Vervoeging van het Duitse werkwoord staffeln

De vervoeging van het werkwoord staffeln (opstapelen, echelonneren) is regelmatig. De basisvormen zijn staffelt, staffelte en hat gestaffelt. Het hulpwerkwoord van staffeln is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord staffeln beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor staffeln. Je kunt niet alleen staffeln vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

regelmatig · haben

staffeln

staffelt · staffelte · hat gestaffelt

 Geen informele e-wegval mogelijk 

Engels stagger, arrange, differentiate, echelon, grade, graduate, order, phase, scale, sequence, tier

/ˈʃtafəln/ · /ˈʃtafəlt/ · /ˈʃtafəltə/ · /ɡəˈʃtafəlt/

etwas treppenartig übereinanderstellen; etwas nach bestimmten Kriterien in eine Reihenfolge anordnen

(sich, acc.)

» Der Mitgliedsbeitrag wird oft nach Altersgruppen gestaffelt . Engels The membership fee is often tiered by age groups.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van staffeln

Tegenwoordige tijd

ich staff(e)l(e)⁵
du staffelst
er staffelt
wir staffeln
ihr staffelt
sie staffeln

Onvoltooid verleden tijd

ich staffelte
du staffeltest
er staffelte
wir staffelten
ihr staffeltet
sie staffelten

Imperatief

-
staff(e)l(e)⁵ (du)
-
staffeln wir
staffelt (ihr)
staffeln Sie

Konjunktief I

ich staff(e)le
du staffelst
er staff(e)le
wir staffeln
ihr staffelt
sie staffeln

Konjunktief II

ich staffelte
du staffeltest
er staffelte
wir staffelten
ihr staffeltet
sie staffelten

Infinitief

staffeln
zu staffeln

Deelwoord

staffelnd
gestaffelt

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord staffeln vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich staff(e)l(e)⁵
du staffelst
er staffelt
wir staffeln
ihr staffelt
sie staffeln

Onvoltooid verleden tijd

ich staffelte
du staffeltest
er staffelte
wir staffelten
ihr staffeltet
sie staffelten

Perfectum

ich habe gestaffelt
du hast gestaffelt
er hat gestaffelt
wir haben gestaffelt
ihr habt gestaffelt
sie haben gestaffelt

Volt. verl. tijd

ich hatte gestaffelt
du hattest gestaffelt
er hatte gestaffelt
wir hatten gestaffelt
ihr hattet gestaffelt
sie hatten gestaffelt

Toekomende tijd I

ich werde staffeln
du wirst staffeln
er wird staffeln
wir werden staffeln
ihr werdet staffeln
sie werden staffeln

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde gestaffelt haben
du wirst gestaffelt haben
er wird gestaffelt haben
wir werden gestaffelt haben
ihr werdet gestaffelt haben
sie werden gestaffelt haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Staffeln Sie bei Ihrer Liste die Ziele auch zeitlich, damit diese nicht miteinander kollidieren und Sie erneut unter Stress geraten. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord staffeln in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich staff(e)le
du staffelst
er staff(e)le
wir staffeln
ihr staffelt
sie staffeln

Konjunktief II

ich staffelte
du staffeltest
er staffelte
wir staffelten
ihr staffeltet
sie staffelten

Voltooid Konj.

ich habe gestaffelt
du habest gestaffelt
er habe gestaffelt
wir haben gestaffelt
ihr habet gestaffelt
sie haben gestaffelt

Konj. volt. verl. t.

ich hätte gestaffelt
du hättest gestaffelt
er hätte gestaffelt
wir hätten gestaffelt
ihr hättet gestaffelt
sie hätten gestaffelt

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde staffeln
du werdest staffeln
er werde staffeln
wir werden staffeln
ihr werdet staffeln
sie werden staffeln

Toek. volt. aanw.

ich werde gestaffelt haben
du werdest gestaffelt haben
er werde gestaffelt haben
wir werden gestaffelt haben
ihr werdet gestaffelt haben
sie werden gestaffelt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde staffeln
du würdest staffeln
er würde staffeln
wir würden staffeln
ihr würdet staffeln
sie würden staffeln

Verleden cond.

ich würde gestaffelt haben
du würdest gestaffelt haben
er würde gestaffelt haben
wir würden gestaffelt haben
ihr würdet gestaffelt haben
sie würden gestaffelt haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord staffeln


Tegenwoordige tijd

staff(e)l(e)⁵ (du)
staffeln wir
staffelt (ihr)
staffeln Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor staffeln


Infinitief I


staffeln
zu staffeln

Infinitief II


gestaffelt haben
gestaffelt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


staffelnd

Participle II


gestaffelt

  • Der Mitgliedsbeitrag wird oft nach Altersgruppen gestaffelt . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor staffeln


  • Der Mitgliedsbeitrag wird oft nach Altersgruppen gestaffelt . 
    Engels The membership fee is often tiered by age groups.
  • Staffeln Sie bei Ihrer Liste die Ziele auch zeitlich, damit diese nicht miteinander kollidieren und Sie erneut unter Stress geraten. 
    Engels Sort the goals on your list by time so that they do not collide with each other and you do not get stressed again.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse staffeln


Duits staffeln
Engels stagger, arrange, differentiate, echelon, grade, graduate, order, phase
Russisch классифицировать, располагать ярусами, распределять, сортировать, эшелонировать, ярусировать
Spaans escalonar, clasificar, distribuir en escalera, graduar, ordenar
Frans classer, ordonner, échelonner, étager
Turks katmanlamak, derecelere ayırmak, katman, sıralamak
Portugees classificar, dispor em camadas, empilhar, escalar, escalonar, ordenar
Italiaans differenziare, disporre, disporre a gradini, essere graduato, graduare, intervallare, ordinare, scaglionare
Roemeens așeza în trepte, clasificare, ordonare
Hongaars lépcsőzetesen elhelyezni, sorrendbe állít
Pools podzielić, stopniować, szeregować, układać w schody, ustawiać w piętrach, usystematyzować, uszeregować
Grieks διαβαθμίζω, στρώσεις, ταξινόμηση
Nederlands opstapelen, echelonneren, formeren, in echelon opstellen, opstellen, ordenen, schikken, stapelen
Tsjechisch odstupňovat, seřadit, stupňovat, třídit, vrstvit
Zweeds ordna, sortera, stapla
Deens lag, sortere, staple
Japans 並べる, 階段状に配置する, 順序付ける
Catalaans apilar, classificar, esglaonar, ordenar
Fins järjestää, kerrostaa, lajitella, portaittain
Noors redegjøre, sortere, staple, stige
Baskisch mailakatzea, sailkatzea, tartekatzea
Servisch poređivati, postaviti u stepenice, razvrstavati, stepljati
Macedonisch редослед, степенесто
Sloveens nizati, razporediti, razvrstiti, stopnjevati
Slowaaks usporiadať, stupňovať
Bosnisch poređivati, razvrstavati, staplanje
Kroatisch nizanje, poredati, razvrstati, staplanje
Oekraïens послідовність, розташовувати ярусами, сортувати
Bulgaars степенувам, подреждам, подреждам на стъпала
Wit-Russisch паралельна ставіць, размяркоўваць, сартаваць
Indonesisch menata berundak, mengurutkan, menyusun bertingkat
Vietnamees sắp xếp, xếp theo bậc thang
Oezbeeks pog'onali joylashtirmoq, saralash
Hindi क्रमबद्ध करना, सीढ़ीनुमा जमाना, सीढ़ीनुमा लगाना
Chinees 排序, 错落排列, 阶梯式排列
Thais จัดวางแบบขั้นบันได, เรียงลำดับ
Koreaans 계단식으로 배치하다, 정렬하다
Azerbeidzjaans pilləli şəkildə düzmək, sıralamaq
Georgisch დალაგება, კიბისებურად განლაგება
Bengaals ক্রম অনুযায়ী সাজান, ধাপাকারে সাজানো, সিঁড়ির মতো সাজানো
Albanees rendit, rendit në shkallë
Marathi क्रमबद्ध करणे, पायरीसारखे मांडणे, सीढीनुमा मांडणे
Nepalees क्रमबद्ध गर्नु, सिँढीनुमा राख्नु
Telugu క్రమబద్దం చేయడం, మెట్లలాగా అమర్చడం
Lets pakāpjveidā izvietot, sakārtot secībā
Tamil படிநிலையாக அடுக்குதல், வரிசைப்படுத்து
Ests astmeliselt paigutama, järjestama
Armeens աստիճանաձև դասավորել, դասավորել, սանդուղքաձև դասավորել
Koerdisch rêz kirin
Hebreeuwsלארגן، לסדר، לסדר במדרגות
Arabischتدرج، ترتيب، درج
Perzischمرتب کردن، پله‌ای چیدن
Urduترتیب دینا، تھوڑا تھوڑا رکھنا، درجہ بند کرنا، درجہ بندی کرنا

staffeln in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van staffeln

  • etwas treppenartig übereinanderstellen
  • etwas nach bestimmten Kriterien in eine Reihenfolge anordnen
  • staffelweise aufstellen

staffeln in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord staffeln vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord staffeln


De vervoeging van het werkwoord staffeln wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord staffeln is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (staffelt - staffelte - hat gestaffelt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary staffeln en op staffeln in de Duden.

staffeln vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich staff(e)l(e)staffeltestaff(e)lestaffelte-
du staffelststaffelteststaffelststaffelteststaff(e)l(e)
er staffeltstaffeltestaff(e)lestaffelte-
wir staffelnstaffeltenstaffelnstaffeltenstaffeln
ihr staffeltstaffeltetstaffeltstaffeltetstaffelt
sie staffelnstaffeltenstaffelnstaffeltenstaffeln

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich staff(e)l(e), du staffelst, er staffelt, wir staffeln, ihr staffelt, sie staffeln
  • Onvoltooid verleden tijd: ich staffelte, du staffeltest, er staffelte, wir staffelten, ihr staffeltet, sie staffelten
  • Perfectum: ich habe gestaffelt, du hast gestaffelt, er hat gestaffelt, wir haben gestaffelt, ihr habt gestaffelt, sie haben gestaffelt
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte gestaffelt, du hattest gestaffelt, er hatte gestaffelt, wir hatten gestaffelt, ihr hattet gestaffelt, sie hatten gestaffelt
  • Toekomende tijd I: ich werde staffeln, du wirst staffeln, er wird staffeln, wir werden staffeln, ihr werdet staffeln, sie werden staffeln
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gestaffelt haben, du wirst gestaffelt haben, er wird gestaffelt haben, wir werden gestaffelt haben, ihr werdet gestaffelt haben, sie werden gestaffelt haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich staff(e)le, du staffelst, er staff(e)le, wir staffeln, ihr staffelt, sie staffeln
  • Onvoltooid verleden tijd: ich staffelte, du staffeltest, er staffelte, wir staffelten, ihr staffeltet, sie staffelten
  • Perfectum: ich habe gestaffelt, du habest gestaffelt, er habe gestaffelt, wir haben gestaffelt, ihr habet gestaffelt, sie haben gestaffelt
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte gestaffelt, du hättest gestaffelt, er hätte gestaffelt, wir hätten gestaffelt, ihr hättet gestaffelt, sie hätten gestaffelt
  • Toekomende tijd I: ich werde staffeln, du werdest staffeln, er werde staffeln, wir werden staffeln, ihr werdet staffeln, sie werden staffeln
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gestaffelt haben, du werdest gestaffelt haben, er werde gestaffelt haben, wir werden gestaffelt haben, ihr werdet gestaffelt haben, sie werden gestaffelt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde staffeln, du würdest staffeln, er würde staffeln, wir würden staffeln, ihr würdet staffeln, sie würden staffeln
  • Voltooid verleden tijd: ich würde gestaffelt haben, du würdest gestaffelt haben, er würde gestaffelt haben, wir würden gestaffelt haben, ihr würdet gestaffelt haben, sie würden gestaffelt haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: staff(e)l(e) (du), staffeln wir, staffelt (ihr), staffeln Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: staffeln, zu staffeln
  • Infinitief II: gestaffelt haben, gestaffelt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: staffelnd
  • Participle II: gestaffelt

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 852617, 852617

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 90410, 34970