Vervoeging van het Duitse werkwoord bestrafen
De vervoeging van het werkwoord bestrafen (bestraffen, afstraffen) is regelmatig. De basisvormen van "bestrafen" zijn "bestraft", "bestrafte" en "hat bestraft". Het hulpwerkwoord van bestrafen is "haben". ‘bestrafen’ is een onscheidbaar werkwoord. Het voorvoegsel be- blijft altijd met het werkwoord verbonden. Het werkwoord „bestrafen” behoort tot de woordenschat op B1-niveau. Je kunt niet alleen bestrafen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord bestrafen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor bestrafen. Opmerkingen ☆
B1 · regelmatig · haben · onlosmakelijk
bestraft · bestrafte · hat bestraft
penalize, punish, penalise, mete out punishment (to), punish (for), sanction, sentence, take to the woodshed, amerce, castigate, chastise, prosecute, victimise, victimize
/bəˈʃtʁaːfən/ · /bəˈʃtʁaːft/ · /bəˈʃtʁaːftə/ · /bəˈʃtʁaːft/
jemandem aufgrund einer schlechten Handlung negative Konsequenzen zuführen; strafen, ahnden, verdonnern (zu), zur Verantwortung ziehen, züchtigen
acc., (sich+A, durch+A, für+A, mit+D, wegen+G)
» Du wirst bestraft
. You will be punished.
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van bestrafen
Onvoltooid verleden tijd
| ich | bestrafte |
| du | bestraftest |
| er | bestrafte |
| wir | bestraften |
| ihr | bestraftet |
| sie | bestraften |
Konjunktief II
| ich | bestrafte |
| du | bestraftest |
| er | bestrafte |
| wir | bestraften |
| ihr | bestraftet |
| sie | bestraften |
indicatief
Het werkwoord bestrafen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Onvoltooid verleden tijd
| ich | bestrafte |
| du | bestraftest |
| er | bestrafte |
| wir | bestraften |
| ihr | bestraftet |
| sie | bestraften |
Perfectum
| ich | habe | bestraft |
| du | hast | bestraft |
| er | hat | bestraft |
| wir | haben | bestraft |
| ihr | habt | bestraft |
| sie | haben | bestraft |
Volt. verl. tijd
| ich | hatte | bestraft |
| du | hattest | bestraft |
| er | hatte | bestraft |
| wir | hatten | bestraft |
| ihr | hattet | bestraft |
| sie | hatten | bestraft |
Toekomende tijd I
| ich | werde | bestrafen |
| du | wirst | bestrafen |
| er | wird | bestrafen |
| wir | werden | bestrafen |
| ihr | werdet | bestrafen |
| sie | werden | bestrafen |
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord bestrafen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Konjunktief II
| ich | bestrafte |
| du | bestraftest |
| er | bestrafte |
| wir | bestraften |
| ihr | bestraftet |
| sie | bestraften |
Voltooid Konj.
| ich | habe | bestraft |
| du | habest | bestraft |
| er | habe | bestraft |
| wir | haben | bestraft |
| ihr | habet | bestraft |
| sie | haben | bestraft |
Konj. volt. verl. t.
| ich | hätte | bestraft |
| du | hättest | bestraft |
| er | hätte | bestraft |
| wir | hätten | bestraft |
| ihr | hättet | bestraft |
| sie | hätten | bestraft |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord bestrafen
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor bestrafen
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor bestrafen
-
Du wirst
bestraft
.
You will be punished.
-
Tom wird bestimmt
bestraft
.
Tom will be punished.
-
Wofür
bestrafst
du sie?
What are you punishing her for?
-
Ich
bestrafe
mich selbst.
I punish myself.
-
Dann
bestrafte
der Lehrer ihn.
Then the teacher punished him.
-
Meine Eltern
bestraften
uns nie.
My parents never punished us.
-
Meine Mutter hat mich nie
bestraft
.
My mother never punished me.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse bestrafen
-
bestrafen
penalize, punish, penalise, mete out punishment (to), punish (for), sanction, sentence, take to the woodshed
наказывать, карать, наказать, оштрафовать за, покарать, штрафовать
castigar, penalizar, escarmentar, imponer una multa, multar, penar, sancionar
punir, condamner, pénaliser, châtier de, punir pour, sanctionner
cezalandırmak
punir, castigar, apenar, flagelar-se, multar, penalizar, penitenciar, pôr de castigo
punire, castigare, castigare per, penalizzare, sanzionare con
pedepsi, penaliza
büntetni, megbüntet, megbüntetni
karać za, karać, ukarać
τιμωρώ
bestraffen, afstraffen, straffen
trestat, potrestat, pokutovat
bestraffa, straffa
straffe
処罰する, 罰する
castigar, penalitzar
rangaista
straffe, straffe noen
penalizatu, zigoratu
kazniti, sankcionisati, казнити
казни, казнува
kaznovati, sankcionirati
trestať
kazniti
kazniti, sankcionirati
кара, карати, покарати, штрафувати
наказвам, санкционирам
караць, пакараць
menghukum
trừng phạt
jazo berish
दंड देना
惩罚
ลงโทษ
처벌하다
cəzalandırmaq
სჯება
শাস্তি দেওয়া
ndëshkoj
दंड देणे
सजा दिनु
శిక్షించడం
sodīt
தண்டனை விதிக்க
karistama
տուգացնել
cezalandirin
להעניש
عاقب، عقاب
تنبیه کردن، مجازات کردن، ادب کردن، جریمه کردن، مجازات شدن
سزا دینا، عذاب دینا
bestrafen in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van bestrafen- jemandem aufgrund einer schlechten Handlung negative Konsequenzen zuführen, strafen
- ahnden, strafen, verdonnern (zu), zur Verantwortung ziehen, züchtigen, Strafe verhängen
Betekenissen Synoniemen
Voorzetsels
Voorzetsels voor bestrafen
jemand/etwas bestraft
etwas durch/mitetwas jemand/etwas bestraft
etwas mitetwas jemand/etwas
fürbestraft
etwas jemand/etwas
fürbestraft
jemanden/etwas jemand/etwas bestraft
jemanden durch/mitetwas jemand/etwas bestraft
jemanden füretwas jemand/etwas bestraft
jemanden füretwas durch/mitetwas jemand/etwas bestraft
jemanden mitetwas
...
Toepassingen Voorzetsels
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van bestrafen
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van bestrafen
- Vorming van Imperatief van bestrafen
- Vorming van Konjunktiv I van bestrafen
- Vorming van Konjunktiv II van bestrafen
- Vorming van Infinitief van bestrafen
- Vorming van Deelwoord van bestrafen
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van bestrafen
≡ begütigen
≡ bekleistern
≡ bemasten
≡ besohlen
≡ abstrafen
≡ beschalten
≡ bekleiden
≡ befürchten
≡ bejahen
≡ beziffern
≡ beschildern
≡ bebauen
≡ beobachten
≡ mitbestrafen
≡ beschriften
≡ betuppen
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Veelgestelde vragen over het werkwoord "bestrafen"
Wat zijn de stamvormen van „bestrafen”?
De basisvormen van "bestrafen" zijn "bestraft", "bestrafte" en "hat bestraft".
Met welk hulpwerkwoord wordt „bestrafen“ gevormd?
Het hulpwerkwoord van bestrafen is "haben".
Is “bestrafen” regelmatig of onregelmatig?
De vervoeging van het werkwoord bestrafen (bestraffen, afstraffen) is regelmatig.
Is „bestrafen” scheidbaar of onscheidbaar?
‘bestrafen’ is een onscheidbaar werkwoord. Het voorvoegsel be- blijft altijd met het werkwoord verbonden.
Op welk taalniveau wordt ‘bestrafen’ gebruikt?
Het werkwoord „bestrafen” behoort tot de woordenschat op B1-niveau.
Hoe vervoeg je “bestrafen” in de aantonende wijs?
De vormen van de indicatief zijn:
Tegenwoordige tijd:
ich bestrafe, du bestrafst, er bestraft, wir bestrafen, ihr bestraft, sie bestrafen
Onvoltooid verleden tijd:
ich bestrafte, du bestraftest, er bestrafte, wir bestraften, ihr bestraftet, sie bestraften
Perfectum:
ich habe bestraft, du hast bestraft, er hat bestraft, wir haben bestraft, ihr habt bestraft, sie haben bestraft
Voltooid verleden tijd:
ich hatte bestraft, du hattest bestraft, er hatte bestraft, wir hatten bestraft, ihr hattet bestraft, sie hatten bestraft
Toekomende tijd I:
ich werde bestrafen, du wirst bestrafen, er wird bestrafen, wir werden bestrafen, ihr werdet bestrafen, sie werden bestrafen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd:
ich werde bestraft haben, du wirst bestraft haben, er wird bestraft haben, wir werden bestraft haben, ihr werdet bestraft haben, sie werden bestraft haben
Wat is de conjunctief van “bestrafen”?
De aanvoegende wijs van “bestrafen” is:
Tegenwoordige tijd:
ich bestrafe, du bestrafst, er bestraft, wir bestrafen, ihr bestraft, sie bestrafen
Onvoltooid verleden tijd:
ich bestrafte, du bestraftest, er bestrafte, wir bestraften, ihr bestraftet, sie bestraften
Perfectum:
ich habe bestraft, du hast bestraft, er hat bestraft, wir haben bestraft, ihr habt bestraft, sie haben bestraft
Voltooid verleden tijd:
ich hatte bestraft, du hattest bestraft, er hatte bestraft, wir hatten bestraft, ihr hattet bestraft, sie hatten bestraft
Toekomende tijd I:
ich werde bestrafen, du wirst bestrafen, er wird bestrafen, wir werden bestrafen, ihr werdet bestrafen, sie werden bestrafen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd:
ich werde bestraft haben, du wirst bestraft haben, er wird bestraft haben, wir werden bestraft haben, ihr werdet bestraft haben, sie werden bestraft haben
Tegenwoordige tijd:
ich bestrafe, du bestrafest, er bestrafe, wir bestrafen, ihr bestrafet, sie bestrafen
Onvoltooid verleden tijd:
ich bestrafte, du bestraftest, er bestrafte, wir bestraften, ihr bestraftet, sie bestraften
Perfectum:
ich habe bestraft, du habest bestraft, er habe bestraft, wir haben bestraft, ihr habet bestraft, sie haben bestraft
Voltooid verleden tijd:
ich hätte bestraft, du hättest bestraft, er hätte bestraft, wir hätten bestraft, ihr hättet bestraft, sie hätten bestraft
Toekomende tijd I:
ich werde bestrafen, du werdest bestrafen, er werde bestrafen, wir werden bestrafen, ihr werdet bestrafen, sie werden bestrafen
voltooid tegenwoordige toekomende tijd:
ich werde bestraft haben, du werdest bestraft haben, er werde bestraft haben, wir werden bestraft haben, ihr werdet bestraft haben, sie werden bestraft haben
Wat is de imperatief van “bestrafen”?
De gebiedende wijs van “bestrafen” is:
Tegenwoordige tijd:
bestrafe (du), bestrafen wir, bestraft (ihr), bestrafen Sie
Welke niet-finite vormen heeft "bestrafen"?
De niet-finitieve vormen van “bestrafen” zijn:
Tegenwoordige tijd:
bestrafe (du), bestrafen wir, bestraft (ihr), bestrafen Sie
Infinitief I:
bestrafen, zu bestrafen
Infinitief II:
bestraft haben, bestraft zu haben
Tegenwoordig deelwoord:
bestrafend
Participle II:
bestraft