Vervoeging van het Duitse werkwoord bemasten ⟨Procespassief⟩ ⟨Vragende zin⟩

De vervoeging van het werkwoord bemasten (uitrusten) is regelmatig. De basisvormen zijn wird bemastet?, wurde bemastet? en ist bemastet worden?. Het hulpwerkwoord van bemasten is "haben". Het voorvoegsel be- van bemasten is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Procespassief en wordt gebruikt als Vragende zin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord bemasten beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor bemasten. Je kunt niet alleen bemasten vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · regelmatig · haben · onlosmakelijk

bemastet werden

wird bemastet? · wurde bemastet? · ist bemastet worden?

 toevoeging van -e 

Engels masting

/bəˈmaːstən/ · /bəˈmaːstət/ · /bəˈmaːstətə/ · /bəˈmaːstət/

ein Segelfahrzeug mit einem Mast ausrüsten; beriggen, betakeln

acc.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van bemasten

Tegenwoordige tijd

werde ich bemastet?
wirst du bemastet?
wird er bemastet?
werden wir bemastet?
werdet ihr bemastet?
werden sie bemastet?

Onvoltooid verleden tijd

wurde ich bemastet?
wurdest du bemastet?
wurde er bemastet?
wurden wir bemastet?
wurdet ihr bemastet?
wurden sie bemastet?

Imperatief

-
-
-
-
-
-

Konjunktief I

werde ich bemastet?
werdest du bemastet?
werde er bemastet?
werden wir bemastet?
werdet ihr bemastet?
werden sie bemastet?

Konjunktief II

würde ich bemastet?
würdest du bemastet?
würde er bemastet?
würden wir bemastet?
würdet ihr bemastet?
würden sie bemastet?

Infinitief

bemastet werden
bemastet zu werden

Deelwoord

bemastet werdend
bemastet worden

indicatief

Het werkwoord bemasten vervoegd in de aantonende wijs Procespassief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

werde ich bemastet?
wirst du bemastet?
wird er bemastet?
werden wir bemastet?
werdet ihr bemastet?
werden sie bemastet?

Onvoltooid verleden tijd

wurde ich bemastet?
wurdest du bemastet?
wurde er bemastet?
wurden wir bemastet?
wurdet ihr bemastet?
wurden sie bemastet?

Perfectum

bin ich bemastet worden?
bist du bemastet worden?
ist er bemastet worden?
sind wir bemastet worden?
seid ihr bemastet worden?
sind sie bemastet worden?

Volt. verl. tijd

war ich bemastet worden?
warst du bemastet worden?
war er bemastet worden?
waren wir bemastet worden?
wart ihr bemastet worden?
waren sie bemastet worden?

Toekomende tijd I

werde ich bemastet werden?
wirst du bemastet werden?
wird er bemastet werden?
werden wir bemastet werden?
werdet ihr bemastet werden?
werden sie bemastet werden?

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

werde ich bemastet worden sein?
wirst du bemastet worden sein?
wird er bemastet worden sein?
werden wir bemastet worden sein?
werdet ihr bemastet worden sein?
werden sie bemastet worden sein?

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord bemasten in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

werde ich bemastet?
werdest du bemastet?
werde er bemastet?
werden wir bemastet?
werdet ihr bemastet?
werden sie bemastet?

Konjunktief II

würde ich bemastet?
würdest du bemastet?
würde er bemastet?
würden wir bemastet?
würdet ihr bemastet?
würden sie bemastet?

Voltooid Konj.

sei ich bemastet worden?
seiest du bemastet worden?
sei er bemastet worden?
seien wir bemastet worden?
seiet ihr bemastet worden?
seien sie bemastet worden?

Konj. volt. verl. t.

wäre ich bemastet worden?
wärest du bemastet worden?
wäre er bemastet worden?
wären wir bemastet worden?
wäret ihr bemastet worden?
wären sie bemastet worden?

Toekomende aanvoegende wijs I

werde ich bemastet werden?
werdest du bemastet werden?
werde er bemastet werden?
werden wir bemastet werden?
werdet ihr bemastet werden?
werden sie bemastet werden?

Toek. volt. aanw.

werde ich bemastet worden sein?
werdest du bemastet worden sein?
werde er bemastet worden sein?
werden wir bemastet worden sein?
werdet ihr bemastet worden sein?
werden sie bemastet worden sein?

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

würde ich bemastet werden?
würdest du bemastet werden?
würde er bemastet werden?
würden wir bemastet werden?
würdet ihr bemastet werden?
würden sie bemastet werden?

Verleden cond.

würde ich bemastet worden sein?
würdest du bemastet worden sein?
würde er bemastet worden sein?
würden wir bemastet worden sein?
würdet ihr bemastet worden sein?
würden sie bemastet worden sein?

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Procespassief tegenwoordige tijd voor het werkwoord bemasten


Tegenwoordige tijd

-
-
-
-

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Procespassief voor bemasten


Infinitief I


bemastet werden
bemastet zu werden

Infinitief II


bemastet worden sein
bemastet worden zu sein

Tegenwoordig deelwoord


bemastet werdend

Participle II


bemastet worden

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse bemasten


Duits bemasten
Engels masting
Russisch оснастить мачтой
Spaans arbolar, mastear, armar, equipar
Frans mâter, mât
Turks mastlandırmak
Portugees equipar
Italiaans alberare, munire di alberi, armare
Roemeens echipa un velier cu un catarg
Hongaars mastot állít
Pools omasztowywać, uzbroić w maszt
Grieks εξοπλίζω με ιστό
Nederlands uitrusten
Tsjechisch vybavit plachetnici stěžněm
Zweeds rigga
Deens mast
Japans マストを装備する
Catalaans mastrejar
Fins mastottaa
Noors mast
Baskisch mastatu
Servisch opremiti jedrilicu
Macedonisch опремување со мач
Sloveens opremiti
Slowaaks vybaviť plachetnicu stožiarom
Bosnisch opremiti jedrilicu
Kroatisch opremiti jedrilicu
Oekraïens оснащати
Bulgaars обзавеждам с мачта
Wit-Russisch абсталёўваць
Indonesisch memasang tiang
Vietnamees lắp cột buồm
Oezbeeks mast o'rnatmoq
Chinees 装上桅杆
Thais ติดตั้งเสาเรือ
Koreaans 돛대 설치
Azerbeidzjaans mast quraşdırmaq
Georgisch მასტის მონტაჟი
Bengaals মাস্ট স্থাপন করা
Albanees montimi i mastit
Telugu మాస్ స్థాపించడం
Lets mastu uzstādīt
Tamil மாஸ்டை நிறுவுதல்
Ests mast paigaldama
Armeens մաստ տեղադրել
Koerdisch mast saz kirin
Hebreeuwsלְהָקִים מַסָּע
Arabischتجهيز
Perzischمستقر کردن
Urduمستول کرنا

bemasten in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van bemasten

  • ein Segelfahrzeug mit einem Mast ausrüsten, beriggen, betakeln

bemasten in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord bemasten vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord bemasten


De vervoeging van het werkwoord bemastet werden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord bemastet werden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (wird bemastet? - wurde bemastet? - ist bemastet worden?) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary bemasten en op bemasten in de Duden.

bemasten vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich werde bemastet?wurde bemastet?werde bemastet?würde bemastet?-
du wirst bemastet?wurdest bemastet?werdest bemastet?würdest bemastet?-
er wird bemastet?wurde bemastet?werde bemastet?würde bemastet?-
wir werden bemastet?wurden bemastet?werden bemastet?würden bemastet?-
ihr werdet bemastet?wurdet bemastet?werdet bemastet?würdet bemastet?-
sie werden bemastet?wurden bemastet?werden bemastet?würden bemastet?-

indicatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: werde ich bemastet?, wirst du bemastet?, wird er bemastet?, werden wir bemastet?, werdet ihr bemastet?, werden sie bemastet?
  • Onvoltooid verleden tijd: wurde ich bemastet?, wurdest du bemastet?, wurde er bemastet?, wurden wir bemastet?, wurdet ihr bemastet?, wurden sie bemastet?
  • Perfectum: bin ich bemastet worden?, bist du bemastet worden?, ist er bemastet worden?, sind wir bemastet worden?, seid ihr bemastet worden?, sind sie bemastet worden?
  • Voltooid verleden tijd: war ich bemastet worden?, warst du bemastet worden?, war er bemastet worden?, waren wir bemastet worden?, wart ihr bemastet worden?, waren sie bemastet worden?
  • Toekomende tijd I: werde ich bemastet werden?, wirst du bemastet werden?, wird er bemastet werden?, werden wir bemastet werden?, werdet ihr bemastet werden?, werden sie bemastet werden?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich bemastet worden sein?, wirst du bemastet worden sein?, wird er bemastet worden sein?, werden wir bemastet worden sein?, werdet ihr bemastet worden sein?, werden sie bemastet worden sein?

Conjunctief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: werde ich bemastet?, werdest du bemastet?, werde er bemastet?, werden wir bemastet?, werdet ihr bemastet?, werden sie bemastet?
  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich bemastet?, würdest du bemastet?, würde er bemastet?, würden wir bemastet?, würdet ihr bemastet?, würden sie bemastet?
  • Perfectum: sei ich bemastet worden?, seiest du bemastet worden?, sei er bemastet worden?, seien wir bemastet worden?, seiet ihr bemastet worden?, seien sie bemastet worden?
  • Voltooid verleden tijd: wäre ich bemastet worden?, wärest du bemastet worden?, wäre er bemastet worden?, wären wir bemastet worden?, wäret ihr bemastet worden?, wären sie bemastet worden?
  • Toekomende tijd I: werde ich bemastet werden?, werdest du bemastet werden?, werde er bemastet werden?, werden wir bemastet werden?, werdet ihr bemastet werden?, werden sie bemastet werden?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich bemastet worden sein?, werdest du bemastet worden sein?, werde er bemastet worden sein?, werden wir bemastet worden sein?, werdet ihr bemastet worden sein?, werden sie bemastet worden sein?

Voorwaardelijke wijs II (würde) Procespassief

  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich bemastet werden?, würdest du bemastet werden?, würde er bemastet werden?, würden wir bemastet werden?, würdet ihr bemastet werden?, würden sie bemastet werden?
  • Voltooid verleden tijd: würde ich bemastet worden sein?, würdest du bemastet worden sein?, würde er bemastet worden sein?, würden wir bemastet worden sein?, würdet ihr bemastet worden sein?, würden sie bemastet worden sein?

Imperatief Procespassief

  • Tegenwoordige tijd: -, -, -, -

Infinitief/Deelwoord Procespassief

  • Infinitief I: bemastet werden, bemastet zu werden
  • Infinitief II: bemastet worden sein, bemastet worden zu sein
  • Tegenwoordig deelwoord: bemastet werdend
  • Participle II: bemastet worden

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 760503