Vervoeging van het Duitse werkwoord warpen (hat) ⟨statief passief⟩

De vervoeging van het werkwoord warpen (warpen) is regelmatig. De basisvormen zijn ist gewarpt, war gewarpt en ist gewarpt gewesen. Het hulpwerkwoord van warpen is "haben". Er zijn echter ook tijden met het hulpwerkwoord "sein". De verbuiging vindt plaats in het statief passief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord warpen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor warpen. Je kunt niet alleen warpen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

haben
gewarpt sein
sein
gewarpt sein

regelmatig · haben

gewarpt sein

ist gewarpt · war gewarpt · ist gewarpt gewesen

Engels warp

/ˈvaːʁpən/ · /ˈvaːʁpt/ · /ˈvaːʁptə/ · /ɡəˈvaʁpt/

fortbewegen mit Warpanker oder Tauen

(acc.)

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van warpen (hat)

Tegenwoordige tijd

ich bin gewarpt
du bist gewarpt
er ist gewarpt
wir sind gewarpt
ihr seid gewarpt
sie sind gewarpt

Onvoltooid verleden tijd

ich war gewarpt
du warst gewarpt
er war gewarpt
wir waren gewarpt
ihr wart gewarpt
sie waren gewarpt

Imperatief

-
sei (du) gewarpt
-
seien wir gewarpt
seid (ihr) gewarpt
seien Sie gewarpt

Konjunktief I

ich sei gewarpt
du seiest gewarpt
er sei gewarpt
wir seien gewarpt
ihr seiet gewarpt
sie seien gewarpt

Konjunktief II

ich wäre gewarpt
du wärest gewarpt
er wäre gewarpt
wir wären gewarpt
ihr wäret gewarpt
sie wären gewarpt

Infinitief

gewarpt sein
gewarpt zu sein

Deelwoord

gewarpt seiend
gewarpt gewesen

indicatief

Het werkwoord warpen (hat) vervoegd in de aantonende wijs statief passief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich bin gewarpt
du bist gewarpt
er ist gewarpt
wir sind gewarpt
ihr seid gewarpt
sie sind gewarpt

Onvoltooid verleden tijd

ich war gewarpt
du warst gewarpt
er war gewarpt
wir waren gewarpt
ihr wart gewarpt
sie waren gewarpt

Perfectum

ich bin gewarpt gewesen
du bist gewarpt gewesen
er ist gewarpt gewesen
wir sind gewarpt gewesen
ihr seid gewarpt gewesen
sie sind gewarpt gewesen

Volt. verl. tijd

ich war gewarpt gewesen
du warst gewarpt gewesen
er war gewarpt gewesen
wir waren gewarpt gewesen
ihr wart gewarpt gewesen
sie waren gewarpt gewesen

Toekomende tijd I

ich werde gewarpt sein
du wirst gewarpt sein
er wird gewarpt sein
wir werden gewarpt sein
ihr werdet gewarpt sein
sie werden gewarpt sein

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde gewarpt gewesen sein
du wirst gewarpt gewesen sein
er wird gewarpt gewesen sein
wir werden gewarpt gewesen sein
ihr werdet gewarpt gewesen sein
sie werden gewarpt gewesen sein

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord warpen (hat) in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich sei gewarpt
du seiest gewarpt
er sei gewarpt
wir seien gewarpt
ihr seiet gewarpt
sie seien gewarpt

Konjunktief II

ich wäre gewarpt
du wärest gewarpt
er wäre gewarpt
wir wären gewarpt
ihr wäret gewarpt
sie wären gewarpt

Voltooid Konj.

ich sei gewarpt gewesen
du seiest gewarpt gewesen
er sei gewarpt gewesen
wir seien gewarpt gewesen
ihr seiet gewarpt gewesen
sie seien gewarpt gewesen

Konj. volt. verl. t.

ich wäre gewarpt gewesen
du wärest gewarpt gewesen
er wäre gewarpt gewesen
wir wären gewarpt gewesen
ihr wäret gewarpt gewesen
sie wären gewarpt gewesen

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde gewarpt sein
du werdest gewarpt sein
er werde gewarpt sein
wir werden gewarpt sein
ihr werdet gewarpt sein
sie werden gewarpt sein

Toek. volt. aanw.

ich werde gewarpt gewesen sein
du werdest gewarpt gewesen sein
er werde gewarpt gewesen sein
wir werden gewarpt gewesen sein
ihr werdet gewarpt gewesen sein
sie werden gewarpt gewesen sein

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde gewarpt sein
du würdest gewarpt sein
er würde gewarpt sein
wir würden gewarpt sein
ihr würdet gewarpt sein
sie würden gewarpt sein

Verleden cond.

ich würde gewarpt gewesen sein
du würdest gewarpt gewesen sein
er würde gewarpt gewesen sein
wir würden gewarpt gewesen sein
ihr würdet gewarpt gewesen sein
sie würden gewarpt gewesen sein

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs statief passief tegenwoordige tijd voor het werkwoord warpen (hat)


Tegenwoordige tijd

sei (du) gewarpt
seien wir gewarpt
seid (ihr) gewarpt
seien Sie gewarpt

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in statief passief voor warpen (hat)


Infinitief I


gewarpt sein
gewarpt zu sein

Infinitief II


gewarpt gewesen sein
gewarpt gewesen zu sein

Tegenwoordig deelwoord


gewarpt seiend

Participle II


gewarpt gewesen

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse warpen (hat)


Duits warpen (hat)
Engels warp
Russisch перемещение
Spaans moverse, warp
Frans déhaler, déplacer
Portugees movimentar
Italiaans tonneggiare, traslare
Roemeens mișcare cu ancore de warp
Hongaars warp
Pools przemieszczać
Grieks μετακίνηση
Nederlands warpen
Tsjechisch pohybovat se
Zweeds warp
Deens warpbevæge
Japans ワープ, ワープアンカーで移動
Catalaans moure
Fins warpata
Noors warpbevegelse
Baskisch warpatu
Macedonisch преместување
Slowaaks warpovať
Bosnisch pomjerati
Kroatisch pomicanje
Oekraïens переміщення
Bulgaars движение с варп анкери
Wit-Russisch варпаваць
Indonesisch menarik dengan tali, menarik dengan tambang
Vietnamees kéo bằng dây, kéo bằng thừng
Oezbeeks arqon bilan sudrab o'tkazmoq, arqon bilan tortmoq
Hindi रस्सी से खींचना, वार्प करना
Chinees 用绳索牵引, 用缆牵引
Thais ลากด้วยเชือก, ใช้เชือกลาก
Koreaans 예인하다, 줄로 끌다
Azerbeidzjaans ip ilə çəkmək
Georgisch თოკით გადაადგილება, თოკით თრევა
Bengaals ওয়ার্প করা, দড়ি দিয়ে টানানো
Albanees tërheq me litar
Marathi रस्सीने ओढणे, वॉर्प करणे
Nepalees दोरीले तान्नु, रस्सीले तान्नु
Telugu దారితో తీయడం, దారితో లాగడం
Lets vilkt ar trosēm, vilkt ar virvēm
Tamil கயிறால் இழுத்து நகர்த்துதல், வார்ப் செய்
Ests köiega tõmmata, trossiga tõmmata
Armeens թելերով տեղափոխել, թելով քաշել
Koerdisch bi rêzê çekin, bi xêl çekin
Hebreeuwsהזזה
Arabischتحريك
Perzischحرکت با وارفنکر یا طناب
Urduوارپنگ

warpen (hat) in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van warpen (hat)

  • fortbewegen mit Warpanker oder Tauen

warpen (hat) in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord warpen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord warpen (hat)


De vervoeging van het werkwoord gewarpt sein wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord gewarpt sein is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (ist gewarpt - war gewarpt - ist gewarpt gewesen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary warpen en op warpen in de Duden.

warpen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich bin gewarptwar gewarptsei gewarptwäre gewarpt-
du bist gewarptwarst gewarptseiest gewarptwärest gewarptsei gewarpt
er ist gewarptwar gewarptsei gewarptwäre gewarpt-
wir sind gewarptwaren gewarptseien gewarptwären gewarptseien gewarpt
ihr seid gewarptwart gewarptseiet gewarptwäret gewarptseid gewarpt
sie sind gewarptwaren gewarptseien gewarptwären gewarptseien gewarpt

indicatief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: ich bin gewarpt, du bist gewarpt, er ist gewarpt, wir sind gewarpt, ihr seid gewarpt, sie sind gewarpt
  • Onvoltooid verleden tijd: ich war gewarpt, du warst gewarpt, er war gewarpt, wir waren gewarpt, ihr wart gewarpt, sie waren gewarpt
  • Perfectum: ich bin gewarpt gewesen, du bist gewarpt gewesen, er ist gewarpt gewesen, wir sind gewarpt gewesen, ihr seid gewarpt gewesen, sie sind gewarpt gewesen
  • Voltooid verleden tijd: ich war gewarpt gewesen, du warst gewarpt gewesen, er war gewarpt gewesen, wir waren gewarpt gewesen, ihr wart gewarpt gewesen, sie waren gewarpt gewesen
  • Toekomende tijd I: ich werde gewarpt sein, du wirst gewarpt sein, er wird gewarpt sein, wir werden gewarpt sein, ihr werdet gewarpt sein, sie werden gewarpt sein
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gewarpt gewesen sein, du wirst gewarpt gewesen sein, er wird gewarpt gewesen sein, wir werden gewarpt gewesen sein, ihr werdet gewarpt gewesen sein, sie werden gewarpt gewesen sein

Conjunctief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: ich sei gewarpt, du seiest gewarpt, er sei gewarpt, wir seien gewarpt, ihr seiet gewarpt, sie seien gewarpt
  • Onvoltooid verleden tijd: ich wäre gewarpt, du wärest gewarpt, er wäre gewarpt, wir wären gewarpt, ihr wäret gewarpt, sie wären gewarpt
  • Perfectum: ich sei gewarpt gewesen, du seiest gewarpt gewesen, er sei gewarpt gewesen, wir seien gewarpt gewesen, ihr seiet gewarpt gewesen, sie seien gewarpt gewesen
  • Voltooid verleden tijd: ich wäre gewarpt gewesen, du wärest gewarpt gewesen, er wäre gewarpt gewesen, wir wären gewarpt gewesen, ihr wäret gewarpt gewesen, sie wären gewarpt gewesen
  • Toekomende tijd I: ich werde gewarpt sein, du werdest gewarpt sein, er werde gewarpt sein, wir werden gewarpt sein, ihr werdet gewarpt sein, sie werden gewarpt sein
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gewarpt gewesen sein, du werdest gewarpt gewesen sein, er werde gewarpt gewesen sein, wir werden gewarpt gewesen sein, ihr werdet gewarpt gewesen sein, sie werden gewarpt gewesen sein

Voorwaardelijke wijs II (würde) statief passief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde gewarpt sein, du würdest gewarpt sein, er würde gewarpt sein, wir würden gewarpt sein, ihr würdet gewarpt sein, sie würden gewarpt sein
  • Voltooid verleden tijd: ich würde gewarpt gewesen sein, du würdest gewarpt gewesen sein, er würde gewarpt gewesen sein, wir würden gewarpt gewesen sein, ihr würdet gewarpt gewesen sein, sie würden gewarpt gewesen sein

Imperatief statief passief

  • Tegenwoordige tijd: sei (du) gewarpt, seien wir gewarpt, seid (ihr) gewarpt, seien Sie gewarpt

Infinitief/Deelwoord statief passief

  • Infinitief I: gewarpt sein, gewarpt zu sein
  • Infinitief II: gewarpt gewesen sein, gewarpt gewesen zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: gewarpt seiend
  • Participle II: gewarpt gewesen

Opmerkingen



Inloggen