Imperatief van het Duitse werkwoord leben
De vormen van de vervoeging van leben (leven, bestaan) in de gebiedende wijs zijn: lebe (du), leben wir, lebt (ihr), leben Sie
.
De gebiedende wijs wordt gevormd met de stam van de tegenwoordige tijd leb
.
De uitgangen -e,
-en,
-t,
-en
worden aan de stam toegevoegd.
Het persoonlijk voornaamwoord wordt meestal weggelaten in de tweede persoon enkelvoud.De vorming van de vormen komt overeen met de grammaticaregels voor de vervoeging van werkwoorden in de gebiedende wijs.
1Opmerking
☆
A1 · regelmatig · haben
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Werkwoordschema Verbuigingsregels
- Vorming van Tegenwoordige tijd van leben
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van leben
- Vorming van Imperatief van leben
- Vorming van Konjunktiv I van leben
- Vorming van Konjunktiv II van leben
- Vorming van Infinitief van leben
- Vorming van Deelwoord van leben
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Imperatief Conjunctief I Conjunctief II Infinitief Deelwoord
Verdere regels voor de vervoeging van leben
- Hoe vervoeg je leben in Tegenwoordige tijd?
- Hoe vervoeg je leben in Onvoltooid verleden tijd?
- Hoe vervoeg je leben in Imperatief?
- Hoe vervoeg je leben in Konjunktiv I?
- Hoe vervoeg je leben in Konjunktiv II?
- Hoe vervoeg je leben in Infinitief?
- Hoe vervoeg je leben in Deelwoord?
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Imperatief Conjunctief I Conjunctief II Infinitief Deelwoord
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse leben
-
leben
live, exist, live (with), be alive, depend (on), home, inhabit, live (among)
жить, существовать, проживать, прожить
vivir, existir, subsistir de, sustentarse de
vivre, exister, habiter h muet, vivre de
yaşamak, hayat sürmek, hayatta olmak, oturmak
viver, existir, morar, espirar, sustentar-se com
vivere, esistere, abitare, stare
trăi, exista, trai, vietui
él, élni, életben lenni
żyć, egzystować, istnieć, mieszkać, zaistnieć, żywić, żyć dla, żyć z
ζω, ζειν, ζωή, μένω
leven, bestaan, wonen
žít, existovat
leva, existens, bo
leve, bo, vokse
生きる, 住む, 存在する, 暮らす, 生活する
viure, existir
elää, elämänsä muokkaaminen, kasvaa
leve, vokse
bizitza, bizi, egon
живети, postojati, živeti
живети, живеење, живот
živeti, obstajati
žiť, existovať
živjeti, biti živ
živjeti, postojati
жити, існувати, проживати
живея, съществувам
жыць, існаваць
hidup
sống
yashamoq
जीना
活着
มีชีวิต, อาศัยอยู่
살다
yaşamaq
ცხოვრობ, ცხოვრობს
বাঁচা
jetoj
जगणे
बाँच्नु
జీవించడం, జీవించు
dzīvot
வாழு
elada, elama
ապրել
jiyan, jîn
לחיות، קיום
يعيش، عاش، حي
زندگی کردن، زیستن
زندگی گزارنا، زندہ رہنا
leben in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Werkwoordsvormen in Imperatief van leben
Het werkwoord leben is volledig vervoegd in alle personen en getallen in de Imperatief Tegenwoordige tijd
Imperatief Tegenwoordige tijdImperatief
- - (1e persoonEnkelvoud)
- lebe (du) (2e persoonEnkelvoud)
- - (3e persoonEnkelvoud)
- leben wir (1e persoonMeervoud)
- lebt (ihr) (2e persoonMeervoud)
- leben sie (3e persoonMeervoud)
Opmerkingen
2020/05 ·
Beantwoorden
Anas zegt: It seems like there is a mistake in this page, because when I write ''leben'' and choose from the drop list the one under ''noun category'' the result showed is the meaning of the verb ''leben'' which is equal to ''live'' in English, while it is supposed to show the meaning of ''das Leben'' which is equal to ''life'' in English.