Vervoeging van het Duitse werkwoord überbelegen

De vervoeging van het werkwoord überbelegen (overbevolken, overbezetten) is regelmatig. De basisvormen zijn überbelegt, überbelegte en hat überbelegt. Het hulpwerkwoord van überbelegen is "haben". Het voorvoegsel überbe- van überbelegen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord überbelegen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor überbelegen. Je kunt niet alleen überbelegen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

regelmatig · haben · onlosmakelijk

überbelegen

überbelegt · überbelegte · hat überbelegt

Engels over-book, overbook, overcrowd, overstaff

mehr Personen vorsehen, zulassen, als bei einer regulären Unterbringung überhaupt Platz haben

acc.

» Der linke Gefängnistrakt ist überbelegt . Engels The left prison wing is overcrowded.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van überbelegen

Tegenwoordige tijd

ich überbeleg(e)⁵
du überbelegst
er überbelegt
wir überbelegen
ihr überbelegt
sie überbelegen

Onvoltooid verleden tijd

ich überbelegte
du überbelegtest
er überbelegte
wir überbelegten
ihr überbelegtet
sie überbelegten

Imperatief

-
überbeleg(e)⁵ (du)
-
überbelegen wir
überbelegt (ihr)
überbelegen Sie

Konjunktief I

ich überbelege
du überbelegest
er überbelege
wir überbelegen
ihr überbeleget
sie überbelegen

Konjunktief II

ich überbelegte
du überbelegtest
er überbelegte
wir überbelegten
ihr überbelegtet
sie überbelegten

Infinitief

überbelegen
überzubelegen

Deelwoord

überbelegend
überbelegt

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord überbelegen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich überbeleg(e)⁵
du überbelegst
er überbelegt
wir überbelegen
ihr überbelegt
sie überbelegen

Onvoltooid verleden tijd

ich überbelegte
du überbelegtest
er überbelegte
wir überbelegten
ihr überbelegtet
sie überbelegten

Perfectum

ich habe überbelegt
du hast überbelegt
er hat überbelegt
wir haben überbelegt
ihr habt überbelegt
sie haben überbelegt

Volt. verl. tijd

ich hatte überbelegt
du hattest überbelegt
er hatte überbelegt
wir hatten überbelegt
ihr hattet überbelegt
sie hatten überbelegt

Toekomende tijd I

ich werde überbelegen
du wirst überbelegen
er wird überbelegen
wir werden überbelegen
ihr werdet überbelegen
sie werden überbelegen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde überbelegt haben
du wirst überbelegt haben
er wird überbelegt haben
wir werden überbelegt haben
ihr werdet überbelegt haben
sie werden überbelegt haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord überbelegen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich überbelege
du überbelegest
er überbelege
wir überbelegen
ihr überbeleget
sie überbelegen

Konjunktief II

ich überbelegte
du überbelegtest
er überbelegte
wir überbelegten
ihr überbelegtet
sie überbelegten

Voltooid Konj.

ich habe überbelegt
du habest überbelegt
er habe überbelegt
wir haben überbelegt
ihr habet überbelegt
sie haben überbelegt

Konj. volt. verl. t.

ich hätte überbelegt
du hättest überbelegt
er hätte überbelegt
wir hätten überbelegt
ihr hättet überbelegt
sie hätten überbelegt

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde überbelegen
du werdest überbelegen
er werde überbelegen
wir werden überbelegen
ihr werdet überbelegen
sie werden überbelegen

Toek. volt. aanw.

ich werde überbelegt haben
du werdest überbelegt haben
er werde überbelegt haben
wir werden überbelegt haben
ihr werdet überbelegt haben
sie werden überbelegt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde überbelegen
du würdest überbelegen
er würde überbelegen
wir würden überbelegen
ihr würdet überbelegen
sie würden überbelegen

Verleden cond.

ich würde überbelegt haben
du würdest überbelegt haben
er würde überbelegt haben
wir würden überbelegt haben
ihr würdet überbelegt haben
sie würden überbelegt haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord überbelegen


Tegenwoordige tijd

überbeleg(e)⁵ (du)
überbelegen wir
überbelegt (ihr)
überbelegen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor überbelegen


Infinitief I


überbelegen
überzubelegen

Infinitief II


überbelegt haben
überbelegt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


überbelegend

Participle II


überbelegt

  • Der linke Gefängnistrakt ist überbelegt . 
  • Slums entstehen, wenn Wohnungen überbelegt sind. 
  • Der Arbeitgeber wird durch dieses Gesetz verpflichtet, die Gemeinschaftsunterkünfte zureichend auszustatten und nicht überzubelegen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor überbelegen


  • Der linke Gefängnistrakt ist überbelegt . 
    Engels The left prison wing is overcrowded.
  • Slums entstehen, wenn Wohnungen überbelegt sind. 
    Engels Slums arise when housing is overcrowded.
  • Der Arbeitgeber wird durch dieses Gesetz verpflichtet, die Gemeinschaftsunterkünfte zureichend auszustatten und nicht überzubelegen . 
    Engels The employer is obliged by this law to adequately equip the communal accommodations and not to overcrowd them.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse überbelegen


Duits überbelegen
Engels over-book, overbook, overcrowd, overstaff
Russisch переполнить, превышать
Spaans excedente, llenar en exceso, reservar con exceso, sobrante, sobrereservar
Frans surpeupler
Turks aşmak, geçmek
Portugees superlotar, superlotação
Italiaans sovraccollocare, sovraffollare
Roemeens supraîncărca
Hongaars túlzsúfolni
Pools przepełniać, przepełnić
Grieks υπερβολική τοποθέτηση
Nederlands overbevolken, overbezetten
Tsjechisch přesahovat, přesunout
Zweeds överboka
Deens overbelegge, overbelægge, overfylde
Japans 過剰収容
Catalaans sobredimensionar
Fins ylitäyttää
Noors overbelegge
Baskisch gehiegizko
Servisch prekoraciti, preseći
Macedonisch претоварување
Sloveens presegati, preseči
Slowaaks prekročiť kapacitu, preplniť
Bosnisch prekoraciti, prezasićenje
Kroatisch prekomjerno smještanje
Oekraïens перевантажувати
Bulgaars надвишавам, превишавам
Wit-Russisch перасяленне, размяшчэнне
Indonesisch overbook
Vietnamees đặt quá số phòng
Oezbeeks ortiqcha bron qilish
Chinees 超额预订
Thais จองเกินจำนวนห้อง
Koreaans 초과예약하다
Azerbeidzjaans artıq bron etmək
Georgisch ოვერბუქინგება
Bengaals অতিরিক্ত বুকিং করা
Albanees mbingarko rezervimet
Marathi अतिरिक्त बुकिंग करणे
Nepalees अतिरिक्त आरक्षण गर्नु
Telugu ఓవర్బుక్ చెయ్యడం
Lets pārslogot vietas
Tamil அதிக முன்பதிவு செய்வது
Ests ülebroneerida
Armeens օվերբուքինգ անել
Koerdisch zêde rezervasyon kirin
Hebreeuwsלהקצות יותר אנשים
Arabischتجاوز، زيادة
Perzischاضافه کردن
Urduزیادہ افراد شامل کرنا

überbelegen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van überbelegen

  • mehr Personen vorsehen, zulassen, als bei einer regulären Unterbringung überhaupt Platz haben

überbelegen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord überbelegen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord überbelegen


De vervoeging van het werkwoord überbelegen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord überbelegen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (überbelegt - überbelegte - hat überbelegt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary überbelegen en op überbelegen in de Duden.

überbelegen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich überbeleg(e)überbelegteüberbelegeüberbelegte-
du überbelegstüberbelegtestüberbelegestüberbelegtestüberbeleg(e)
er überbelegtüberbelegteüberbelegeüberbelegte-
wir überbelegenüberbelegtenüberbelegenüberbelegtenüberbelegen
ihr überbelegtüberbelegtetüberbelegetüberbelegtetüberbelegt
sie überbelegenüberbelegtenüberbelegenüberbelegtenüberbelegen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich überbeleg(e), du überbelegst, er überbelegt, wir überbelegen, ihr überbelegt, sie überbelegen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich überbelegte, du überbelegtest, er überbelegte, wir überbelegten, ihr überbelegtet, sie überbelegten
  • Perfectum: ich habe überbelegt, du hast überbelegt, er hat überbelegt, wir haben überbelegt, ihr habt überbelegt, sie haben überbelegt
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte überbelegt, du hattest überbelegt, er hatte überbelegt, wir hatten überbelegt, ihr hattet überbelegt, sie hatten überbelegt
  • Toekomende tijd I: ich werde überbelegen, du wirst überbelegen, er wird überbelegen, wir werden überbelegen, ihr werdet überbelegen, sie werden überbelegen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde überbelegt haben, du wirst überbelegt haben, er wird überbelegt haben, wir werden überbelegt haben, ihr werdet überbelegt haben, sie werden überbelegt haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich überbelege, du überbelegest, er überbelege, wir überbelegen, ihr überbeleget, sie überbelegen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich überbelegte, du überbelegtest, er überbelegte, wir überbelegten, ihr überbelegtet, sie überbelegten
  • Perfectum: ich habe überbelegt, du habest überbelegt, er habe überbelegt, wir haben überbelegt, ihr habet überbelegt, sie haben überbelegt
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte überbelegt, du hättest überbelegt, er hätte überbelegt, wir hätten überbelegt, ihr hättet überbelegt, sie hätten überbelegt
  • Toekomende tijd I: ich werde überbelegen, du werdest überbelegen, er werde überbelegen, wir werden überbelegen, ihr werdet überbelegen, sie werden überbelegen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde überbelegt haben, du werdest überbelegt haben, er werde überbelegt haben, wir werden überbelegt haben, ihr werdet überbelegt haben, sie werden überbelegt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde überbelegen, du würdest überbelegen, er würde überbelegen, wir würden überbelegen, ihr würdet überbelegen, sie würden überbelegen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde überbelegt haben, du würdest überbelegt haben, er würde überbelegt haben, wir würden überbelegt haben, ihr würdet überbelegt haben, sie würden überbelegt haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: überbeleg(e) (du), überbelegen wir, überbelegt (ihr), überbelegen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: überbelegen, überzubelegen
  • Infinitief II: überbelegt haben, überbelegt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: überbelegend
  • Participle II: überbelegt

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 942265

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 712947, 942265