Vervoeging van het Duitse werkwoord verreden ⟨Vragende zin⟩

De vervoeging van het werkwoord verreden (verkeerd uiten) is regelmatig. De basisvormen zijn verredet?, verredete? en hat verredet?. Het hulpwerkwoord van verreden is "haben". Het voorvoegsel ver- van verreden is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Vragende zin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord verreden beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor verreden. Je kunt niet alleen verreden vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

regelmatig · haben · onlosmakelijk

verreden

verredet? · verredete? · hat verredet?

 toevoeging van -e 

Engels misspeak

/fɛɐ̯ˈʁeːdən/ · /fɛɐ̯ˈʁeːdət/ · /fɛɐ̯ˈʁeːdətə/ · /fɛɐ̯ˈʁeːdət/

beim Reden versehentlich etwas Falsches äußern

acc.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van verreden

Tegenwoordige tijd

verred(e)⁵ ich?
verredest du?
verredet er?
verreden wir?
verredet ihr?
verreden sie?

Onvoltooid verleden tijd

verredete ich?
verredetest du?
verredete er?
verredeten wir?
verredetet ihr?
verredeten sie?

Imperatief

-
verred(e)⁵ (du)
-
verreden wir
verredet (ihr)
verreden Sie

Konjunktief I

verrede ich?
verredest du?
verrede er?
verreden wir?
verredet ihr?
verreden sie?

Konjunktief II

verredete ich?
verredetest du?
verredete er?
verredeten wir?
verredetet ihr?
verredeten sie?

Infinitief

verreden
zu verreden

Deelwoord

verredend
verredet

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord verreden vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

verred(e)⁵ ich?
verredest du?
verredet er?
verreden wir?
verredet ihr?
verreden sie?

Onvoltooid verleden tijd

verredete ich?
verredetest du?
verredete er?
verredeten wir?
verredetet ihr?
verredeten sie?

Perfectum

habe ich verredet?
hast du verredet?
hat er verredet?
haben wir verredet?
habt ihr verredet?
haben sie verredet?

Volt. verl. tijd

hatte ich verredet?
hattest du verredet?
hatte er verredet?
hatten wir verredet?
hattet ihr verredet?
hatten sie verredet?

Toekomende tijd I

werde ich verreden?
wirst du verreden?
wird er verreden?
werden wir verreden?
werdet ihr verreden?
werden sie verreden?

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

werde ich verredet haben?
wirst du verredet haben?
wird er verredet haben?
werden wir verredet haben?
werdet ihr verredet haben?
werden sie verredet haben?

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord verreden in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

verrede ich?
verredest du?
verrede er?
verreden wir?
verredet ihr?
verreden sie?

Konjunktief II

verredete ich?
verredetest du?
verredete er?
verredeten wir?
verredetet ihr?
verredeten sie?

Voltooid Konj.

habe ich verredet?
habest du verredet?
habe er verredet?
haben wir verredet?
habet ihr verredet?
haben sie verredet?

Konj. volt. verl. t.

hätte ich verredet?
hättest du verredet?
hätte er verredet?
hätten wir verredet?
hättet ihr verredet?
hätten sie verredet?

Toekomende aanvoegende wijs I

werde ich verreden?
werdest du verreden?
werde er verreden?
werden wir verreden?
werdet ihr verreden?
werden sie verreden?

Toek. volt. aanw.

werde ich verredet haben?
werdest du verredet haben?
werde er verredet haben?
werden wir verredet haben?
werdet ihr verredet haben?
werden sie verredet haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

würde ich verreden?
würdest du verreden?
würde er verreden?
würden wir verreden?
würdet ihr verreden?
würden sie verreden?

Verleden cond.

würde ich verredet haben?
würdest du verredet haben?
würde er verredet haben?
würden wir verredet haben?
würdet ihr verredet haben?
würden sie verredet haben?

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord verreden


Tegenwoordige tijd

verred(e)⁵ (du)
verreden wir
verredet (ihr)
verreden Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor verreden


Infinitief I


verreden
zu verreden

Infinitief II


verredet haben
verredet zu haben

Tegenwoordig deelwoord


verredend

Participle II


verredet

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse verreden


Duits verreden
Engels misspeak
Russisch неправильно сказать, оговориться
Spaans equivocarse al hablar
Frans se tromper en parlant
Turks yanlış söylemek
Portugees passar falando, errar ao falar
Italiaans sbagliare nel parlare
Roemeens spune greșit
Hongaars tévesen beszélni
Pools źle powiedzieć
Grieks λάθος να πεις
Nederlands verkeerd uiten
Tsjechisch říct špatně
Zweeds säga fel
Deens sige forkert
Japans 言い間違える
Catalaans equivocar-se en parlar
Fins sanoa väärin
Noors si noe galt
Baskisch gaizki esatea
Servisch pogrešno reći
Macedonisch погрешно кажати
Sloveens izreči narobe
Slowaaks povedať nesprávne
Bosnisch pogrešno reći
Kroatisch pogrešno reći
Oekraïens помилково висловитися
Bulgaars да кажеш погрешно
Wit-Russisch памылкова сказаць
Indonesisch salah ucap
Vietnamees lỡ miệng
Oezbeeks xato aytmoq
Chinees 说错话
Thais พูดผิด
Koreaans 잘못 말하다
Azerbeidzjaans yanlış demek
Georgisch არასწორად თქვა
Bengaals ভুল কথা বলা
Albanees gabim duke folur
Marathi चुकीचे बोलणे
Nepalees गलत बोल्नु
Telugu తప్పుగా చెప్పడం
Lets nepareizi pateikt
Tamil தவறாக பேசுவது
Ests valesti öelda
Armeens սխալ ասել
Koerdisch xelet bêjin
Hebreeuwsלדבר בטעות
Arabischأخطأ في القول
Perzischاشتباه گفتن
Urduغلط بیان کرنا

verreden in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van verreden

  • beim Reden versehentlich etwas Falsches äußern

verreden in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord verreden vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord verreden


De vervoeging van het werkwoord verreden wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord verreden is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (verredet? - verredete? - hat verredet?) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary verreden en op verreden in de Duden.

verreden vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich verred(e)?verredete?verrede?verredete?-
du verredest?verredetest?verredest?verredetest?verred(e)
er verredet?verredete?verrede?verredete?-
wir verreden?verredeten?verreden?verredeten?verreden
ihr verredet?verredetet?verredet?verredetet?verredet
sie verreden?verredeten?verreden?verredeten?verreden

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: verred(e) ich?, verredest du?, verredet er?, verreden wir?, verredet ihr?, verreden sie?
  • Onvoltooid verleden tijd: verredete ich?, verredetest du?, verredete er?, verredeten wir?, verredetet ihr?, verredeten sie?
  • Perfectum: habe ich verredet?, hast du verredet?, hat er verredet?, haben wir verredet?, habt ihr verredet?, haben sie verredet?
  • Voltooid verleden tijd: hatte ich verredet?, hattest du verredet?, hatte er verredet?, hatten wir verredet?, hattet ihr verredet?, hatten sie verredet?
  • Toekomende tijd I: werde ich verreden?, wirst du verreden?, wird er verreden?, werden wir verreden?, werdet ihr verreden?, werden sie verreden?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich verredet haben?, wirst du verredet haben?, wird er verredet haben?, werden wir verredet haben?, werdet ihr verredet haben?, werden sie verredet haben?

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: verrede ich?, verredest du?, verrede er?, verreden wir?, verredet ihr?, verreden sie?
  • Onvoltooid verleden tijd: verredete ich?, verredetest du?, verredete er?, verredeten wir?, verredetet ihr?, verredeten sie?
  • Perfectum: habe ich verredet?, habest du verredet?, habe er verredet?, haben wir verredet?, habet ihr verredet?, haben sie verredet?
  • Voltooid verleden tijd: hätte ich verredet?, hättest du verredet?, hätte er verredet?, hätten wir verredet?, hättet ihr verredet?, hätten sie verredet?
  • Toekomende tijd I: werde ich verreden?, werdest du verreden?, werde er verreden?, werden wir verreden?, werdet ihr verreden?, werden sie verreden?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich verredet haben?, werdest du verredet haben?, werde er verredet haben?, werden wir verredet haben?, werdet ihr verredet haben?, werden sie verredet haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich verreden?, würdest du verreden?, würde er verreden?, würden wir verreden?, würdet ihr verreden?, würden sie verreden?
  • Voltooid verleden tijd: würde ich verredet haben?, würdest du verredet haben?, würde er verredet haben?, würden wir verredet haben?, würdet ihr verredet haben?, würden sie verredet haben?

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: verred(e) (du), verreden wir, verredet (ihr), verreden Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: verreden, zu verreden
  • Infinitief II: verredet haben, verredet zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: verredend
  • Participle II: verredet

Opmerkingen



Inloggen