Verbuiging en vergelijking van het Duitse bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig

De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig (tweewekelijks) gebeurt met de niet-vergelijkbare vorm zweiwöchig. Het bijvoeglijk naamwoord heeft geen vormen voor de vergrotende of overtreffende trap. Het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig kan zowel attributief voor een zelfstandig naamwoord (met of zonder lidwoord, in sterke, zwakke en gemengde vorm) als predicatief in combinatie met een werkwoord worden gebruikt.Hier kun je niet alleen zweiwöchig verbuigen en vergelijken, maar ook alle Duitse bijvoeglijke naamwoorden. Opmerkingen

bijvoeglijk naamwoord · positief · niet vergelijkbaar

zweiwöchig

zweiwöchig · - · -

Engels biweekly, fortnightly

/ˈt͡svaɪˌvøːɪç/ · /ˈt͡svaɪˌvøːɪç/

[Grundlagen] für zwei Wochen, zwei Wochen dauernd

» Tom und Mary machten eine zweiwöchige Hochzeitsreise nach Hawaii. Engels Tom and Mary went on a fortnight's honeymoon to Hawaii.

De sterke verbuiging van zweiwöchig zonder lidwoord of voornaamwoord

Mannelijk

Nom. zweiwöchiger
Gen. zweiwöchigen
Dat. zweiwöchigem
Acc. zweiwöchigen

Vrouwelijk

Nom. zweiwöchige
Gen. zweiwöchiger
Dat. zweiwöchiger
Acc. zweiwöchige

Onzijdig

Nom. zweiwöchiges
Gen. zweiwöchigen
Dat. zweiwöchigem
Acc. zweiwöchiges

Meervoud

Nom. zweiwöchige
Gen. zweiwöchiger
Dat. zweiwöchigen
Acc. zweiwöchige

PDF

Zwakke verbuiging

De zwakke verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig met het bepaalde lidwoord 'der' of met voornaamwoorden zoals 'dieser' en 'jener'


Mannelijk

Nom. derzweiwöchige
Gen. deszweiwöchigen
Dat. demzweiwöchigen
Acc. denzweiwöchigen

Vrouwelijk

Nom. diezweiwöchige
Gen. derzweiwöchigen
Dat. derzweiwöchigen
Acc. diezweiwöchige

Onzijdig

Nom. daszweiwöchige
Gen. deszweiwöchigen
Dat. demzweiwöchigen
Acc. daszweiwöchige

Meervoud

Nom. diezweiwöchigen
Gen. derzweiwöchigen
Dat. denzweiwöchigen
Acc. diezweiwöchigen

Gemengde verbuiging

De gemengde verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig met het onbepaalde lidwoord 'ein' of met voornaamwoorden zoals 'kein' en 'mein'


Mannelijk

Nom. einzweiwöchiger
Gen. eineszweiwöchigen
Dat. einemzweiwöchigen
Acc. einenzweiwöchigen

Vrouwelijk

Nom. einezweiwöchige
Gen. einerzweiwöchigen
Dat. einerzweiwöchigen
Acc. einezweiwöchige

Onzijdig

Nom. einzweiwöchiges
Gen. eineszweiwöchigen
Dat. einemzweiwöchigen
Acc. einzweiwöchiges

Meervoud

Nom. keinezweiwöchigen
Gen. keinerzweiwöchigen
Dat. keinenzweiwöchigen
Acc. keinezweiwöchigen

Predicatief gebruik

zweiwöchig gebruiken als predicatief


Enkelvoud

Mnl.eristzweiwöchig
vr.sieistzweiwöchig
Neut.esistzweiwöchig

Meervoud

siesindzweiwöchig

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor zweiwöchig


  • Tom und Mary machten eine zweiwöchige Hochzeitsreise nach Hawaii. 
    Engels Tom and Mary went on a fortnight's honeymoon to Hawaii.
  • John begann nach einem zweiwöchigen Krankenhausaufenthalt wieder zu arbeiten. 
    Engels John went back to work after a two-week hospital stay.

Voorbeelden

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse zweiwöchig


Duits zweiwöchig
Engels biweekly, fortnightly
Russisch двухнедельный
Spaans quincenal
Frans bimensuel, deux semaines
Turks iki haftalık
Portugees quinzenal
Italiaans bi-settimanale
Roemeens bi-săptămânal
Hongaars két hetes, két hétig
Pools dwutygodniowy
Grieks διετής
Nederlands tweewekelijks
Tsjechisch dvoutýdenní
Zweeds tvåveckors
Deens to-ugers
Japans 二週間の, 二週間続く
Catalaans quinzenal
Fins kaksi viikkoa kestävä
Baskisch bi asteko
Servisch dvonedeljni
Macedonisch двонеделен
Sloveens dvojen tedenski
Slowaaks dvojtýždňový
Bosnisch dvotjedni
Kroatisch dvotjedni
Oekraïens двотижневий
Bulgaars двуседмичен
Wit-Russisch два тыдні
Indonesisch dua minggu
Vietnamees hai tuần
Oezbeeks ikki haftalik
Hindi दो सप्ताह का
Chinees 两周的
Thais สองสัปดาห์
Azerbeidzjaans iki həftəlik
Georgisch ორი კვირიანი
Bengaals দুই সপ্তাহের
Albanees dyjavësh
Marathi दोन आठवड्यांचा, पंधरवड्याचा
Nepalees दुई हप्ते लामो
Telugu పక్షకాలపు, రెండు వారాల
Lets divnedēļīgs
Tamil இரு வார நீளம்
Ests kahe nädalaline
Armeens երկու շաբաթական
Koerdisch du hefte
Hebreeuwsדו שבועי
Arabischذو أسبوعين، كل أسبوعين
Perzischدو هفته ای
Urduدو ہفتے

zweiwöchig in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van zweiwöchig

  • [Grundlagen] für zwei Wochen, zwei Wochen dauernd

zweiwöchig in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Verbuigings- en vergelijkingsvormen van zweiwöchig

Overzicht van alle verbuigings- en vergelijkingsvormen van het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig in alle geslachten en naamvallen


De verbuiging en vergelijking van zweiwöchig online als verbuigings- en vergelijkingstabellen met alle sterke, zwakke en gemengde vormen. Deze worden overzichtelijk weergegeven in een tabel voor enkelvoud en meervoud en in alle vier de naamvallen: nominatief, genitief, datief en accusatief. Meer informatie is te vinden op Wiktionary zweiwöchig en op zweiwöchig in Duden.

Vergelijking en trappen van bijvoeglijke naamwoorden zweiwöchig

positief zweiwöchig
vergrotende trap -
overtreffende trap -
  • positief: zweiwöchig
  • vergrotende trap: -
  • overtreffende trap: -

Sterke verbuiging zweiwöchig

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
Nom. zweiwöchiger zweiwöchige zweiwöchiges zweiwöchige
Gen. zweiwöchigen zweiwöchiger zweiwöchigen zweiwöchiger
Dat. zweiwöchigem zweiwöchiger zweiwöchigem zweiwöchigen
Acc. zweiwöchigen zweiwöchige zweiwöchiges zweiwöchige
  • Mannelijk: zweiwöchiger, zweiwöchigen, zweiwöchigem, zweiwöchigen
  • Vrouwelijk: zweiwöchige, zweiwöchiger, zweiwöchiger, zweiwöchige
  • Onzijdig: zweiwöchiges, zweiwöchigen, zweiwöchigem, zweiwöchiges
  • Meervoud: zweiwöchige, zweiwöchiger, zweiwöchigen, zweiwöchige

Zwakke verbuiging zweiwöchig

  • Mannelijk: der zweiwöchige, des zweiwöchigen, dem zweiwöchigen, den zweiwöchigen
  • Vrouwelijk: die zweiwöchige, der zweiwöchigen, der zweiwöchigen, die zweiwöchige
  • Onzijdig: das zweiwöchige, des zweiwöchigen, dem zweiwöchigen, das zweiwöchige
  • Meervoud: die zweiwöchigen, der zweiwöchigen, den zweiwöchigen, die zweiwöchigen

Gemengde verbuiging zweiwöchig

  • Mannelijk: ein zweiwöchiger, eines zweiwöchigen, einem zweiwöchigen, einen zweiwöchigen
  • Vrouwelijk: eine zweiwöchige, einer zweiwöchigen, einer zweiwöchigen, eine zweiwöchige
  • Onzijdig: ein zweiwöchiges, eines zweiwöchigen, einem zweiwöchigen, ein zweiwöchiges
  • Meervoud: keine zweiwöchigen, keiner zweiwöchigen, keinen zweiwöchigen, keine zweiwöchigen

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 4468997, 1990155

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 311215