Vervoeging van het Duitse werkwoord rumgehen 〈Procespassief〉
De vervoeging van het werkwoord rumgehen (ronddolen, rondgaan) is onregelmatig. De basisvormen zijn wird rumgegangen, wurde rumgegangen en ist rumgegangen worden. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers e - i - a. Het hulpwerkwoord van rumgehen is "sein". De eerste lettergreep rum- van rumgehen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Procespassief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord rumgehen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor rumgehen. Je kunt niet alleen rumgehen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen ☆
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van rumgehen
Tegenwoordige tijd
| ich | werde | rumgegangen |
| du | wirst | rumgegangen |
| er | wird | rumgegangen |
| wir | werden | rumgegangen |
| ihr | werdet | rumgegangen |
| sie | werden | rumgegangen |
Onvoltooid verleden tijd
| ich | wurde | rumgegangen |
| du | wurdest | rumgegangen |
| er | wurde | rumgegangen |
| wir | wurden | rumgegangen |
| ihr | wurdet | rumgegangen |
| sie | wurden | rumgegangen |
Konjunktief I
| ich | werde | rumgegangen |
| du | werdest | rumgegangen |
| er | werde | rumgegangen |
| wir | werden | rumgegangen |
| ihr | werdet | rumgegangen |
| sie | werden | rumgegangen |
Konjunktief II
| ich | würde | rumgegangen |
| du | würdest | rumgegangen |
| er | würde | rumgegangen |
| wir | würden | rumgegangen |
| ihr | würdet | rumgegangen |
| sie | würden | rumgegangen |
indicatief
Het werkwoord rumgehen vervoegd in de aantonende wijs Procespassief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Tegenwoordige tijd
| ich | werde | rumgegangen |
| du | wirst | rumgegangen |
| er | wird | rumgegangen |
| wir | werden | rumgegangen |
| ihr | werdet | rumgegangen |
| sie | werden | rumgegangen |
Onvoltooid verleden tijd
| ich | wurde | rumgegangen |
| du | wurdest | rumgegangen |
| er | wurde | rumgegangen |
| wir | wurden | rumgegangen |
| ihr | wurdet | rumgegangen |
| sie | wurden | rumgegangen |
Perfectum
| ich | bin | rumgegangen | worden |
| du | bist | rumgegangen | worden |
| er | ist | rumgegangen | worden |
| wir | sind | rumgegangen | worden |
| ihr | seid | rumgegangen | worden |
| sie | sind | rumgegangen | worden |
Volt. verl. tijd
| ich | war | rumgegangen | worden |
| du | warst | rumgegangen | worden |
| er | war | rumgegangen | worden |
| wir | waren | rumgegangen | worden |
| ihr | wart | rumgegangen | worden |
| sie | waren | rumgegangen | worden |
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord rumgehen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Konjunktief I
| ich | werde | rumgegangen |
| du | werdest | rumgegangen |
| er | werde | rumgegangen |
| wir | werden | rumgegangen |
| ihr | werdet | rumgegangen |
| sie | werden | rumgegangen |
Konjunktief II
| ich | würde | rumgegangen |
| du | würdest | rumgegangen |
| er | würde | rumgegangen |
| wir | würden | rumgegangen |
| ihr | würdet | rumgegangen |
| sie | würden | rumgegangen |
Voltooid Konj.
| ich | sei | rumgegangen | worden |
| du | seiest | rumgegangen | worden |
| er | sei | rumgegangen | worden |
| wir | seien | rumgegangen | worden |
| ihr | seiet | rumgegangen | worden |
| sie | seien | rumgegangen | worden |
Konj. volt. verl. t.
| ich | wäre | rumgegangen | worden |
| du | wärest | rumgegangen | worden |
| er | wäre | rumgegangen | worden |
| wir | wären | rumgegangen | worden |
| ihr | wäret | rumgegangen | worden |
| sie | wären | rumgegangen | worden |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Procespassief tegenwoordige tijd voor het werkwoord rumgehen
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Procespassief voor rumgehen
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse rumgehen
-
rumgehen
move around, wander
блуждать, ходить кругом
circular, dar vueltas
circuler, tourner
dolaşmak, dönmek
circular
circolare, girare
se plimba în cerc
körbejár
krążyć, krążyć wokół
περπατώ γύρω
ronddolen, rondgaan
kroužit, obcházet
gå runt, vandra
vandre rundt
回る, 巡る
moure's en cercle
kierrellä, kiertää
gå i sirkel, sirkulere
zirkulatu
kretati se u krug
шетање во круг
krožno gibanje
krúžiť, obchádzať
kretati se u krug
kretati se u krug
кружляти, ходити по колу
обикалям, разхождам се
абарачацца, круціцца
berkeliling, berputar
xoay vòng, đi vòng quanh
aylanmoq
घूमना, चक्कर लगाना
绕圈, 转圈
วน, เดินวน
돌다, 빙빙 돌다
dönmək, fırlanmaq
ტრიალება
ঘোরা
rrotullohem
फिरणे, फेरी मारणे
घुम्नु, चक्कर लगाउनु
తిరుగు
griezties, riņķot
சுற்று
ringi käima, tiirutama
պտտվել
zivirîn
להסתובב
التجول، الدوران
چرخیدن
چکر لگانا، گھومنا
rumgehen in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van rumgehenVerbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van rumgehen
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van rumgehen
- Vorming van Imperatief van rumgehen
- Vorming van Konjunktiv I van rumgehen
- Vorming van Konjunktiv II van rumgehen
- Vorming van Infinitief van rumgehen
- Vorming van Deelwoord van rumgehen
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van rumgehen
≡ emporgehen
≡ reingehen
≡ rumschleppen
≡ rumrutschen
≡ eingehen
≡ rundgehen
≡ rumspielen
≡ irregehen
≡ rumeiern
≡ rumfahren
≡ langgehen
≡ entgehen
≡ rumschwirren
≡ losgehen
≡ rumstehen
≡ vorangehen
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord rumgehen vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord rumgehen
De vervoeging van het werkwoord rum·gegangen werden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord rum·gegangen werden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (wird rumgegangen - wurde rumgegangen - ist rumgegangen worden) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary rumgehen en op rumgehen in de Duden.
rumgehen vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | werde rumgegangen | wurde rumgegangen | werde rumgegangen | würde rumgegangen | - |
| du | wirst rumgegangen | wurdest rumgegangen | werdest rumgegangen | würdest rumgegangen | - |
| er | wird rumgegangen | wurde rumgegangen | werde rumgegangen | würde rumgegangen | - |
| wir | werden rumgegangen | wurden rumgegangen | werden rumgegangen | würden rumgegangen | - |
| ihr | werdet rumgegangen | wurdet rumgegangen | werdet rumgegangen | würdet rumgegangen | - |
| sie | werden rumgegangen | wurden rumgegangen | werden rumgegangen | würden rumgegangen | - |
indicatief Procespassief
- Tegenwoordige tijd: ich werde rumgegangen, du wirst rumgegangen, er wird rumgegangen, wir werden rumgegangen, ihr werdet rumgegangen, sie werden rumgegangen
- Onvoltooid verleden tijd: ich wurde rumgegangen, du wurdest rumgegangen, er wurde rumgegangen, wir wurden rumgegangen, ihr wurdet rumgegangen, sie wurden rumgegangen
- Perfectum: ich bin rumgegangen worden, du bist rumgegangen worden, er ist rumgegangen worden, wir sind rumgegangen worden, ihr seid rumgegangen worden, sie sind rumgegangen worden
- Voltooid verleden tijd: ich war rumgegangen worden, du warst rumgegangen worden, er war rumgegangen worden, wir waren rumgegangen worden, ihr wart rumgegangen worden, sie waren rumgegangen worden
- Toekomende tijd I: ich werde rumgegangen werden, du wirst rumgegangen werden, er wird rumgegangen werden, wir werden rumgegangen werden, ihr werdet rumgegangen werden, sie werden rumgegangen werden
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde rumgegangen worden sein, du wirst rumgegangen worden sein, er wird rumgegangen worden sein, wir werden rumgegangen worden sein, ihr werdet rumgegangen worden sein, sie werden rumgegangen worden sein
Conjunctief Procespassief
- Tegenwoordige tijd: ich werde rumgegangen, du werdest rumgegangen, er werde rumgegangen, wir werden rumgegangen, ihr werdet rumgegangen, sie werden rumgegangen
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde rumgegangen, du würdest rumgegangen, er würde rumgegangen, wir würden rumgegangen, ihr würdet rumgegangen, sie würden rumgegangen
- Perfectum: ich sei rumgegangen worden, du seiest rumgegangen worden, er sei rumgegangen worden, wir seien rumgegangen worden, ihr seiet rumgegangen worden, sie seien rumgegangen worden
- Voltooid verleden tijd: ich wäre rumgegangen worden, du wärest rumgegangen worden, er wäre rumgegangen worden, wir wären rumgegangen worden, ihr wäret rumgegangen worden, sie wären rumgegangen worden
- Toekomende tijd I: ich werde rumgegangen werden, du werdest rumgegangen werden, er werde rumgegangen werden, wir werden rumgegangen werden, ihr werdet rumgegangen werden, sie werden rumgegangen werden
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde rumgegangen worden sein, du werdest rumgegangen worden sein, er werde rumgegangen worden sein, wir werden rumgegangen worden sein, ihr werdet rumgegangen worden sein, sie werden rumgegangen worden sein
Voorwaardelijke wijs II (würde) Procespassief
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde rumgegangen werden, du würdest rumgegangen werden, er würde rumgegangen werden, wir würden rumgegangen werden, ihr würdet rumgegangen werden, sie würden rumgegangen werden
- Voltooid verleden tijd: ich würde rumgegangen worden sein, du würdest rumgegangen worden sein, er würde rumgegangen worden sein, wir würden rumgegangen worden sein, ihr würdet rumgegangen worden sein, sie würden rumgegangen worden sein
Imperatief Procespassief
- Tegenwoordige tijd: -, -, -, -
Infinitief/Deelwoord Procespassief
- Infinitief I: rumgegangen werden, rumgegangen zu werden
- Infinitief II: rumgegangen worden sein, rumgegangen worden zu sein
- Tegenwoordig deelwoord: rumgegangen werdend
- Participle II: rumgegangen worden