Vervoeging van het Duitse werkwoord vertropfen (hat) ⟨Vragende zin⟩

De vervoeging van het werkwoord vertropfen (besmeuren, vallen) is regelmatig. De basisvormen zijn vertropft?, vertropfte? en hat vertropft?. Het hulpwerkwoord van vertropfen is "haben". Er zijn echter ook tijden met het hulpwerkwoord "sein". Het voorvoegsel ver- van vertropfen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Vragende zin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord vertropfen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor vertropfen. Je kunt niet alleen vertropfen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

haben
vertropfen
sein
vertropfen

regelmatig · haben · onlosmakelijk

vertropfen

vertropft? · vertropfte? · hat vertropft?

Engels drip, spill, stain

/fɛɐ̯ˈtʁɔpfn̩/ · /fɛɐ̯ˈtʁɔpft/ · /fɛɐ̯ˈtʁɔpftə/ · /fɛɐ̯ˈtʁɔpft/

in Tropfen fallen, verschütten, beschmutzen

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van vertropfen (hat)

Tegenwoordige tijd

vertropf(e)⁵ ich?
vertropfst du?
vertropft er?
vertropfen wir?
vertropft ihr?
vertropfen sie?

Onvoltooid verleden tijd

vertropfte ich?
vertropftest du?
vertropfte er?
vertropften wir?
vertropftet ihr?
vertropften sie?

Imperatief

-
vertropf(e)⁵ (du)
-
vertropfen wir
vertropft (ihr)
vertropfen Sie

Konjunktief I

vertropfe ich?
vertropfest du?
vertropfe er?
vertropfen wir?
vertropfet ihr?
vertropfen sie?

Konjunktief II

vertropfte ich?
vertropftest du?
vertropfte er?
vertropften wir?
vertropftet ihr?
vertropften sie?

Infinitief

vertropfen
zu vertropfen

Deelwoord

vertropfend
vertropft

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord vertropfen (hat) vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

vertropf(e)⁵ ich?
vertropfst du?
vertropft er?
vertropfen wir?
vertropft ihr?
vertropfen sie?

Onvoltooid verleden tijd

vertropfte ich?
vertropftest du?
vertropfte er?
vertropften wir?
vertropftet ihr?
vertropften sie?

Perfectum

habe ich vertropft?
hast du vertropft?
hat er vertropft?
haben wir vertropft?
habt ihr vertropft?
haben sie vertropft?

Volt. verl. tijd

hatte ich vertropft?
hattest du vertropft?
hatte er vertropft?
hatten wir vertropft?
hattet ihr vertropft?
hatten sie vertropft?

Toekomende tijd I

werde ich vertropfen?
wirst du vertropfen?
wird er vertropfen?
werden wir vertropfen?
werdet ihr vertropfen?
werden sie vertropfen?

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

werde ich vertropft haben?
wirst du vertropft haben?
wird er vertropft haben?
werden wir vertropft haben?
werdet ihr vertropft haben?
werden sie vertropft haben?

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord vertropfen (hat) in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

vertropfe ich?
vertropfest du?
vertropfe er?
vertropfen wir?
vertropfet ihr?
vertropfen sie?

Konjunktief II

vertropfte ich?
vertropftest du?
vertropfte er?
vertropften wir?
vertropftet ihr?
vertropften sie?

Voltooid Konj.

habe ich vertropft?
habest du vertropft?
habe er vertropft?
haben wir vertropft?
habet ihr vertropft?
haben sie vertropft?

Konj. volt. verl. t.

hätte ich vertropft?
hättest du vertropft?
hätte er vertropft?
hätten wir vertropft?
hättet ihr vertropft?
hätten sie vertropft?

Toekomende aanvoegende wijs I

werde ich vertropfen?
werdest du vertropfen?
werde er vertropfen?
werden wir vertropfen?
werdet ihr vertropfen?
werden sie vertropfen?

Toek. volt. aanw.

werde ich vertropft haben?
werdest du vertropft haben?
werde er vertropft haben?
werden wir vertropft haben?
werdet ihr vertropft haben?
werden sie vertropft haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

würde ich vertropfen?
würdest du vertropfen?
würde er vertropfen?
würden wir vertropfen?
würdet ihr vertropfen?
würden sie vertropfen?

Verleden cond.

würde ich vertropft haben?
würdest du vertropft haben?
würde er vertropft haben?
würden wir vertropft haben?
würdet ihr vertropft haben?
würden sie vertropft haben?

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord vertropfen (hat)


Tegenwoordige tijd

vertropf(e)⁵ (du)
vertropfen wir
vertropft (ihr)
vertropfen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor vertropfen (hat)


Infinitief I


vertropfen
zu vertropfen

Infinitief II


vertropft haben
vertropft zu haben

Tegenwoordig deelwoord


vertropfend

Participle II


vertropft

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse vertropfen (hat)


Duits vertropfen (hat)
Engels drip, spill, stain
Russisch загрязнять, падать каплями, разлить
Spaans derramar, gotejar, manchar
Frans goutter, déverser, salir
Turks damlatmak, dökmek, lekelenmek
Portugees gotejar, derramar, sujar
Italiaans gocciolare, macchiare, versare
Roemeens picura, murdări, vărsa
Hongaars csepeg, befoltoz, kiönt
Pools kapnąć, rozlać, zabrudzić
Grieks λερώσιμο, σταγόνες, χύσιμο
Nederlands besmeuren, vallen, verliezen
Tsjechisch kapat, rozlít, zaneřádit
Zweeds droppa, spill
Deens besudle, dryppe, spilde
Japans こぼれる, 汚す, 滴る
Catalaans caure en gotes, embrutar, esclatar
Fins lätäköityä, roiskuttaa, tiputtaa
Noors dryppe, skitne, søle
Baskisch isuri, tantaka, zikin
Servisch kapati, prosuti, zaprljati
Macedonisch валкање, капка, преливање
Sloveens kaplja, razliti, umažati
Slowaaks kvapka, rozliať, zašpiniť
Bosnisch kapati, prosuti, zaprljati
Kroatisch kapati, prosuti, zaprljati
Oekraïens забруднити, потрапити, пролити
Bulgaars замърсяване, изливане, капка
Wit-Russisch загразіць, кроплі, разліваць
Indonesisch menetes, menumpahkan
Vietnamees làm đổ, nhỏ giọt
Oezbeeks to'kib yubormoq, tomchilamoq
Hindi छींटना, टपकना
Chinees 洒出, 滴落
Thais ทำหก, หยด
Koreaans 뚝뚝 떨어지다, 흘리다
Azerbeidzjaans damcılamak, tökülmək
Georgisch დაღვრა, წვეთვა
Bengaals ছিটানো, টপকানো
Albanees derdh, pikoj
Marathi थेंब पडणे, सांडणे
Nepalees छ्याप्नु, टिप्किनु
Telugu చిందించు, మచ్చపెట్టు
Lets aptraipīt, pilēt
Tamil சிந்துதல், சொட்டுதல்
Ests määrima, tilkuma
Armeens թափել, կաթել
Koerdisch fêkandin, leke kirin
Hebreeuwsלטפטף، ללכלך، לשפוך
Arabischتساقط، تسرب، تقطير
Perzischریختن، چکیدن، کثیف کردن
Urduبکھیرنا، بہانا، گرانا

vertropfen (hat) in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van vertropfen (hat)

  • in Tropfen fallen, verschütten, beschmutzen

vertropfen (hat) in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord vertropfen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord vertropfen (hat)


De vervoeging van het werkwoord vertropfen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord vertropfen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (vertropft? - vertropfte? - hat vertropft?) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary vertropfen en op vertropfen in de Duden.

vertropfen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich vertropf(e)?vertropfte?vertropfe?vertropfte?-
du vertropfst?vertropftest?vertropfest?vertropftest?vertropf(e)
er vertropft?vertropfte?vertropfe?vertropfte?-
wir vertropfen?vertropften?vertropfen?vertropften?vertropfen
ihr vertropft?vertropftet?vertropfet?vertropftet?vertropft
sie vertropfen?vertropften?vertropfen?vertropften?vertropfen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: vertropf(e) ich?, vertropfst du?, vertropft er?, vertropfen wir?, vertropft ihr?, vertropfen sie?
  • Onvoltooid verleden tijd: vertropfte ich?, vertropftest du?, vertropfte er?, vertropften wir?, vertropftet ihr?, vertropften sie?
  • Perfectum: habe ich vertropft?, hast du vertropft?, hat er vertropft?, haben wir vertropft?, habt ihr vertropft?, haben sie vertropft?
  • Voltooid verleden tijd: hatte ich vertropft?, hattest du vertropft?, hatte er vertropft?, hatten wir vertropft?, hattet ihr vertropft?, hatten sie vertropft?
  • Toekomende tijd I: werde ich vertropfen?, wirst du vertropfen?, wird er vertropfen?, werden wir vertropfen?, werdet ihr vertropfen?, werden sie vertropfen?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich vertropft haben?, wirst du vertropft haben?, wird er vertropft haben?, werden wir vertropft haben?, werdet ihr vertropft haben?, werden sie vertropft haben?

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: vertropfe ich?, vertropfest du?, vertropfe er?, vertropfen wir?, vertropfet ihr?, vertropfen sie?
  • Onvoltooid verleden tijd: vertropfte ich?, vertropftest du?, vertropfte er?, vertropften wir?, vertropftet ihr?, vertropften sie?
  • Perfectum: habe ich vertropft?, habest du vertropft?, habe er vertropft?, haben wir vertropft?, habet ihr vertropft?, haben sie vertropft?
  • Voltooid verleden tijd: hätte ich vertropft?, hättest du vertropft?, hätte er vertropft?, hätten wir vertropft?, hättet ihr vertropft?, hätten sie vertropft?
  • Toekomende tijd I: werde ich vertropfen?, werdest du vertropfen?, werde er vertropfen?, werden wir vertropfen?, werdet ihr vertropfen?, werden sie vertropfen?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich vertropft haben?, werdest du vertropft haben?, werde er vertropft haben?, werden wir vertropft haben?, werdet ihr vertropft haben?, werden sie vertropft haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich vertropfen?, würdest du vertropfen?, würde er vertropfen?, würden wir vertropfen?, würdet ihr vertropfen?, würden sie vertropfen?
  • Voltooid verleden tijd: würde ich vertropft haben?, würdest du vertropft haben?, würde er vertropft haben?, würden wir vertropft haben?, würdet ihr vertropft haben?, würden sie vertropft haben?

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: vertropf(e) (du), vertropfen wir, vertropft (ihr), vertropfen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: vertropfen, zu vertropfen
  • Infinitief II: vertropft haben, vertropft zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: vertropfend
  • Participle II: vertropft

Opmerkingen



Inloggen