken vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | werde beharkt | wurde beharkt | werde beharkt | würde beharkt | - |
| du | wirst beharkt | wurdest beharkt | werdest beharkt | würdest beharkt | - |
| er | wird beharkt | wurde beharkt | werde beharkt | würde beharkt | - |
| wir | werden beharkt | wurden beharkt | werden beharkt | würden beharkt | - |
| ihr | werdet beharkt | wurdet beharkt | werdet beharkt | würdet beharkt | - |
| sie | werden beharkt | wurden beharkt | werden beharkt | würden beharkt | - |
indicatief Procespassief
- Tegenwoordige tijd: ich werde beharkt, du wirst beharkt, er wird beharkt, wir werden beharkt, ihr werdet beharkt, sie werden beharkt
- Onvoltooid verleden tijd: ich wurde beharkt, du wurdest beharkt, er wurde beharkt, wir wurden beharkt, ihr wurdet beharkt, sie wurden beharkt
- Perfectum: ich bin beharkt worden, du bist beharkt worden, er ist beharkt worden, wir sind beharkt worden, ihr seid beharkt worden, sie sind beharkt worden
- Voltooid verleden tijd: ich war beharkt worden, du warst beharkt worden, er war beharkt worden, wir waren beharkt worden, ihr wart beharkt worden, sie waren beharkt worden
- Toekomende tijd I: ich werde beharkt werden, du wirst beharkt werden, er wird beharkt werden, wir werden beharkt werden, ihr werdet beharkt werden, sie werden beharkt werden
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde beharkt worden sein, du wirst beharkt worden sein, er wird beharkt worden sein, wir werden beharkt worden sein, ihr werdet beharkt worden sein, sie werden beharkt worden sein
Conjunctief Procespassief
- Tegenwoordige tijd: ich werde beharkt, du werdest beharkt, er werde beharkt, wir werden beharkt, ihr werdet beharkt, sie werden beharkt
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde beharkt, du würdest beharkt, er würde beharkt, wir würden beharkt, ihr würdet beharkt, sie würden beharkt
- Perfectum: ich sei beharkt worden, du seiest beharkt worden, er sei beharkt worden, wir seien beharkt worden, ihr seiet beharkt worden, sie seien beharkt worden
- Voltooid verleden tijd: ich wäre beharkt worden, du wärest beharkt worden, er wäre beharkt worden, wir wären beharkt worden, ihr wäret beharkt worden, sie wären beharkt worden
- Toekomende tijd I: ich werde beharkt werden, du werdest beharkt werden, er werde beharkt werden, wir werden beharkt werden, ihr werdet beharkt werden, sie werden beharkt werden
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde beharkt worden sein, du werdest beharkt worden sein, er werde beharkt worden sein, wir werden beharkt worden sein, ihr werdet beharkt worden sein, sie werden beharkt worden sein
Voorwaardelijke wijs II (würde) Procespassief
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde beharkt werden, du würdest beharkt werden, er würde beharkt werden, wir würden beharkt werden, ihr würdet beharkt werden, sie würden beharkt werden
- Voltooid verleden tijd: ich würde beharkt worden sein, du würdest beharkt worden sein, er würde beharkt worden sein, wir würden beharkt worden sein, ihr würdet beharkt worden sein, sie würden beharkt worden sein
Imperatief Procespassief
- Tegenwoordige tijd: -, -, -, -
Infinitief/Deelwoord Procespassief
- Infinitief I: beharkt werden, beharkt zu werden
- Infinitief II: beharkt worden sein, beharkt worden zu sein
- Tegenwoordig deelwoord: beharkt werdend
- Participle II: beharkt worden