Imperatief van het Duitse werkwoord mitwohnen ⟨statief passief⟩

De vervoeging van mitwohnen in Imperatief Tegenwoordige tijd Imperatief statief passief is: sei (du) mitgewohnt, seien wir mitgewohnt, seid (ihr) mitgewohnt, seien Sie mitgewohnt.De vorming van deze vormen volgt bepaalde grammaticale regels. Dit geldt ook voor de vereisten voor de vervoeging van de eenvoudige werkwoordsvormen van mitwohnen in Imperatief. Opmerkingen

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse mitwohnen


Duits mitwohnen
Engels cohabit, live together
Russisch совместно жить
Spaans cohabitar, vivir juntos
Frans cohabiter, vivre ensemble
Turks birlikte yaşamak
Portugees coabitar, morar junto
Italiaans abitare insieme
Roemeens locui împreună
Hongaars társadalmi lakás
Pools współmieszkać
Grieks συγκατοίκηση
Nederlands samenwonen
Tsjechisch spolubydlet
Zweeds bo tillsammans
Deens bo sammen
Japans 同居
Catalaans viure juntament
Fins asua yhdessä
Noors bo sammen
Baskisch elkarrekin bizitzea
Servisch suživot, zajednički život
Macedonisch живеат заедно
Sloveens sožitje
Slowaaks spolubývanie
Bosnisch suživjeti
Kroatisch suživjeti
Oekraïens жити разом
Bulgaars живеене заедно, съжителстване
Wit-Russisch жыць разам
Indonesisch tinggal serumah
Vietnamees sống chung
Oezbeeks birga yashash
Hindi साथ रहना
Chinees 同住, 同居
Thais อยู่ร่วมกัน
Koreaans 동거하다
Azerbeidzjaans bir yerdə yaşamaq
Georgisch ერთად ცხოვრება
Bengaals একসঙ্গে বাস করা
Albanees bashkëjetoj
Marathi एकत्र राहणे
Nepalees सँगै बस्नु
Telugu కలిసి నివసించడం
Lets dzīvot kopā
Tamil சேர்ந்து வாழுதல்
Ests koos elama
Armeens համատեղ ապրել
Koerdisch hevjiyan
Hebreeuwsלגור יחד
Arabischالعيش معًا في شقة
Perzischهم‌خانه
Urduہمراہ رہنا

mitwohnen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Werkwoordsvormen in Imperatief van mitwohnen

Het werkwoord mitwohnen is volledig vervoegd in alle personen en getallen in de Imperatief Tegenwoordige tijd


Imperatief Tegenwoordige tijdImperatief

  • - (1e persoonEnkelvoud)
  • sei (du) mitgewohnt (2e persoonEnkelvoud)
  • - (3e persoonEnkelvoud)
  • seien wir mitgewohnt (1e persoonMeervoud)
  • seid (ihr) mitgewohnt (2e persoonMeervoud)
  • seien sie mitgewohnt (3e persoonMeervoud)

Opmerkingen



Inloggen