Vervoeging van het Duitse werkwoord netzen

De vervoeging van het werkwoord netzen (besprenkelen, besprenkeling) is regelmatig. De basisvormen zijn netzt, netzte en hat genetzt. Het hulpwerkwoord van netzen is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord netzen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor netzen. Je kunt niet alleen netzen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · regelmatig · haben

netzen

netzt · netzte · hat genetzt

 s-Samentrekking en e-Uitbreiding 

Engels moisten, wet, fishing, mesh, net, netting, network, sponge, steam, water

/ˈnɛt͡sən/ · /ˈnɛt͡st/ · /ˈnɛt͡stə/ · /ɡəˈnɛt͡st/

[…, Werkzeuge, Pflanzen] (Oberflächen) mit Flüssigkeitstropfen versehen; Pflanzen mit Wasser versorgen; benetzen, gießen, tränken, anfeuchten

(acc.)

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van netzen

Tegenwoordige tijd

ich netz(e)⁵
du netzt
er netzt
wir netzen
ihr netzt
sie netzen

Onvoltooid verleden tijd

ich netzte
du netztest
er netzte
wir netzten
ihr netztet
sie netzten

Imperatief

-
netz(e)⁵ (du)
-
netzen wir
netzt (ihr)
netzen Sie

Konjunktief I

ich netze
du netzest
er netze
wir netzen
ihr netzet
sie netzen

Konjunktief II

ich netzte
du netztest
er netzte
wir netzten
ihr netztet
sie netzten

Infinitief

netzen
zu netzen

Deelwoord

netzend
genetzt

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord netzen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich netz(e)⁵
du netzt
er netzt
wir netzen
ihr netzt
sie netzen

Onvoltooid verleden tijd

ich netzte
du netztest
er netzte
wir netzten
ihr netztet
sie netzten

Perfectum

ich habe genetzt
du hast genetzt
er hat genetzt
wir haben genetzt
ihr habt genetzt
sie haben genetzt

Volt. verl. tijd

ich hatte genetzt
du hattest genetzt
er hatte genetzt
wir hatten genetzt
ihr hattet genetzt
sie hatten genetzt

Toekomende tijd I

ich werde netzen
du wirst netzen
er wird netzen
wir werden netzen
ihr werdet netzen
sie werden netzen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde genetzt haben
du wirst genetzt haben
er wird genetzt haben
wir werden genetzt haben
ihr werdet genetzt haben
sie werden genetzt haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord netzen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich netze
du netzest
er netze
wir netzen
ihr netzet
sie netzen

Konjunktief II

ich netzte
du netztest
er netzte
wir netzten
ihr netztet
sie netzten

Voltooid Konj.

ich habe genetzt
du habest genetzt
er habe genetzt
wir haben genetzt
ihr habet genetzt
sie haben genetzt

Konj. volt. verl. t.

ich hätte genetzt
du hättest genetzt
er hätte genetzt
wir hätten genetzt
ihr hättet genetzt
sie hätten genetzt

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde netzen
du werdest netzen
er werde netzen
wir werden netzen
ihr werdet netzen
sie werden netzen

Toek. volt. aanw.

ich werde genetzt haben
du werdest genetzt haben
er werde genetzt haben
wir werden genetzt haben
ihr werdet genetzt haben
sie werden genetzt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde netzen
du würdest netzen
er würde netzen
wir würden netzen
ihr würdet netzen
sie würden netzen

Verleden cond.

ich würde genetzt haben
du würdest genetzt haben
er würde genetzt haben
wir würden genetzt haben
ihr würdet genetzt haben
sie würden genetzt haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord netzen


Tegenwoordige tijd

netz(e)⁵ (du)
netzen wir
netzt (ihr)
netzen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor netzen


Infinitief I


netzen
zu netzen

Infinitief II


genetzt haben
genetzt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


netzend

Participle II


genetzt

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse netzen


Duits netzen
Engels moisten, wet, fishing, mesh, net, netting, network, sponge
Russisch ловить сетями, покрывать, поливать, сети, увлажнять
Spaans humedecer, mojar, pescar con redes, redes, regar
Frans humecter, mouiller, arroser, pêcher, réseaux
Turks ağ oluşturmak, ağlarla balık tutmak, sulamak, sıvı damlalarıyla kaplamak
Portugees fazer redes, irrigar, molhar, pescar com redes, regar, tecer, umidificar
Italiaans bagnare, innaffiare, inumidire, inzuppare, irrigare, pescare con reti, rete, umettare
Roemeens udare, crea plase, pescui cu plase, umectare
Hongaars hálókat készíteni, hálóval halászni, nedvesít, öntözés
Pools zwilżać, nawadniać, nawilżać, sieciować, tworzyć sieci, zwilżyć, łowić sieciami
Grieks βρέχω, κατασκευή δικτύων, ποτίζω, υγροποιώ, ψάρεμα με δίχτυα
Nederlands besprenkelen, besprenkeling, besproeien, bevochtigen, netten, vissen met netten
Tsjechisch lovit, navlhčit, pokropit, síťování, vytváření sítí, zavlažovat
Zweeds bespruta, fukta, nätfiska, nätverk, vattna
Deens besprøjte, dække, fange, fugte, netværk, vande, væde
Japans ネットを作る, 水やり, 水滴を付ける, 湿らせる, 網で魚を捕る
Catalaans mullar, pescar amb xarxes, regar, xarxes
Fins kastella, kostuttaa, sateuttaa, verkkoaminen, verkkojen valmistaminen
Noors bespraye, fiske med nett, fukte, nettverk, vanning
Baskisch likidoz estali, sareak egin, sarekin arrantza, ura ematea
Servisch mreže, natapanje, navodnjavati, ribolov mrežom, vlaženje
Macedonisch ловење со мрежи, мрежи, наводнување, покривање
Sloveens navlažiti, premazati, ribolov z mrežami, ustvariti mreže, zalivanje
Slowaaks navlhčiť, pokryť kvapôčkami, polievať, rybolov, sieťovanie, tvorba sietí, zavlažovať
Bosnisch močiti, mreže, navlažiti, navodnjavanje, ribolov mrežom
Kroatisch močiti, mreže, navlažiti, navodnjavanje, ribolov mrežama
Oekraïens поливати, зволожувати, зрошувати, ловити сітками, мережі створювати
Bulgaars мрежи, ловя с мрежи, намокря, покривам с капки, поливам
Wit-Russisch влажніць, забяспечваць расліны вадой, змочыць, лавіць сеткамі, стварэнне сетак
Indonesisch membasahi, menenun jaring, menjala, menjaring, menyemprot, menyiram, merajut jaring
Vietnamees dệt lưới, làm ướt, phun sương, thả lưới, tưới, tưới nước, đan lưới, đánh cá bằng lưới
Oezbeeks namlamoq, sepmoq, sug'orish, suv berish, toʻr toʻqimoq, toʻr yasamoq, to‘r bilan baliq tutmoq
Hindi छिड़कना, जाल गूंथना, जाल डालना, जाल बुनना, जाल से मछली पकड़ना, पानी देना, भीगाना, सिंचना
Chinees 弄湿, 打湿, 撒网捕鱼, 浇水, 用网捕鱼, 织网, 编网
Thais ถักอวน, ทอดแห, ทออวน, ทำให้เปียก, พ่น, รดน้ำ, ใช้อวนจับปลา
Koreaans 그물로 고기잡이하다, 그물을 뜨다, 그물을 짜다, 그물질하다, 물방울로 적시다, 물을 주다, 적시다
Azerbeidzjaans islətmək, suvarmaq, sıçratmaq, tor atmaq, tor hörmək, tor toxumaq, torla balıq tutmaq
Georgisch ასხა, ბადით თევზაობა, ბადის ქსოვა, ბადის წნვა, დაწვეთება, სველება
Bengaals ছিটানো, জাল গাঁথা, জাল দিয়ে মাছ ধরা, জাল ফেলা, জাল বোনা, পানি দেওয়া, ভেজানো, সেচ করা
Albanees end rrjeta, hedh rrjetën, lagështoj, peshkoj me rrjeta, spërkas, thur rrjeta, ujit
Marathi शिंपडणे, जाळे गुंफणे, जाळे टाकणे, जाळे विणणे, जाळ्याने मासेमारी करणे, पाणी देणे, भिजवणे
Nepalees छर्कनु, जाल फ्याक्नु, जाल बुन्नु, जालले माछा समात्नु, पानी दिनु, भिजाउन, सिँचाइ गर्नु
Telugu తడిపించు, తేమపరచు, నీరు ఇవ్వడం, నీళ్లు పెట్టడం, వల అల్లడం, వల నేయడం, వల వేయడం, వలతో చేపలు పట్టడం
Lets adīt tīklus, apsmidzināt, laistīt, mitrināt, pīt tīklus, zvejot ar tīkliem, ķert tīklos
Tamil ஈரப்படுத்து, நீர் ஊட்டுதல், நீர் கொடுதல், வலை கோர்க்க, வலை நெய், வலை வீசுதல், வலையால் மீன் பிடித்தல்
Ests kastma, niisutama, pritsima, võrke kuduma, võrke punuma, võrkudega kala püüdma
Armeens թրջել, խոնավացնել, ջրել, ցանց գործել, ցանց հյուսել, ցանցով ձուկ բռնել
Koerdisch avdan, bi torê masî girtin, ter kirin, tor avêtin, tor tikandin, tor çêkirin, şil kirin
Hebreeuwsהשקיה، לְדַיֵּג، לטפטף، רשתות
Arabischتغطية، ري، سقي، شبكات، صيد بالشباك
Perzischآب دادن به گیاهان، شبکه سازی، ماهیگیری با تور، پوشاندن
Urduتر کرنا، جال بنانا، جال سے مچھلی پکڑنا، نمدار کرنا، نمی دینا، پانی دینا

netzen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van netzen

  • (Oberflächen) mit Flüssigkeitstropfen versehen, benetzen
  • [Pflanzen] Pflanzen mit Wasser versorgen, gießen
  • [Werkzeuge] tränken, anfeuchten, befeuchten
  • Netze herstellen
  • mit Netzen fischen
  • ...

netzen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord netzen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord netzen


De vervoeging van het werkwoord netzen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord netzen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (netzt - netzte - hat genetzt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary netzen en op netzen in de Duden.

netzen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich netz(e)netztenetzenetzte-
du netztnetztestnetzestnetztestnetz(e)
er netztnetztenetzenetzte-
wir netzennetztennetzennetztennetzen
ihr netztnetztetnetzetnetztetnetzt
sie netzennetztennetzennetztennetzen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich netz(e), du netzt, er netzt, wir netzen, ihr netzt, sie netzen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich netzte, du netztest, er netzte, wir netzten, ihr netztet, sie netzten
  • Perfectum: ich habe genetzt, du hast genetzt, er hat genetzt, wir haben genetzt, ihr habt genetzt, sie haben genetzt
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte genetzt, du hattest genetzt, er hatte genetzt, wir hatten genetzt, ihr hattet genetzt, sie hatten genetzt
  • Toekomende tijd I: ich werde netzen, du wirst netzen, er wird netzen, wir werden netzen, ihr werdet netzen, sie werden netzen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde genetzt haben, du wirst genetzt haben, er wird genetzt haben, wir werden genetzt haben, ihr werdet genetzt haben, sie werden genetzt haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich netze, du netzest, er netze, wir netzen, ihr netzet, sie netzen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich netzte, du netztest, er netzte, wir netzten, ihr netztet, sie netzten
  • Perfectum: ich habe genetzt, du habest genetzt, er habe genetzt, wir haben genetzt, ihr habet genetzt, sie haben genetzt
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte genetzt, du hättest genetzt, er hätte genetzt, wir hätten genetzt, ihr hättet genetzt, sie hätten genetzt
  • Toekomende tijd I: ich werde netzen, du werdest netzen, er werde netzen, wir werden netzen, ihr werdet netzen, sie werden netzen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde genetzt haben, du werdest genetzt haben, er werde genetzt haben, wir werden genetzt haben, ihr werdet genetzt haben, sie werden genetzt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde netzen, du würdest netzen, er würde netzen, wir würden netzen, ihr würdet netzen, sie würden netzen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde genetzt haben, du würdest genetzt haben, er würde genetzt haben, wir würden genetzt haben, ihr würdet genetzt haben, sie würden genetzt haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: netz(e) (du), netzen wir, netzt (ihr), netzen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: netzen, zu netzen
  • Infinitief II: genetzt haben, genetzt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: netzend
  • Participle II: genetzt

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 715439, 715439, 715439, 715439, 715439