Vervoeging van het Duitse werkwoord fliegen (hat)
De vervoeging van het werkwoord fliegen (vliegen, besturen) is onregelmatig. De basisvormen zijn fliegt, flog en hat geflogen. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers ie - o - o. Het hulpwerkwoord van fliegen is "haben". Er zijn echter ook tijden met het hulpwerkwoord "sein". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord fliegen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor fliegen. Je kunt niet alleen fliegen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau A1. 3Opmerkingen ☆
A1 · onregelmatig · haben
Verandering van de stamklinker ie - o - o
fly, aviate
/ˈfliːɡn̩/ · /fliːkt/ · /floːk/ · /ˈfløːɡə/ · /ɡəˈfloːɡən/
ein Luftfahrzeug führen; fliegend ausführen; führen, pilotieren
(acc., über+A, bis+A, auf+A)
» Unser Pilot hatte auch schon kleinere Maschinen geflogen
. Our pilot had also flown smaller aircraft.
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van fliegen (hat)
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
indicatief
Het werkwoord fliegen (hat) vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Perfectum
| ich | habe | geflogen |
| du | hast | geflogen |
| er | hat | geflogen |
| wir | haben | geflogen |
| ihr | habt | geflogen |
| sie | haben | geflogen |
Volt. verl. tijd
| ich | hatte | geflogen |
| du | hattest | geflogen |
| er | hatte | geflogen |
| wir | hatten | geflogen |
| ihr | hattet | geflogen |
| sie | hatten | geflogen |
Toekomende tijd I
| ich | werde | fliegen |
| du | wirst | fliegen |
| er | wird | fliegen |
| wir | werden | fliegen |
| ihr | werdet | fliegen |
| sie | werden | fliegen |
voltooid tegenwoordige toekomende tijd
| ich | werde | geflogen | haben |
| du | wirst | geflogen | haben |
| er | wird | geflogen | haben |
| wir | werden | geflogen | haben |
| ihr | werdet | geflogen | haben |
| sie | werden | geflogen | haben |
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord fliegen (hat) in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Voltooid Konj.
| ich | habe | geflogen |
| du | habest | geflogen |
| er | habe | geflogen |
| wir | haben | geflogen |
| ihr | habet | geflogen |
| sie | haben | geflogen |
Konj. volt. verl. t.
| ich | hätte | geflogen |
| du | hättest | geflogen |
| er | hätte | geflogen |
| wir | hätten | geflogen |
| ihr | hättet | geflogen |
| sie | hätten | geflogen |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord fliegen (hat)
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor fliegen (hat)
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor fliegen (hat)
-
Unser Pilot hatte auch schon kleinere Maschinen
geflogen
.
Our pilot had also flown smaller aircraft.
-
Von dort hat ein Flugzeug die Asyl-Bewerber in die Stadt Kabul
geflogen
.
From there, an airplane flew the asylum seekers to the city of Kabul.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse fliegen (hat)
-
fliegen (hat)
fly, aviate
летать, взлетать, взлететь, вылететь, лететь, полететь, пролететь, слетать
volar, navegar, pilotar, transportar por aire
piloter, voler, faire, parcourir
hava aracı kullanmak, uçak uçurmak, uçmak, uçurmak
voar
pilotare, volare
zbura
repül, repülni, repülőgépet vezet
latać, frunąć, fruwać, lecieć, pofrunąć, polecieć, prowadzić samolot
ιπτάμαι, μεταφέρω αεροπορικώς, οδηγώ, πετάω, πετώ, πιλοτάρω
vliegen, besturen
letecky dopravovat, letecky dopravovatavit, létat
flyga
flyve, fly
飛ぶ, 飛行する
pilotar, volar
lentää
fly
hegan
leteti, pilotirati, летети
лета, летам
leteti, pilotirati
lietať
letjeti
leteti, letjeti
керувати літаком, літати
летя
летаць
mengemudikan pesawat
lái máy bay
samolyotni boshqarish
हवाई जहाज उड़ाना
驾驶飞机
ขับเครื่องบิน
비행기 조종하다
təyyarəni idarə etmək
მფრინავის მართვა
বিমান চালানো
pilotoj avionin
विमान उडवणे
विमान उडाउने
విమానం నడపడం
lidot ar lidmašīnu
விமானத்தை இயக்குவது
lennukit juhtida
օդանավ վարել
pilot kirin
לטוס
الطيران، طار
پرواز، پرواز کردن، خلبانی کردن
اڑنا، پرواز کرنا
fliegen (hat) in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van fliegen (hat)- sich ohne Bodenkontakt in der Luft fortbewegen, schweben, segeln
- ein Luftfahrzeug führen, führen, pilotieren
- von irgendwo verwiesen werden, rausschmeißen, verweisen
- explodieren, fliegend zurücklegen, Flugfisch, segeln, hinschlagen, jetten
Betekenissen Synoniemen
Voorzetsels
Voorzetsels voor fliegen (hat)
jemand/etwas
auffliegt
etwas jemand/etwas
auffliegt
jemanden/etwas jemand/etwas
bisfliegt
etwas jemand/etwas
überfliegt
etwas
Toepassingen Voorzetsels
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van fliegen
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van fliegen
- Vorming van Imperatief van fliegen
- Vorming van Konjunktiv I van fliegen
- Vorming van Konjunktiv II van fliegen
- Vorming van Infinitief van fliegen
- Vorming van Deelwoord van fliegen
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van fliegen (hat)
≡ mitfliegen
≡ umfliegen
≡ erfliegen
≡ nachfliegen
≡ heranfliegen
≡ davonfliegen
≡ daherfliegen
≡ verfliegen
≡ anfliegen
≡ umherfliegen
≡ fortfliegen
≡ hochfliegen
≡ reinfliegen
≡ durchfliegen
≡ rausfliegen
≡ dahinfliegen
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord fliegen vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord fliegen (hat)
De vervoeging van het werkwoord fliegen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord fliegen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (fliegt - flog - hat geflogen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary fliegen en op fliegen in de Duden.
fliegen vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | flieg(e) | flog | fliege | flöge | - |
| du | fliegst | flogst | fliegest | flögest | flieg(e) |
| er | fliegt | flog | fliege | flöge | - |
| wir | fliegen | flogen | fliegen | flögen | fliegen |
| ihr | fliegt | flogt | flieget | flöget | fliegt |
| sie | fliegen | flogen | fliegen | flögen | fliegen |
indicatief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich flieg(e), du fliegst, er fliegt, wir fliegen, ihr fliegt, sie fliegen
- Onvoltooid verleden tijd: ich flog, du flogst, er flog, wir flogen, ihr flogt, sie flogen
- Perfectum: ich habe geflogen, du hast geflogen, er hat geflogen, wir haben geflogen, ihr habt geflogen, sie haben geflogen
- Voltooid verleden tijd: ich hatte geflogen, du hattest geflogen, er hatte geflogen, wir hatten geflogen, ihr hattet geflogen, sie hatten geflogen
- Toekomende tijd I: ich werde fliegen, du wirst fliegen, er wird fliegen, wir werden fliegen, ihr werdet fliegen, sie werden fliegen
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde geflogen haben, du wirst geflogen haben, er wird geflogen haben, wir werden geflogen haben, ihr werdet geflogen haben, sie werden geflogen haben
Conjunctief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich fliege, du fliegest, er fliege, wir fliegen, ihr flieget, sie fliegen
- Onvoltooid verleden tijd: ich flöge, du flögest, er flöge, wir flögen, ihr flöget, sie flögen
- Perfectum: ich habe geflogen, du habest geflogen, er habe geflogen, wir haben geflogen, ihr habet geflogen, sie haben geflogen
- Voltooid verleden tijd: ich hätte geflogen, du hättest geflogen, er hätte geflogen, wir hätten geflogen, ihr hättet geflogen, sie hätten geflogen
- Toekomende tijd I: ich werde fliegen, du werdest fliegen, er werde fliegen, wir werden fliegen, ihr werdet fliegen, sie werden fliegen
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde geflogen haben, du werdest geflogen haben, er werde geflogen haben, wir werden geflogen haben, ihr werdet geflogen haben, sie werden geflogen haben
Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde fliegen, du würdest fliegen, er würde fliegen, wir würden fliegen, ihr würdet fliegen, sie würden fliegen
- Voltooid verleden tijd: ich würde geflogen haben, du würdest geflogen haben, er würde geflogen haben, wir würden geflogen haben, ihr würdet geflogen haben, sie würden geflogen haben
Imperatief Actief
- Tegenwoordige tijd: flieg(e) (du), fliegen wir, fliegt (ihr), fliegen Sie
Infinitief/Deelwoord Actief
- Infinitief I: fliegen, zu fliegen
- Infinitief II: geflogen haben, geflogen zu haben
- Tegenwoordig deelwoord: fliegend
- Participle II: geflogen
Opmerkingen
2025/11 ·
Beantwoorden
Al zegt: Comment has been saved. After a content check, the comment is released.
2023/11 ·
Beantwoorden
aishani zegt: this website is fraud!!!!! es ist IST GEFLOGEN nicht HAT GEFLOGEN
2022/02 ·
Beantwoorden
Maria zegt: fliegen ist mit sein