Vervoeging van het Duitse werkwoord zwingen 〈Vragende zin〉
De vervoeging van het werkwoord zwingen (dwingen, beheersen) is onregelmatig. De basisvormen zijn zwingt?, zwang? en hat gezwungen?. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers i - a - u. Het hulpwerkwoord van zwingen is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Vragende zin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord zwingen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor zwingen. Je kunt niet alleen zwingen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau B1. Opmerkingen ☆
B1 · onregelmatig · haben
zwingt? · zwang? · hat gezwungen?
Verandering van de stamklinker i - a - u
force, compel, coerce into doing, coerce to do, compel to do, concuss, constrain (to), cow (into), force into, make do, manage, master, oblige, overcome, press, pressure, sandbag (into), squeeze, coerce, dragoon, drive into, press-gang, will
/ˈt͡svɪŋən/ · /ˈt͡svɪŋt/ · /ˈt͡svɑŋ/ · /ˈt͡svɛŋə/ · /ɡəˈt͡svʊŋən/
mit Druck/Gewalt zu etwas bringen; etwas meistern, über etwas Herr werden; nötigen, meistern, bestimmen, (jemanden) nötigen (zu)
acc., (sich+A, in+A, zu+D)
» Er lachte gezwungen
. He laughed forcedly.
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van zwingen
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
indicatief
Het werkwoord zwingen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Perfectum
| habe | ich | gezwungen? |
| hast | du | gezwungen? |
| hat | er | gezwungen? |
| haben | wir | gezwungen? |
| habt | ihr | gezwungen? |
| haben | sie | gezwungen? |
Volt. verl. tijd
| hatte | ich | gezwungen? |
| hattest | du | gezwungen? |
| hatte | er | gezwungen? |
| hatten | wir | gezwungen? |
| hattet | ihr | gezwungen? |
| hatten | sie | gezwungen? |
Toekomende tijd I
| werde | ich | zwingen? |
| wirst | du | zwingen? |
| wird | er | zwingen? |
| werden | wir | zwingen? |
| werdet | ihr | zwingen? |
| werden | sie | zwingen? |
voltooid tegenwoordige toekomende tijd
| werde | ich | gezwungen | haben? |
| wirst | du | gezwungen | haben? |
| wird | er | gezwungen | haben? |
| werden | wir | gezwungen | haben? |
| werdet | ihr | gezwungen | haben? |
| werden | sie | gezwungen | haben? |
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord zwingen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Voltooid Konj.
| habe | ich | gezwungen? |
| habest | du | gezwungen? |
| habe | er | gezwungen? |
| haben | wir | gezwungen? |
| habet | ihr | gezwungen? |
| haben | sie | gezwungen? |
Konj. volt. verl. t.
| hätte | ich | gezwungen? |
| hättest | du | gezwungen? |
| hätte | er | gezwungen? |
| hätten | wir | gezwungen? |
| hättet | ihr | gezwungen? |
| hätten | sie | gezwungen? |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord zwingen
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor zwingen
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor zwingen
-
Er lachte
gezwungen
.
He laughed forcedly.
-
Niemand
zwingt
dich dazu.
No one is forcing you to do this.
-
Ich
zwinge
sie nicht.
I'm not forcing them.
-
Tom
zwang
sich dazu.
Tom forced himself to do that.
-
Tom wurde
gezwungen
zu zahlen.
Tom was bludgeoned into paying the money.
-
Warum
zwingst
du mich dazu?
Why are you making me do this?
-
Sie
zwingt
jemand in die Knie.
She forces someone to their knees.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse zwingen
-
zwingen
force, compel, coerce into doing, coerce to do, compel to do, concuss, constrain (to), cow (into)
заставлять, принуждать, вынудить, вынуждать, заставить, заставить себя, принудить, принуждать себя
forzar, obligar, apremiar a hacer, coaccionar a, compeler a, constreñir, controlar, dominar
forcer, acculer à, astreindre, contraindre, contraindre à, discipliner, dominer, faire violence à
zorlamak, mecbur etmek
obrigar, forçar, obrigar a, controlar, dominar, forçar a
costringere, forzare, astringere, coartare, costringere a, costrìngere, dominare, imporsi di fare
constrânge, forța, obliga
kényszerít, győz, kényszeríteni, uralma alá vonni, véghezvisz
zmusić, zmuszać, opanować, zapanować
πιέζω, αναγκάζω, απαιτώ, επιβάλλω, κατακτώ, κυριαρχώ, πιέζομαι
dwingen, beheersen
donutit, nutit, zvládnout, ovládnout, přimět, přinutit, zdolávat, zdolávatlat
tvinga, behärska, tvinga sig
tvinge, betvinge
強制する, 克服する, 強いる, 支配する, 無理やりさせる
dominar, forçar, obligar, superar
pakottaa, hallita, voittaa
tvinge, tvang
behartu, indartu, menpe hartu, nagusi izan, presionatu
naterati, ovladati, prisiliti, savladati
владеење, освојување, принудува
obvladati, premagati, prisiliti
donútiť, nútiť, ovládnuť, zvládnuť
ovladati, prisiliti, savladati
naterati, ovladati, prisiliti, svladati
змушувати, примусити, опановувати, перемагати, примушувати
контрол, насилвам, овладяване, принуждавам
асвоіць, падпарадкаваць, прымусіць
memaksa, menaklukkan, mengatasi
cưỡng ép, khắc phục, vượt qua, ép buộc
majburlamoq, yengmoq, zabt etmoq
काबू पाना, मजबूर करना, वश में करना, विवश करना
克服, 强迫, 战胜, 迫使
บังคับ, ปราบ, เอาชนะ
강요하다, 강제하다, 극복하다, 제압하다
fəthetmək, məcbur etmək, öhdəsindən gəlmək
აიძულება, დამორჩილება, დაძლევა
অতিক্রম করা, জয় করা, বাধ্য করা
detyroj, kapërcej, mposht, shtrëngoj
जिंकणे, मजबूर करणे, वश करणे
काबु गर्नु, जबरजस्ती गर्नु, जीत्नु, बाध्य पार्नु
అధిగమించు, జయించు, బలవంతం చేయు, బలవంతపెట్టు
piespiest, pārvarēt, savaldīt
அடக்குதல், கட்டாயப்படுத்து, வலுக்கட்டாயப்படுத்து, வெல்லுதல்
sundima, ületama
հաղթահարել, հաղթել, ստիպել
serkeftin, zor kirin
לכפות، להכריח
إجبار، أجبرَ، أكره على، قهر
اجبار، تسلط یافتن، غلبه کردن، فشار، مجبورکردن، وادارکردن
حاصل کرنا، دھکیلنا، قابو پانا، مجبور کرنا
zwingen in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van zwingen- mit Druck/Gewalt zu etwas bringen, nötigen
- etwas meistern, über etwas Herr werden, meistern, bezwingen
- essen können, nötigen, bestimmen, (jemanden) nötigen (zu), (sich) zusammennehmen (und), (sich) überwinden (müssen)
Betekenissen Synoniemen
Voorzetsels
Voorzetsels voor zwingen
etwas zwingt
jemanden zuetwas etwas
zuzwingt
etwas jemand zwingt
jemanden/etwas in/zuetwas jemand/etwas zwingt
jemanden zuetwas jemand/etwas zwingt
jemanden zujemandem/etwas jemand/etwas zwingt
jemanden/etwas zuetwas jemand/etwas zwingt
jemanden/etwas zuetwas mittels irgendetwas jemand/etwas
sich zuzwingt
etwas
...
Toepassingen Voorzetsels
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van zwingen
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van zwingen
- Vorming van Imperatief van zwingen
- Vorming van Konjunktiv I van zwingen
- Vorming van Konjunktiv II van zwingen
- Vorming van Infinitief van zwingen
- Vorming van Deelwoord van zwingen
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van zwingen
≡ aufzwingen
≡ erzwingen
≡ abzwingen
≡ bezwingen
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord zwingen vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord zwingen
De vervoeging van het werkwoord zwingen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord zwingen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (zwingt? - zwang? - hat gezwungen?) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary zwingen en op zwingen in de Duden.
zwingen vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | zwing(e)? | zwang? | zwinge? | zwänge? | - |
| du | zwingst? | zwangst? | zwingest? | zwängest? | zwing(e) |
| er | zwingt? | zwang? | zwinge? | zwänge? | - |
| wir | zwingen? | zwangen? | zwingen? | zwängen? | zwingen |
| ihr | zwingt? | zwangt? | zwinget? | zwänget? | zwingt |
| sie | zwingen? | zwangen? | zwingen? | zwängen? | zwingen |
indicatief Actief
- Tegenwoordige tijd: zwing(e) ich?, zwingst du?, zwingt er?, zwingen wir?, zwingt ihr?, zwingen sie?
- Onvoltooid verleden tijd: zwang ich?, zwangst du?, zwang er?, zwangen wir?, zwangt ihr?, zwangen sie?
- Perfectum: habe ich gezwungen?, hast du gezwungen?, hat er gezwungen?, haben wir gezwungen?, habt ihr gezwungen?, haben sie gezwungen?
- Voltooid verleden tijd: hatte ich gezwungen?, hattest du gezwungen?, hatte er gezwungen?, hatten wir gezwungen?, hattet ihr gezwungen?, hatten sie gezwungen?
- Toekomende tijd I: werde ich zwingen?, wirst du zwingen?, wird er zwingen?, werden wir zwingen?, werdet ihr zwingen?, werden sie zwingen?
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich gezwungen haben?, wirst du gezwungen haben?, wird er gezwungen haben?, werden wir gezwungen haben?, werdet ihr gezwungen haben?, werden sie gezwungen haben?
Conjunctief Actief
- Tegenwoordige tijd: zwinge ich?, zwingest du?, zwinge er?, zwingen wir?, zwinget ihr?, zwingen sie?
- Onvoltooid verleden tijd: zwänge ich?, zwängest du?, zwänge er?, zwängen wir?, zwänget ihr?, zwängen sie?
- Perfectum: habe ich gezwungen?, habest du gezwungen?, habe er gezwungen?, haben wir gezwungen?, habet ihr gezwungen?, haben sie gezwungen?
- Voltooid verleden tijd: hätte ich gezwungen?, hättest du gezwungen?, hätte er gezwungen?, hätten wir gezwungen?, hättet ihr gezwungen?, hätten sie gezwungen?
- Toekomende tijd I: werde ich zwingen?, werdest du zwingen?, werde er zwingen?, werden wir zwingen?, werdet ihr zwingen?, werden sie zwingen?
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich gezwungen haben?, werdest du gezwungen haben?, werde er gezwungen haben?, werden wir gezwungen haben?, werdet ihr gezwungen haben?, werden sie gezwungen haben?
Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief
- Onvoltooid verleden tijd: würde ich zwingen?, würdest du zwingen?, würde er zwingen?, würden wir zwingen?, würdet ihr zwingen?, würden sie zwingen?
- Voltooid verleden tijd: würde ich gezwungen haben?, würdest du gezwungen haben?, würde er gezwungen haben?, würden wir gezwungen haben?, würdet ihr gezwungen haben?, würden sie gezwungen haben?
Imperatief Actief
- Tegenwoordige tijd: zwing(e) (du), zwingen wir, zwingt (ihr), zwingen Sie
Infinitief/Deelwoord Actief
- Infinitief I: zwingen, zu zwingen
- Infinitief II: gezwungen haben, gezwungen zu haben
- Tegenwoordig deelwoord: zwingend
- Participle II: gezwungen