Vervoeging van het Duitse werkwoord verreisen

De vervoeging van het werkwoord verreisen (op reis gaan, reizen) is regelmatig. De basisvormen van "verreisen" zijn "verreist", "verreiste" en "ist verreist". Het hulpwerkwoord van verreisen is "sein". ‘verreisen’ is een onscheidbaar werkwoord. Het voorvoegsel ver- blijft altijd met het werkwoord verbonden. Het werkwoord „verreisen” behoort tot de woordenschat op A2-niveau. Je kunt niet alleen verreisen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord verreisen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor verreisen. Opmerkingen ☆

Video 

A2 · regelmatig · sein · onlosmakelijk

verreisen

verreist · verreiste · ist verreist

 s-Samentrekking en e-Uitbreiding 

Engels go away, travel, go on a trip, go out of town, make a journey

/fɐˈʁaɪ̯zn̩/ · /fɐˈʁaɪ̯st/ · /fɐˈʁaɪ̯stə/ · /fɐˈʁaɪ̯st/

[Reisen] eine Reise machen; wegfahren, reisen, unterwegs sein, mal rauskommen (aus), eine Reise unternehmen

» Tom verreist gern. Engels Tom likes to travel.

Onze website als app.
Handig onderweg.
★★★★★ 4,9

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van verreisen

Tegenwoordige tijd

ich verreise
du verreist
er verreist
wir verreisen
ihr verreist
sie verreisen

Onvoltooid verleden tijd

ich verreiste
du verreistest
er verreiste
wir verreisten
ihr verreistet
sie verreisten

Imperatief

-
verreise (du)
-
verreisen wir
verreist (ihr)
verreisen Sie

Konjunktief I

ich verreise
du verreisest
er verreise
wir verreisen
ihr verreiset
sie verreisen

Konjunktief II

ich verreiste
du verreistest
er verreiste
wir verreisten
ihr verreistet
sie verreisten

Infinitief

verreisen
zu verreisen

Deelwoord

verreisend
verreist

indicatief

Het werkwoord verreisen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich verreise
du verreist
er verreist
wir verreisen
ihr verreist
sie verreisen

Onvoltooid verleden tijd

ich verreiste
du verreistest
er verreiste
wir verreisten
ihr verreistet
sie verreisten

Perfectum

ich bin verreist
du bist verreist
er ist verreist
wir sind verreist
ihr seid verreist
sie sind verreist

Volt. verl. tijd

ich war verreist
du warst verreist
er war verreist
wir waren verreist
ihr wart verreist
sie waren verreist

Toekomende tijd I

ich werde verreisen
du wirst verreisen
er wird verreisen
wir werden verreisen
ihr werdet verreisen
sie werden verreisen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde verreist sein
du wirst verreist sein
er wird verreist sein
wir werden verreist sein
ihr werdet verreist sein
sie werden verreist sein

  • Tom verreist gern. 
  • Tom verreist am Freitag. 
  • Im Winter verreise ich gern allein. 
Onze website als app.
Handig onderweg.
★★★★★ 4,9

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord verreisen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich verreise
du verreisest
er verreise
wir verreisen
ihr verreiset
sie verreisen

Konjunktief II

ich verreiste
du verreistest
er verreiste
wir verreisten
ihr verreistet
sie verreisten

Voltooid Konj.

ich sei verreist
du seiest verreist
er sei verreist
wir seien verreist
ihr seiet verreist
sie seien verreist

Konj. volt. verl. t.

ich wäre verreist
du wärest verreist
er wäre verreist
wir wären verreist
ihr wäret verreist
sie wären verreist

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde verreisen
du werdest verreisen
er werde verreisen
wir werden verreisen
ihr werdet verreisen
sie werden verreisen

Toek. volt. aanw.

ich werde verreist sein
du werdest verreist sein
er werde verreist sein
wir werden verreist sein
ihr werdet verreist sein
sie werden verreist sein

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde verreisen
du würdest verreisen
er würde verreisen
wir würden verreisen
ihr würdet verreisen
sie würden verreisen

Verleden cond.

ich würde verreist sein
du würdest verreist sein
er würde verreist sein
wir würden verreist sein
ihr würdet verreist sein
sie würden verreist sein

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord verreisen


Tegenwoordige tijd

verreise (du)
verreisen wir
verreist (ihr)
verreisen Sie

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor verreisen


Infinitief I


verreisen
zu verreisen

Infinitief II


verreist sein
verreist zu sein

Tegenwoordig deelwoord


verreisend

Participle II


verreist

  • Ich war eine Woche verreist . 
  • Bist du schon einmal mit dem Flugzeug verreist ? 
  • Ich habe Lust, zu verreisen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor verreisen


  • Tom verreist gern. 
    Engels Tom likes to travel.
  • Tom verreist am Freitag. 
    Engels Tom is leaving on a trip on Friday.
  • Ich war eine Woche verreist . 
    Engels I was away for a week.
  • Im Winter verreise ich gern allein. 
    Engels In winter, I like to travel alone.
  • Ich verreise lieber mit dem eigenen Auto. 
    Engels I prefer to travel with my own car.
  • Bist du schon einmal mit dem Flugzeug verreist ? 
    Engels Have you ever traveled in a plane?
  • Tom verreist gerne. 
    Engels Tom loves taking trips.

Voorbeelden 
Onze website als app.
Handig onderweg.
★★★★★ 4,9

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse verreisen


Duits verreisen
Engels go away, travel, go on a trip, go out of town, make a journey
Russisch уезжать, уехать, выезжать, выехать, отбывать, путешествовать, отбыть
Spaans irse de viaje, viajar, partir de viaje
Frans partir en voyage, voyager, se déplacer
Turks seyahate çıkmak, gezintiye çıkmak, seyahat etmek, yola çıkmak, yolculuk yapmak
Portugees fazer uma viagem, ir de viagem, partir de viagem, viajar, ir para fora
Italiaans andare in viaggio, partire, fare un viaggio, salpare, viaggiare
Roemeens calatori, călători, pleca, pleca în călătorie
Hongaars elutazik, utazni, útra kel
Pools wyjeżdżać, podróżować
Grieks πάω σε ταξίδι, ταξιδεύω
Nederlands op reis gaan, reizen
Tsjechisch cestovat, odcestovat, odjet
Zweeds resa, resa bort
Deens rejse, rejse bort
Japans 出発する, 旅行する, 旅行に出る
Catalaans fer un viatge, viatjar
Fins matkustaa, reissata
Noors reise, reise bort
Baskisch bidaiatu
Servisch otputovati, putovati
Macedonisch патување
Sloveens odpotovati, potovati
Slowaaks cestovať, odcestovať
Bosnisch otputovati, putovati
Kroatisch otputovati, putovati
Oekraïens подорожувати, вирушати в подорож, виїзджати, від’їжджати
Bulgaars заминавам, пътувам
Wit-Russisch адпраўляцца ў падарожжа
Indonesisch berwisata
Vietnamees đi du lịch
Oezbeeks sayohat qilmoq
Hindi यात्रा करना
Chinees 旅行
Thais เที่ยว
Koreaans 여행하다
Azerbeidzjaans səyahət etmək
Georgisch გზაზე წასვლა
Bengaals ভ্রমণ করা
Albanees udhëtoj
Marathi यात्रा करणे
Nepalees यात्रा गर्नु
Lets ceļot
Tamil யாத்திரை செய்ய
Ests reisida
Armeens ճամփորդել
Koerdisch gezîn
Hebreeuwsלנסוע
Arabischارتحل، السفر، سافر، قام برحلة
Perzischسفر کردن، مسافرت رفتن
Urduسفر کرنا

verreisen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van verreisen

  • [Reisen] eine Reise machen, wegfahren, reisen, unterwegs sein, mal rauskommen (aus), eine Reise unternehmen

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Veelgestelde vragen over het werkwoord "verreisen"

Overzicht van alle tijden van het werkwoord verreisen

Wat zijn de stamvormen van „verreisen”?

De basisvormen van "verreisen" zijn "verreist", "verreiste" en "ist verreist".

Met welk hulpwerkwoord wordt „verreisen“ gevormd?

Het hulpwerkwoord van verreisen is "sein".

Is “verreisen” regelmatig of onregelmatig?

De vervoeging van het werkwoord verreisen (op reis gaan, reizen) is regelmatig.

Is „verreisen” scheidbaar of onscheidbaar?

‘verreisen’ is een onscheidbaar werkwoord. Het voorvoegsel ver- blijft altijd met het werkwoord verbonden.

Op welk taalniveau wordt ‘verreisen’ gebruikt?

Het werkwoord „verreisen” behoort tot de woordenschat op A2-niveau.

Hoe vervoeg je “verreisen” in de aantonende wijs?

De vormen van de indicatief zijn:
Tegenwoordige tijd: ich verreise, du verreist, er verreist, wir verreisen, ihr verreist, sie verreisen
Onvoltooid verleden tijd: ich verreiste, du verreistest, er verreiste, wir verreisten, ihr verreistet, sie verreisten
Perfectum: ich bin verreist, du bist verreist, er ist verreist, wir sind verreist, ihr seid verreist, sie sind verreist
Voltooid verleden tijd: ich war verreist, du warst verreist, er war verreist, wir waren verreist, ihr wart verreist, sie waren verreist
Toekomende tijd I: ich werde verreisen, du wirst verreisen, er wird verreisen, wir werden verreisen, ihr werdet verreisen, sie werden verreisen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde verreist sein, du wirst verreist sein, er wird verreist sein, wir werden verreist sein, ihr werdet verreist sein, sie werden verreist sein

Wat is de conjunctief van “verreisen”?

De aanvoegende wijs van “verreisen” is:
Tegenwoordige tijd: ich verreise, du verreist, er verreist, wir verreisen, ihr verreist, sie verreisen
Onvoltooid verleden tijd: ich verreiste, du verreistest, er verreiste, wir verreisten, ihr verreistet, sie verreisten
Perfectum: ich bin verreist, du bist verreist, er ist verreist, wir sind verreist, ihr seid verreist, sie sind verreist
Voltooid verleden tijd: ich war verreist, du warst verreist, er war verreist, wir waren verreist, ihr wart verreist, sie waren verreist
Toekomende tijd I: ich werde verreisen, du wirst verreisen, er wird verreisen, wir werden verreisen, ihr werdet verreisen, sie werden verreisen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde verreist sein, du wirst verreist sein, er wird verreist sein, wir werden verreist sein, ihr werdet verreist sein, sie werden verreist sein
Tegenwoordige tijd: ich verreise, du verreisest, er verreise, wir verreisen, ihr verreiset, sie verreisen
Onvoltooid verleden tijd: ich verreiste, du verreistest, er verreiste, wir verreisten, ihr verreistet, sie verreisten
Perfectum: ich sei verreist, du seiest verreist, er sei verreist, wir seien verreist, ihr seiet verreist, sie seien verreist
Voltooid verleden tijd: ich wäre verreist, du wärest verreist, er wäre verreist, wir wären verreist, ihr wäret verreist, sie wären verreist
Toekomende tijd I: ich werde verreisen, du werdest verreisen, er werde verreisen, wir werden verreisen, ihr werdet verreisen, sie werden verreisen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde verreist sein, du werdest verreist sein, er werde verreist sein, wir werden verreist sein, ihr werdet verreist sein, sie werden verreist sein

Wat is de imperatief van “verreisen”?

De gebiedende wijs van “verreisen” is:
Tegenwoordige tijd: verreise (du), verreisen wir, verreist (ihr), verreisen Sie

Welke niet-finite vormen heeft "verreisen"?

De niet-finitieve vormen van “verreisen” zijn:
Tegenwoordige tijd: verreise (du), verreisen wir, verreist (ihr), verreisen Sie
Infinitief I: verreisen, zu verreisen
Infinitief II: verreist sein, verreist zu sein
Tegenwoordig deelwoord: verreisend
Participle II: verreist

De vervoeging van het werkwoord verreisen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord verreisen is daarom een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor wie Duits leert is het essentieel om de juiste vervoeging en de correct verbogen vormen (verreist - verreiste - ist verreist) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary verreisen en op verreisen in de Duden.

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 7592125, 1940942, 2242477, 4603907, 465212, 351714, 9672990, 1677913

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 66232

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: verreisen

Onze website als app.
Handig onderweg.
★★★★★ 4,9