Vervoeging van het Duitse werkwoord sägen ⟨Procespassief⟩ ⟨Bijzin⟩

De vervoeging van het werkwoord sägen (zagen, ronken) is regelmatig. De basisvormen zijn ... gesägt wird, ... gesägt wurde en ... gesägt worden ist. Het hulpwerkwoord van sägen is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Procespassief en wordt gebruikt als Bijzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord sägen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor sägen. Je kunt niet alleen sägen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · regelmatig · haben

gesägt werden

... gesägt wird · ... gesägt wurde · ... gesägt worden ist

Engels saw, cut, serrate, snore

/ˈzɛːɡən/ · /ˈzɛːkt/ · /ˈzɛːktə/ · /ɡəˈzɛːkt/

eine mit Körperkraft oder Motor betriebene Säge benutzen; schnarchen; teilen, schnarchen, gurgeln, zerschneiden

(acc.)

» Ich säge Holz. Engels I'm sawing some wood.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van sägen

Tegenwoordige tijd

... ich gesägt werde
... du gesägt wirst
... er gesägt wird
... wir gesägt werden
... ihr gesägt werdet
... sie gesägt werden

Onvoltooid verleden tijd

... ich gesägt wurde
... du gesägt wurdest
... er gesägt wurde
... wir gesägt wurden
... ihr gesägt wurdet
... sie gesägt wurden

Imperatief

-
-
-
-
-
-

Konjunktief I

... ich gesägt werde
... du gesägt werdest
... er gesägt werde
... wir gesägt werden
... ihr gesägt werdet
... sie gesägt werden

Konjunktief II

... ich gesägt würde
... du gesägt würdest
... er gesägt würde
... wir gesägt würden
... ihr gesägt würdet
... sie gesägt würden

Infinitief

gesägt werden
gesägt zu werden

Deelwoord

gesägt werdend
gesägt worden

indicatief

Het werkwoord sägen vervoegd in de aantonende wijs Procespassief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

... ich gesägt werde
... du gesägt wirst
... er gesägt wird
... wir gesägt werden
... ihr gesägt werdet
... sie gesägt werden

Onvoltooid verleden tijd

... ich gesägt wurde
... du gesägt wurdest
... er gesägt wurde
... wir gesägt wurden
... ihr gesägt wurdet
... sie gesägt wurden

Perfectum

... ich gesägt worden bin
... du gesägt worden bist
... er gesägt worden ist
... wir gesägt worden sind
... ihr gesägt worden seid
... sie gesägt worden sind

Volt. verl. tijd

... ich gesägt worden war
... du gesägt worden warst
... er gesägt worden war
... wir gesägt worden waren
... ihr gesägt worden wart
... sie gesägt worden waren

Toekomende tijd I

... ich gesägt werden werde
... du gesägt werden wirst
... er gesägt werden wird
... wir gesägt werden werden
... ihr gesägt werden werdet
... sie gesägt werden werden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

... ich gesägt worden sein werde
... du gesägt worden sein wirst
... er gesägt worden sein wird
... wir gesägt worden sein werden
... ihr gesägt worden sein werdet
... sie gesägt worden sein werden

  • Ich säge Holz. 
  • Er kam, sah und sägte . 
  • Wir sägten das Holz mit einer Kettensäge. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord sägen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

... ich gesägt werde
... du gesägt werdest
... er gesägt werde
... wir gesägt werden
... ihr gesägt werdet
... sie gesägt werden

Konjunktief II

... ich gesägt würde
... du gesägt würdest
... er gesägt würde
... wir gesägt würden
... ihr gesägt würdet
... sie gesägt würden

Voltooid Konj.

... ich gesägt worden sei
... du gesägt worden seiest
... er gesägt worden sei
... wir gesägt worden seien
... ihr gesägt worden seiet
... sie gesägt worden seien

Konj. volt. verl. t.

... ich gesägt worden wäre
... du gesägt worden wärest
... er gesägt worden wäre
... wir gesägt worden wären
... ihr gesägt worden wäret
... sie gesägt worden wären

Toekomende aanvoegende wijs I

... ich gesägt werden werde
... du gesägt werden werdest
... er gesägt werden werde
... wir gesägt werden werden
... ihr gesägt werden werdet
... sie gesägt werden werden

Toek. volt. aanw.

... ich gesägt worden sein werde
... du gesägt worden sein werdest
... er gesägt worden sein werde
... wir gesägt worden sein werden
... ihr gesägt worden sein werdet
... sie gesägt worden sein werden

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

... ich gesägt werden würde
... du gesägt werden würdest
... er gesägt werden würde
... wir gesägt werden würden
... ihr gesägt werden würdet
... sie gesägt werden würden

Verleden cond.

... ich gesägt worden sein würde
... du gesägt worden sein würdest
... er gesägt worden sein würde
... wir gesägt worden sein würden
... ihr gesägt worden sein würdet
... sie gesägt worden sein würden

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Procespassief tegenwoordige tijd voor het werkwoord sägen


Tegenwoordige tijd

-
-
-
-

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Procespassief voor sägen


Infinitief I


gesägt werden
gesägt zu werden

Infinitief II


gesägt worden sein
gesägt worden zu sein

Tegenwoordig deelwoord


gesägt werdend

Participle II


gesägt worden

  • Sie sah ihn den Ast sägen . 
  • Ich habe einen Ast aus dem Baum gesägt . 
  • Jedes Teil einer Pendeluhr muss eigenhändig geschliffen, gesägt und gefräst werden. 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor sägen


  • Ich säge Holz. 
    Engels I'm sawing some wood.
  • Sie sah ihn den Ast sägen . 
    Engels She saw him saw the branch.
  • Er kam, sah und sägte . 
    Engels He came, saw and sawed.
  • Wir sägten das Holz mit einer Kettensäge. 
    Engels We sawed the wood with a chainsaw.
  • Ich habe einen Ast aus dem Baum gesägt . 
    Engels I have cut a branch from the tree.
  • Jedes Teil einer Pendeluhr muss eigenhändig geschliffen, gesägt und gefräst werden. 
    Engels Each part of a pendulum clock must be hand-ground, sawed, and milled.
  • Der Tischler sägt dort ein Loch in die Holzwand, wo der neue Durchgang entstehen soll. 
    Engels The carpenter is sawing a hole in the wooden wall where the new passage is to be.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse sägen


Duits sägen
Engels saw, cut, serrate, snore
Russisch пилить, пила
Spaans aserrar, aserruchar, roncar, serrar, serruchar, sierra
Frans scier, ronfler
Turks kesmek, testere
Portugees serrar, cortar, ressonar, roncar
Italiaans segare, ronfare, russare
Roemeens tăia
Hongaars fűrészel
Pools piłować, chrapać, przepiłować, sawować
Grieks κόβω, πριονίζω, πριόνισμα
Nederlands zagen, ronken, snurken
Tsjechisch řezat, chrápat, pila, rozřezat, vyřezat, zachrápat
Zweeds såga
Deens save
Japans 切る, ノコギリを使う
Catalaans serra, serrar
Fins sahata
Noors sag, sage
Baskisch ebaki
Servisch тестерисати, seći
Macedonisch тестерисување, сечи
Sloveens žaganje, žagati
Slowaaks rezať
Bosnisch piliti, sjeći
Kroatisch piliti, sjeći
Oekraïens пиляти
Bulgaars резачка, съсеч
Wit-Russisch піла
Indonesisch menggergaji
Vietnamees cưa
Oezbeeks arralamoq
Hindi आरी चलाना
Chinees 
Thais เลื่อย
Koreaans 톱질하다
Azerbeidzjaans testere ilə kəsmək
Georgisch ხერხვა
Bengaals আরি চালানো
Albanees sharroj
Marathi आरी चालवणे
Nepalees आरी चलाउनु
Telugu రంపంతో కోయు
Lets zāģēt
Tamil ரம்பமிடு
Ests saagima
Armeens սղոցել
Koerdisch destere kirin
Hebreeuwsלחתוך، לסחוב
Arabischمنشار، نشر
Perzischاره کردن، برش دادن
Urduدھارنا، کٹائی

sägen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van sägen

  • eine mit Körperkraft oder Motor betriebene Säge benutzen, teilen, zerschneiden, zertrennen
  • schnarchen
  • schnarchen, gurgeln, schnarchen, ratzen

sägen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord sägen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord sägen


De vervoeging van het werkwoord gesägt werden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord gesägt werden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (... gesägt wird - ... gesägt wurde - ... gesägt worden ist) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary sägen en op sägen in de Duden.

sägen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich ... gesägt werde... gesägt wurde... gesägt werde... gesägt würde-
du ... gesägt wirst... gesägt wurdest... gesägt werdest... gesägt würdest-
er ... gesägt wird... gesägt wurde... gesägt werde... gesägt würde-
wir ... gesägt werden... gesägt wurden... gesägt werden... gesägt würden-
ihr ... gesägt werdet... gesägt wurdet... gesägt werdet... gesägt würdet-
sie ... gesägt werden... gesägt wurden... gesägt werden... gesägt würden-

indicatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich gesägt werde, ... du gesägt wirst, ... er gesägt wird, ... wir gesägt werden, ... ihr gesägt werdet, ... sie gesägt werden
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich gesägt wurde, ... du gesägt wurdest, ... er gesägt wurde, ... wir gesägt wurden, ... ihr gesägt wurdet, ... sie gesägt wurden
  • Perfectum: ... ich gesägt worden bin, ... du gesägt worden bist, ... er gesägt worden ist, ... wir gesägt worden sind, ... ihr gesägt worden seid, ... sie gesägt worden sind
  • Voltooid verleden tijd: ... ich gesägt worden war, ... du gesägt worden warst, ... er gesägt worden war, ... wir gesägt worden waren, ... ihr gesägt worden wart, ... sie gesägt worden waren
  • Toekomende tijd I: ... ich gesägt werden werde, ... du gesägt werden wirst, ... er gesägt werden wird, ... wir gesägt werden werden, ... ihr gesägt werden werdet, ... sie gesägt werden werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich gesägt worden sein werde, ... du gesägt worden sein wirst, ... er gesägt worden sein wird, ... wir gesägt worden sein werden, ... ihr gesägt worden sein werdet, ... sie gesägt worden sein werden

Conjunctief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich gesägt werde, ... du gesägt werdest, ... er gesägt werde, ... wir gesägt werden, ... ihr gesägt werdet, ... sie gesägt werden
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich gesägt würde, ... du gesägt würdest, ... er gesägt würde, ... wir gesägt würden, ... ihr gesägt würdet, ... sie gesägt würden
  • Perfectum: ... ich gesägt worden sei, ... du gesägt worden seiest, ... er gesägt worden sei, ... wir gesägt worden seien, ... ihr gesägt worden seiet, ... sie gesägt worden seien
  • Voltooid verleden tijd: ... ich gesägt worden wäre, ... du gesägt worden wärest, ... er gesägt worden wäre, ... wir gesägt worden wären, ... ihr gesägt worden wäret, ... sie gesägt worden wären
  • Toekomende tijd I: ... ich gesägt werden werde, ... du gesägt werden werdest, ... er gesägt werden werde, ... wir gesägt werden werden, ... ihr gesägt werden werdet, ... sie gesägt werden werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich gesägt worden sein werde, ... du gesägt worden sein werdest, ... er gesägt worden sein werde, ... wir gesägt worden sein werden, ... ihr gesägt worden sein werdet, ... sie gesägt worden sein werden

Voorwaardelijke wijs II (würde) Procespassief

  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich gesägt werden würde, ... du gesägt werden würdest, ... er gesägt werden würde, ... wir gesägt werden würden, ... ihr gesägt werden würdet, ... sie gesägt werden würden
  • Voltooid verleden tijd: ... ich gesägt worden sein würde, ... du gesägt worden sein würdest, ... er gesägt worden sein würde, ... wir gesägt worden sein würden, ... ihr gesägt worden sein würdet, ... sie gesägt worden sein würden

Imperatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: -, -, -, -

Infinitief/Deelwoord Procespassief

  • Infinitief I: gesägt werden, gesägt zu werden
  • Infinitief II: gesägt worden sein, gesägt worden zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: gesägt werdend
  • Participle II: gesägt worden

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 139491, 139327

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 8320845, 2038882, 2679011, 916837

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 139491, 139491

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: sägen