Vervoeging van het Duitse werkwoord obstruieren

De vervoeging van het werkwoord obstruieren (obstructie, obstructie voeren) is regelmatig. De basisvormen zijn obstruiert, obstruierte en hat obstruiert. Het hulpwerkwoord van obstruieren is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord obstruieren beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor obstruieren. Je kunt niet alleen obstruieren vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · regelmatig · haben

obstruieren

obstruiert · obstruierte · hat obstruiert

Engels obstruct, block, stonewall

/ɔpstʁuˈiːʁən/ · /ɔpstʁuˈiːɐ̯t/ · /ɔpstʁuˈiːɐ̯tə/ · /ɔpstʁuˈiːɐ̯t/

[Medizin, …, Fachsprache] verstopfen, z. B. einen Kanal durch einen entzündlichen Prozess; verstopfen; hindern, hemmen, hintertreiben, erschweren

acc.

» Die Opposition wird die vorgeschlagenen Gesetzesentwürfe obstruieren . Engels The opposition will obstruct the proposed bills.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van obstruieren

Tegenwoordige tijd

ich obstruier(e)⁵
du obstruierst
er obstruiert
wir obstruieren
ihr obstruiert
sie obstruieren

Onvoltooid verleden tijd

ich obstruierte
du obstruiertest
er obstruierte
wir obstruierten
ihr obstruiertet
sie obstruierten

Imperatief

-
obstruier(e)⁵ (du)
-
obstruieren wir
obstruiert (ihr)
obstruieren Sie

Konjunktief I

ich obstruiere
du obstruierest
er obstruiere
wir obstruieren
ihr obstruieret
sie obstruieren

Konjunktief II

ich obstruierte
du obstruiertest
er obstruierte
wir obstruierten
ihr obstruiertet
sie obstruierten

Infinitief

obstruieren
zu obstruieren

Deelwoord

obstruierend
obstruiert

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord obstruieren vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich obstruier(e)⁵
du obstruierst
er obstruiert
wir obstruieren
ihr obstruiert
sie obstruieren

Onvoltooid verleden tijd

ich obstruierte
du obstruiertest
er obstruierte
wir obstruierten
ihr obstruiertet
sie obstruierten

Perfectum

ich habe obstruiert
du hast obstruiert
er hat obstruiert
wir haben obstruiert
ihr habt obstruiert
sie haben obstruiert

Volt. verl. tijd

ich hatte obstruiert
du hattest obstruiert
er hatte obstruiert
wir hatten obstruiert
ihr hattet obstruiert
sie hatten obstruiert

Toekomende tijd I

ich werde obstruieren
du wirst obstruieren
er wird obstruieren
wir werden obstruieren
ihr werdet obstruieren
sie werden obstruieren

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde obstruiert haben
du wirst obstruiert haben
er wird obstruiert haben
wir werden obstruiert haben
ihr werdet obstruiert haben
sie werden obstruiert haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord obstruieren in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich obstruiere
du obstruierest
er obstruiere
wir obstruieren
ihr obstruieret
sie obstruieren

Konjunktief II

ich obstruierte
du obstruiertest
er obstruierte
wir obstruierten
ihr obstruiertet
sie obstruierten

Voltooid Konj.

ich habe obstruiert
du habest obstruiert
er habe obstruiert
wir haben obstruiert
ihr habet obstruiert
sie haben obstruiert

Konj. volt. verl. t.

ich hätte obstruiert
du hättest obstruiert
er hätte obstruiert
wir hätten obstruiert
ihr hättet obstruiert
sie hätten obstruiert

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde obstruieren
du werdest obstruieren
er werde obstruieren
wir werden obstruieren
ihr werdet obstruieren
sie werden obstruieren

Toek. volt. aanw.

ich werde obstruiert haben
du werdest obstruiert haben
er werde obstruiert haben
wir werden obstruiert haben
ihr werdet obstruiert haben
sie werden obstruiert haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde obstruieren
du würdest obstruieren
er würde obstruieren
wir würden obstruieren
ihr würdet obstruieren
sie würden obstruieren

Verleden cond.

ich würde obstruiert haben
du würdest obstruiert haben
er würde obstruiert haben
wir würden obstruiert haben
ihr würdet obstruiert haben
sie würden obstruiert haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord obstruieren


Tegenwoordige tijd

obstruier(e)⁵ (du)
obstruieren wir
obstruiert (ihr)
obstruieren Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor obstruieren


Infinitief I


obstruieren
zu obstruieren

Infinitief II


obstruiert haben
obstruiert zu haben

Tegenwoordig deelwoord


obstruierend

Participle II


obstruiert

  • Die Opposition wird die vorgeschlagenen Gesetzesentwürfe obstruieren . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor obstruieren


  • Die Opposition wird die vorgeschlagenen Gesetzesentwürfe obstruieren . 
    Engels The opposition will obstruct the proposed bills.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse obstruieren


Duits obstruieren
Engels obstruct, block, stonewall
Russisch засорять, перекрывать
Spaans bloquear, obstruir
Frans boucher, obstruer
Turks engel olmak, tıkamak
Portugees bloquear, obstruir
Italiaans ostruire, bloccarsi, occludere, ostacolare
Roemeens bloca, obstrucționa
Hongaars akadályoz, elzár
Pools blokować, zatykać
Grieks εμποδίζω, κωλυσιεργώ, φράσσω
Nederlands obstructie, obstructie voeren, verstoppen
Tsjechisch ucpat
Zweeds obstruera, blockera, stoppa
Deens blokere, forhindre
Japans 塞ぐ, 妨害する
Catalaans bloquejar, obstruir
Fins estää, tukahduttaa
Noors blokkerer, hindrer
Baskisch blokeatu, mututu, obstrukzio
Servisch blokirati, zapušiti
Macedonisch запушување
Sloveens ovirati, zamašiti
Slowaaks upchať, zablokovať
Bosnisch blokirati, zapriječiti
Kroatisch blokirati, zapriječiti
Oekraïens забивати, перекривати
Bulgaars запушвам, препятствам
Wit-Russisch забараняць, перашкаджаць
Indonesisch menyumbat
Vietnamees chặn
Oezbeeks to'sqinlamoq
Hindi अवरोध डालना
Chinees 阻塞
Thais อุดตัน
Koreaans 막다
Azerbeidzjaans tıxışdırmaq
Georgisch დაბლოკება
Bengaals বাধা দেওয়া
Albanees bllokoj
Marathi अडवणे
Nepalees अवरोध गर्नु
Telugu అడ్డుకోవడం
Lets aizsprostot
Tamil தடுக்க
Ests takistama, ummistama
Armeens խոչընդոտել
Koerdisch asteng kirin
Hebreeuwsחסימה، סתימה
Arabischانسداد
Perzischمانع شدن، مسدود کردن
Urduبند کرنا، رکاوٹ ڈالنا

obstruieren in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van obstruieren

  • hindern, erschweren, hemmen, verhindern
  • [Medizin] verstopfen, z. B. einen Kanal durch einen entzündlichen Prozess
  • [Fachsprache, Medizin] verstopfen, hemmen, hintertreiben, mauern, entgegenwirken, sperren

obstruieren in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord obstruieren vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord obstruieren


De vervoeging van het werkwoord obstruieren wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord obstruieren is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (obstruiert - obstruierte - hat obstruiert) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary obstruieren en op obstruieren in de Duden.

obstruieren vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich obstruier(e)obstruierteobstruiereobstruierte-
du obstruierstobstruiertestobstruierestobstruiertestobstruier(e)
er obstruiertobstruierteobstruiereobstruierte-
wir obstruierenobstruiertenobstruierenobstruiertenobstruieren
ihr obstruiertobstruiertetobstruieretobstruiertetobstruiert
sie obstruierenobstruiertenobstruierenobstruiertenobstruieren

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich obstruier(e), du obstruierst, er obstruiert, wir obstruieren, ihr obstruiert, sie obstruieren
  • Onvoltooid verleden tijd: ich obstruierte, du obstruiertest, er obstruierte, wir obstruierten, ihr obstruiertet, sie obstruierten
  • Perfectum: ich habe obstruiert, du hast obstruiert, er hat obstruiert, wir haben obstruiert, ihr habt obstruiert, sie haben obstruiert
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte obstruiert, du hattest obstruiert, er hatte obstruiert, wir hatten obstruiert, ihr hattet obstruiert, sie hatten obstruiert
  • Toekomende tijd I: ich werde obstruieren, du wirst obstruieren, er wird obstruieren, wir werden obstruieren, ihr werdet obstruieren, sie werden obstruieren
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde obstruiert haben, du wirst obstruiert haben, er wird obstruiert haben, wir werden obstruiert haben, ihr werdet obstruiert haben, sie werden obstruiert haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich obstruiere, du obstruierest, er obstruiere, wir obstruieren, ihr obstruieret, sie obstruieren
  • Onvoltooid verleden tijd: ich obstruierte, du obstruiertest, er obstruierte, wir obstruierten, ihr obstruiertet, sie obstruierten
  • Perfectum: ich habe obstruiert, du habest obstruiert, er habe obstruiert, wir haben obstruiert, ihr habet obstruiert, sie haben obstruiert
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte obstruiert, du hättest obstruiert, er hätte obstruiert, wir hätten obstruiert, ihr hättet obstruiert, sie hätten obstruiert
  • Toekomende tijd I: ich werde obstruieren, du werdest obstruieren, er werde obstruieren, wir werden obstruieren, ihr werdet obstruieren, sie werden obstruieren
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde obstruiert haben, du werdest obstruiert haben, er werde obstruiert haben, wir werden obstruiert haben, ihr werdet obstruiert haben, sie werden obstruiert haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde obstruieren, du würdest obstruieren, er würde obstruieren, wir würden obstruieren, ihr würdet obstruieren, sie würden obstruieren
  • Voltooid verleden tijd: ich würde obstruiert haben, du würdest obstruiert haben, er würde obstruiert haben, wir würden obstruiert haben, ihr würdet obstruiert haben, sie würden obstruiert haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: obstruier(e) (du), obstruieren wir, obstruiert (ihr), obstruieren Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: obstruieren, zu obstruieren
  • Infinitief II: obstruiert haben, obstruiert zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: obstruierend
  • Participle II: obstruiert

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 82585

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: obstruieren

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 82585, 82585