Vervoeging van het Duitse werkwoord befliegen ⟨Bijzin⟩

De vervoeging van het werkwoord befliegen (overvliegen, aanvliegen) is onregelmatig. De basisvormen zijn ... befliegt, ... beflog en ... beflogen hat. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers ie - o - o. Het hulpwerkwoord van befliegen is "haben". Het voorvoegsel be- van befliegen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Bijzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord befliegen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor befliegen. Je kunt niet alleen befliegen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · onregelmatig · haben · onlosmakelijk

befliegen

... befliegt · ... beflog · ... beflogen hat

 Verandering van de stamklinker  ie - o - o 

Engels collect nectar, cover, fly, fly over, pollinate

/bəˈfliːɡn̩/ · /bəˈfliːkt/ · /bəˈfloːk/ · /bəˈfløːɡe/ · /bəˈfloːɡn̩/

[…, Pflanzen] mit einem Flugzeug nutzen; ansteuern, um Nektar zu sammeln und Blüten zu bestäuben; frequentieren, befruchten, besamen, bestäuben

(acc.)

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van befliegen

Tegenwoordige tijd

... ich beflieg(e)⁵
... du befliegst
... er befliegt
... wir befliegen
... ihr befliegt
... sie befliegen

Onvoltooid verleden tijd

... ich beflog
... du beflogst
... er beflog
... wir beflogen
... ihr beflogt
... sie beflogen

Imperatief

-
beflieg(e)⁵ (du)
-
befliegen wir
befliegt (ihr)
befliegen Sie

Konjunktief I

... ich befliege
... du befliegest
... er befliege
... wir befliegen
... ihr beflieget
... sie befliegen

Konjunktief II

... ich beflöge
... du beflögest
... er beflöge
... wir beflögen
... ihr beflöget
... sie beflögen

Infinitief

befliegen
zu befliegen

Deelwoord

befliegend
beflogen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord befliegen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

... ich beflieg(e)⁵
... du befliegst
... er befliegt
... wir befliegen
... ihr befliegt
... sie befliegen

Onvoltooid verleden tijd

... ich beflog
... du beflogst
... er beflog
... wir beflogen
... ihr beflogt
... sie beflogen

Perfectum

... ich beflogen habe
... du beflogen hast
... er beflogen hat
... wir beflogen haben
... ihr beflogen habt
... sie beflogen haben

Volt. verl. tijd

... ich beflogen hatte
... du beflogen hattest
... er beflogen hatte
... wir beflogen hatten
... ihr beflogen hattet
... sie beflogen hatten

Toekomende tijd I

... ich befliegen werde
... du befliegen wirst
... er befliegen wird
... wir befliegen werden
... ihr befliegen werdet
... sie befliegen werden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

... ich beflogen haben werde
... du beflogen haben wirst
... er beflogen haben wird
... wir beflogen haben werden
... ihr beflogen haben werdet
... sie beflogen haben werden

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord befliegen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

... ich befliege
... du befliegest
... er befliege
... wir befliegen
... ihr beflieget
... sie befliegen

Konjunktief II

... ich beflöge
... du beflögest
... er beflöge
... wir beflögen
... ihr beflöget
... sie beflögen

Voltooid Konj.

... ich beflogen habe
... du beflogen habest
... er beflogen habe
... wir beflogen haben
... ihr beflogen habet
... sie beflogen haben

Konj. volt. verl. t.

... ich beflogen hätte
... du beflogen hättest
... er beflogen hätte
... wir beflogen hätten
... ihr beflogen hättet
... sie beflogen hätten

Toekomende aanvoegende wijs I

... ich befliegen werde
... du befliegen werdest
... er befliegen werde
... wir befliegen werden
... ihr befliegen werdet
... sie befliegen werden

Toek. volt. aanw.

... ich beflogen haben werde
... du beflogen haben werdest
... er beflogen haben werde
... wir beflogen haben werden
... ihr beflogen haben werdet
... sie beflogen haben werden

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

... ich befliegen würde
... du befliegen würdest
... er befliegen würde
... wir befliegen würden
... ihr befliegen würdet
... sie befliegen würden

Verleden cond.

... ich beflogen haben würde
... du beflogen haben würdest
... er beflogen haben würde
... wir beflogen haben würden
... ihr beflogen haben würdet
... sie beflogen haben würden

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord befliegen


Tegenwoordige tijd

beflieg(e)⁵ (du)
befliegen wir
befliegt (ihr)
befliegen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor befliegen


Infinitief I


befliegen
zu befliegen

Infinitief II


beflogen haben
beflogen zu haben

Tegenwoordig deelwoord


befliegend

Participle II


beflogen

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse befliegen


Duits befliegen
Engels collect nectar, cover, fly, fly over, pollinate
Russisch облетать, облет, опыление, сбор нектара
Spaans sobrevolar, volar sobre, polinizar, recolectar
Frans exploiter, relier, butiner, polliniser, survoler
Turks uçmak, havadan geçmek, polenlemek
Portugees sobrevoar, coletar néctar, polinizar, voar sobre
Italiaans sorvolare, volare sopra, impollinare, raccogliere
Roemeens survola, colecta nectar, polliniza
Hongaars megporzósítani, nektárt gyűjteni, repülni
Pools przelatywać, zapylać, zbierać nektar
Grieks για να συλλέξω νέκταρ και να επικονιάσω, επισκέπτομαι, πετάω, πτήση
Nederlands overvliegen, aanvliegen, bestuiven, vliegen
Tsjechisch přeletět, přelétat, navštívit, oplodnit
Zweeds beflyga, besöka, flyga över, pollinera
Deens beflyve, bestøve, indsamle nektar
Japans 空を飛ぶ, 花粉を運ぶ, 訪れる, 飛行する
Catalaans pollinitzar, recollir nèctar, volar
Fins kukkia pölyttää, lentää, nektaria kerätä
Noors befliege, bestøve, pollinere
Baskisch hegan egin, nektarra bildu, polinizatu
Servisch oprašivati, preleteti, sakupljati nektar
Macedonisch летам, опрашување, собирање нектар
Sloveens leteti nad, opraševati, preleteti, zbirati nektar
Slowaaks navštíviť, opeliť, preletieť
Bosnisch letjeti, oprašivati, sakupljati nektar
Kroatisch letjeti, oprašivati, preletjeti, sakupljati nektar
Oekraïens облітати, збирати нектар, літати над, опилювати
Bulgaars облетя, опрашвам, събирам нектар
Wit-Russisch аблятаць, апыляць кветкі, завойваць, збіраць нектар, накіроўвацца
Indonesisch mengisap nektar, mengoperasikan, menyerbuki
Vietnamees hút mật, thụ phấn, vận hành bằng máy bay
Oezbeeks gulga qo‘nmoq, nektar yig‘moq, parvoz qilmoq
Hindi उड़ान संचालित करना, परागण करना, फूलों पर जाना
Chinees 访花, 运营航线, 采蜜
Thais ดูดน้ำหวาน, บินด้วยเครื่องบิน, ผสมเกสร
Koreaans 수분시키다, 운항하다, 채밀하다
Azerbeidzjaans tozlandırmaq, təyyarə ilə uçmaq, çiçəklərə qonmaq
Georgisch დამტვერვა, ფრენა, ყვავილებზე დაჯდომა
Bengaals পরাগায়ন করা, ফুলে যাওয়া, বিমান চালানো
Albanees mbledh nektar, operoj me avion, pllenoj
Marathi परागण करणे, फुलांवर जाणे, विमान चालवणे
Nepalees परागण गर्नु, मकरन्द संकलन गर्नु, विमान चलाउन
Telugu పరాగసంపర్కం చేయు, మకరందం సేకరించు, విమానంతో ప్రయాణించు
Lets apmeklēt ziedus, apputeksnēt, lidot
Tamil மகரந்தச் சேர்க்கை செய்ய, மலர்களை அணுகுதல், விமானம் இயக்குவது
Ests lendama, tolmeldama, õitel käima
Armeens թռչել, մեղրահավաք անել, փոշոտել
Koerdisch gulan serdan kirin, operasyon kirin
Hebreeuwsלטוס، להאביק
Arabischتحليق، تلقيح الزهور، توجيه، جمع الرحيق
Perzischپرواز کردن، پرواز کردن به سمت
Urduپرواز کرنا، نکتار جمع کرنا، ہوائی سفر کرنا

befliegen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van befliegen

  • mit einem Flugzeug nutzen, frequentieren
  • [Pflanzen] ansteuern, um Nektar zu sammeln und Blüten zu bestäuben, befruchten, besamen, bestäuben, decken

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord befliegen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord befliegen


De vervoeging van het werkwoord befliegen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord befliegen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (... befliegt - ... beflog - ... beflogen hat) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary befliegen en op befliegen in de Duden.

befliegen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich ... beflieg(e)... beflog... befliege... beflöge-
du ... befliegst... beflogst... befliegest... beflögestbeflieg(e)
er ... befliegt... beflog... befliege... beflöge-
wir ... befliegen... beflogen... befliegen... beflögenbefliegen
ihr ... befliegt... beflogt... beflieget... beflögetbefliegt
sie ... befliegen... beflogen... befliegen... beflögenbefliegen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich beflieg(e), ... du befliegst, ... er befliegt, ... wir befliegen, ... ihr befliegt, ... sie befliegen
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich beflog, ... du beflogst, ... er beflog, ... wir beflogen, ... ihr beflogt, ... sie beflogen
  • Perfectum: ... ich beflogen habe, ... du beflogen hast, ... er beflogen hat, ... wir beflogen haben, ... ihr beflogen habt, ... sie beflogen haben
  • Voltooid verleden tijd: ... ich beflogen hatte, ... du beflogen hattest, ... er beflogen hatte, ... wir beflogen hatten, ... ihr beflogen hattet, ... sie beflogen hatten
  • Toekomende tijd I: ... ich befliegen werde, ... du befliegen wirst, ... er befliegen wird, ... wir befliegen werden, ... ihr befliegen werdet, ... sie befliegen werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich beflogen haben werde, ... du beflogen haben wirst, ... er beflogen haben wird, ... wir beflogen haben werden, ... ihr beflogen haben werdet, ... sie beflogen haben werden

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich befliege, ... du befliegest, ... er befliege, ... wir befliegen, ... ihr beflieget, ... sie befliegen
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich beflöge, ... du beflögest, ... er beflöge, ... wir beflögen, ... ihr beflöget, ... sie beflögen
  • Perfectum: ... ich beflogen habe, ... du beflogen habest, ... er beflogen habe, ... wir beflogen haben, ... ihr beflogen habet, ... sie beflogen haben
  • Voltooid verleden tijd: ... ich beflogen hätte, ... du beflogen hättest, ... er beflogen hätte, ... wir beflogen hätten, ... ihr beflogen hättet, ... sie beflogen hätten
  • Toekomende tijd I: ... ich befliegen werde, ... du befliegen werdest, ... er befliegen werde, ... wir befliegen werden, ... ihr befliegen werdet, ... sie befliegen werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich beflogen haben werde, ... du beflogen haben werdest, ... er beflogen haben werde, ... wir beflogen haben werden, ... ihr beflogen haben werdet, ... sie beflogen haben werden

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich befliegen würde, ... du befliegen würdest, ... er befliegen würde, ... wir befliegen würden, ... ihr befliegen würdet, ... sie befliegen würden
  • Voltooid verleden tijd: ... ich beflogen haben würde, ... du beflogen haben würdest, ... er beflogen haben würde, ... wir beflogen haben würden, ... ihr beflogen haben würdet, ... sie beflogen haben würden

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: beflieg(e) (du), befliegen wir, befliegt (ihr), befliegen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: befliegen, zu befliegen
  • Infinitief II: beflogen haben, beflogen zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: befliegend
  • Participle II: beflogen

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 745328, 745328