Vervoeging van het Duitse werkwoord aufbinden

De vervoeging van het werkwoord aufbinden (opbinden, belasten) is onregelmatig. De basisvormen zijn bindet auf, band auf en hat aufgebunden. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers i - a - u. Het hulpwerkwoord van aufbinden is "haben". De eerste lettergreep auf- van aufbinden is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord aufbinden beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor aufbinden. Je kunt niet alleen aufbinden vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

onregelmatig · haben · scheidbaar

auf·binden

bindet auf · band auf · hat aufgebunden

 toevoeging van -e   Verandering van de stamklinker  i - a - u 

Engels burden, deceive, loose, turn up, unbind, undo, unlace, untie

/ˈaʊfˌbɪndn̩/ · /ˈbɪndət aʊf/ · /ˈbaːnd aʊf/ · /ˈbɛn.də aʊf/ · /ˈaʊfɡəˈbʊndn̩/

binden, lösen, beschwindeln, hochbinden, aufbürden; abbinden, aufschnüren, losbinden

(sich+D, dat., acc., auf+A)

» Tom begann, seine Schuhe aufzubinden . Engels Tom started to untie his shoes.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van aufbinden

Tegenwoordige tijd

ich bind(e)⁵ auf
du bindest auf
er bindet auf
wir binden auf
ihr bindet auf
sie binden auf

Onvoltooid verleden tijd

ich band auf
du band(e)⁷st auf
er band auf
wir banden auf
ihr bandet auf
sie banden auf

Imperatief

-
bind(e)⁵ (du) auf
-
binden wir auf
bindet (ihr) auf
binden Sie auf

Konjunktief I

ich binde auf
du bindest auf
er binde auf
wir binden auf
ihr bindet auf
sie binden auf

Konjunktief II

ich bände/bünde auf
du bändest/bündest auf
er bände/bünde auf
wir bänden/bünden auf
ihr bändet/bündet auf
sie bänden/bünden auf

Infinitief

aufbinden
aufzubinden

Deelwoord

aufbindend
aufgebunden

⁵ Alleen in informeel taalgebruik⁷ Verouderd gebruik


indicatief

Het werkwoord aufbinden vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich bind(e)⁵ auf
du bindest auf
er bindet auf
wir binden auf
ihr bindet auf
sie binden auf

Onvoltooid verleden tijd

ich band auf
du band(e)⁷st auf
er band auf
wir banden auf
ihr bandet auf
sie banden auf

Perfectum

ich habe aufgebunden
du hast aufgebunden
er hat aufgebunden
wir haben aufgebunden
ihr habt aufgebunden
sie haben aufgebunden

Volt. verl. tijd

ich hatte aufgebunden
du hattest aufgebunden
er hatte aufgebunden
wir hatten aufgebunden
ihr hattet aufgebunden
sie hatten aufgebunden

Toekomende tijd I

ich werde aufbinden
du wirst aufbinden
er wird aufbinden
wir werden aufbinden
ihr werdet aufbinden
sie werden aufbinden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde aufgebunden haben
du wirst aufgebunden haben
er wird aufgebunden haben
wir werden aufgebunden haben
ihr werdet aufgebunden haben
sie werden aufgebunden haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik⁷ Verouderd gebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord aufbinden in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich binde auf
du bindest auf
er binde auf
wir binden auf
ihr bindet auf
sie binden auf

Konjunktief II

ich bände/bünde auf
du bändest/bündest auf
er bände/bünde auf
wir bänden/bünden auf
ihr bändet/bündet auf
sie bänden/bünden auf

Voltooid Konj.

ich habe aufgebunden
du habest aufgebunden
er habe aufgebunden
wir haben aufgebunden
ihr habet aufgebunden
sie haben aufgebunden

Konj. volt. verl. t.

ich hätte aufgebunden
du hättest aufgebunden
er hätte aufgebunden
wir hätten aufgebunden
ihr hättet aufgebunden
sie hätten aufgebunden

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde aufbinden
du werdest aufbinden
er werde aufbinden
wir werden aufbinden
ihr werdet aufbinden
sie werden aufbinden

Toek. volt. aanw.

ich werde aufgebunden haben
du werdest aufgebunden haben
er werde aufgebunden haben
wir werden aufgebunden haben
ihr werdet aufgebunden haben
sie werden aufgebunden haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde aufbinden
du würdest aufbinden
er würde aufbinden
wir würden aufbinden
ihr würdet aufbinden
sie würden aufbinden

Verleden cond.

ich würde aufgebunden haben
du würdest aufgebunden haben
er würde aufgebunden haben
wir würden aufgebunden haben
ihr würdet aufgebunden haben
sie würden aufgebunden haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord aufbinden


Tegenwoordige tijd

bind(e)⁵ (du) auf
binden wir auf
bindet (ihr) auf
binden Sie auf

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor aufbinden


Infinitief I


aufbinden
aufzubinden

Infinitief II


aufgebunden haben
aufgebunden zu haben

Tegenwoordig deelwoord


aufbindend

Participle II


aufgebunden

  • Tom begann, seine Schuhe aufzubinden . 
  • Du willst uns wohl einen Bären aufbinden ? 
  • Ich glaube, er hat mir da einen Bären aufgebunden . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor aufbinden


  • Tom begann, seine Schuhe aufzubinden . 
    Engels Tom started to untie his shoes.
  • Du willst uns wohl einen Bären aufbinden ? 
    Engels Do you want to pull a fast one on us?
  • Ich glaube, er hat mir da einen Bären aufgebunden . 
    Engels I think he tricked me.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse aufbinden


Duits aufbinden
Engels burden, deceive, loose, turn up, unbind, undo, unlace, untie
Russisch завязывать, заканчивать вязать, закончить вязать, навязать, навязывать, обременять, отвязать, отвязывать
Spaans desatar, atar, cargar, deshacer, desligar, encuadernar, engañar, soltar
Frans attacher, charger, défaire, délacer, délier, dénouer, lier
Turks bağlamak, kandırmak, yutturmak, yüklemek, çözmek
Portugees amarrar, carregar, desamarrar, desatacar, desatar, enganar, impor
Italiaans legare, slegare, alzare, disfare, fissare a, imporre, ingannare, legare a
Roemeens desface, legare, ridica, încărca, înșela
Hongaars felköt, felkötni, kötni, megkárosítani
Pools bindować, obciążać, rozsznurowywać, rozwiązać, rozwiązywać, wiązać, zbindować
Grieks δέσιμο, λύνω, ξεδένω, φορτίο
Nederlands opbinden, belasten, binden, losknopen, losmaken, opsteken, vastbinden, vastmaken
Tsjechisch naložit, oklamat, přivázat, rozvazovat, rozvazovatvázat, svázat, uvolnit
Zweeds belasta, binda, binda upp, knyta upp, lös, lösa upp
Deens belaste, binde, binde op, løse, løse op
Japans だます, 結ぶ, 解く, 負担をかける, 高く結ぶ
Catalaans carregar, deslligar
Fins kuormittaa, sidonta, sitoutua
Noors binde, bånd, løse
Baskisch altxatu, askatu, engainatu, kargatu, lotu
Servisch opterećivati, vezati
Macedonisch врзување, обременување, разврзување
Sloveens naložiti, vezati
Slowaaks naložiť, oklamať, pripevniť, uvoľniť, viazať
Bosnisch opterećivati, otvoriti, povezati, prevariti, vezati
Kroatisch opterećivati, otvoriti, povezati, prevariti, vezati
Oekraïens зав'язувати, обтяжувати
Bulgaars връзвам, обременявам
Wit-Russisch завязваць, падманваць
Indonesisch melepaskan, menipu
Vietnamees cởi, lừa
Oezbeeks aldamoq, yechmoq
Hindi खोलना, छलना
Chinees 欺骗, 解开
Thais หลอก, แก้
Koreaans 속이다, 풀다
Azerbeidzjaans aldatmaq, açmaq
Georgisch ატყუება, გახსნა
Bengaals খোলা, ঠকানো
Albanees mashtroj, zgjidh
Marathi फसवणे, सोडवणे
Nepalees खोल्नु, छल्नु
Telugu విప్పు
Lets apmānīt, atraisīt
Tamil அவிழ், ஏமாற்று
Ests lahti siduma, petma
Armeens արձակել, խաբել
Koerdisch firîbkirin, vekirin
Hebreeuwsלהטיל، לפתוח، לקשור
Arabischتحميل، حل، خداع، ربط، رفع، فك
Perzischبستن، گذاشتن
Urduباندھنا، لٹکانا

aufbinden in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van aufbinden

  • binden, lösen, beschwindeln, hochbinden, aufbürden
  • abbinden, aufschnüren, losbinden

aufbinden in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor aufbinden


  • jemand/etwas bindet etwas auf etwas auf

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord aufbinden vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord aufbinden


De vervoeging van het werkwoord auf·binden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord auf·binden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (bindet auf - band auf - hat aufgebunden) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary aufbinden en op aufbinden in de Duden.

aufbinden vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich bind(e) aufband aufbinde aufbände/bünde auf-
du bindest aufband(e)st aufbindest aufbändest/bündest aufbind(e) auf
er bindet aufband aufbinde aufbände/bünde auf-
wir binden aufbanden aufbinden aufbänden/bünden aufbinden auf
ihr bindet aufbandet aufbindet aufbändet/bündet aufbindet auf
sie binden aufbanden aufbinden aufbänden/bünden aufbinden auf

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich bind(e) auf, du bindest auf, er bindet auf, wir binden auf, ihr bindet auf, sie binden auf
  • Onvoltooid verleden tijd: ich band auf, du band(e)st auf, er band auf, wir banden auf, ihr bandet auf, sie banden auf
  • Perfectum: ich habe aufgebunden, du hast aufgebunden, er hat aufgebunden, wir haben aufgebunden, ihr habt aufgebunden, sie haben aufgebunden
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte aufgebunden, du hattest aufgebunden, er hatte aufgebunden, wir hatten aufgebunden, ihr hattet aufgebunden, sie hatten aufgebunden
  • Toekomende tijd I: ich werde aufbinden, du wirst aufbinden, er wird aufbinden, wir werden aufbinden, ihr werdet aufbinden, sie werden aufbinden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde aufgebunden haben, du wirst aufgebunden haben, er wird aufgebunden haben, wir werden aufgebunden haben, ihr werdet aufgebunden haben, sie werden aufgebunden haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich binde auf, du bindest auf, er binde auf, wir binden auf, ihr bindet auf, sie binden auf
  • Onvoltooid verleden tijd: ich bände/bünde auf, du bändest/bündest auf, er bände/bünde auf, wir bänden/bünden auf, ihr bändet/bündet auf, sie bänden/bünden auf
  • Perfectum: ich habe aufgebunden, du habest aufgebunden, er habe aufgebunden, wir haben aufgebunden, ihr habet aufgebunden, sie haben aufgebunden
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte aufgebunden, du hättest aufgebunden, er hätte aufgebunden, wir hätten aufgebunden, ihr hättet aufgebunden, sie hätten aufgebunden
  • Toekomende tijd I: ich werde aufbinden, du werdest aufbinden, er werde aufbinden, wir werden aufbinden, ihr werdet aufbinden, sie werden aufbinden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde aufgebunden haben, du werdest aufgebunden haben, er werde aufgebunden haben, wir werden aufgebunden haben, ihr werdet aufgebunden haben, sie werden aufgebunden haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde aufbinden, du würdest aufbinden, er würde aufbinden, wir würden aufbinden, ihr würdet aufbinden, sie würden aufbinden
  • Voltooid verleden tijd: ich würde aufgebunden haben, du würdest aufgebunden haben, er würde aufgebunden haben, wir würden aufgebunden haben, ihr würdet aufgebunden haben, sie würden aufgebunden haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: bind(e) (du) auf, binden wir auf, bindet (ihr) auf, binden Sie auf

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: aufbinden, aufzubinden
  • Infinitief II: aufgebunden haben, aufgebunden zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: aufbindend
  • Participle II: aufgebunden

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 2839955, 1226734, 4096821

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: aufbinden