Vervoeging van het Duitse werkwoord zetteln
De vervoeging van het werkwoord zetteln (inrichten, intrigeren) is regelmatig. De basisvormen zijn zettelt, zettelte en hat gezettelt. Het hulpwerkwoord van zetteln is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord zetteln beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor zetteln. Je kunt niet alleen zetteln vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen ☆
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van zetteln
Onvoltooid verleden tijd
| ich | zettelte |
| du | zetteltest |
| er | zettelte |
| wir | zettelten |
| ihr | zetteltet |
| sie | zettelten |
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
indicatief
Het werkwoord zetteln vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Onvoltooid verleden tijd
| ich | zettelte |
| du | zetteltest |
| er | zettelte |
| wir | zettelten |
| ihr | zetteltet |
| sie | zettelten |
Perfectum
| ich | habe | gezettelt |
| du | hast | gezettelt |
| er | hat | gezettelt |
| wir | haben | gezettelt |
| ihr | habt | gezettelt |
| sie | haben | gezettelt |
Volt. verl. tijd
| ich | hatte | gezettelt |
| du | hattest | gezettelt |
| er | hatte | gezettelt |
| wir | hatten | gezettelt |
| ihr | hattet | gezettelt |
| sie | hatten | gezettelt |
Toekomende tijd I
| ich | werde | zetteln |
| du | wirst | zetteln |
| er | wird | zetteln |
| wir | werden | zetteln |
| ihr | werdet | zetteln |
| sie | werden | zetteln |
voltooid tegenwoordige toekomende tijd
| ich | werde | gezettelt | haben |
| du | wirst | gezettelt | haben |
| er | wird | gezettelt | haben |
| wir | werden | gezettelt | haben |
| ihr | werdet | gezettelt | haben |
| sie | werden | gezettelt | haben |
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord zetteln in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Voltooid Konj.
| ich | habe | gezettelt |
| du | habest | gezettelt |
| er | habe | gezettelt |
| wir | haben | gezettelt |
| ihr | habet | gezettelt |
| sie | haben | gezettelt |
Konj. volt. verl. t.
| ich | hätte | gezettelt |
| du | hättest | gezettelt |
| er | hätte | gezettelt |
| wir | hätten | gezettelt |
| ihr | hättet | gezettelt |
| sie | hätten | gezettelt |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord zetteln
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor zetteln
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse zetteln
-
zetteln
warp, arrange, intrigue against, set up
интриговать, настраивать, устанавливать
intrigar, maquinación, preparar hilos, tejer
ourdir, tramer, intriguer, tisser
düzenlemek, kandırmak
configurar, conspirar, intrigar, preparar
ordire, impostare, intrigare, preparare
așezare, intriga
intrigálni, szövetkezés
intrygować, ustawiać
συνωμοτώ, υφαντική
inrichten, intrigeren, opzetten
intrigovat, nastavit
intrigera, tråda, väva
intrigere, opspænde
経糸を整える, 陰謀を巡らす
intrigar, preparar fils
juonitella, kudontakoneen langat
innfletting, intrigere
ehundu, intriga egin
intrigirati, postavljanje
интриги, поставување на основни влакна
intrigirati, nastaviti
intrigovať, nastaviť
intrigirati, postaviti
intrigirati, postaviti
настановлювати, інтригувати
интригувам, настройка на основни нишки
настройка, інтрыгаваць
memasang lungsin, menghani, menyusun intrik, merencanakan konspirasi
mắc sợi dọc, âm mưu, âm mưu chống lại
fitna solmoq, intriga qilmoq, navoyga o‘rash
तानना, ताना डालना, साज़िश करना, साज़िश रचना
密谋, 搞阴谋, 整经
กรอด้ายยืน, จัดด้ายยืน, วางแผนกลั่นแกล้ง, สมคบคิด
모략하다, 음모를 꾸미다, 정경하다
intriga qurmaq, məkr etmək, çözgü çəkmək
ინტრიგა მოწყობა, კონსპირაცია, ნავოიზე დახვევა
চক্রান্ত করা, তানা দেওয়া, তানা বসানো, ষড়যন্ত্র করা
intrigoj, komplot bëj, vendos fijet gjatësore
ताना घालणे, साजिश करणे, साजिश रचणे
ताना हाल्नु, षड्यन्त्र गर्नु, साजिश गर्नु
వార్పింగ్ చేయు, షడ్యంత్రం చేయడం, సాజిష్ చేయడం
ierīkot garendiegus, intrigēt, veidot intrigas
சதி செய், தந்திரம் அமை, வார்ப்பிங் செய்
intrigeerima, veerida intriige
դավեր աշխատել, խարդախություն անել, նավոյի վրա փաթաթել
hile kirin, intrîga kirin, xêzên dirêj saz kirin
לסדר، לרקום מזימות
إعداد الخيوط الطولية، تآمر
تنظیم، دسیسه کردن
تنظیم، سازش کرنا
zetteln in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van zetteln- gegen jemanden intrigieren
- Längsfäden am Webstuhl einrichten
Betekenissen Synoniemen
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van zetteln
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van zetteln
- Vorming van Imperatief van zetteln
- Vorming van Konjunktiv I van zetteln
- Vorming van Konjunktiv II van zetteln
- Vorming van Infinitief van zetteln
- Vorming van Deelwoord van zetteln
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van zetteln
≡ anzetteln
≡ verzetteln
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord zetteln vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord zetteln
De vervoeging van het werkwoord zetteln wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord zetteln is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (zettelt - zettelte - hat gezettelt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary zetteln en op zetteln in de Duden.
zetteln vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | zett(e)l(e) | zettelte | zett(e)le | zettelte | - |
| du | zettelst | zetteltest | zettelst | zetteltest | zett(e)l(e) |
| er | zettelt | zettelte | zett(e)le | zettelte | - |
| wir | zetteln | zettelten | zetteln | zettelten | zetteln |
| ihr | zettelt | zetteltet | zettelt | zetteltet | zettelt |
| sie | zetteln | zettelten | zetteln | zettelten | zetteln |
indicatief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich zett(e)l(e), du zettelst, er zettelt, wir zetteln, ihr zettelt, sie zetteln
- Onvoltooid verleden tijd: ich zettelte, du zetteltest, er zettelte, wir zettelten, ihr zetteltet, sie zettelten
- Perfectum: ich habe gezettelt, du hast gezettelt, er hat gezettelt, wir haben gezettelt, ihr habt gezettelt, sie haben gezettelt
- Voltooid verleden tijd: ich hatte gezettelt, du hattest gezettelt, er hatte gezettelt, wir hatten gezettelt, ihr hattet gezettelt, sie hatten gezettelt
- Toekomende tijd I: ich werde zetteln, du wirst zetteln, er wird zetteln, wir werden zetteln, ihr werdet zetteln, sie werden zetteln
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gezettelt haben, du wirst gezettelt haben, er wird gezettelt haben, wir werden gezettelt haben, ihr werdet gezettelt haben, sie werden gezettelt haben
Conjunctief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich zett(e)le, du zettelst, er zett(e)le, wir zetteln, ihr zettelt, sie zetteln
- Onvoltooid verleden tijd: ich zettelte, du zetteltest, er zettelte, wir zettelten, ihr zetteltet, sie zettelten
- Perfectum: ich habe gezettelt, du habest gezettelt, er habe gezettelt, wir haben gezettelt, ihr habet gezettelt, sie haben gezettelt
- Voltooid verleden tijd: ich hätte gezettelt, du hättest gezettelt, er hätte gezettelt, wir hätten gezettelt, ihr hättet gezettelt, sie hätten gezettelt
- Toekomende tijd I: ich werde zetteln, du werdest zetteln, er werde zetteln, wir werden zetteln, ihr werdet zetteln, sie werden zetteln
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gezettelt haben, du werdest gezettelt haben, er werde gezettelt haben, wir werden gezettelt haben, ihr werdet gezettelt haben, sie werden gezettelt haben
Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde zetteln, du würdest zetteln, er würde zetteln, wir würden zetteln, ihr würdet zetteln, sie würden zetteln
- Voltooid verleden tijd: ich würde gezettelt haben, du würdest gezettelt haben, er würde gezettelt haben, wir würden gezettelt haben, ihr würdet gezettelt haben, sie würden gezettelt haben
Imperatief Actief
- Tegenwoordige tijd: zett(e)l(e) (du), zetteln wir, zettelt (ihr), zetteln Sie
Infinitief/Deelwoord Actief
- Infinitief I: zetteln, zu zetteln
- Infinitief II: gezettelt haben, gezettelt zu haben
- Tegenwoordig deelwoord: zettelnd
- Participle II: gezettelt