Vervoeging van het Duitse werkwoord abladen

De vervoeging van het werkwoord abladen (afladen, uitladen) is onregelmatig. De basisvormen zijn lädt ab, lud ab en hat abgeladen. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers a - u - a. Het hulpwerkwoord van abladen is "haben". De eerste lettergreep ab- van abladen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord abladen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor abladen. Je kunt niet alleen abladen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · onregelmatig · haben · scheidbaar

ab·laden

lädt ab · lud ab · hat abgeladen

 toevoeging van -e   Verandering van de stamklinker  a - u - a   Umlauten in de tegenwoordige tijd 

Engels unload, discharge, offload, deposit, drop off, dump, off-load, set down a load, unlade

/ˈapˌlaːdn̩/ · /ˌlɛːt ˈap/ · /ˌluːt ˈap/ · /ˌlyːdə ˈap/ · /ˈapɡəˌlaːdn̩/

[Verkehr, …] eine Ladung von einem Ort (z. B. einem Transportfahrzeug) entfernen oder herunterheben; ein Schiff mit Waren beladen; entladen, schütten, auskippen, ausladen

(acc., auf+A, von+D, bei+D)

» Du hast die Ware abgeladen . Engels You have unloaded the goods.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van abladen

Tegenwoordige tijd

ich lad(e)⁵ ab
du lädst ab
er lädt ab
wir laden ab
ihr ladet ab
sie laden ab

Onvoltooid verleden tijd

ich lud ab
du lud(e)⁷st ab
er lud ab
wir luden ab
ihr ludet ab
sie luden ab

Imperatief

-
lad(e)⁵ (du) ab
-
laden wir ab
ladet (ihr) ab
laden Sie ab

Konjunktief I

ich lade ab
du ladest ab
er lade ab
wir laden ab
ihr ladet ab
sie laden ab

Konjunktief II

ich lüde ab
du lüdest ab
er lüde ab
wir lüden ab
ihr lüdet ab
sie lüden ab

Infinitief

abladen
abzuladen

Deelwoord

abladend
abgeladen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik⁷ Verouderd gebruik


indicatief

Het werkwoord abladen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich lad(e)⁵ ab
du lädst ab
er lädt ab
wir laden ab
ihr ladet ab
sie laden ab

Onvoltooid verleden tijd

ich lud ab
du lud(e)⁷st ab
er lud ab
wir luden ab
ihr ludet ab
sie luden ab

Perfectum

ich habe abgeladen
du hast abgeladen
er hat abgeladen
wir haben abgeladen
ihr habt abgeladen
sie haben abgeladen

Volt. verl. tijd

ich hatte abgeladen
du hattest abgeladen
er hatte abgeladen
wir hatten abgeladen
ihr hattet abgeladen
sie hatten abgeladen

Toekomende tijd I

ich werde abladen
du wirst abladen
er wird abladen
wir werden abladen
ihr werdet abladen
sie werden abladen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde abgeladen haben
du wirst abgeladen haben
er wird abgeladen haben
wir werden abgeladen haben
ihr werdet abgeladen haben
sie werden abgeladen haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik⁷ Verouderd gebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord abladen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich lade ab
du ladest ab
er lade ab
wir laden ab
ihr ladet ab
sie laden ab

Konjunktief II

ich lüde ab
du lüdest ab
er lüde ab
wir lüden ab
ihr lüdet ab
sie lüden ab

Voltooid Konj.

ich habe abgeladen
du habest abgeladen
er habe abgeladen
wir haben abgeladen
ihr habet abgeladen
sie haben abgeladen

Konj. volt. verl. t.

ich hätte abgeladen
du hättest abgeladen
er hätte abgeladen
wir hätten abgeladen
ihr hättet abgeladen
sie hätten abgeladen

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde abladen
du werdest abladen
er werde abladen
wir werden abladen
ihr werdet abladen
sie werden abladen

Toek. volt. aanw.

ich werde abgeladen haben
du werdest abgeladen haben
er werde abgeladen haben
wir werden abgeladen haben
ihr werdet abgeladen haben
sie werden abgeladen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde abladen
du würdest abladen
er würde abladen
wir würden abladen
ihr würdet abladen
sie würden abladen

Verleden cond.

ich würde abgeladen haben
du würdest abgeladen haben
er würde abgeladen haben
wir würden abgeladen haben
ihr würdet abgeladen haben
sie würden abgeladen haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord abladen


Tegenwoordige tijd

lad(e)⁵ (du) ab
laden wir ab
ladet (ihr) ab
laden Sie ab

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor abladen


Infinitief I


abladen
abzuladen

Infinitief II


abgeladen haben
abgeladen zu haben

Tegenwoordig deelwoord


abladend

Participle II


abgeladen

  • Du hast die Ware abgeladen . 
  • Musst du ausgerechnet vor meinem Haus deine Steine abladen ? 
  • Sobald wir am Zielort angekommen sind, werden die Helfer die Umzugskartons vom Lkw abladen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor abladen


  • Du hast die Ware abgeladen . 
    Engels You have unloaded the goods.
  • Musst du ausgerechnet vor meinem Haus deine Steine abladen ? 
    Engels Do you really have to unload your stones right in front of my house?
  • Sobald wir am Zielort angekommen sind, werden die Helfer die Umzugskartons vom Lkw abladen . 
    Engels As soon as we arrive at the destination, the helpers will unload the moving boxes from the truck.
  • Mein Vater war nun auf die Idee gekommen, die Wertsachen vorne auf den Lastwagen zu laden, um sie dann hinten, auf der andern Seite, zum Teil wieder abzuladen und in der Uferböschung zu verstecken. 
    Engels My father had now come up with the idea of loading the valuables at the front of the truck, then partially unloading them at the back, on the other side, and hiding them in the bank.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse abladen


Duits abladen
Engels unload, discharge, offload, deposit, drop off, dump, off-load, set down a load
Russisch выгружать, выгрузить, разгружать, разгрузить, сгружать, сгрузить, валить, грузить
Spaans descargar, cargar, desembarcar, sacar, unload, vaciar, verter
Frans décharger, déposer
Turks boşaltmak, indirmek, yükünü indirmek
Portugees descarregar, despejar, remover
Italiaans scaricare, svuotare
Roemeens descărca, depozita
Hongaars lerak, kibővít, lepakol
Pools rozładować, rozładowywać, wyładowywać, zrzucić, zwierzać z
Grieks εκφόρτωση, αποφόρτιση, ξεφορτώνω, φορτώνω
Nederlands afladen, uitladen, afleveren, bevrachten, kwijtraken, lossen, ontladen
Tsjechisch vyložit, odložit, skládat, složit, vykládat, vykládatložit
Zweeds lossa, avlasta, lassa av, lasta av, prata av sig, stjälpa av
Deens aflæsse, aflæsning, tømme
Japans 積荷を降ろす, 荷物を下ろす, 荷降ろし
Catalaans descarregar, descàrrega
Fins purkaa, lastata
Noors lossing, avlasting, lesse av, losse
Baskisch deskargatu, deskargatzea, kargatu, kargatzea
Servisch istovariti, istovar
Macedonisch разтоварување
Sloveens izprazniti, odložiti, razkladati
Slowaaks vyložiť, odložiť
Bosnisch istovar, istovariti
Kroatisch istovar, istovariti
Oekraïens вивантажити, завантаження, розвантажити
Bulgaars разтоварвам, изсипвам, разтоварване
Wit-Russisch зняць, разгружаць, разгрузіць
Indonesisch membongkar, memuat, menurunkan
Vietnamees chở lên tàu, dỡ hàng, xếp lên tàu
Oezbeeks bo'shatmoq, tushirmoq, yuklash
Hindi उतारना, खाली करना, लादना, लोड करना
Chinees 卸下, 卸货, 装船, 装货
Thais ขนถ่าย, บรรทุก, บรรทุกขึ้นเรือ, ลงของ
Koreaans 내리다, 싣다, 적재하다, 하역하다
Azerbeidzjaans boşaltmaq, yükləmək, yükü boşaltmaq
Georgisch ტვირთვა, ტვირთის ჩამოტვირთვა, ჩამოტვირთვა, ჩატვირთვა
Bengaals খালাস করা, নামানো, লোড করা
Albanees ngarkoj, shkarkoj, zbraz
Marathi उतारणे, उतारून टाकणे, भरणे, लोड करणे
Nepalees उतार्नु, खाली गर्नु, लोड गर्नु
Telugu ఖాళీ చేయడం, తీసివేయడం, లోడ్ చేయడం
Lets iekraut, izkraut
Tamil இறக்குதல், ஏற்றுதல், தள்ளி வைக்க
Ests laadima, mahalaadima
Armeens բեռնաթափել, բեռնել
Koerdisch bar kirin, barê jêbirin
Hebreeuwsלהוריד، פריקה
Arabischتفريغ، أنزل، تحميل
Perzischباراندازی، بارگیری، خالی کردن
Urduاتارنا، خالی کرنا

abladen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van abladen

  • eine Ladung von einem Ort (z. B. einem Transportfahrzeug) entfernen oder herunterheben
  • [Verkehr] ein Schiff mit Waren beladen
  • [Verkehr] entladen, schütten, auskippen, ausladen

abladen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor abladen


  • jemand/etwas lädt auf jemanden ab
  • jemand/etwas lädt etwas auf jemanden ab
  • jemand/etwas lädt etwas bei jemandem ab
  • jemand/etwas lädt etwas von etwas ab
  • jemand/etwas lädt von etwas ab

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord abladen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord abladen


De vervoeging van het werkwoord ab·laden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord ab·laden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (lädt ab - lud ab - hat abgeladen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary abladen en op abladen in de Duden.

abladen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich lad(e) ablud ablade ablüde ab-
du lädst ablud(e)st abladest ablüdest ablad(e) ab
er lädt ablud ablade ablüde ab-
wir laden abluden abladen ablüden abladen ab
ihr ladet abludet abladet ablüdet abladet ab
sie laden abluden abladen ablüden abladen ab

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich lad(e) ab, du lädst ab, er lädt ab, wir laden ab, ihr ladet ab, sie laden ab
  • Onvoltooid verleden tijd: ich lud ab, du lud(e)st ab, er lud ab, wir luden ab, ihr ludet ab, sie luden ab
  • Perfectum: ich habe abgeladen, du hast abgeladen, er hat abgeladen, wir haben abgeladen, ihr habt abgeladen, sie haben abgeladen
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte abgeladen, du hattest abgeladen, er hatte abgeladen, wir hatten abgeladen, ihr hattet abgeladen, sie hatten abgeladen
  • Toekomende tijd I: ich werde abladen, du wirst abladen, er wird abladen, wir werden abladen, ihr werdet abladen, sie werden abladen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde abgeladen haben, du wirst abgeladen haben, er wird abgeladen haben, wir werden abgeladen haben, ihr werdet abgeladen haben, sie werden abgeladen haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich lade ab, du ladest ab, er lade ab, wir laden ab, ihr ladet ab, sie laden ab
  • Onvoltooid verleden tijd: ich lüde ab, du lüdest ab, er lüde ab, wir lüden ab, ihr lüdet ab, sie lüden ab
  • Perfectum: ich habe abgeladen, du habest abgeladen, er habe abgeladen, wir haben abgeladen, ihr habet abgeladen, sie haben abgeladen
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte abgeladen, du hättest abgeladen, er hätte abgeladen, wir hätten abgeladen, ihr hättet abgeladen, sie hätten abgeladen
  • Toekomende tijd I: ich werde abladen, du werdest abladen, er werde abladen, wir werden abladen, ihr werdet abladen, sie werden abladen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde abgeladen haben, du werdest abgeladen haben, er werde abgeladen haben, wir werden abgeladen haben, ihr werdet abgeladen haben, sie werden abgeladen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde abladen, du würdest abladen, er würde abladen, wir würden abladen, ihr würdet abladen, sie würden abladen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde abgeladen haben, du würdest abgeladen haben, er würde abgeladen haben, wir würden abgeladen haben, ihr würdet abgeladen haben, sie würden abgeladen haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: lad(e) (du) ab, laden wir ab, ladet (ihr) ab, laden Sie ab

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: abladen, abzuladen
  • Infinitief II: abgeladen haben, abgeladen zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: abladend
  • Participle II: abgeladen

Opmerkingen



Inloggen

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: abladen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 134769, 134769

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 8478377, 3804888

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 134769, 782151