Vervoeging van het Duitse werkwoord vorbeigehen

De vervoeging van het werkwoord vorbeigehen (voorbijgaan, langsgaan) is onregelmatig. De basisvormen zijn geht vorbei, ging vorbei en ist vorbeigegangen. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers e - i - a. Het hulpwerkwoord van vorbeigehen is "sein". De eerste lettergreep vorbei- van vorbeigehen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord vorbeigehen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor vorbeigehen. Je kunt niet alleen vorbeigehen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau A2. Opmerkingen

Video 

A2 · onregelmatig · sein · scheidbaar

vorbei·gehen

geht vorbei · ging vorbei · ist vorbeigegangen

 Verlies van -e na een klinker   Verandering van de stamklinker  e - i - a   Medeklinkerverandering  ng - ng - ng 

Engels go by, pass, pass by, walk past, overtake, come by, drop by, go past, miss, pass off, stop by

/ˈfoːɐ̯baɪ̯ ˈɡeːən/ · /ɡeːt ˈfoːɐ̯baɪ̯/ · /ɡɪŋ ˈfoːɐ̯baɪ̯/ · /ˈɡɪŋɡə ˈfoːɐ̯baɪ̯/ · /ˈfoːɐ̯baɪ̯ɡəˈɡaŋən/

[…, Sport] erst zu Fuß näher herankommen und sich dann wieder entfernen; jemanden oder etwas einholen und passieren, indem man sich mit größerer Geschwindigkeit bewegt; vorbeikommen, vergehen, vorübergehen, passieren

(bei+D, an+D)

» Das geht vorbei . Engels This will pass.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van vorbeigehen

Tegenwoordige tijd

ich geh(e)⁵ vorbei
du gehst vorbei
er geht vorbei
wir geh(e)⁵n vorbei
ihr geht vorbei
sie geh(e)⁵n vorbei

Onvoltooid verleden tijd

ich ging vorbei
du gingst vorbei
er ging vorbei
wir gingen vorbei
ihr gingt vorbei
sie gingen vorbei

Imperatief

-
geh(e)⁵ (du) vorbei
-
geh(e)⁵n wir vorbei
geht (ihr) vorbei
geh(e)⁵n Sie vorbei

Konjunktief I

ich gehe vorbei
du gehest vorbei
er gehe vorbei
wir geh(e)⁵n vorbei
ihr gehet vorbei
sie geh(e)⁵n vorbei

Konjunktief II

ich ginge vorbei
du gingest vorbei
er ginge vorbei
wir gingen vorbei
ihr ginget vorbei
sie gingen vorbei

Infinitief

vorbeigeh(e)⁵n
vorbeizugeh(e)⁵n

Deelwoord

vorbeigehend
vorbeigegangen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord vorbeigehen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich geh(e)⁵ vorbei
du gehst vorbei
er geht vorbei
wir geh(e)⁵n vorbei
ihr geht vorbei
sie geh(e)⁵n vorbei

Onvoltooid verleden tijd

ich ging vorbei
du gingst vorbei
er ging vorbei
wir gingen vorbei
ihr gingt vorbei
sie gingen vorbei

Perfectum

ich bin vorbeigegangen
du bist vorbeigegangen
er ist vorbeigegangen
wir sind vorbeigegangen
ihr seid vorbeigegangen
sie sind vorbeigegangen

Volt. verl. tijd

ich war vorbeigegangen
du warst vorbeigegangen
er war vorbeigegangen
wir waren vorbeigegangen
ihr wart vorbeigegangen
sie waren vorbeigegangen

Toekomende tijd I

ich werde vorbeigeh(e)⁵n
du wirst vorbeigeh(e)⁵n
er wird vorbeigeh(e)⁵n
wir werden vorbeigeh(e)⁵n
ihr werdet vorbeigeh(e)⁵n
sie werden vorbeigeh(e)⁵n

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde vorbeigegangen sein
du wirst vorbeigegangen sein
er wird vorbeigegangen sein
wir werden vorbeigegangen sein
ihr werdet vorbeigegangen sein
sie werden vorbeigegangen sein

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Das geht vorbei . 
  • Ein Jahr geht schnell vorbei . 
  • Sie gehen an jeder Erfahrung vorbei . 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord vorbeigehen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich gehe vorbei
du gehest vorbei
er gehe vorbei
wir geh(e)⁵n vorbei
ihr gehet vorbei
sie geh(e)⁵n vorbei

Konjunktief II

ich ginge vorbei
du gingest vorbei
er ginge vorbei
wir gingen vorbei
ihr ginget vorbei
sie gingen vorbei

Voltooid Konj.

ich sei vorbeigegangen
du seiest vorbeigegangen
er sei vorbeigegangen
wir seien vorbeigegangen
ihr seiet vorbeigegangen
sie seien vorbeigegangen

Konj. volt. verl. t.

ich wäre vorbeigegangen
du wärest vorbeigegangen
er wäre vorbeigegangen
wir wären vorbeigegangen
ihr wäret vorbeigegangen
sie wären vorbeigegangen

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde vorbeigeh(e)⁵n
du werdest vorbeigeh(e)⁵n
er werde vorbeigeh(e)⁵n
wir werden vorbeigeh(e)⁵n
ihr werdet vorbeigeh(e)⁵n
sie werden vorbeigeh(e)⁵n

Toek. volt. aanw.

ich werde vorbeigegangen sein
du werdest vorbeigegangen sein
er werde vorbeigegangen sein
wir werden vorbeigegangen sein
ihr werdet vorbeigegangen sein
sie werden vorbeigegangen sein

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde vorbeigeh(e)⁵n
du würdest vorbeigeh(e)⁵n
er würde vorbeigeh(e)⁵n
wir würden vorbeigeh(e)⁵n
ihr würdet vorbeigeh(e)⁵n
sie würden vorbeigeh(e)⁵n

Verleden cond.

ich würde vorbeigegangen sein
du würdest vorbeigegangen sein
er würde vorbeigegangen sein
wir würden vorbeigegangen sein
ihr würdet vorbeigegangen sein
sie würden vorbeigegangen sein

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord vorbeigehen


Tegenwoordige tijd

geh(e)⁵ (du) vorbei
geh(e)⁵n wir vorbei
geht (ihr) vorbei
geh(e)⁵n Sie vorbei

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor vorbeigehen


Infinitief I


vorbeigeh(e)⁵n
vorbeizugeh(e)⁵n

Infinitief II


vorbeigegangen sein
vorbeigegangen zu sein

Tegenwoordig deelwoord


vorbeigehend

Participle II


vorbeigegangen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Wir waren vorbeigegangen . 
  • Tom ist heute an deinem Büro vorbeigegangen . 
  • So schnell kann ein Jahr vorbeigehen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor vorbeigehen


  • Das geht vorbei . 
    Engels This will pass.
  • Wir waren vorbeigegangen . 
    Engels We had passed by.
  • Ein Jahr geht schnell vorbei . 
    Engels A year goes by quickly.
  • Sie gehen an jeder Erfahrung vorbei . 
    Engels They pass by every experience.
  • Tom ist heute an deinem Büro vorbeigegangen . 
    Engels Tom passed by your office today.
  • Tom ging vorbei . 
    Engels Tom walked past.
  • Zehn Tage gingen vorbei . 
    Engels Ten days went by.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse vorbeigehen


Duits vorbeigehen
Engels go by, pass, pass by, walk past, overtake, come by, drop by, go past
Russisch пройти мимо, проходить мимо, заглянуть, заглядывать, зайти, заканчиваться, заходить, идти мимо
Spaans pasar, adelantar, errar, junto a, no alcanzar, pasar de largo, terminar, visitar
Frans passer, dépasser, frôler, longer, ne pas atteindre, passer près de, rendre visite
Turks geçmek, yanından geçmek, bitmek, gelmek, uğramak, yanında yürümek
Portugees passar, afastar-se, aproximar-se, ir ao lado, ir embora, não alcançar, passar por, perpassar por
Italiaans passare, finire, passare accanto, arrivare, fare visita, non raggiungere, oltrepassare, sorpassare
Roemeens trece pe lângă, depăși, se termina, trece pe lângă cineva, veni, vizita pe cineva
Hongaars elhalad, elhaladni, beszalad, beugrik, elmegy mellette, elmúlik, meglátogatni, mellőz
Pools przechodzić obok, mijać, minąć, chybiać, chybić, nie osiągnąć, przechodzić, przemijać
Grieks περνώ, έρχομαι, επισκέπτομαι, παράκαμψη, παρακάμπτω, περνάω, περνάω δίπλα από, προσπερνώ
Nederlands voorbijgaan, langsgaan, het doel missen, langskomen, niet bereiken, ophouden, overgaan, passeren
Tsjechisch minout, projít kolem, končit, minout cíl, míjet cíl, navštívit, nepřijít, plynout
Zweeds gå förbi, passera, avsluta, besöka, förbise, komma, missa
Deens forbi gå, gå forbi, passere, forbi, gå over, stikke ind
Japans 通り過ぎる, 追い越す, 去る, 寄り道する, 来る, 横を通る, 立ち寄る, 終わる
Catalaans passar, acabar, apropar-se, arribar, passar al costat, passar de llarg, passar per, passar per davant
Fins kulkea ohi, ohittaa, kävellä ohi, käydä tervehtimässä, loppua, mennä ohi, saapua
Noors gå forbi, passere, forbi, stikke innom
Baskisch pasatu, amaitu, bidegurutze, bisitatu, etortzen, hurbildu, igaro
Servisch proći, proći pored, prolaziti, svratiti
Macedonisch поминување, поминува
Sloveens miniti mimo, obiti, miniti, iti ob, preiti, priti do konca
Slowaaks minúť, končiť, navštíviť, neprísť, prechádzať, predbehnúť, prejsť okolo, prísť
Bosnisch proći, obići, proći pored, svratiti
Kroatisch proći, obići, proći kraj, svratiti
Oekraïens минути, пройти повз, завітати, закінчуватися, заходити раптово вгості, обігнати, приходити, проходити повз
Bulgaars минаване, минаване покрай, минавам, преминавам покрай, преминаване, приключвам, пристигане
Wit-Russisch мінаць, абагнаць, завяршацца, навінаваць, не дасягнуць, падыходзіць, прайсці міма, прайсці побач
Indonesisch melewati, berakhir, berlalu, melampaui, meleset sasaran, menyalip, singgah sebentar
Vietnamees đi ngang qua, bỏ lỡ mục tiêu, ghé thăm ngắn, kết thúc, qua đi, vượt, vượt qua
Oezbeeks maqsadga yetishmaslik, oʻzib ketmoq, o‘tib ketmoq, quvib oʻtmoq, tez tashrif buyurmoq, tugamoq, yaqinlashib ketmoq, yonidan o'tmoq
Hindi पास से गुजरना, आकर मिलना, आगे निकलना, ओवरटेक करना, बीतना, समाप्त होना
Chinees 从人身边走过去, 从旁边走过, 未命中目标, 结束, 超越, 超过, 过去, 顺便来访
Thais ผ่านไป, พลาดเป้า, สิ้นสุด, เดินผ่าน, เดินผ่านข้างๆ, แซง, แซงหน้า, แวะไปเยี่ยม
Koreaans 끝나다, 목표를 놓치다, 사람 옆으로 스쳐 지나가다, 앞지르다, 옆으로 지나가다, 잠깐 들르다, 지나가다, 추월하다
Azerbeidzjaans yanından keçmək, bitmək, geridə qoymaq, keçmək, məqsədə çata bilməmək, qısaca ziyarət etmek, ötmək
Georgisch გავლა, გასწრება, გვერდით გავლის, გვერდით გასვლა, დასრულება, ვესტუმროთ, მიზანს ვერ მივაღწევ
Bengaals ওভারটেক করা, কেটে যাওয়া, ছাড়িয়ে যাওয়া, দেখতে আসা, পাশ দিয়ে চলে যাওয়া, পাশ দিয়ে যাওয়া, লক্ষ্য ছুটে যাওয়া, শেষ হওয়া
Albanees kaloj pranë, gabosh qëllimin, kaloj, mbaroj, parakaloj, tejkaloj, vizitoj pak
Marathi ओव्हरटेक करणे, जवळ येऊन जाणे, थोडक्यात भेटणे, बाजूने जाऊन जाणे, बीतणे, मागे टाकणे, लक्ष्य चुकणे, समाप्त होणे
Nepalees अगाडि निस्कनु, ओभरटेक गर्नु, किनाराबाट जानु, किनाराबाट वित्नु, छिट्टो भेट्न आऊँ, बित्नु, लक्ष्य चुक्नु, समाप्त हुनु
Telugu ఓవర్‌టేక్ చేయు, కొంచెం వచ్చి కలవడం, గతించడం, దాటిపోవు, పక్కన నుంచి వెళ్లిపోవడం, పక్కన వెళ్లి పోవడం, ముగియడం, లక్ష్యాన్ని చేరకపోవడం
Lets apdzīt, apsteigt, beigties, iet garām, neizpildīt mērķi, piestāt pie, pāriet, pāriet garām
Tamil கடந்து போகுதல், குறியை அடையவில்லை, சிறிது நேரம் வந்து சந்திக்க, பக்கத்தால் செல்ல, முடிவடைய, முந்திச் செல், முந்திவிடு, வழியாக கடந்து செல்லு
Ests mööduma, käima külas, kõrvalt mööduma, lõppema, mööda sõitma, mööduda, sihtmärki mitte tabama
Armeens անցնել, անցնել կողքով, առաջ անցնել, թիրախին չհասնել, կարճ ժամանակով այցելել, կողքով անցնել, վերջանալ
Koerdisch derbas bûn, armancê winda kirin, bi dawî bûn, derbas kirin, serdana kirin, yanından geçmek
Hebreeuwsלעבור، לא להגיע، לבקר، לגמור، לסיים، לעבור ליד
Arabischتجاوز، مرور، زيارة قصيرة، فات، مر، مرور بجانب، مضى، يأتي
Perzischعبور کردن، سر زدن، پایان، پایان یافتن، کنار رفتن
Urduگزرنا، پاس سے گزرنا، آنا، ختم ہونا، دیکھنا، ملنا، نہ پہنچنا، پہنچنا

vorbeigehen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van vorbeigehen

  • erst zu Fuß näher herankommen und sich dann wieder entfernen
  • jemanden oder etwas einholen und passieren, indem man sich mit größerer Geschwindigkeit bewegt
  • neben etwas, an etwas entlang verlaufen
  • ein Ziel nicht treffen, nicht erreichen
  • jemanden kurz besuchen
  • ...

vorbeigehen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor vorbeigehen


  • jemand/etwas geht an etwas vorbei
  • jemand/etwas geht an etwas/jemandem vorbei
  • jemand/etwas geht an jemandem vorbei
  • jemand/etwas geht an jemandem/etwas vorbei
  • jemand/etwas geht an/bei etwas/jemandem vorbei
  • jemand/etwas geht bei jemandem vorbei
  • jemand/etwas geht bei jemandem/etwas vorbei

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord vorbeigehen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord vorbeigehen


De vervoeging van het werkwoord vorbei·gehen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord vorbei·gehen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (geht vorbei - ging vorbei - ist vorbeigegangen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary vorbeigehen en op vorbeigehen in de Duden.

vorbeigehen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich geh(e) vorbeiging vorbeigehe vorbeiginge vorbei-
du gehst vorbeigingst vorbeigehest vorbeigingest vorbeigeh(e) vorbei
er geht vorbeiging vorbeigehe vorbeiginge vorbei-
wir geh(e)n vorbeigingen vorbeigeh(e)n vorbeigingen vorbeigeh(e)n vorbei
ihr geht vorbeigingt vorbeigehet vorbeiginget vorbeigeht vorbei
sie geh(e)n vorbeigingen vorbeigeh(e)n vorbeigingen vorbeigeh(e)n vorbei

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich geh(e) vorbei, du gehst vorbei, er geht vorbei, wir geh(e)n vorbei, ihr geht vorbei, sie geh(e)n vorbei
  • Onvoltooid verleden tijd: ich ging vorbei, du gingst vorbei, er ging vorbei, wir gingen vorbei, ihr gingt vorbei, sie gingen vorbei
  • Perfectum: ich bin vorbeigegangen, du bist vorbeigegangen, er ist vorbeigegangen, wir sind vorbeigegangen, ihr seid vorbeigegangen, sie sind vorbeigegangen
  • Voltooid verleden tijd: ich war vorbeigegangen, du warst vorbeigegangen, er war vorbeigegangen, wir waren vorbeigegangen, ihr wart vorbeigegangen, sie waren vorbeigegangen
  • Toekomende tijd I: ich werde vorbeigeh(e)n, du wirst vorbeigeh(e)n, er wird vorbeigeh(e)n, wir werden vorbeigeh(e)n, ihr werdet vorbeigeh(e)n, sie werden vorbeigeh(e)n
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde vorbeigegangen sein, du wirst vorbeigegangen sein, er wird vorbeigegangen sein, wir werden vorbeigegangen sein, ihr werdet vorbeigegangen sein, sie werden vorbeigegangen sein

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich gehe vorbei, du gehest vorbei, er gehe vorbei, wir geh(e)n vorbei, ihr gehet vorbei, sie geh(e)n vorbei
  • Onvoltooid verleden tijd: ich ginge vorbei, du gingest vorbei, er ginge vorbei, wir gingen vorbei, ihr ginget vorbei, sie gingen vorbei
  • Perfectum: ich sei vorbeigegangen, du seiest vorbeigegangen, er sei vorbeigegangen, wir seien vorbeigegangen, ihr seiet vorbeigegangen, sie seien vorbeigegangen
  • Voltooid verleden tijd: ich wäre vorbeigegangen, du wärest vorbeigegangen, er wäre vorbeigegangen, wir wären vorbeigegangen, ihr wäret vorbeigegangen, sie wären vorbeigegangen
  • Toekomende tijd I: ich werde vorbeigeh(e)n, du werdest vorbeigeh(e)n, er werde vorbeigeh(e)n, wir werden vorbeigeh(e)n, ihr werdet vorbeigeh(e)n, sie werden vorbeigeh(e)n
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde vorbeigegangen sein, du werdest vorbeigegangen sein, er werde vorbeigegangen sein, wir werden vorbeigegangen sein, ihr werdet vorbeigegangen sein, sie werden vorbeigegangen sein

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde vorbeigeh(e)n, du würdest vorbeigeh(e)n, er würde vorbeigeh(e)n, wir würden vorbeigeh(e)n, ihr würdet vorbeigeh(e)n, sie würden vorbeigeh(e)n
  • Voltooid verleden tijd: ich würde vorbeigegangen sein, du würdest vorbeigegangen sein, er würde vorbeigegangen sein, wir würden vorbeigegangen sein, ihr würdet vorbeigegangen sein, sie würden vorbeigegangen sein

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: geh(e) (du) vorbei, geh(e)n wir vorbei, geht (ihr) vorbei, geh(e)n Sie vorbei

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: vorbeigeh(e)n, vorbeizugeh(e)n
  • Infinitief II: vorbeigegangen sein, vorbeigegangen zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: vorbeigehend
  • Participle II: vorbeigegangen

Opmerkingen



Inloggen

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: vorbeigehen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 882549, 882549, 882549, 882549, 882549, 882549

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 1222765, 9965470, 2057154, 6058806, 6852435, 1472202, 6615458, 1096737