Verbuiging en vergelijking van het Duitse bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig
De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig (tweewekelijks) gebeurt met de niet-vergelijkbare vorm zweiwöchig. Het bijvoeglijk naamwoord heeft geen vormen voor de vergrotende of overtreffende trap. Het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig kan zowel attributief voor een zelfstandig naamwoord (met of zonder lidwoord, in sterke, zwakke en gemengde vorm) als predicatief in combinatie met een werkwoord worden gebruikt.Hier kun je niet alleen zweiwöchig verbuigen en vergelijken, maar ook alle Duitse bijvoeglijke naamwoorden. Opmerkingen ☆
De sterke verbuiging van zweiwöchig zonder lidwoord of voornaamwoord
Zwakke verbuiging
De zwakke verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig met het bepaalde lidwoord 'der' of met voornaamwoorden zoals 'dieser' en 'jener'
Gemengde verbuiging
De gemengde verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig met het onbepaalde lidwoord 'ein' of met voornaamwoorden zoals 'kein' en 'mein'
Predicatief gebruik
zweiwöchig gebruiken als predicatief
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor zweiwöchig
-
Tom und Mary machten eine
zweiwöchige
Hochzeitsreise nach Hawaii.
Tom and Mary went on a fortnight's honeymoon to Hawaii.
-
John begann nach einem
zweiwöchigen
Krankenhausaufenthalt wieder zu arbeiten.
John went back to work after a two-week hospital stay.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse zweiwöchig
-
zweiwöchig
biweekly, fortnightly
двухнедельный
quincenal
bimensuel, deux semaines
iki haftalık
quinzenal
bi-settimanale
bi-săptămânal
két hetes, két hétig
dwutygodniowy
διετής
tweewekelijks
dvoutýdenní
tvåveckors
to-ugers
二週間の, 二週間続く
quinzenal
kaksi viikkoa kestävä
bi asteko
dvonedeljni
двонеделен
dvojen tedenski
dvojtýždňový
dvotjedni
dvotjedni
двотижневий
двуседмичен
два тыдні
dua minggu
hai tuần
ikki haftalik
दो सप्ताह का
两周的
สองสัปดาห์
iki həftəlik
ორი კვირიანი
দুই সপ্তাহের
dyjavësh
दोन आठवड्यांचा, पंधरवड्याचा
दुई हप्ते लामो
పక్షకాలపు, రెండు వారాల
divnedēļīgs
இரு வார நீளம்
kahe nädalaline
երկու շաբաթական
du hefte
דו שבועי
ذو أسبوعين، كل أسبوعين
دو هفته ای
دو ہفتے
zweiwöchig in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van zweiwöchig- [Grundlagen] für zwei Wochen, zwei Wochen dauernd
Betekenissen Synoniemen
Bijvoeglijke naamwoorden
Willekeurig geselecteerde bijvoeglijke naamwoorden
≡ rund
≡ schal
≡ rankig
≡ blechern
≡ rügisch
≡ gefasst
≡ ungewiss
≡ willig
≡ durabel
≡ luetisch
≡ ganzgar
≡ unbewegt
≡ erfahren
≡ kompakt
≡ achaten
≡ süchtig
≡ moderat
≡ kaudal
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Verbuigings- en vergelijkingsvormen van zweiwöchig
Overzicht van alle verbuigings- en vergelijkingsvormen van het bijvoeglijk naamwoord zweiwöchig in alle geslachten en naamvallen
De verbuiging en vergelijking van zweiwöchig online als verbuigings- en vergelijkingstabellen met alle sterke, zwakke en gemengde vormen. Deze worden overzichtelijk weergegeven in een tabel voor enkelvoud en meervoud en in alle vier de naamvallen: nominatief, genitief, datief en accusatief. Meer informatie is te vinden op Wiktionary zweiwöchig en op zweiwöchig in Duden.
Vergelijking en trappen van bijvoeglijke naamwoorden zweiwöchig
| positief | zweiwöchig |
|---|---|
| vergrotende trap | - |
| overtreffende trap | - |
- positief: zweiwöchig
- vergrotende trap: -
- overtreffende trap: -
Sterke verbuiging zweiwöchig
| Mannelijk | Vrouwelijk | Onzijdig | Meervoud | |
|---|---|---|---|---|
| Nom. | zweiwöchiger | zweiwöchige | zweiwöchiges | zweiwöchige |
| Gen. | zweiwöchigen | zweiwöchiger | zweiwöchigen | zweiwöchiger |
| Dat. | zweiwöchigem | zweiwöchiger | zweiwöchigem | zweiwöchigen |
| Acc. | zweiwöchigen | zweiwöchige | zweiwöchiges | zweiwöchige |
- Mannelijk: zweiwöchiger, zweiwöchigen, zweiwöchigem, zweiwöchigen
- Vrouwelijk: zweiwöchige, zweiwöchiger, zweiwöchiger, zweiwöchige
- Onzijdig: zweiwöchiges, zweiwöchigen, zweiwöchigem, zweiwöchiges
- Meervoud: zweiwöchige, zweiwöchiger, zweiwöchigen, zweiwöchige
Zwakke verbuiging zweiwöchig
- Mannelijk: der zweiwöchige, des zweiwöchigen, dem zweiwöchigen, den zweiwöchigen
- Vrouwelijk: die zweiwöchige, der zweiwöchigen, der zweiwöchigen, die zweiwöchige
- Onzijdig: das zweiwöchige, des zweiwöchigen, dem zweiwöchigen, das zweiwöchige
- Meervoud: die zweiwöchigen, der zweiwöchigen, den zweiwöchigen, die zweiwöchigen
Gemengde verbuiging zweiwöchig
- Mannelijk: ein zweiwöchiger, eines zweiwöchigen, einem zweiwöchigen, einen zweiwöchigen
- Vrouwelijk: eine zweiwöchige, einer zweiwöchigen, einer zweiwöchigen, eine zweiwöchige
- Onzijdig: ein zweiwöchiges, eines zweiwöchigen, einem zweiwöchigen, ein zweiwöchiges
- Meervoud: keine zweiwöchigen, keiner zweiwöchigen, keinen zweiwöchigen, keine zweiwöchigen