Vervoeging van het Duitse werkwoord fürbitten

De vervoeging van het werkwoord fürbitten (intercederen, pleiten) is onregelmatig. De basisvormen zijn fürbittet, fürbat en hat gefürbeten. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers i - a - e. Het hulpwerkwoord van fürbitten is "haben". Het voorvoegsel für- van fürbitten is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord fürbitten beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor fürbitten. Je kunt niet alleen fürbitten vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

onregelmatig · haben · onlosmakelijk

fürbitten

fürbittet · fürbat · hat gefürbeten

 Werkwoord wordt meestal alleen in de infinitief gebruikt   toevoeging van -e   Verandering van de stamklinker  i - a - e   Weglaten van dubbele medeklinkers  t - t - t 

Engels intercede, plead, pray for

/fyːɐ̯ˈbɪtən/

für jemand anderen ein Gebet sprechen; Fürbitte leisten

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van fürbitten

Tegenwoordige tijd

ich fürbitt(e)⁵
du fürbittest
er fürbittet
wir fürbitten
ihr fürbittet
sie fürbitten

Onvoltooid verleden tijd

ich fürbat
du fürbat(e)⁷st
er fürbat
wir fürbaten
ihr fürbatet
sie fürbaten

Imperatief

-
fürbitt(e)⁵ (du)
-
fürbitten wir
fürbittet (ihr)
fürbitten Sie

Konjunktief I

ich fürbitte
du fürbittest
er fürbitte
wir fürbitten
ihr fürbittet
sie fürbitten

Konjunktief II

ich fürbäte
du fürbätest
er fürbäte
wir fürbäten
ihr fürbätet
sie fürbäten

Infinitief

fürbitten
zu fürbitten

Deelwoord

fürbittend
gefürbeten

⁵ Alleen in informeel taalgebruik⁷ Verouderd gebruik


indicatief

Het werkwoord fürbitten vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich fürbitt(e)⁵
du fürbittest
er fürbittet
wir fürbitten
ihr fürbittet
sie fürbitten

Onvoltooid verleden tijd

ich fürbat
du fürbat(e)⁷st
er fürbat
wir fürbaten
ihr fürbatet
sie fürbaten

Perfectum

ich habe gefürbeten
du hast gefürbeten
er hat gefürbeten
wir haben gefürbeten
ihr habt gefürbeten
sie haben gefürbeten

Volt. verl. tijd

ich hatte gefürbeten
du hattest gefürbeten
er hatte gefürbeten
wir hatten gefürbeten
ihr hattet gefürbeten
sie hatten gefürbeten

Toekomende tijd I

ich werde fürbitten
du wirst fürbitten
er wird fürbitten
wir werden fürbitten
ihr werdet fürbitten
sie werden fürbitten

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde gefürbeten haben
du wirst gefürbeten haben
er wird gefürbeten haben
wir werden gefürbeten haben
ihr werdet gefürbeten haben
sie werden gefürbeten haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik⁷ Verouderd gebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord fürbitten in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich fürbitte
du fürbittest
er fürbitte
wir fürbitten
ihr fürbittet
sie fürbitten

Konjunktief II

ich fürbäte
du fürbätest
er fürbäte
wir fürbäten
ihr fürbätet
sie fürbäten

Voltooid Konj.

ich habe gefürbeten
du habest gefürbeten
er habe gefürbeten
wir haben gefürbeten
ihr habet gefürbeten
sie haben gefürbeten

Konj. volt. verl. t.

ich hätte gefürbeten
du hättest gefürbeten
er hätte gefürbeten
wir hätten gefürbeten
ihr hättet gefürbeten
sie hätten gefürbeten

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde fürbitten
du werdest fürbitten
er werde fürbitten
wir werden fürbitten
ihr werdet fürbitten
sie werden fürbitten

Toek. volt. aanw.

ich werde gefürbeten haben
du werdest gefürbeten haben
er werde gefürbeten haben
wir werden gefürbeten haben
ihr werdet gefürbeten haben
sie werden gefürbeten haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde fürbitten
du würdest fürbitten
er würde fürbitten
wir würden fürbitten
ihr würdet fürbitten
sie würden fürbitten

Verleden cond.

ich würde gefürbeten haben
du würdest gefürbeten haben
er würde gefürbeten haben
wir würden gefürbeten haben
ihr würdet gefürbeten haben
sie würden gefürbeten haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord fürbitten


Tegenwoordige tijd

fürbitt(e)⁵ (du)
fürbitten wir
fürbittet (ihr)
fürbitten Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor fürbitten


Infinitief I


fürbitten
zu fürbitten

Infinitief II


gefürbeten haben
gefürbeten zu haben

Tegenwoordig deelwoord


fürbittend

Participle II


gefürbeten

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse fürbitten


Duits fürbitten
Engels intercede, plead, pray for
Russisch заступаться, молиться, молиться за других
Spaans interceder, intercesión, súplica
Frans intercéder, prier pour, prière
Turks aracılık yapmak, dua etmek
Portugees interceder, intercessão, súplica
Italiaans intercedere, intercessione, mediato
Roemeens intercesie, intercesiune, rugăciune
Hongaars közbenjárás
Pools modlitwa, modlić się za kogoś, wstawiennictwo
Grieks παράκληση
Nederlands intercederen, pleiten, voorbede
Tsjechisch přímluva
Zweeds bön, böna
Deens bede
Japans 仲介, 祈り, 祈りを捧げる
Catalaans intercedir, intercessió
Fins rukous, väliintulo
Noors bede, bønn
Baskisch eskaera
Servisch molitva, posredovati
Macedonisch застапување, молитва
Sloveens molitev, posredovati, prošnja
Slowaaks modliť sa za niekoho, orodovanie, príhovor
Bosnisch molitva, posredovati
Kroatisch molitva, posredovanje
Oekraïens заступництво, молитва, молитися за когось
Bulgaars молба, посредничество
Wit-Russisch малітва
Indonesisch berdoa, mendoakan, mendoakan seseorang
Vietnamees cầu nguyện, cầu nguyện cho ai
Oezbeeks duo qilish, kimdir uchun ibodat qilmoq
Hindi किसी के लिए दुआ करना, प्रार्थना करना
Chinees 为某人祈祷, 祈祷
Thais อธิฐานเพื่อใคร, อธิษฐาน
Koreaans 기도하다, 누군가를 위해 기도하다, 중재하다
Azerbeidzjaans dua etmək
Georgisch ვედრება ვინმესთვის, ილოცო
Bengaals কার জন্যে প্রার্থনা করা, প্রার্থনা করা
Albanees lutem, të lutem për dikë
Marathi एखाद्यासाठी प्रार्थना करणे, प्रार्थना करणे
Nepalees कसैको लागि प्राथना गर्नु, प्रार्थना गर्नु
Telugu ప్రార్థన చేయడం, వారి కోసం ప్రార్థించడం
Lets lūgt, lūgt par kādu, par kādu lūgt
Tamil பிராத்தனை செய்யுதல், யாருக்காக பிரார்த்தனை செய்வது
Ests kellegi eest palvetada, palvetama
Armeens իր համար աղոթել, խնդրել
Koerdisch dua kirin, duâ kirin ji bo kesekê
Hebreeuwsתפילה، בקשה
Arabischدعاء، شفاعة
Perzischدعای میانجیگری، شفاعت
Urduدعاء کرنا، شفاعت کرنا

fürbitten in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van fürbitten

  • für jemand anderen ein Gebet sprechen, Fürbitte leisten

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord fürbitten vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord fürbitten


De vervoeging van het werkwoord fürbitten wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord fürbitten is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (fürbittet - fürbat - hat gefürbeten) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary fürbitten en op fürbitten in de Duden.

fürbitten vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich fürbitt(e)fürbatfürbittefürbäte-
du fürbittestfürbat(e)stfürbittestfürbätestfürbitt(e)
er fürbittetfürbatfürbittefürbäte-
wir fürbittenfürbatenfürbittenfürbätenfürbitten
ihr fürbittetfürbatetfürbittetfürbätetfürbittet
sie fürbittenfürbatenfürbittenfürbätenfürbitten

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich fürbitt(e), du fürbittest, er fürbittet, wir fürbitten, ihr fürbittet, sie fürbitten
  • Onvoltooid verleden tijd: ich fürbat, du fürbat(e)st, er fürbat, wir fürbaten, ihr fürbatet, sie fürbaten
  • Perfectum: ich habe gefürbeten, du hast gefürbeten, er hat gefürbeten, wir haben gefürbeten, ihr habt gefürbeten, sie haben gefürbeten
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte gefürbeten, du hattest gefürbeten, er hatte gefürbeten, wir hatten gefürbeten, ihr hattet gefürbeten, sie hatten gefürbeten
  • Toekomende tijd I: ich werde fürbitten, du wirst fürbitten, er wird fürbitten, wir werden fürbitten, ihr werdet fürbitten, sie werden fürbitten
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gefürbeten haben, du wirst gefürbeten haben, er wird gefürbeten haben, wir werden gefürbeten haben, ihr werdet gefürbeten haben, sie werden gefürbeten haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich fürbitte, du fürbittest, er fürbitte, wir fürbitten, ihr fürbittet, sie fürbitten
  • Onvoltooid verleden tijd: ich fürbäte, du fürbätest, er fürbäte, wir fürbäten, ihr fürbätet, sie fürbäten
  • Perfectum: ich habe gefürbeten, du habest gefürbeten, er habe gefürbeten, wir haben gefürbeten, ihr habet gefürbeten, sie haben gefürbeten
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte gefürbeten, du hättest gefürbeten, er hätte gefürbeten, wir hätten gefürbeten, ihr hättet gefürbeten, sie hätten gefürbeten
  • Toekomende tijd I: ich werde fürbitten, du werdest fürbitten, er werde fürbitten, wir werden fürbitten, ihr werdet fürbitten, sie werden fürbitten
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gefürbeten haben, du werdest gefürbeten haben, er werde gefürbeten haben, wir werden gefürbeten haben, ihr werdet gefürbeten haben, sie werden gefürbeten haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde fürbitten, du würdest fürbitten, er würde fürbitten, wir würden fürbitten, ihr würdet fürbitten, sie würden fürbitten
  • Voltooid verleden tijd: ich würde gefürbeten haben, du würdest gefürbeten haben, er würde gefürbeten haben, wir würden gefürbeten haben, ihr würdet gefürbeten haben, sie würden gefürbeten haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: fürbitt(e) (du), fürbitten wir, fürbittet (ihr), fürbitten Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: fürbitten, zu fürbitten
  • Infinitief II: gefürbeten haben, gefürbeten zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: fürbittend
  • Participle II: gefürbeten

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 1209566