Vervoeging van het Duitse werkwoord verlottern

De vervoeging van het werkwoord verlottern (verkwisten, verprassen) is regelmatig. De basisvormen van "verlottern" zijn "verlottert", "verlotterte" en "hat verlottert". Het hulpwerkwoord van verlottern is "haben". Er zijn echter ook tijden met het hulpwerkwoord "sein". ‘verlottern’ is een onscheidbaar werkwoord. Het voorvoegsel ver- blijft altijd met het werkwoord verbonden. Het werkwoord „verlottern” behoort tot de woordenschat op C2-niveau. Je kunt niet alleen verlottern vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord verlottern beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor verlottern. Opmerkingen ☆

haben
verlottern
sein
verlottern

C2 · regelmatig · haben · onlosmakelijk

verlottern

verlottert · verlotterte · hat verlottert

 Geen informele e-wegval mogelijk 

Engels squander, waste

/fɐˈlɔtɐn/ · /fɐˈlɔtɐt/ · /fɐˈlɔtɐtə/ · /fɐˈlɔtɐt/

etwas verprassen; durchbringen, verbraten, vergeuden, verjubeln, verjuckeln

(acc.)

Onze website als app.
Handig onderweg.
★★★★★ 4,9

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van verlottern

Tegenwoordige tijd

ich verlottere
du verlotterst
er verlottert
wir verlottern
ihr verlottert
sie verlottern

Onvoltooid verleden tijd

ich verlotterte
du verlottertest
er verlotterte
wir verlotterten
ihr verlottertet
sie verlotterten

Imperatief

-
verlottere (du)
-
verlottern wir
verlottert (ihr)
verlottern Sie

Konjunktief I

ich verlottere
du verlotterst
er verlottere
wir verlottern
ihr verlottert
sie verlottern

Konjunktief II

ich verlotterte
du verlottertest
er verlotterte
wir verlotterten
ihr verlottertet
sie verlotterten

Infinitief

verlottern
zu verlottern

Deelwoord

verlotternd
verlottert

indicatief

Het werkwoord verlottern vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich verlottere
du verlotterst
er verlottert
wir verlottern
ihr verlottert
sie verlottern

Onvoltooid verleden tijd

ich verlotterte
du verlottertest
er verlotterte
wir verlotterten
ihr verlottertet
sie verlotterten

Perfectum

ich habe verlottert
du hast verlottert
er hat verlottert
wir haben verlottert
ihr habt verlottert
sie haben verlottert

Volt. verl. tijd

ich hatte verlottert
du hattest verlottert
er hatte verlottert
wir hatten verlottert
ihr hattet verlottert
sie hatten verlottert

Toekomende tijd I

ich werde verlottern
du wirst verlottern
er wird verlottern
wir werden verlottern
ihr werdet verlottern
sie werden verlottern

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde verlottert haben
du wirst verlottert haben
er wird verlottert haben
wir werden verlottert haben
ihr werdet verlottert haben
sie werden verlottert haben
Onze website als app.
Handig onderweg.
★★★★★ 4,9

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord verlottern in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich verlottere
du verlotterst
er verlottere
wir verlottern
ihr verlottert
sie verlottern

Konjunktief II

ich verlotterte
du verlottertest
er verlotterte
wir verlotterten
ihr verlottertet
sie verlotterten

Voltooid Konj.

ich habe verlottert
du habest verlottert
er habe verlottert
wir haben verlottert
ihr habet verlottert
sie haben verlottert

Konj. volt. verl. t.

ich hätte verlottert
du hättest verlottert
er hätte verlottert
wir hätten verlottert
ihr hättet verlottert
sie hätten verlottert

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde verlottern
du werdest verlottern
er werde verlottern
wir werden verlottern
ihr werdet verlottern
sie werden verlottern

Toek. volt. aanw.

ich werde verlottert haben
du werdest verlottert haben
er werde verlottert haben
wir werden verlottert haben
ihr werdet verlottert haben
sie werden verlottert haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde verlottern
du würdest verlottern
er würde verlottern
wir würden verlottern
ihr würdet verlottern
sie würden verlottern

Verleden cond.

ich würde verlottert haben
du würdest verlottert haben
er würde verlottert haben
wir würden verlottert haben
ihr würdet verlottert haben
sie würden verlottert haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord verlottern


Tegenwoordige tijd

verlottere (du)
verlottern wir
verlottert (ihr)
verlottern Sie

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor verlottern


Infinitief I


verlottern
zu verlottern

Infinitief II


verlottert haben
verlottert zu haben

Tegenwoordig deelwoord


verlotternd

Participle II


verlottert
Onze website als app.
Handig onderweg.
★★★★★ 4,9

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse verlottern


Duits verlottern
Engels squander, waste
Russisch опускаться, прийти в запустение, приходить в запустение, проматывать, растрачивать, становиться неряшливым, стать неряшливым
Spaans malgastar, desperdiciar
Frans dilapider, gaspiller
Turks israf etmek, savurganlık yapmak
Portugees desperdiçar, dissipar, esbanjar
Italiaans dissipare, sperperare
Roemeens se risipi
Hongaars elfecsérlés, pazarlás
Pools marnować, trwonić
Grieks σπατάλη
Nederlands verkwisten, verprassen
Tsjechisch prohýřit
Zweeds slösa
Deens forbruge, spilde
Japans 浪費する, 無駄遣いする
Catalaans despilfarrar, malgastar
Fins hukkua, tuhlata
Noors sløse
Baskisch xahutzea
Servisch rasipati
Macedonisch разграбување, распрснување
Sloveens razsipati
Slowaaks mrhať, rozmačkávať
Bosnisch rasipati
Kroatisch rasipati
Oekraïens пустити на вітер, розтратити
Bulgaars разпилявам, разхищавам
Wit-Russisch пратрачваць, разгубіць
Indonesisch menghamburkan uang
Vietnamees lãng phí, phung phí
Oezbeeks behuda sarflamoq
Hindi व्यर्थ खर्च करना
Chinees 挥霍, 浪费
Thais ใช้จ่ายฟุ่มเฟือย
Koreaans 낭비하다
Azerbeidzjaans israf etmək
Georgisch ხარჯვა
Bengaals খরচ করা
Albanees shpenzosh kot
Marathi व्यर्थ खर्च करणे
Nepalees खर्च गर्नु
Telugu వృథా ఖర్చు చేయడం
Lets izšķiest naudu
Tamil செலவு வீணாக்குதல்
Ests raha raiskama
Armeens չարաշահել
Koerdisch xerc kirin
Hebreeuwsלבזבז
Arabischإسراف، تبدد
Perzischولخرجی کردن
Urduبرباد کرنا، خرچ کرنا

verlottern in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van verlottern

  • etwas verprassen, durchbringen, verbraten, vergeuden, verjubeln, verjuckeln

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Veelgestelde vragen over het werkwoord "verlottern"

Overzicht van alle tijden van het werkwoord verlottern

Wat zijn de stamvormen van „verlottern”?

De basisvormen van "verlottern" zijn "verlottert", "verlotterte" en "hat verlottert".

Met welk hulpwerkwoord wordt „verlottern“ gevormd?

Het hulpwerkwoord van verlottern is "haben". Er zijn echter ook tijden met het hulpwerkwoord "sein".

Is “verlottern” regelmatig of onregelmatig?

De vervoeging van het werkwoord verlottern (verkwisten, verprassen) is regelmatig.

Is „verlottern” scheidbaar of onscheidbaar?

‘verlottern’ is een onscheidbaar werkwoord. Het voorvoegsel ver- blijft altijd met het werkwoord verbonden.

Op welk taalniveau wordt ‘verlottern’ gebruikt?

Het werkwoord „verlottern” behoort tot de woordenschat op C2-niveau.

Hoe vervoeg je “verlottern” in de aantonende wijs?

De vormen van de indicatief zijn:
Tegenwoordige tijd: ich verlottere, du verlotterst, er verlottert, wir verlottern, ihr verlottert, sie verlottern
Onvoltooid verleden tijd: ich verlotterte, du verlottertest, er verlotterte, wir verlotterten, ihr verlottertet, sie verlotterten
Perfectum: ich habe verlottert, du hast verlottert, er hat verlottert, wir haben verlottert, ihr habt verlottert, sie haben verlottert
Voltooid verleden tijd: ich hatte verlottert, du hattest verlottert, er hatte verlottert, wir hatten verlottert, ihr hattet verlottert, sie hatten verlottert
Toekomende tijd I: ich werde verlottern, du wirst verlottern, er wird verlottern, wir werden verlottern, ihr werdet verlottern, sie werden verlottern
voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde verlottert haben, du wirst verlottert haben, er wird verlottert haben, wir werden verlottert haben, ihr werdet verlottert haben, sie werden verlottert haben

Wat is de conjunctief van “verlottern”?

De aanvoegende wijs van “verlottern” is:
Tegenwoordige tijd: ich verlottere, du verlotterst, er verlottert, wir verlottern, ihr verlottert, sie verlottern
Onvoltooid verleden tijd: ich verlotterte, du verlottertest, er verlotterte, wir verlotterten, ihr verlottertet, sie verlotterten
Perfectum: ich habe verlottert, du hast verlottert, er hat verlottert, wir haben verlottert, ihr habt verlottert, sie haben verlottert
Voltooid verleden tijd: ich hatte verlottert, du hattest verlottert, er hatte verlottert, wir hatten verlottert, ihr hattet verlottert, sie hatten verlottert
Toekomende tijd I: ich werde verlottern, du wirst verlottern, er wird verlottern, wir werden verlottern, ihr werdet verlottern, sie werden verlottern
voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde verlottert haben, du wirst verlottert haben, er wird verlottert haben, wir werden verlottert haben, ihr werdet verlottert haben, sie werden verlottert haben
Tegenwoordige tijd: ich verlottere, du verlotterst, er verlottere, wir verlottern, ihr verlottert, sie verlottern
Onvoltooid verleden tijd: ich verlotterte, du verlottertest, er verlotterte, wir verlotterten, ihr verlottertet, sie verlotterten
Perfectum: ich habe verlottert, du habest verlottert, er habe verlottert, wir haben verlottert, ihr habet verlottert, sie haben verlottert
Voltooid verleden tijd: ich hätte verlottert, du hättest verlottert, er hätte verlottert, wir hätten verlottert, ihr hättet verlottert, sie hätten verlottert
Toekomende tijd I: ich werde verlottern, du werdest verlottern, er werde verlottern, wir werden verlottern, ihr werdet verlottern, sie werden verlottern
voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde verlottert haben, du werdest verlottert haben, er werde verlottert haben, wir werden verlottert haben, ihr werdet verlottert haben, sie werden verlottert haben

Wat is de imperatief van “verlottern”?

De gebiedende wijs van “verlottern” is:
Tegenwoordige tijd: verlottere (du), verlottern wir, verlottert (ihr), verlottern Sie

Welke niet-finite vormen heeft "verlottern"?

De niet-finitieve vormen van “verlottern” zijn:
Tegenwoordige tijd: verlottere (du), verlottern wir, verlottert (ihr), verlottern Sie
Infinitief I: verlottern, zu verlottern
Infinitief II: verlottert haben, verlottert zu haben
Tegenwoordig deelwoord: verlotternd
Participle II: verlottert

De vervoeging van het werkwoord verlottern wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord verlottern is daarom een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor wie Duits leert is het essentieel om de juiste vervoeging en de correct verbogen vormen (verlottert - verlotterte - hat verlottert) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary verlottern en op verlottern in de Duden.

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 266972

Onze website als app.
Handig onderweg.
★★★★★ 4,9