Verbuiging en vergelijking van het Duitse bijvoeglijk naamwoord lautlos
De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord lautlos (geruisloos, stil) gebeurt met de niet-vergelijkbare vorm lautlos. Het bijvoeglijk naamwoord heeft geen vormen voor de vergrotende of overtreffende trap. Het bijvoeglijk naamwoord lautlos kan zowel attributief voor een zelfstandig naamwoord (met of zonder lidwoord, in sterke, zwakke en gemengde vorm) als predicatief in combinatie met een werkwoord worden gebruikt.Hier kun je niet alleen lautlos verbuigen en vergelijken, maar ook alle Duitse bijvoeglijke naamwoorden. Opmerkingen ☆
De sterke verbuiging van lautlos zonder lidwoord of voornaamwoord
Zwakke verbuiging
De zwakke verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord lautlos met het bepaalde lidwoord 'der' of met voornaamwoorden zoals 'dieser' en 'jener'
Gemengde verbuiging
De gemengde verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord lautlos met het onbepaalde lidwoord 'ein' of met voornaamwoorden zoals 'kein' en 'mein'
Predicatief gebruik
lautlos gebruiken als predicatief
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor lautlos
-
Tom blieb
lautlos
.
Tom remained silent.
-
Lautlos
verließ er den Raum.
He left the room silently.
-
Beide Türflügel haben sich
lautlos
geöffnet.
Both door leaves opened silently.
-
Die Einrückung der Kupplung geschah nicht
lautlos
.
The insertion of the clutch did not happen silently.
-
Über den Dächern platzen Feuerwerkskörper wie Blumen auf,
lautlos
.
Above the rooftops, fireworks burst like flowers, silently.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse lautlos
-
lautlos
noiseless, silent, soundless
безшумный, тихий
silencioso, sin ruido
sans bruit, silencieux
gürültüsüz, sessiz
sem ruído, silencioso
silenzioso, inudibile, zitto
fără zgomot
zajmentes
bezszelestny, bezszumowy, cichy
αθόρυβος, σιωπηλός
geruisloos, stil
tichý, beze zvuku
ljudlös, tyst
lydløs
無音, 静かな
sense soroll, silenciós
äänetön
lydløs, stille
isiltasun
bešumno, tiho
без звуци
brez zvoka, tiho
bez hluku, tichý
bešuman, tiho
bešuman, tih
безшумний
безшумен
без гукаў
diam
im lặng
shovqinsiz
चुप, निःशब्द
无声, 静默
เงียบ, ไร้เสียง
무음의, 조용한
səsiz
ჩუმი
নিঃশব্দ, নীরব
pa zhurmë, qetë
निःशब्द, शांत
चुप, शांत
నిశ్శబ్ద
kluss
ஒலியற்ற
vaikne
լուռ
bedeng
שקט
بلا صوت، صامت
بی صدا، خاموش
خاموش
lautlos in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van lautlosBijvoeglijke naamwoorden
Willekeurig geselecteerde bijvoeglijke naamwoorden
≡ vorherig
≡ dumpf
≡ rautiert
≡ weinrot
≡ ehelos
≡ fachlich
≡ adaptiv
≡ armlang
≡ minorenn
≡ seriös
≡ sonnig
≡ privativ
≡ azoisch
≡ fetal
≡ duftig
≡ linke
≡ mutig
≡ hoch
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Verbuigings- en vergelijkingsvormen van lautlos
Overzicht van alle verbuigings- en vergelijkingsvormen van het bijvoeglijk naamwoord lautlos in alle geslachten en naamvallen
De verbuiging en vergelijking van lautlos online als verbuigings- en vergelijkingstabellen met alle sterke, zwakke en gemengde vormen. Deze worden overzichtelijk weergegeven in een tabel voor enkelvoud en meervoud en in alle vier de naamvallen: nominatief, genitief, datief en accusatief. Meer informatie is te vinden op Wiktionary lautlos en op lautlos in Duden.
Vergelijking en trappen van bijvoeglijke naamwoorden lautlos
| positief | lautlos |
|---|---|
| vergrotende trap | - |
| overtreffende trap | - |
- positief: lautlos
- vergrotende trap: -
- overtreffende trap: -
Sterke verbuiging lautlos
| Mannelijk | Vrouwelijk | Onzijdig | Meervoud | |
|---|---|---|---|---|
| Nom. | lautloser | lautlose | lautloses | lautlose |
| Gen. | lautlosen | lautloser | lautlosen | lautloser |
| Dat. | lautlosem | lautloser | lautlosem | lautlosen |
| Acc. | lautlosen | lautlose | lautloses | lautlose |
- Mannelijk: lautloser, lautlosen, lautlosem, lautlosen
- Vrouwelijk: lautlose, lautloser, lautloser, lautlose
- Onzijdig: lautloses, lautlosen, lautlosem, lautloses
- Meervoud: lautlose, lautloser, lautlosen, lautlose
Zwakke verbuiging lautlos
- Mannelijk: der lautlose, des lautlosen, dem lautlosen, den lautlosen
- Vrouwelijk: die lautlose, der lautlosen, der lautlosen, die lautlose
- Onzijdig: das lautlose, des lautlosen, dem lautlosen, das lautlose
- Meervoud: die lautlosen, der lautlosen, den lautlosen, die lautlosen
Gemengde verbuiging lautlos
- Mannelijk: ein lautloser, eines lautlosen, einem lautlosen, einen lautlosen
- Vrouwelijk: eine lautlose, einer lautlosen, einer lautlosen, eine lautlose
- Onzijdig: ein lautloses, eines lautlosen, einem lautlosen, ein lautloses
- Meervoud: keine lautlosen, keiner lautlosen, keinen lautlosen, keine lautlosen