Vervoeging van het Duitse werkwoord rausekeln ⟨Procespassief⟩

De vervoeging van het werkwoord rausekeln (duwen, uitdrijven) is regelmatig. De basisvormen zijn wird rausgeekelt, wurde rausgeekelt en ist rausgeekelt worden. Het hulpwerkwoord van rausekeln is "haben". De eerste lettergreep raus- van rausekeln is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Procespassief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord rausekeln beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor rausekeln. Je kunt niet alleen rausekeln vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

regelmatig · haben · scheidbaar

raus·geekelt werden

wird rausgeekelt · wurde rausgeekelt · ist rausgeekelt worden

 Geen informele e-wegval mogelijk 

Engels freeze out, force out, push out

/ʁaʊsˈeːkəln/ · /ˈeːkəlt ʁaʊs/ · /ˈeːkəltə ʁaʊs/ · /ʁaʊsɡəˈkɛlt/

herausdrängen; wegmobben, hinausekeln, wegekeln, rausmobben, vergraulen

acc.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van rausekeln

Tegenwoordige tijd

ich werde rausgeekelt
du wirst rausgeekelt
er wird rausgeekelt
wir werden rausgeekelt
ihr werdet rausgeekelt
sie werden rausgeekelt

Onvoltooid verleden tijd

ich wurde rausgeekelt
du wurdest rausgeekelt
er wurde rausgeekelt
wir wurden rausgeekelt
ihr wurdet rausgeekelt
sie wurden rausgeekelt

Imperatief

-
-
-
-
-
-

Konjunktief I

ich werde rausgeekelt
du werdest rausgeekelt
er werde rausgeekelt
wir werden rausgeekelt
ihr werdet rausgeekelt
sie werden rausgeekelt

Konjunktief II

ich würde rausgeekelt
du würdest rausgeekelt
er würde rausgeekelt
wir würden rausgeekelt
ihr würdet rausgeekelt
sie würden rausgeekelt

Infinitief

rausgeekelt werden
rausgeekelt zu werden

Deelwoord

rausgeekelt werdend
rausgeekelt worden

indicatief

Het werkwoord rausekeln vervoegd in de aantonende wijs Procespassief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich werde rausgeekelt
du wirst rausgeekelt
er wird rausgeekelt
wir werden rausgeekelt
ihr werdet rausgeekelt
sie werden rausgeekelt

Onvoltooid verleden tijd

ich wurde rausgeekelt
du wurdest rausgeekelt
er wurde rausgeekelt
wir wurden rausgeekelt
ihr wurdet rausgeekelt
sie wurden rausgeekelt

Perfectum

ich bin rausgeekelt worden
du bist rausgeekelt worden
er ist rausgeekelt worden
wir sind rausgeekelt worden
ihr seid rausgeekelt worden
sie sind rausgeekelt worden

Volt. verl. tijd

ich war rausgeekelt worden
du warst rausgeekelt worden
er war rausgeekelt worden
wir waren rausgeekelt worden
ihr wart rausgeekelt worden
sie waren rausgeekelt worden

Toekomende tijd I

ich werde rausgeekelt werden
du wirst rausgeekelt werden
er wird rausgeekelt werden
wir werden rausgeekelt werden
ihr werdet rausgeekelt werden
sie werden rausgeekelt werden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde rausgeekelt worden sein
du wirst rausgeekelt worden sein
er wird rausgeekelt worden sein
wir werden rausgeekelt worden sein
ihr werdet rausgeekelt worden sein
sie werden rausgeekelt worden sein

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord rausekeln in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich werde rausgeekelt
du werdest rausgeekelt
er werde rausgeekelt
wir werden rausgeekelt
ihr werdet rausgeekelt
sie werden rausgeekelt

Konjunktief II

ich würde rausgeekelt
du würdest rausgeekelt
er würde rausgeekelt
wir würden rausgeekelt
ihr würdet rausgeekelt
sie würden rausgeekelt

Voltooid Konj.

ich sei rausgeekelt worden
du seiest rausgeekelt worden
er sei rausgeekelt worden
wir seien rausgeekelt worden
ihr seiet rausgeekelt worden
sie seien rausgeekelt worden

Konj. volt. verl. t.

ich wäre rausgeekelt worden
du wärest rausgeekelt worden
er wäre rausgeekelt worden
wir wären rausgeekelt worden
ihr wäret rausgeekelt worden
sie wären rausgeekelt worden

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde rausgeekelt werden
du werdest rausgeekelt werden
er werde rausgeekelt werden
wir werden rausgeekelt werden
ihr werdet rausgeekelt werden
sie werden rausgeekelt werden

Toek. volt. aanw.

ich werde rausgeekelt worden sein
du werdest rausgeekelt worden sein
er werde rausgeekelt worden sein
wir werden rausgeekelt worden sein
ihr werdet rausgeekelt worden sein
sie werden rausgeekelt worden sein

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde rausgeekelt werden
du würdest rausgeekelt werden
er würde rausgeekelt werden
wir würden rausgeekelt werden
ihr würdet rausgeekelt werden
sie würden rausgeekelt werden

Verleden cond.

ich würde rausgeekelt worden sein
du würdest rausgeekelt worden sein
er würde rausgeekelt worden sein
wir würden rausgeekelt worden sein
ihr würdet rausgeekelt worden sein
sie würden rausgeekelt worden sein

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Procespassief tegenwoordige tijd voor het werkwoord rausekeln


Tegenwoordige tijd

-
-
-
-

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Procespassief voor rausekeln


Infinitief I


rausgeekelt werden
rausgeekelt zu werden

Infinitief II


rausgeekelt worden sein
rausgeekelt worden zu sein

Tegenwoordig deelwoord


rausgeekelt werdend

Participle II


rausgeekelt worden

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse rausekeln


Duits rausekeln
Engels freeze out, force out, push out
Russisch выдавливать, выживать, выталкивать
Spaans expulsar, sacar
Frans chasser, expulser
Turks dışarı itmek
Portugees expelir, forçar para fora
Italiaans estrarre, spingere fuori
Roemeens scoate, împinge afară
Hongaars kiszorít
Pools wypychać, wypchnąć
Grieks εκδίωξη
Nederlands duwen, uitdrijven
Tsjechisch vytlačit, vytlačovat
Zweeds tränga ut
Deens trænge ud
Japans 押し出す, 押し込む
Catalaans expulsar, forçar a sortir
Fins työntää ulos
Noors presset ut
Baskisch kanpora bultzatu
Servisch izgurnuti
Macedonisch изгонување
Sloveens izgnati, iztisniti
Slowaaks vytlačiť
Bosnisch izgurnuti
Kroatisch izgurnuti
Oekraïens виштовхувати
Bulgaars изгонвам, изтласквам
Wit-Russisch вытісняць, выціскаць
Indonesisch mendepak, mengusir
Vietnamees đuổi ra, đẩy ra
Oezbeeks haydab chiqarmoq, siqib chiqarmoq
Hindi धकियाकर निकालना, बाहर निकालना
Chinees 挤走, 赶走
Thais ขับไล่, ไล่ออก
Koreaans 몰아내다, 쫓아내다
Azerbeidzjaans qovmaq, çıxarmaq
Georgisch გამოდევნა, გაძევება
Bengaals তাড়িয়ে দেওয়া, বের করে দেওয়া
Albanees dëboj, përzë
Marathi बाहेर काढणे, हुसकावून लावणे
Nepalees धपाउनु
Telugu గెంటివేయు, తరిమేయు
Lets izdzīt, izstumt
Tamil துரத்துதல், வெளியேற்றுதல்
Ests välja puksima, välja tõrjuma
Armeens դուրս մղել, վտարել
Koerdisch derxistin
Hebreeuwsלדחוק החוצה
Arabischإخراج
Perzischفشردن
Urduباہر نکالنا

rausekeln in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van rausekeln

  • herausdrängen
  • wegmobben, hinausekeln, wegekeln, rausmobben, vergraulen, wegbeißen

rausekeln in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord rausekeln vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord rausekeln


De vervoeging van het werkwoord raus·geekelt werden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord raus·geekelt werden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (wird rausgeekelt - wurde rausgeekelt - ist rausgeekelt worden) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary rausekeln en op rausekeln in de Duden.

rausekeln vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich werde rausgeekeltwurde rausgeekeltwerde rausgeekeltwürde rausgeekelt-
du wirst rausgeekeltwurdest rausgeekeltwerdest rausgeekeltwürdest rausgeekelt-
er wird rausgeekeltwurde rausgeekeltwerde rausgeekeltwürde rausgeekelt-
wir werden rausgeekeltwurden rausgeekeltwerden rausgeekeltwürden rausgeekelt-
ihr werdet rausgeekeltwurdet rausgeekeltwerdet rausgeekeltwürdet rausgeekelt-
sie werden rausgeekeltwurden rausgeekeltwerden rausgeekeltwürden rausgeekelt-

indicatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: ich werde rausgeekelt, du wirst rausgeekelt, er wird rausgeekelt, wir werden rausgeekelt, ihr werdet rausgeekelt, sie werden rausgeekelt
  • Onvoltooid verleden tijd: ich wurde rausgeekelt, du wurdest rausgeekelt, er wurde rausgeekelt, wir wurden rausgeekelt, ihr wurdet rausgeekelt, sie wurden rausgeekelt
  • Perfectum: ich bin rausgeekelt worden, du bist rausgeekelt worden, er ist rausgeekelt worden, wir sind rausgeekelt worden, ihr seid rausgeekelt worden, sie sind rausgeekelt worden
  • Voltooid verleden tijd: ich war rausgeekelt worden, du warst rausgeekelt worden, er war rausgeekelt worden, wir waren rausgeekelt worden, ihr wart rausgeekelt worden, sie waren rausgeekelt worden
  • Toekomende tijd I: ich werde rausgeekelt werden, du wirst rausgeekelt werden, er wird rausgeekelt werden, wir werden rausgeekelt werden, ihr werdet rausgeekelt werden, sie werden rausgeekelt werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde rausgeekelt worden sein, du wirst rausgeekelt worden sein, er wird rausgeekelt worden sein, wir werden rausgeekelt worden sein, ihr werdet rausgeekelt worden sein, sie werden rausgeekelt worden sein

Conjunctief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: ich werde rausgeekelt, du werdest rausgeekelt, er werde rausgeekelt, wir werden rausgeekelt, ihr werdet rausgeekelt, sie werden rausgeekelt
  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde rausgeekelt, du würdest rausgeekelt, er würde rausgeekelt, wir würden rausgeekelt, ihr würdet rausgeekelt, sie würden rausgeekelt
  • Perfectum: ich sei rausgeekelt worden, du seiest rausgeekelt worden, er sei rausgeekelt worden, wir seien rausgeekelt worden, ihr seiet rausgeekelt worden, sie seien rausgeekelt worden
  • Voltooid verleden tijd: ich wäre rausgeekelt worden, du wärest rausgeekelt worden, er wäre rausgeekelt worden, wir wären rausgeekelt worden, ihr wäret rausgeekelt worden, sie wären rausgeekelt worden
  • Toekomende tijd I: ich werde rausgeekelt werden, du werdest rausgeekelt werden, er werde rausgeekelt werden, wir werden rausgeekelt werden, ihr werdet rausgeekelt werden, sie werden rausgeekelt werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde rausgeekelt worden sein, du werdest rausgeekelt worden sein, er werde rausgeekelt worden sein, wir werden rausgeekelt worden sein, ihr werdet rausgeekelt worden sein, sie werden rausgeekelt worden sein

Voorwaardelijke wijs II (würde) Procespassief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde rausgeekelt werden, du würdest rausgeekelt werden, er würde rausgeekelt werden, wir würden rausgeekelt werden, ihr würdet rausgeekelt werden, sie würden rausgeekelt werden
  • Voltooid verleden tijd: ich würde rausgeekelt worden sein, du würdest rausgeekelt worden sein, er würde rausgeekelt worden sein, wir würden rausgeekelt worden sein, ihr würdet rausgeekelt worden sein, sie würden rausgeekelt worden sein

Imperatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: -, -, -, -

Infinitief/Deelwoord Procespassief

  • Infinitief I: rausgeekelt werden, rausgeekelt zu werden
  • Infinitief II: rausgeekelt worden sein, rausgeekelt worden zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: rausgeekelt werdend
  • Participle II: rausgeekelt worden

Opmerkingen



Inloggen

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: rausekeln