Vervoeging van het Duitse werkwoord vollessen ⟨Bijzin⟩

De vervoeging van het werkwoord vollessen (overeten, volgegeten) is onregelmatig. De basisvormen zijn ... vollisst, ... vollaß en ... vollgegessen hat. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers e - a - e. Het hulpwerkwoord van vollessen is "haben". De eerste lettergreep voll- van vollessen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Bijzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord vollessen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor vollessen. Je kunt niet alleen vollessen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

onregelmatig · haben · scheidbaar

voll·essen

... vollisst · ... voll · ... vollgegessen hat

 s-Samentrekking en e-Uitbreiding   Verandering van de stamklinker  e - a - e   Verandering van e/i in de tegenwoordige tijd en de gebiedende wijs   Weglaten van dubbele medeklinkers  ss - ß - ss 

Engels gorge, overeat, stuff oneself

/ˈfoːlˌɛsn̩/ · /ɪst foːl/ · /aːs foːl/ · /ˈɛsə foːl/ · /foːlɡəˈɡɛsn̩/

[Lebensmittel] so viel essen, dass man völlig satt, übersättigt ist; sich anessen, sich anpampfen, anbampfen, sich satt essen

sich, (sich+A, mit+D)

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van vollessen

Tegenwoordige tijd

... ich volless(e)⁵
... du vollisst
... er vollisst
... wir vollessen
... ihr vollesst
... sie vollessen

Onvoltooid verleden tijd

... ich voll
... du voll(es)t
... er voll
... wir vollen
... ihr voll(e)t
... sie vollen

Imperatief

-
iss (du) voll
-
essen wir voll
esst (ihr) voll
essen Sie voll

Konjunktief I

... ich vollesse
... du vollessest
... er vollesse
... wir vollessen
... ihr vollesset
... sie vollessen

Konjunktief II

... ich volläße
... du volläßest
... er volläße
... wir volläßen
... ihr volläßet
... sie volläßen

Infinitief

vollessen
vollzuessen

Deelwoord

vollessend
vollgegessen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord vollessen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

... ich volless(e)⁵
... du vollisst
... er vollisst
... wir vollessen
... ihr vollesst
... sie vollessen

Onvoltooid verleden tijd

... ich voll
... du voll(es)t
... er voll
... wir vollen
... ihr voll(e)t
... sie vollen

Perfectum

... ich vollgegessen habe
... du vollgegessen hast
... er vollgegessen hat
... wir vollgegessen haben
... ihr vollgegessen habt
... sie vollgegessen haben

Volt. verl. tijd

... ich vollgegessen hatte
... du vollgegessen hattest
... er vollgegessen hatte
... wir vollgegessen hatten
... ihr vollgegessen hattet
... sie vollgegessen hatten

Toekomende tijd I

... ich vollessen werde
... du vollessen wirst
... er vollessen wird
... wir vollessen werden
... ihr vollessen werdet
... sie vollessen werden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

... ich vollgegessen haben werde
... du vollgegessen haben wirst
... er vollgegessen haben wird
... wir vollgegessen haben werden
... ihr vollgegessen haben werdet
... sie vollgegessen haben werden

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord vollessen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

... ich vollesse
... du vollessest
... er vollesse
... wir vollessen
... ihr vollesset
... sie vollessen

Konjunktief II

... ich volläße
... du volläßest
... er volläße
... wir volläßen
... ihr volläßet
... sie volläßen

Voltooid Konj.

... ich vollgegessen habe
... du vollgegessen habest
... er vollgegessen habe
... wir vollgegessen haben
... ihr vollgegessen habet
... sie vollgegessen haben

Konj. volt. verl. t.

... ich vollgegessen hätte
... du vollgegessen hättest
... er vollgegessen hätte
... wir vollgegessen hätten
... ihr vollgegessen hättet
... sie vollgegessen hätten

Toekomende aanvoegende wijs I

... ich vollessen werde
... du vollessen werdest
... er vollessen werde
... wir vollessen werden
... ihr vollessen werdet
... sie vollessen werden

Toek. volt. aanw.

... ich vollgegessen haben werde
... du vollgegessen haben werdest
... er vollgegessen haben werde
... wir vollgegessen haben werden
... ihr vollgegessen haben werdet
... sie vollgegessen haben werden

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

... ich vollessen würde
... du vollessen würdest
... er vollessen würde
... wir vollessen würden
... ihr vollessen würdet
... sie vollessen würden

Verleden cond.

... ich vollgegessen haben würde
... du vollgegessen haben würdest
... er vollgegessen haben würde
... wir vollgegessen haben würden
... ihr vollgegessen haben würdet
... sie vollgegessen haben würden

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord vollessen


Tegenwoordige tijd

iss (du) voll
essen wir voll
esst (ihr) voll
essen Sie voll

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor vollessen


Infinitief I


vollessen
vollzuessen

Infinitief II


vollgegessen haben
vollgegessen zu haben

Tegenwoordig deelwoord


vollessend

Participle II


vollgegessen

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse vollessen


Duits vollessen
Engels gorge, overeat, stuff oneself
Russisch наедаться, переедать
Spaans comer en exceso, hartarse, rellenarse de, repletarse, saturarse
Frans manger à satiété, se gaver
Turks doğru doymak, tüketmek
Portugees empanturrar-se, comer demais, empanturrar, fartar-se
Italiaans a crepapelle, abbuffarsi, mangiare a sazietà, mangiare troppo
Roemeens satura, supraalimentare
Hongaars túlenni
Pools przejeść się
Grieks περιδρομιάζω, τρώω τον περίδρομο, υπερκαταναλώνω, χορταίνω
Nederlands overeten, volgegeten, zich dik eten
Tsjechisch přejíst se
Zweeds äta sig mätt, överäta
Deens overæde, spise sig propmæt
Japans 満腹になる, 食べ過ぎる
Catalaans empassar-se, menjar en excés
Fins yli syöminen, ylisyöminen
Noors overmette, spise seg mett
Baskisch jan
Servisch prejedati se, prekomerno jesti
Macedonisch прејадување
Sloveens povsem siti, prežreti
Slowaaks prejesť sa
Bosnisch prejedati se
Kroatisch prejedati se, prekomjerno jesti
Oekraïens наїстися, переповнити
Bulgaars преяждам
Wit-Russisch наесціся
Indonesisch makan sampai kenyang
Vietnamees ăn quá nhiều
Oezbeeks ko'p ovqat yeyish
Hindi भर पेट खाना
Chinees 暴食, 暴饮暴食
Thais กินจนอิ่ม
Koreaans 과식하다
Azerbeidzjaans doyunca yemək, çox yemək
Georgisch გადაჭამა
Bengaals পেট ভরে খাওয়া
Albanees shumë të hash
Marathi पोट भरून खाणे
Nepalees अति खानु
Telugu చాలా తినడం
Lets pārēsties
Tamil அதிகமாக சாப்பிடுதல்
Ests üle sööma
Armeens շատ ուտել
Koerdisch zor xwarin
Hebreeuwsלסיים לאכול
Arabischالإفراط في الأكل
Perzischپرخوری
Urduبھرپور کھانا

vollessen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van vollessen

  • [Lebensmittel] so viel essen, dass man völlig satt, übersättigt ist, sich anessen, sich anpampfen, anbampfen, sich satt essen

vollessen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor vollessen


  • jemand/etwas isst sich mit etwas voll

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord vollessen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord vollessen


De vervoeging van het werkwoord voll·essen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord voll·essen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (... vollisst - ... vollaß - ... vollgegessen hat) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary vollessen en op vollessen in de Duden.

vollessen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich ... volless(e)... vollaß... vollesse... volläße-
du ... vollisst... vollaß(es)t... vollessest... volläßestiss voll
er ... vollisst... vollaß... vollesse... volläße-
wir ... vollessen... vollaßen... vollessen... volläßenessen voll
ihr ... vollesst... vollaß(e)t... vollesset... volläßetesst voll
sie ... vollessen... vollaßen... vollessen... volläßenessen voll

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich volless(e), ... du vollisst, ... er vollisst, ... wir vollessen, ... ihr vollesst, ... sie vollessen
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich vollaß, ... du vollaß(es)t, ... er vollaß, ... wir vollaßen, ... ihr vollaß(e)t, ... sie vollaßen
  • Perfectum: ... ich vollgegessen habe, ... du vollgegessen hast, ... er vollgegessen hat, ... wir vollgegessen haben, ... ihr vollgegessen habt, ... sie vollgegessen haben
  • Voltooid verleden tijd: ... ich vollgegessen hatte, ... du vollgegessen hattest, ... er vollgegessen hatte, ... wir vollgegessen hatten, ... ihr vollgegessen hattet, ... sie vollgegessen hatten
  • Toekomende tijd I: ... ich vollessen werde, ... du vollessen wirst, ... er vollessen wird, ... wir vollessen werden, ... ihr vollessen werdet, ... sie vollessen werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich vollgegessen haben werde, ... du vollgegessen haben wirst, ... er vollgegessen haben wird, ... wir vollgegessen haben werden, ... ihr vollgegessen haben werdet, ... sie vollgegessen haben werden

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich vollesse, ... du vollessest, ... er vollesse, ... wir vollessen, ... ihr vollesset, ... sie vollessen
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich volläße, ... du volläßest, ... er volläße, ... wir volläßen, ... ihr volläßet, ... sie volläßen
  • Perfectum: ... ich vollgegessen habe, ... du vollgegessen habest, ... er vollgegessen habe, ... wir vollgegessen haben, ... ihr vollgegessen habet, ... sie vollgegessen haben
  • Voltooid verleden tijd: ... ich vollgegessen hätte, ... du vollgegessen hättest, ... er vollgegessen hätte, ... wir vollgegessen hätten, ... ihr vollgegessen hättet, ... sie vollgegessen hätten
  • Toekomende tijd I: ... ich vollessen werde, ... du vollessen werdest, ... er vollessen werde, ... wir vollessen werden, ... ihr vollessen werdet, ... sie vollessen werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich vollgegessen haben werde, ... du vollgegessen haben werdest, ... er vollgegessen haben werde, ... wir vollgegessen haben werden, ... ihr vollgegessen haben werdet, ... sie vollgegessen haben werden

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich vollessen würde, ... du vollessen würdest, ... er vollessen würde, ... wir vollessen würden, ... ihr vollessen würdet, ... sie vollessen würden
  • Voltooid verleden tijd: ... ich vollgegessen haben würde, ... du vollgegessen haben würdest, ... er vollgegessen haben würde, ... wir vollgegessen haben würden, ... ihr vollgegessen haben würdet, ... sie vollgegessen haben würden

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: iss (du) voll, essen wir voll, esst (ihr) voll, essen Sie voll

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: vollessen, vollzuessen
  • Infinitief II: vollgegessen haben, vollgegessen zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: vollessend
  • Participle II: vollgegessen

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 1017106