Vervoeging van het Duitse werkwoord wegdrängen ⟨Vragende zin⟩

De vervoeging van het werkwoord wegdrängen (wegduwen, afhouden) is regelmatig. De basisvormen zijn drängt weg?, drängte weg? en hat weggedrängt?. Het hulpwerkwoord van wegdrängen is "haben". De eerste lettergreep weg- van wegdrängen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Vragende zin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord wegdrängen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor wegdrängen. Je kunt niet alleen wegdrängen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

regelmatig · haben · scheidbaar

weg·drängen

drängt weg? · drängte weg? · hat weggedrängt?

Engels push away, drive away, edge away, edge off, exclude, push aside, shove aside

/veːkˈdʁɛŋtən/ · /ˈdʁɛŋt veːk/ · /ˈdʁɛŋtə veːk/ · /veːkɡəˈdʁɛŋt/

von seinem Platz vertreiben; das starke Gefühl haben, weg zu wollen; (jemanden) ausbooten, (jemanden) abdrängen, (jemanden) beiseite schieben

acc.

» Negatives wird verschwiegen, es wird weggedrängt . Engels Negatives are silenced, they are pushed away.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van wegdrängen

Tegenwoordige tijd

dräng(e)⁵ ich weg?
drängst du weg?
drängt er weg?
drängen wir weg?
drängt ihr weg?
drängen sie weg?

Onvoltooid verleden tijd

drängte ich weg?
drängtest du weg?
drängte er weg?
drängten wir weg?
drängtet ihr weg?
drängten sie weg?

Imperatief

-
dräng(e)⁵ (du) weg
-
drängen wir weg
drängt (ihr) weg
drängen Sie weg

Konjunktief I

dränge ich weg?
drängest du weg?
dränge er weg?
drängen wir weg?
dränget ihr weg?
drängen sie weg?

Konjunktief II

drängte ich weg?
drängtest du weg?
drängte er weg?
drängten wir weg?
drängtet ihr weg?
drängten sie weg?

Infinitief

wegdrängen
wegzudrängen

Deelwoord

wegdrängend
weggedrängt

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord wegdrängen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

dräng(e)⁵ ich weg?
drängst du weg?
drängt er weg?
drängen wir weg?
drängt ihr weg?
drängen sie weg?

Onvoltooid verleden tijd

drängte ich weg?
drängtest du weg?
drängte er weg?
drängten wir weg?
drängtet ihr weg?
drängten sie weg?

Perfectum

habe ich weggedrängt?
hast du weggedrängt?
hat er weggedrängt?
haben wir weggedrängt?
habt ihr weggedrängt?
haben sie weggedrängt?

Volt. verl. tijd

hatte ich weggedrängt?
hattest du weggedrängt?
hatte er weggedrängt?
hatten wir weggedrängt?
hattet ihr weggedrängt?
hatten sie weggedrängt?

Toekomende tijd I

werde ich wegdrängen?
wirst du wegdrängen?
wird er wegdrängen?
werden wir wegdrängen?
werdet ihr wegdrängen?
werden sie wegdrängen?

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

werde ich weggedrängt haben?
wirst du weggedrängt haben?
wird er weggedrängt haben?
werden wir weggedrängt haben?
werdet ihr weggedrängt haben?
werden sie weggedrängt haben?

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Alles in ihr drängt weg , keine Minute länger will sie bleiben. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord wegdrängen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

dränge ich weg?
drängest du weg?
dränge er weg?
drängen wir weg?
dränget ihr weg?
drängen sie weg?

Konjunktief II

drängte ich weg?
drängtest du weg?
drängte er weg?
drängten wir weg?
drängtet ihr weg?
drängten sie weg?

Voltooid Konj.

habe ich weggedrängt?
habest du weggedrängt?
habe er weggedrängt?
haben wir weggedrängt?
habet ihr weggedrängt?
haben sie weggedrängt?

Konj. volt. verl. t.

hätte ich weggedrängt?
hättest du weggedrängt?
hätte er weggedrängt?
hätten wir weggedrängt?
hättet ihr weggedrängt?
hätten sie weggedrängt?

Toekomende aanvoegende wijs I

werde ich wegdrängen?
werdest du wegdrängen?
werde er wegdrängen?
werden wir wegdrängen?
werdet ihr wegdrängen?
werden sie wegdrängen?

Toek. volt. aanw.

werde ich weggedrängt haben?
werdest du weggedrängt haben?
werde er weggedrängt haben?
werden wir weggedrängt haben?
werdet ihr weggedrängt haben?
werden sie weggedrängt haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

würde ich wegdrängen?
würdest du wegdrängen?
würde er wegdrängen?
würden wir wegdrängen?
würdet ihr wegdrängen?
würden sie wegdrängen?

Verleden cond.

würde ich weggedrängt haben?
würdest du weggedrängt haben?
würde er weggedrängt haben?
würden wir weggedrängt haben?
würdet ihr weggedrängt haben?
würden sie weggedrängt haben?

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord wegdrängen


Tegenwoordige tijd

dräng(e)⁵ (du) weg
drängen wir weg
drängt (ihr) weg
drängen Sie weg

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor wegdrängen


Infinitief I


wegdrängen
wegzudrängen

Infinitief II


weggedrängt haben
weggedrängt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


wegdrängend

Participle II


weggedrängt

  • Negatives wird verschwiegen, es wird weggedrängt . 
  • Alles in ihr drängt weg , keine Minute länger will sie bleiben. 
  • Sobald wir innerlich unruhig werden, neigen wir dazu, diese Gefühle und Gedanken wegzudrängen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor wegdrängen


  • Negatives wird verschwiegen, es wird weggedrängt . 
    Engels Negatives are silenced, they are pushed away.
  • Alles in ihr drängt weg , keine Minute länger will sie bleiben. 
    Engels Everything in her pushes away, she doesn't want to stay a minute longer.
  • Sobald wir innerlich unruhig werden, neigen wir dazu, diese Gefühle und Gedanken wegzudrängen . 
    Engels As soon as we become internally restless, we tend to push away these feelings and thoughts.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse wegdrängen


Duits wegdrängen
Engels push away, drive away, edge away, edge off, exclude, push aside, shove aside
Russisch выдавливать, отталкивать, оттеснять, вытеснять, оттеснить
Spaans alejarse, apartarse, desplazar, expulsar, impedir, rechazar
Frans repousser, écarter, éloigner
Turks itmek, dışlamak, sıkıştırmak, uzaklaştırmak
Portugees afastar, rejeitar, expelir
Italiaans allontanare, spingere via
Roemeens împinge, alunga, excluz, se retrage, se îndepărta
Hongaars eltávolít, elnyom, elnyomni, eltávolítani, kiszorít
Pools odpychać, odsuwać, spychać, wypierać
Grieks απομάκρυνση, αποκλεισμός, απομάκρυνση από
Nederlands wegduwen, afhouden, afstoten, verdringen, weghouden
Tsjechisch odstrčit, vytlačit, vystrčit
Zweeds skjuta bort, avvisa, trycka bort, tränga bort
Deens fortrænge, skubbe væk, afvise, fjerne, trænge ud
Japans 押しのける, 追い出す, 排除する
Catalaans desplaçar, apartar, apartat, exclòs
Fins estää, karkoittaa, karkottaa, syrjäyttää, työntää pois, väistää
Noors avvise, dytte bort, fjerne, fortrenge, skubbe bort, utstøte
Baskisch kanpora bultzatu, lekutik bota
Servisch otjerati, odgurnuti, pomjeriti
Macedonisch отстранување, исфрлање, отблкување
Sloveens odgnati, odriniti
Slowaaks odtlačiť, vytlačiť
Bosnisch otjerati, odgurnuti, istjerati
Kroatisch odgurnuti, otjerati, gurnuti, potisnuti
Oekraïens відштовхувати, вибивати, виштовхувати, відганяти
Bulgaars изтласквам, отстранявам
Wit-Russisch адсунуць, адхіляць, адштурхваць, выгнаць
Indonesisch ingin pergi, mengusir, tidak mengizinkan
Vietnamees không cho phép, muốn rời đi, đuổi
Oezbeeks haydab chiqarish, ketishni xohlamoq, taqiqlash
Hindi दूर जाना चाहना, निकालना, भगा देना
Chinees 不允许, 很想离开, 赶走
Thais ขับไล่, อยากไปจากที่นี่, ไม่อนุญาต
Koreaans 금지하다, 떠나고 싶다, 막다, 밀어내다, 쫓아내다
Azerbeidzjaans getmək istəyirəm, icazə verməmək, uzaqlaşdırmaq
Georgisch აკრძალვა, გაძევა, წასვლა მინდა
Bengaals অনুমতি না দেওয়া, চলে যেতে চাই, নিষেধ করা, হটিয়ে দেওয়া
Albanees dua të largohem, mos lejoj, ndaloj, shpërndaj
Marathi जाऊ इच्छित असणे, नकार देणे, पळवणे
Nepalees अनुमति नदिनु, जाउन चाहन्छु, हटाउनु
Telugu అనుమతి ఇవ్వకపోవడం, దూరం వెళ్లాలని కోరుకుంటున్నాను, విడవేయడం
Lets gribēt aiziet, izdzīt, neatļaut
Tamil அனுமதி அளிக்காதல், செல்ல விருப்பம் உள்ளது, வெளியேற்றுதல்
Ests keelama, tahtma ära minna, ära ajama
Armeens արգելել, հեռանալ ուզում եմ, հեռացնել
Koerdisch derketin dixwazim, destûr nedan, wergerandin
Hebreeuwsלהדוף، לגרש، לדחוק، להרחיק
Arabischدفع بعيدًا، إبعاد، طرد
Perzischرانده شدن، دفع کردن، دور شدن، کنار زدن
Urduدور کرنا، دور بھگانا، روکنا، ہٹانا

wegdrängen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van wegdrängen

  • von seinem Platz vertreiben
  • das starke Gefühl haben, weg zu wollen
  • nicht zulassen
  • (jemanden) ausbooten, (jemanden) abdrängen, (jemanden) beiseite schieben

wegdrängen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord wegdrängen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord wegdrängen


De vervoeging van het werkwoord weg·drängen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord weg·drängen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (drängt weg? - drängte weg? - hat weggedrängt?) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary wegdrängen en op wegdrängen in de Duden.

wegdrängen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich dräng(e) weg?drängte weg?dränge weg?drängte weg?-
du drängst weg?drängtest weg?drängest weg?drängtest weg?dräng(e) weg
er drängt weg?drängte weg?dränge weg?drängte weg?-
wir drängen weg?drängten weg?drängen weg?drängten weg?drängen weg
ihr drängt weg?drängtet weg?dränget weg?drängtet weg?drängt weg
sie drängen weg?drängten weg?drängen weg?drängten weg?drängen weg

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: dräng(e) ich weg?, drängst du weg?, drängt er weg?, drängen wir weg?, drängt ihr weg?, drängen sie weg?
  • Onvoltooid verleden tijd: drängte ich weg?, drängtest du weg?, drängte er weg?, drängten wir weg?, drängtet ihr weg?, drängten sie weg?
  • Perfectum: habe ich weggedrängt?, hast du weggedrängt?, hat er weggedrängt?, haben wir weggedrängt?, habt ihr weggedrängt?, haben sie weggedrängt?
  • Voltooid verleden tijd: hatte ich weggedrängt?, hattest du weggedrängt?, hatte er weggedrängt?, hatten wir weggedrängt?, hattet ihr weggedrängt?, hatten sie weggedrängt?
  • Toekomende tijd I: werde ich wegdrängen?, wirst du wegdrängen?, wird er wegdrängen?, werden wir wegdrängen?, werdet ihr wegdrängen?, werden sie wegdrängen?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich weggedrängt haben?, wirst du weggedrängt haben?, wird er weggedrängt haben?, werden wir weggedrängt haben?, werdet ihr weggedrängt haben?, werden sie weggedrängt haben?

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: dränge ich weg?, drängest du weg?, dränge er weg?, drängen wir weg?, dränget ihr weg?, drängen sie weg?
  • Onvoltooid verleden tijd: drängte ich weg?, drängtest du weg?, drängte er weg?, drängten wir weg?, drängtet ihr weg?, drängten sie weg?
  • Perfectum: habe ich weggedrängt?, habest du weggedrängt?, habe er weggedrängt?, haben wir weggedrängt?, habet ihr weggedrängt?, haben sie weggedrängt?
  • Voltooid verleden tijd: hätte ich weggedrängt?, hättest du weggedrängt?, hätte er weggedrängt?, hätten wir weggedrängt?, hättet ihr weggedrängt?, hätten sie weggedrängt?
  • Toekomende tijd I: werde ich wegdrängen?, werdest du wegdrängen?, werde er wegdrängen?, werden wir wegdrängen?, werdet ihr wegdrängen?, werden sie wegdrängen?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich weggedrängt haben?, werdest du weggedrängt haben?, werde er weggedrängt haben?, werden wir weggedrängt haben?, werdet ihr weggedrängt haben?, werden sie weggedrängt haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich wegdrängen?, würdest du wegdrängen?, würde er wegdrängen?, würden wir wegdrängen?, würdet ihr wegdrängen?, würden sie wegdrängen?
  • Voltooid verleden tijd: würde ich weggedrängt haben?, würdest du weggedrängt haben?, würde er weggedrängt haben?, würden wir weggedrängt haben?, würdet ihr weggedrängt haben?, würden sie weggedrängt haben?

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: dräng(e) (du) weg, drängen wir weg, drängt (ihr) weg, drängen Sie weg

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: wegdrängen, wegzudrängen
  • Infinitief II: weggedrängt haben, weggedrängt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: wegdrängend
  • Participle II: weggedrängt

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 1024033, 1024033

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 1024033, 1024033, 1024033

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: wegdrängen