Vervoeging van het Duitse werkwoord spitzen

De vervoeging van het werkwoord spitzen (gluren, puntig maken) is regelmatig. De basisvormen zijn spitzt, spitzte en hat gespitzt. Het hulpwerkwoord van spitzen is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord spitzen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor spitzen. Je kunt niet alleen spitzen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · regelmatig · haben

spitzen

spitzt · spitzte · hat gespitzt

 s-Samentrekking en e-Uitbreiding 

Engels sharpen, chit, nib, peek, peep, point, snoop, spy

/ˈʃpɪt͡sn̩/ · /ʃpɪt͡st/ · /ˈʃpɪt͡stə/ · /ɡəˈspɪt͡st/

etwas spitz machen; etwas heimlich, versteckt, durch eine kleine Öffnung beobachten

(sich+A, acc.)

» Er spitzte seine Ohren. Engels He pricked up his ears.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van spitzen

Tegenwoordige tijd

ich spitz(e)⁵
du spitzt
er spitzt
wir spitzen
ihr spitzt
sie spitzen

Onvoltooid verleden tijd

ich spitzte
du spitztest
er spitzte
wir spitzten
ihr spitztet
sie spitzten

Imperatief

-
spitz(e)⁵ (du)
-
spitzen wir
spitzt (ihr)
spitzen Sie

Konjunktief I

ich spitze
du spitzest
er spitze
wir spitzen
ihr spitzet
sie spitzen

Konjunktief II

ich spitzte
du spitztest
er spitzte
wir spitzten
ihr spitztet
sie spitzten

Infinitief

spitzen
zu spitzen

Deelwoord

spitzend
gespitzt

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord spitzen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich spitz(e)⁵
du spitzt
er spitzt
wir spitzen
ihr spitzt
sie spitzen

Onvoltooid verleden tijd

ich spitzte
du spitztest
er spitzte
wir spitzten
ihr spitztet
sie spitzten

Perfectum

ich habe gespitzt
du hast gespitzt
er hat gespitzt
wir haben gespitzt
ihr habt gespitzt
sie haben gespitzt

Volt. verl. tijd

ich hatte gespitzt
du hattest gespitzt
er hatte gespitzt
wir hatten gespitzt
ihr hattet gespitzt
sie hatten gespitzt

Toekomende tijd I

ich werde spitzen
du wirst spitzen
er wird spitzen
wir werden spitzen
ihr werdet spitzen
sie werden spitzen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde gespitzt haben
du wirst gespitzt haben
er wird gespitzt haben
wir werden gespitzt haben
ihr werdet gespitzt haben
sie werden gespitzt haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Er spitzte seine Ohren. 
  • Der Hase spitzt seine Löffel. 
  • Als sie bemerkte, dass der Kleine heimlich um die Ecke spitzte , schickte sie ihn auf sein Zimmer. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord spitzen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich spitze
du spitzest
er spitze
wir spitzen
ihr spitzet
sie spitzen

Konjunktief II

ich spitzte
du spitztest
er spitzte
wir spitzten
ihr spitztet
sie spitzten

Voltooid Konj.

ich habe gespitzt
du habest gespitzt
er habe gespitzt
wir haben gespitzt
ihr habet gespitzt
sie haben gespitzt

Konj. volt. verl. t.

ich hätte gespitzt
du hättest gespitzt
er hätte gespitzt
wir hätten gespitzt
ihr hättet gespitzt
sie hätten gespitzt

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde spitzen
du werdest spitzen
er werde spitzen
wir werden spitzen
ihr werdet spitzen
sie werden spitzen

Toek. volt. aanw.

ich werde gespitzt haben
du werdest gespitzt haben
er werde gespitzt haben
wir werden gespitzt haben
ihr werdet gespitzt haben
sie werden gespitzt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde spitzen
du würdest spitzen
er würde spitzen
wir würden spitzen
ihr würdet spitzen
sie würden spitzen

Verleden cond.

ich würde gespitzt haben
du würdest gespitzt haben
er würde gespitzt haben
wir würden gespitzt haben
ihr würdet gespitzt haben
sie würden gespitzt haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord spitzen


Tegenwoordige tijd

spitz(e)⁵ (du)
spitzen wir
spitzt (ihr)
spitzen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor spitzen


Infinitief I


spitzen
zu spitzen

Infinitief II


gespitzt haben
gespitzt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


spitzend

Participle II


gespitzt

  • Er hat seine Lippen gespitzt . 
  • Der Junge achtete darauf, dass seine Bleistifte gespitzt waren. 
  • Bevor er etwas schreiben konnte, musste er den Bleistift spitzen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor spitzen


  • Er spitzte seine Ohren. 
    Engels He pricked up his ears.
  • Er hat seine Lippen gespitzt . 
    Engels He pursed his lips.
  • Der Hase spitzt seine Löffel. 
    Engels The hare sharpens its ears.
  • Der Junge achtete darauf, dass seine Bleistifte gespitzt waren. 
    Engels The boy liked to keep his pencils sharp.
  • Bevor er etwas schreiben konnte, musste er den Bleistift spitzen . 
    Engels Before he could write anything, he had to sharpen the pencil.
  • Als sie bemerkte, dass der Kleine heimlich um die Ecke spitzte , schickte sie ihn auf sein Zimmer. 
    Engels When she noticed that the little one was secretly peeking around the corner, she sent him to his room.
  • Ich spitzte die Ohren, doch ich hörte nichts. 
    Engels I perked up my ears, but I heard nothing.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse spitzen


Duits spitzen
Engels sharpen, chit, nib, peek, peep, point, snoop, spy
Russisch затачивать, точить, заострить, заострять, подсматривать, вострить, заточить, навострить
Spaans afilar, aguzar, espiar, observar, puntiagudo, sacar punta
Frans acérer, affûter, chauvir, espionner, guetter, observer, pointu, rappointir
Turks gözlemek, keskinleştirmek, sivriltmek, sıradan, uç yapmak, yontmak
Portugees afiar, aguçar, apontar, espiar, observar, pontiagudo
Italiaans appuntire, acuire, acuminare, affilare, appuntare, puntare, sbirciare, spiare
Roemeens ascuți, spiona
Hongaars hegyesít, hegyez, kukucskál, élez
Pools podglądać, szpicować
Grieks καρφώνω, κατασκοπεύω, ξυρίζω, ξύνω, σουφρώνω, τεντώνω
Nederlands gluren, puntig maken, scherpen, slijpen, spieken, spitsen, tuk zijn, zich verheugen
Tsjechisch nastavovat, nastavovatavit, našpulit, ostřit, ořezávat, ořezávatzat, pozorovat, špehovat
Zweeds spetsa, kika, spionera, vässa
Deens spidse, kigge, spionere
Japans 先を尖らせる, 削る, 尖らせる, 覗く, 隠れて見る
Catalaans afilar, espiar, observar
Fins hioa, kuikuilla, teroittaa, terävöittää, vakoilla
Noors kikke, spionere, spisse
Baskisch begiratu, ezkutuan, itzali
Servisch oštriti, posmatrati
Macedonisch острити, шпион
Sloveens opazovati, ostriti, vohati
Slowaaks ostriť, špehovať
Bosnisch oštriti, prikradati se
Kroatisch oštriti, prikradati se
Oekraïens загострити, заострити, нагострити, підглядати
Bulgaars острие, шпионя
Wit-Russisch завострыць, падглядаць
Indonesisch mengasah, mengintip
Vietnamees mài, nhìn lén, nhìn trộm
Oezbeeks mo‘ralamoq, o‘tkirlamoq, uchlamoq
Hindi झाँकना, तेज़ करना
Chinees 偷看, 磨尖, 窥视
Thais ลับ, แอบดู, แอบมอง
Koreaans 날카롭게 하다, 엿보다, 훔쳐보다
Azerbeidzjaans boylanmaq, gizlicə baxmaq, kəskinləşdirmək
Georgisch გამოჭყიტვა, დალესვა, წაწვეტება
Bengaals উঁকি মারা, ধারালো করা, নোকালো করা
Albanees mpreh, përgjoj
Marathi चोरून पाहणे, डोकावणे, तेज करणे
Nepalees झ्याँक्नु, तेज गर्नु
Telugu తొంగిచూడటం, పదును పెట్టు
Lets asināt, lūrēt
Tamil உளவு பார்க்க, ஒளிந்து பார்க்க, கூர்மையாக்கு, முனையாக்கு
Ests piiluma, teritama
Armeens գաղտնի դիտել, թաքուն նայել, սրացնել, սրել
Koerdisch bi nepenî seyr kirin, têzkirin
Hebreeuwsלחדד، לצפות
Arabischدبب، برى، تجسس، تدوير، تشكيل حاد
Perzischتیز کردن، پنهانی مشاهده کردن
Urduتیز کرنا، چپکے سے دیکھنا

spitzen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van spitzen

  • etwas spitz machen
  • etwas heimlich, versteckt, durch eine kleine Öffnung beobachten
  • aufpassen, aufmerken

spitzen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord spitzen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord spitzen


De vervoeging van het werkwoord spitzen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord spitzen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (spitzt - spitzte - hat gespitzt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary spitzen en op spitzen in de Duden.

spitzen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich spitz(e)spitztespitzespitzte-
du spitztspitztestspitzestspitztestspitz(e)
er spitztspitztespitzespitzte-
wir spitzenspitztenspitzenspitztenspitzen
ihr spitztspitztetspitzetspitztetspitzt
sie spitzenspitztenspitzenspitztenspitzen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich spitz(e), du spitzt, er spitzt, wir spitzen, ihr spitzt, sie spitzen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich spitzte, du spitztest, er spitzte, wir spitzten, ihr spitztet, sie spitzten
  • Perfectum: ich habe gespitzt, du hast gespitzt, er hat gespitzt, wir haben gespitzt, ihr habt gespitzt, sie haben gespitzt
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte gespitzt, du hattest gespitzt, er hatte gespitzt, wir hatten gespitzt, ihr hattet gespitzt, sie hatten gespitzt
  • Toekomende tijd I: ich werde spitzen, du wirst spitzen, er wird spitzen, wir werden spitzen, ihr werdet spitzen, sie werden spitzen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gespitzt haben, du wirst gespitzt haben, er wird gespitzt haben, wir werden gespitzt haben, ihr werdet gespitzt haben, sie werden gespitzt haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich spitze, du spitzest, er spitze, wir spitzen, ihr spitzet, sie spitzen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich spitzte, du spitztest, er spitzte, wir spitzten, ihr spitztet, sie spitzten
  • Perfectum: ich habe gespitzt, du habest gespitzt, er habe gespitzt, wir haben gespitzt, ihr habet gespitzt, sie haben gespitzt
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte gespitzt, du hättest gespitzt, er hätte gespitzt, wir hätten gespitzt, ihr hättet gespitzt, sie hätten gespitzt
  • Toekomende tijd I: ich werde spitzen, du werdest spitzen, er werde spitzen, wir werden spitzen, ihr werdet spitzen, sie werden spitzen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gespitzt haben, du werdest gespitzt haben, er werde gespitzt haben, wir werden gespitzt haben, ihr werdet gespitzt haben, sie werden gespitzt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde spitzen, du würdest spitzen, er würde spitzen, wir würden spitzen, ihr würdet spitzen, sie würden spitzen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde gespitzt haben, du würdest gespitzt haben, er würde gespitzt haben, wir würden gespitzt haben, ihr würdet gespitzt haben, sie würden gespitzt haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: spitz(e) (du), spitzen wir, spitzt (ihr), spitzen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: spitzen, zu spitzen
  • Infinitief II: gespitzt haben, gespitzt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: spitzend
  • Participle II: gespitzt

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 399821, 399821

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 3689380, 8261427, 369768, 3295424

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 2852, 399821, 399821