Vervoeging van het Duitse werkwoord verteidigen ⟨Bijzin⟩

De vervoeging van het werkwoord verteidigen (verdedigen, pleiten voor) is regelmatig. De basisvormen zijn ... verteidigt, ... verteidigte en ... verteidigt hat. Het hulpwerkwoord van verteidigen is "haben". Het voorvoegsel ver- van verteidigen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Bijzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord verteidigen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor verteidigen. Je kunt niet alleen verteidigen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau B2. Opmerkingen

Video 

B2 · regelmatig · haben · onlosmakelijk

verteidigen

... verteidigt · ... verteidigte · ... verteidigt hat

 Geen informele e-wegval mogelijk 

Engels defend, protect, advocate, answer (for), bolster up, champion, defend against, excuse, justify, plead (for), plead cause, stand up for, vindicate, plead, stick up for

/fɛɐ̯ˈtaɪ̯dɪɡən/ · /fɛɐ̯ˈtaɪ̯dɪkt/ · /fɛɐ̯ˈtaɪ̯dɪktə/ · /fɛɐ̯ˈtaɪ̯dɪkt/

[…, Sport] einen Angriff abwehren; einen Standpunkt begründen, sich oder etwas rechtfertigen; defendieren, verfechten, Trotz bieten, abwehren

(sich+A, acc., gegen+A)

» Du verteidigtest dich. Engels You defended yourself.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van verteidigen

Tegenwoordige tijd

... ich verteidige
... du verteidigst
... er verteidigt
... wir verteidigen
... ihr verteidigt
... sie verteidigen

Onvoltooid verleden tijd

... ich verteidigte
... du verteidigtest
... er verteidigte
... wir verteidigten
... ihr verteidigtet
... sie verteidigten

Imperatief

-
verteidige (du)
-
verteidigen wir
verteidigt (ihr)
verteidigen Sie

Konjunktief I

... ich verteidige
... du verteidigest
... er verteidige
... wir verteidigen
... ihr verteidiget
... sie verteidigen

Konjunktief II

... ich verteidigte
... du verteidigtest
... er verteidigte
... wir verteidigten
... ihr verteidigtet
... sie verteidigten

Infinitief

verteidigen
zu verteidigen

Deelwoord

verteidigend
verteidigt

indicatief

Het werkwoord verteidigen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

... ich verteidige
... du verteidigst
... er verteidigt
... wir verteidigen
... ihr verteidigt
... sie verteidigen

Onvoltooid verleden tijd

... ich verteidigte
... du verteidigtest
... er verteidigte
... wir verteidigten
... ihr verteidigtet
... sie verteidigten

Perfectum

... ich verteidigt habe
... du verteidigt hast
... er verteidigt hat
... wir verteidigt haben
... ihr verteidigt habt
... sie verteidigt haben

Volt. verl. tijd

... ich verteidigt hatte
... du verteidigt hattest
... er verteidigt hatte
... wir verteidigt hatten
... ihr verteidigt hattet
... sie verteidigt hatten

Toekomende tijd I

... ich verteidigen werde
... du verteidigen wirst
... er verteidigen wird
... wir verteidigen werden
... ihr verteidigen werdet
... sie verteidigen werden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

... ich verteidigt haben werde
... du verteidigt haben wirst
... er verteidigt haben wird
... wir verteidigt haben werden
... ihr verteidigt haben werdet
... sie verteidigt haben werden

  • Ich verteidigte mich. 
  • Tom verteidigte seine Erkenntnisse. 
  • Niemand verteidigt mein Land. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord verteidigen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

... ich verteidige
... du verteidigest
... er verteidige
... wir verteidigen
... ihr verteidiget
... sie verteidigen

Konjunktief II

... ich verteidigte
... du verteidigtest
... er verteidigte
... wir verteidigten
... ihr verteidigtet
... sie verteidigten

Voltooid Konj.

... ich verteidigt habe
... du verteidigt habest
... er verteidigt habe
... wir verteidigt haben
... ihr verteidigt habet
... sie verteidigt haben

Konj. volt. verl. t.

... ich verteidigt hätte
... du verteidigt hättest
... er verteidigt hätte
... wir verteidigt hätten
... ihr verteidigt hättet
... sie verteidigt hätten

Toekomende aanvoegende wijs I

... ich verteidigen werde
... du verteidigen werdest
... er verteidigen werde
... wir verteidigen werden
... ihr verteidigen werdet
... sie verteidigen werden

Toek. volt. aanw.

... ich verteidigt haben werde
... du verteidigt haben werdest
... er verteidigt haben werde
... wir verteidigt haben werden
... ihr verteidigt haben werdet
... sie verteidigt haben werden

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

... ich verteidigen würde
... du verteidigen würdest
... er verteidigen würde
... wir verteidigen würden
... ihr verteidigen würdet
... sie verteidigen würden

Verleden cond.

... ich verteidigt haben würde
... du verteidigt haben würdest
... er verteidigt haben würde
... wir verteidigt haben würden
... ihr verteidigt haben würdet
... sie verteidigt haben würden

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord verteidigen


Tegenwoordige tijd

verteidige (du)
verteidigen wir
verteidigt (ihr)
verteidigen Sie

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor verteidigen


Infinitief I


verteidigen
zu verteidigen

Infinitief II


verteidigt haben
verteidigt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


verteidigend

Participle II


verteidigt

  • Du sollst die Kirche verteidigen . 
  • Sie dürfen sich vor Gericht selbst verteidigen . 
  • Aufgebracht verteidigte es sich selbst. 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor verteidigen


  • Du verteidigtest dich. 
    Engels You defended yourself.
  • Ich verteidigte mich. 
    Engels I defended myself.
  • Tom verteidigte seine Erkenntnisse. 
    Engels Tom defended his findings.
  • Niemand verteidigt mein Land. 
    Engels Nobody defends my country.
  • Verteidigst du sie etwa? 
    Engels Are you defending her?
  • Ich verteidige Tom nicht. 
    Engels I'm not defending Tom.
  • Du sollst die Kirche verteidigen . 
    Engels Thou shalt defend the Church.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse verteidigen


Duits verteidigen
Engels defend, protect, advocate, answer (for), bolster up, champion, defend against, excuse
Russisch защищать, Защищать, защищаться, оборонять, отстаивать, защитить, защититься, оборонить
Spaans defender, acupear, amparar, defenderse, defenderse contra, defenderse de, justificar, justificarse
Frans défendre, justifier, jouer défenseur, maintenir, plaider pour, se défendre contre, soutenir
Turks savunmak, haklı çıkarmak
Portugees defender, defender-se, escudar, justificar, proteger, sustentar
Italiaans difendere, proteggere, difendersi, difendersi in giudizio, discutere, giocare in difesa, giustificare, patrocinare
Roemeens apăra, justificare
Hongaars megvéd, megvédeni, indokolni, véd, védekezik, védelmez
Pools bronić, obronić, uzasadniać
Grieks υπερασπίζομαι, υπερασπίζω, αμυντικός, αμύνομαι, απολογούμαι, δικαιολογούμαι, δικαιολογώ
Nederlands verdedigen, pleiten voor
Tsjechisch bránit, obhajovat, hájit, obhájit, ubránit
Zweeds försvara, förespråka, rättfärdiga
Deens forsvare
Japans 弁護する, 守る, 擁護する, 防ぐ, 防御する, 防戦する
Catalaans defensar, justificar, protegir
Fins puolustaa, perustella, puoltaa, puolustautua
Noors forsvare, begrunne
Baskisch defendatu, justifikatu
Servisch braniti, brani, pravdati
Macedonisch брани, заштитува
Sloveens zagovarjati, braniti, upravičevati
Slowaaks brániť, obhajovať
Bosnisch braniti, odbraniti, pravdati
Kroatisch braniti, pravdati, zastupati
Oekraïens захищати, відстоювати, обґрунтовувати, відбивати
Bulgaars защита, оправдание
Wit-Russisch абароніць
Indonesisch membela pendapat, menghadang serangan, mewakili di pengadilan
Vietnamees bảo vệ quan điểm, ngăn chặn tấn công, đại diện tại tòa
Oezbeeks hujumni to'xtatmoq, pozitsiyasini himoya qilish, sudda vakillik qilish
Hindi अपने पक्ष का बचाव करना, न्यायालय में प्रतिनिधित्व करना, हमला रोकना
Chinees 在法院代理, 抵御攻击, 维护立场
Thais ป้องกันการโจมตี, สนับสนุนมุมมอง, เป็นตัวแทนในศาล
Koreaans 공격을 저지하다, 법정에서 대리하다, 주장을 옹호하다
Azerbeidzjaans hücuma qarşı müdafiə etmək, mövqeyi müdafiə etmək, məhkəmədə təmsil etmək
Georgisch თავდასხმის წინააღმდეგ დაცვა, პოზიციას დაიცვა, სასამართლოში წარმადგენ
Bengaals আক্রমণ প্রতিহত করা, আদালতে প্রতিনিধিত্ব করা, পক্ষকে সমর্থন করা
Albanees mbroj kundër sulmit, mbroj pozicionin, përfaqësim në gjykatë
Marathi आक्रमणाचा प्रतिकार करणे, न्यायालयात प्रतिनिधित्व करणे, पक्षाचे बचाव करणे
Nepalees अदालतमा प्रतिनिधित्व गर्नु, आक्रमण रोक्नु, आफ्नो धारणा समर्थन गर्नु
Telugu ఒక స్థిర అభిప్రాయాన్ని రక్షించడం, కోర్టులో వకీళత్వం వహించటం, దాడిని అడ్డుకోవడం
Lets aizstāvēt nostāju, atvairīt uzbrukumu, tiesā pārstāvēt
Tamil ஒரு நிலைப்பாட்டை ஆதரிக்க, தாக்குதலை தடுப்பது, நீதிமன்றத்தில் பிரதிநிதித்துவம் வழங்குதல்
Ests kohtu ees esindama, rünnakut tagasi lükkama, seisukohta kaitsta
Armeens դատարանի նիստում ներկայացնել, դիրքը պաշտպանալ, հարձակման դեմ պաշտպանվել
Koerdisch li dadgehê parastin, parastin, pozîsyona xwe parastin
Hebreeuwsלהגן، לייצג، לצדוק
Arabischدفاع، تبرير، حامى، دافع عن، دافع عن النفس، دافع عن نفسه، ناضل
Perzischدفاع کردن، توجیه کردن
Urduدفاع کرنا، جواز پیش کرنا

verteidigen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van verteidigen

  • einen Angriff abwehren, defendieren, abwehren, mauern
  • einen Standpunkt begründen, sich oder etwas rechtfertigen
  • vor einem Gericht vertreten
  • [Sport] verfechten, Trotz bieten, rechtfertigen, (sich) wehren, eintreten für, (einer Sache) trotzen

verteidigen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor verteidigen


  • jemand/etwas verteidigt etwas gegen jemanden/etwas
  • jemand/etwas verteidigt sich gegen etwas
  • jemand/etwas verteidigt sich gegen etwas/jemanden
  • jemand/etwas verteidigt sich gegen jemanden/etwas

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord verteidigen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord verteidigen


De vervoeging van het werkwoord verteidigen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord verteidigen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (... verteidigt - ... verteidigte - ... verteidigt hat) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary verteidigen en op verteidigen in de Duden.

verteidigen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich ... verteidige... verteidigte... verteidige... verteidigte-
du ... verteidigst... verteidigtest... verteidigest... verteidigtestverteidige
er ... verteidigt... verteidigte... verteidige... verteidigte-
wir ... verteidigen... verteidigten... verteidigen... verteidigtenverteidigen
ihr ... verteidigt... verteidigtet... verteidiget... verteidigtetverteidigt
sie ... verteidigen... verteidigten... verteidigen... verteidigtenverteidigen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich verteidige, ... du verteidigst, ... er verteidigt, ... wir verteidigen, ... ihr verteidigt, ... sie verteidigen
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich verteidigte, ... du verteidigtest, ... er verteidigte, ... wir verteidigten, ... ihr verteidigtet, ... sie verteidigten
  • Perfectum: ... ich verteidigt habe, ... du verteidigt hast, ... er verteidigt hat, ... wir verteidigt haben, ... ihr verteidigt habt, ... sie verteidigt haben
  • Voltooid verleden tijd: ... ich verteidigt hatte, ... du verteidigt hattest, ... er verteidigt hatte, ... wir verteidigt hatten, ... ihr verteidigt hattet, ... sie verteidigt hatten
  • Toekomende tijd I: ... ich verteidigen werde, ... du verteidigen wirst, ... er verteidigen wird, ... wir verteidigen werden, ... ihr verteidigen werdet, ... sie verteidigen werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich verteidigt haben werde, ... du verteidigt haben wirst, ... er verteidigt haben wird, ... wir verteidigt haben werden, ... ihr verteidigt haben werdet, ... sie verteidigt haben werden

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich verteidige, ... du verteidigest, ... er verteidige, ... wir verteidigen, ... ihr verteidiget, ... sie verteidigen
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich verteidigte, ... du verteidigtest, ... er verteidigte, ... wir verteidigten, ... ihr verteidigtet, ... sie verteidigten
  • Perfectum: ... ich verteidigt habe, ... du verteidigt habest, ... er verteidigt habe, ... wir verteidigt haben, ... ihr verteidigt habet, ... sie verteidigt haben
  • Voltooid verleden tijd: ... ich verteidigt hätte, ... du verteidigt hättest, ... er verteidigt hätte, ... wir verteidigt hätten, ... ihr verteidigt hättet, ... sie verteidigt hätten
  • Toekomende tijd I: ... ich verteidigen werde, ... du verteidigen werdest, ... er verteidigen werde, ... wir verteidigen werden, ... ihr verteidigen werdet, ... sie verteidigen werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich verteidigt haben werde, ... du verteidigt haben werdest, ... er verteidigt haben werde, ... wir verteidigt haben werden, ... ihr verteidigt haben werdet, ... sie verteidigt haben werden

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich verteidigen würde, ... du verteidigen würdest, ... er verteidigen würde, ... wir verteidigen würden, ... ihr verteidigen würdet, ... sie verteidigen würden
  • Voltooid verleden tijd: ... ich verteidigt haben würde, ... du verteidigt haben würdest, ... er verteidigt haben würde, ... wir verteidigt haben würden, ... ihr verteidigt haben würdet, ... sie verteidigt haben würden

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: verteidige (du), verteidigen wir, verteidigt (ihr), verteidigen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: verteidigen, zu verteidigen
  • Infinitief II: verteidigt haben, verteidigt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: verteidigend
  • Participle II: verteidigt

Opmerkingen



Inloggen

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: verteidigen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 98625, 98625, 98625

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 5102192, 4787630, 7448649, 8082777, 5844762, 6105061, 6060124, 7043443

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 98625