Vervoeging van het Duitse werkwoord zuwerfen ⟨Procespassief⟩ ⟨Vragende zin⟩

De vervoeging van het werkwoord zuwerfen (toewerpen, werpen) is onregelmatig. De basisvormen zijn wird zugeworfen?, wurde zugeworfen? en ist zugeworfen worden?. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers e - a - o. Het hulpwerkwoord van zuwerfen is "haben". De eerste lettergreep zu- van zuwerfen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Procespassief en wordt gebruikt als Vragende zin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord zuwerfen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor zuwerfen. Je kunt niet alleen zuwerfen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

onregelmatig · haben · scheidbaar

zu·geworfen werden

wird zugeworfen? · wurde zugeworfen? · ist zugeworfen worden?

 Verandering van de stamklinker  e - a - o   Verandering van e/i in de tegenwoordige tijd en de gebiedende wijs 

Engels throw, toss, chuck, chuck to, slam, throw in, throw to, toss in, toss to

/t͡suːˈvɛɐ̯fn̩/ · /vɪʁft t͡suː/ · /vaʁf t͡suː/ · /ˈvyːʁfə t͡suː/ · /t͡suːɡəˈvɔʁfn̩/

einer anderen Person etwas durch die Luft zukommen lassen; etwas mit Schwung schließen

acc., (dat., mit+D)

» Tom wirft den Enten Brot zu . Engels Tom throws bread to the ducks.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van zuwerfen

Tegenwoordige tijd

werde ich zugeworfen?
wirst du zugeworfen?
wird er zugeworfen?
werden wir zugeworfen?
werdet ihr zugeworfen?
werden sie zugeworfen?

Onvoltooid verleden tijd

wurde ich zugeworfen?
wurdest du zugeworfen?
wurde er zugeworfen?
wurden wir zugeworfen?
wurdet ihr zugeworfen?
wurden sie zugeworfen?

Imperatief

-
-
-
-
-
-

Konjunktief I

werde ich zugeworfen?
werdest du zugeworfen?
werde er zugeworfen?
werden wir zugeworfen?
werdet ihr zugeworfen?
werden sie zugeworfen?

Konjunktief II

würde ich zugeworfen?
würdest du zugeworfen?
würde er zugeworfen?
würden wir zugeworfen?
würdet ihr zugeworfen?
würden sie zugeworfen?

Infinitief

zugeworfen werden
zugeworfen zu werden

Deelwoord

zugeworfen werdend
zugeworfen worden

indicatief

Het werkwoord zuwerfen vervoegd in de aantonende wijs Procespassief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

werde ich zugeworfen?
wirst du zugeworfen?
wird er zugeworfen?
werden wir zugeworfen?
werdet ihr zugeworfen?
werden sie zugeworfen?

Onvoltooid verleden tijd

wurde ich zugeworfen?
wurdest du zugeworfen?
wurde er zugeworfen?
wurden wir zugeworfen?
wurdet ihr zugeworfen?
wurden sie zugeworfen?

Perfectum

bin ich zugeworfen worden?
bist du zugeworfen worden?
ist er zugeworfen worden?
sind wir zugeworfen worden?
seid ihr zugeworfen worden?
sind sie zugeworfen worden?

Volt. verl. tijd

war ich zugeworfen worden?
warst du zugeworfen worden?
war er zugeworfen worden?
waren wir zugeworfen worden?
wart ihr zugeworfen worden?
waren sie zugeworfen worden?

Toekomende tijd I

werde ich zugeworfen werden?
wirst du zugeworfen werden?
wird er zugeworfen werden?
werden wir zugeworfen werden?
werdet ihr zugeworfen werden?
werden sie zugeworfen werden?

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

werde ich zugeworfen worden sein?
wirst du zugeworfen worden sein?
wird er zugeworfen worden sein?
werden wir zugeworfen worden sein?
werdet ihr zugeworfen worden sein?
werden sie zugeworfen worden sein?

  • Tom wirft den Enten Brot zu . 
  • Sie warf mir einen scheelen Blick zu . 
  • Sie wirft ihm einen verstohlenen Blick zu . 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord zuwerfen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

werde ich zugeworfen?
werdest du zugeworfen?
werde er zugeworfen?
werden wir zugeworfen?
werdet ihr zugeworfen?
werden sie zugeworfen?

Konjunktief II

würde ich zugeworfen?
würdest du zugeworfen?
würde er zugeworfen?
würden wir zugeworfen?
würdet ihr zugeworfen?
würden sie zugeworfen?

Voltooid Konj.

sei ich zugeworfen worden?
seiest du zugeworfen worden?
sei er zugeworfen worden?
seien wir zugeworfen worden?
seiet ihr zugeworfen worden?
seien sie zugeworfen worden?

Konj. volt. verl. t.

wäre ich zugeworfen worden?
wärest du zugeworfen worden?
wäre er zugeworfen worden?
wären wir zugeworfen worden?
wäret ihr zugeworfen worden?
wären sie zugeworfen worden?

Toekomende aanvoegende wijs I

werde ich zugeworfen werden?
werdest du zugeworfen werden?
werde er zugeworfen werden?
werden wir zugeworfen werden?
werdet ihr zugeworfen werden?
werden sie zugeworfen werden?

Toek. volt. aanw.

werde ich zugeworfen worden sein?
werdest du zugeworfen worden sein?
werde er zugeworfen worden sein?
werden wir zugeworfen worden sein?
werdet ihr zugeworfen worden sein?
werden sie zugeworfen worden sein?

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

würde ich zugeworfen werden?
würdest du zugeworfen werden?
würde er zugeworfen werden?
würden wir zugeworfen werden?
würdet ihr zugeworfen werden?
würden sie zugeworfen werden?

Verleden cond.

würde ich zugeworfen worden sein?
würdest du zugeworfen worden sein?
würde er zugeworfen worden sein?
würden wir zugeworfen worden sein?
würdet ihr zugeworfen worden sein?
würden sie zugeworfen worden sein?

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Procespassief tegenwoordige tijd voor het werkwoord zuwerfen


Tegenwoordige tijd

-
-
-
-

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Procespassief voor zuwerfen


Infinitief I


zugeworfen werden
zugeworfen zu werden

Infinitief II


zugeworfen worden sein
zugeworfen worden zu sein

Tegenwoordig deelwoord


zugeworfen werdend

Participle II


zugeworfen worden

  • Ich habe ihr ein Kopfkissen zugeworfen . 
  • Sie bat mich, ihr den Ball zuzuwerfen . 
  • Da wollen wir uns recht nach Herzenslust die niedlich bebänderten Reifen zuwerfen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor zuwerfen


  • Tom wirft den Enten Brot zu . 
    Engels Tom throws bread to the ducks.
  • Ich habe ihr ein Kopfkissen zugeworfen . 
    Engels I threw her a pillow.
  • Sie warf mir einen scheelen Blick zu . 
    Engels She threw a disapproving glance at me.
  • Sie wirft ihm einen verstohlenen Blick zu . 
    Engels She throws him a furtive glance.
  • Sie warf dem Jüngling einen scheuen Blick zu . 
    Engels She threw a shy glance at the young man.
  • Sie bat mich, ihr den Ball zuzuwerfen . 
    Engels She asked me to throw her the ball.
  • Tom sah, wie sie sich einen Blick zuwarfen . 
    Engels Tom saw a look pass between them.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse zuwerfen


Duits zuwerfen
Engels throw, toss, chuck, chuck to, slam, throw in, throw to, toss in
Russisch бросать, забрасывать, засыпать, захлопывать, кидать, закидывать, закрыть с размахом, бросить
Spaans arrojar, cegar, cerrar con fuerza, cerrar de golpe, echar, lanzar, llenar, obstruir
Frans jeter, jeter à, lancer, claquer, combler, décocher à, envoyer à, fermer avec force
Turks atmak, fırlatmak, doldurmak, çarpmak
Portugees atirar, lançar, atirar para, bater, fechar com força, jogar para, lançar a
Italiaans sbattere, buttare, chiudere con forza, gettare, gettare dentro, lanciare, riempire
Roemeens arunca, umple
Hongaars betemet, csapni, dobni, eldobni
Pools rzucić, przerzucić, wrzucać
Grieks ρίχνω, βροντώ, κλείνω με δύναμη, πετάω, πετώ
Nederlands toewerpen, werpen, dichtgooien, inwerpen, toegooien
Tsjechisch hodit, přihodit, bouchat, bouchatchnout, přihazovat, přihazovathodit, přirážet, razit
Zweeds slänga, kasta, fylla, kastar, slå igen
Deens kaste, fylde, kaste til, knalde i, smide, smække i, tilkaste, udfylde
Japans 投げる, 投げつける, 投げ入れる, 投げ渡す, 投げ込む
Catalaans tirar, llançar, llençar, tancar amb força
Fins heittää, heittää joku, sulkea, täyttää
Noors kaste, fylle, slå, slå igjen
Baskisch bota, bete
Servisch baciti, zabaciti, ubaciti, zatvoriti
Macedonisch фрлање, затворање
Sloveens napolniti, vržati, zaprti z zamahom, zavreči, zmetati
Slowaaks zahodiť, hodit, naplniť, poslať, prihodiť
Bosnisch baciti, zabaciti, ubaciti, zatvoriti
Kroatisch baciti, zabaciti, napuniti
Oekraïens закрити з розмахом, заповнити, засипати, кинути, перекинути
Bulgaars запълвам, запълване, захвърлям, захвърляне, подавам, хвърлям
Wit-Russisch запаўняць, зачыніць з размахам, кідаць, падкідваць
Indonesisch melempar, membanting, menguruk, menimbun, menutup dengan keras
Vietnamees lấp, ném, ném cho, đóng mạnh, đóng sầm
Oezbeeks ko'mmoq, otib bermoq, otmoq, qarsillatib yopmoq, tars yopmoq
Hindi उछालना, जोर से बंद करना, धड़ाम से बंद करना, पाटना, फेंकना
Chinees 回填, 扔给, 抛给, 用力关上, 砰地关上
Thais กลบ, ถม, ปิดกระแทก, ปิดแรง, โยนให้
Koreaans 던져주다, 되메우다, 메우다, 세게 닫다, 쾅 닫다
Azerbeidzjaans atmaq, doldurmaq, tullamaq, çırpmaq, çırpıb bağlamaq
Georgisch ამოვსება, ისროლა, მიაჯახუნა
Bengaals ছোড়া, জোরে বন্ধ করা, ধপাস করে বন্ধ করা, ভরাট করা
Albanees flak, hedh, mbush, mbyll me forcë, përplas
Marathi जोरात बंद करणे, धाडकन् बंद करणे, पुरणे, फेकणे, बुजवणे
Nepalees जोरले बन्द गर्नु, धडाक्कै बन्द गर्नु, पुर्नु, फ्याँक्नु
Telugu ఎగరేయు, గట్టిగా మూసివేయడం, పూడ్చు, బలంగా మూసివేయడం
Lets aizbērt, aizcirst, mest, sviest
Tamil எறி, சடாக் என்று அடை, நிரப்புதல், வலுவாக அடை, வீசு
Ests heitma, pauguga kinni lööma, tagasitäitma, viskama
Armeens լցնել, նետել, շրխկացնել, ուժով փակել, քցել
Koerdisch avêtin, bi hêz girtin, tijîkirin
Hebreeuwsלהשליך، לזרוק، למלא، לסגור בעוצמה
Arabischإلقاء، إغلاق بقوة، رمي، صفق
Perzischبستن با شدت، پر کردن، پرتاب کردن، انداختن بطرف، پرتاب کردن بطرف
Urduپھینکنا، بند کرنا، دینا، ڈالنا

zuwerfen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van zuwerfen

  • einer anderen Person etwas durch die Luft zukommen lassen
  • etwas mit Schwung schließen
  • ein Loch mit Material füllen, das durch die Luft hineingeworfen wird

zuwerfen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor zuwerfen


  • jemand/etwas wirft etwas mit etwas zu
  • jemand/etwas wirft etwas/jemanden mit etwas zu
  • jemand/etwas wirft mit etwas zu

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord zuwerfen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord zuwerfen


De vervoeging van het werkwoord zu·geworfen werden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord zu·geworfen werden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (wird zugeworfen? - wurde zugeworfen? - ist zugeworfen worden?) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary zuwerfen en op zuwerfen in de Duden.

zuwerfen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich werde zugeworfen?wurde zugeworfen?werde zugeworfen?würde zugeworfen?-
du wirst zugeworfen?wurdest zugeworfen?werdest zugeworfen?würdest zugeworfen?-
er wird zugeworfen?wurde zugeworfen?werde zugeworfen?würde zugeworfen?-
wir werden zugeworfen?wurden zugeworfen?werden zugeworfen?würden zugeworfen?-
ihr werdet zugeworfen?wurdet zugeworfen?werdet zugeworfen?würdet zugeworfen?-
sie werden zugeworfen?wurden zugeworfen?werden zugeworfen?würden zugeworfen?-

indicatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: werde ich zugeworfen?, wirst du zugeworfen?, wird er zugeworfen?, werden wir zugeworfen?, werdet ihr zugeworfen?, werden sie zugeworfen?
  • Onvoltooid verleden tijd: wurde ich zugeworfen?, wurdest du zugeworfen?, wurde er zugeworfen?, wurden wir zugeworfen?, wurdet ihr zugeworfen?, wurden sie zugeworfen?
  • Perfectum: bin ich zugeworfen worden?, bist du zugeworfen worden?, ist er zugeworfen worden?, sind wir zugeworfen worden?, seid ihr zugeworfen worden?, sind sie zugeworfen worden?
  • Voltooid verleden tijd: war ich zugeworfen worden?, warst du zugeworfen worden?, war er zugeworfen worden?, waren wir zugeworfen worden?, wart ihr zugeworfen worden?, waren sie zugeworfen worden?
  • Toekomende tijd I: werde ich zugeworfen werden?, wirst du zugeworfen werden?, wird er zugeworfen werden?, werden wir zugeworfen werden?, werdet ihr zugeworfen werden?, werden sie zugeworfen werden?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich zugeworfen worden sein?, wirst du zugeworfen worden sein?, wird er zugeworfen worden sein?, werden wir zugeworfen worden sein?, werdet ihr zugeworfen worden sein?, werden sie zugeworfen worden sein?

Conjunctief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: werde ich zugeworfen?, werdest du zugeworfen?, werde er zugeworfen?, werden wir zugeworfen?, werdet ihr zugeworfen?, werden sie zugeworfen?
  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich zugeworfen?, würdest du zugeworfen?, würde er zugeworfen?, würden wir zugeworfen?, würdet ihr zugeworfen?, würden sie zugeworfen?
  • Perfectum: sei ich zugeworfen worden?, seiest du zugeworfen worden?, sei er zugeworfen worden?, seien wir zugeworfen worden?, seiet ihr zugeworfen worden?, seien sie zugeworfen worden?
  • Voltooid verleden tijd: wäre ich zugeworfen worden?, wärest du zugeworfen worden?, wäre er zugeworfen worden?, wären wir zugeworfen worden?, wäret ihr zugeworfen worden?, wären sie zugeworfen worden?
  • Toekomende tijd I: werde ich zugeworfen werden?, werdest du zugeworfen werden?, werde er zugeworfen werden?, werden wir zugeworfen werden?, werdet ihr zugeworfen werden?, werden sie zugeworfen werden?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich zugeworfen worden sein?, werdest du zugeworfen worden sein?, werde er zugeworfen worden sein?, werden wir zugeworfen worden sein?, werdet ihr zugeworfen worden sein?, werden sie zugeworfen worden sein?

Voorwaardelijke wijs II (würde) Procespassief

  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich zugeworfen werden?, würdest du zugeworfen werden?, würde er zugeworfen werden?, würden wir zugeworfen werden?, würdet ihr zugeworfen werden?, würden sie zugeworfen werden?
  • Voltooid verleden tijd: würde ich zugeworfen worden sein?, würdest du zugeworfen worden sein?, würde er zugeworfen worden sein?, würden wir zugeworfen worden sein?, würdet ihr zugeworfen worden sein?, würden sie zugeworfen worden sein?

Imperatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: -, -, -, -

Infinitief/Deelwoord Procespassief

  • Infinitief I: zugeworfen werden, zugeworfen zu werden
  • Infinitief II: zugeworfen worden sein, zugeworfen worden zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: zugeworfen werdend
  • Participle II: zugeworfen worden

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 901193

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 7854569, 2449753, 8030440, 8786371, 10534265, 7022489

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 901193, 901193, 901193