Infinitief van het Duitse werkwoord wegweisen

De infinitiefvormen van wegweisen (uitzetten, verwijderen) zijn: wegweisen, wegzuweisen. De uitgang -en wordt toegevoegd aan de stam van het werkwoord weis. Bij het vormen van het infinitief met zu wordt zu na het scheidbare eerste deel weg- (voorvoegsel) ingevoegd. De vorming van de vormen komt overeen met de grammaticaregels voor de vervoeging van werkwoorden in de infinitief. Opmerkingen

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse wegweisen


Duits wegweisen
Engels eject, expel
Russisch выгнать, выселить
Spaans expulsar
Frans expulser
Turks atmak, kovmak
Portugees expulsar
Italiaans allontanare, espellere
Roemeens alunga, expulza
Hongaars kitiltani
Pools wyrzucić
Grieks διώχνω
Nederlands uitzetten, verwijderen
Tsjechisch vyhostit
Zweeds förvisa, utvisa
Deens udvise
Japans 追い出す
Catalaans expulsar
Fins ajaa pois, karkoittaa
Noors utvise
Baskisch kanporatu
Servisch izbaciti
Macedonisch избркати
Sloveens izgnati
Slowaaks vyhostiť
Bosnisch izbaciti
Kroatisch izbaciti
Oekraïens вигнати
Bulgaars изгоня
Wit-Russisch выганяць
Indonesisch mengusir
Vietnamees đuổi
Oezbeeks haydab chiqarish
Hindi बाहर निकालना
Chinees 赶出, 驱逐
Thais ไล่ออก
Koreaans 쫓아내다
Azerbeidzjaans qovmaq
Georgisch გამოდევნა
Bengaals বহিষ্কার করা
Albanees përjashtoj, përzënë
Marathi बाहेर काढणे
Nepalees निकाल्नु
Telugu బయటకు పంపించుట
Lets izraidīt
Tamil வெளியேற்றுதல்
Ests välja ajama
Armeens հեռացնել
Koerdisch derxistin
Hebreeuwsלהוציא
Arabischطرد
Perzischاخراج کردن
Urduنکال دینا

wegweisen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Werkwoordsvormen in Infinitief van wegweisen

Het werkwoord wegweisen is volledig vervoegd in alle personen en getallen in de Infinitief Tegenwoordige tijd Perfectum


Infinitief Tegenwoordige tijd Perfectumbasisvorm

  • ich wiese weg (1e persoonEnkelvoud)
  • du wies(es)t weg (2e persoonEnkelvoud)
  • er wiest weg (3e persoonEnkelvoud)
  • wir wiesen weg (1e persoonMeervoud)
  • ihr wies(e)t weg (2e persoonMeervoud)
  • sie wiesen weg (3e persoonMeervoud)

Opmerkingen



Inloggen