Vervoeging van het Duitse werkwoord herkönnen ⟨Vragende zin⟩

De vervoeging van het werkwoord herkönnen (in staat zijn, kunnen) is onregelmatig. De basisvormen zijn kann her?, konnte her? en hat hergekonnt?. Het hulpwerkwoord van herkönnen is "haben". De eerste lettergreep her- van herkönnen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Vragende zin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord herkönnen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor herkönnen. Je kunt niet alleen herkönnen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

Video 

onregelmatig · haben · scheidbaar

her·können

kann her? · konnte her? · hat hergekonnt?

 Verandering van de stamklinker  ö - o - o 

Engels be able, capable

/hɛɐ̯ˈkøːnən/ · /ˈkan hɛɐ̯/ · /ˈkɔn.tə hɛɐ̯/ · /ˈkøːntə hɛɐ̯/ · /hɛɐ̯ɡəˈkɔnnt/

in der Lage sein, etwas zu tun

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van herkönnen

Tegenwoordige tijd

kann ich her?
kannst du her?
kann er her?
können wir her?
könnt ihr her?
können sie her?

Onvoltooid verleden tijd

konnte ich her?
konntest du her?
konnte er her?
konnten wir her?
konntet ihr her?
konnten sie her?

Imperatief

-
-
-
-
-
-

Konjunktief I

könne ich her?
könnest du her?
könne er her?
können wir her?
könnet ihr her?
können sie her?

Konjunktief II

könnte ich her?
könntest du her?
könnte er her?
könnten wir her?
könntet ihr her?
könnten sie her?

Infinitief

herkönnen
herzukönnen

Deelwoord

herkönnend
hergekonnt

indicatief

Het werkwoord herkönnen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

kann ich her?
kannst du her?
kann er her?
können wir her?
könnt ihr her?
können sie her?

Onvoltooid verleden tijd

konnte ich her?
konntest du her?
konnte er her?
konnten wir her?
konntet ihr her?
konnten sie her?

Perfectum

habe ich hergekonnt?
hast du hergekonnt?
hat er hergekonnt?
haben wir hergekonnt?
habt ihr hergekonnt?
haben sie hergekonnt?

Volt. verl. tijd

hatte ich hergekonnt?
hattest du hergekonnt?
hatte er hergekonnt?
hatten wir hergekonnt?
hattet ihr hergekonnt?
hatten sie hergekonnt?

Toekomende tijd I

werde ich herkönnen?
wirst du herkönnen?
wird er herkönnen?
werden wir herkönnen?
werdet ihr herkönnen?
werden sie herkönnen?

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

werde ich hergekonnt haben?
wirst du hergekonnt haben?
wird er hergekonnt haben?
werden wir hergekonnt haben?
werdet ihr hergekonnt haben?
werden sie hergekonnt haben?

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord herkönnen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

könne ich her?
könnest du her?
könne er her?
können wir her?
könnet ihr her?
können sie her?

Konjunktief II

könnte ich her?
könntest du her?
könnte er her?
könnten wir her?
könntet ihr her?
könnten sie her?

Voltooid Konj.

habe ich hergekonnt?
habest du hergekonnt?
habe er hergekonnt?
haben wir hergekonnt?
habet ihr hergekonnt?
haben sie hergekonnt?

Konj. volt. verl. t.

hätte ich hergekonnt?
hättest du hergekonnt?
hätte er hergekonnt?
hätten wir hergekonnt?
hättet ihr hergekonnt?
hätten sie hergekonnt?

Toekomende aanvoegende wijs I

werde ich herkönnen?
werdest du herkönnen?
werde er herkönnen?
werden wir herkönnen?
werdet ihr herkönnen?
werden sie herkönnen?

Toek. volt. aanw.

werde ich hergekonnt haben?
werdest du hergekonnt haben?
werde er hergekonnt haben?
werden wir hergekonnt haben?
werdet ihr hergekonnt haben?
werden sie hergekonnt haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

würde ich herkönnen?
würdest du herkönnen?
würde er herkönnen?
würden wir herkönnen?
würdet ihr herkönnen?
würden sie herkönnen?

Verleden cond.

würde ich hergekonnt haben?
würdest du hergekonnt haben?
würde er hergekonnt haben?
würden wir hergekonnt haben?
würdet ihr hergekonnt haben?
würden sie hergekonnt haben?

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord herkönnen


Tegenwoordige tijd

-
-
-
-

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor herkönnen


Infinitief I


herkönnen
herzukönnen

Infinitief II


hergekonnt haben
hergekonnt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


herkönnend

Participle II


hergekonnt

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse herkönnen


Duits herkönnen
Engels be able, capable
Russisch быть способным, уметь
Spaans poder, ser capaz
Frans être capable
Turks yapabilmek
Portugees conseguir, ser capaz
Italiaans essere in grado
Roemeens fi capabil, putea
Hongaars képes valamire
Pools być w stanie
Grieks είμαι σε θέση να
Nederlands in staat zijn, kunnen
Tsjechisch být schopen, moci
Zweeds kunna, vara kapabel
Deens kunne, være i stand til
Japans できる
Catalaans ser capaç
Fins kyetä
Noors kunne, være i stand til
Baskisch gauza izan
Servisch biti sposoban, moći
Macedonisch може, способен
Sloveens biti sposoben
Slowaaks byť schopný
Bosnisch biti sposoban, moći
Kroatisch biti sposoban, moći
Oekraïens вміти, знати як
Bulgaars възможност, може
Wit-Russisch быць у стане
Indonesisch bisa, dapat
Vietnamees có thể
Oezbeeks qila olmoq, qodir bo‘lmoq
Hindi सकना
Chinees , 能够
Thais ทำได้, สามารถ
Koreaans 가능하다, 할 수 있다
Azerbeidzjaans bacarmaq, bilmək
Georgisch შეძლება
Bengaals পারা
Albanees mund
Marathi शकणे
Nepalees सक्नु
Telugu చేయగలగడం
Lets spēt, varēt
Tamil முடியுதல்
Ests saama, võima
Armeens կարողանալ
Koerdisch karîn
Hebreeuwsלהיות מסוגל
Arabischقادر على
Perzischقادر بودن
Urduقادر ہونا، کرنا جاننا

herkönnen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van herkönnen

  • in der Lage sein, etwas zu tun

herkönnen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord herkönnen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord herkönnen


De vervoeging van het werkwoord her·können wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord her·können is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (kann her? - konnte her? - hat hergekonnt?) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary herkönnen en op herkönnen in de Duden.

herkönnen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich kann her?konnte her?könne her?könnte her?-
du kannst her?konntest her?könnest her?könntest her?-
er kann her?konnte her?könne her?könnte her?-
wir können her?konnten her?können her?könnten her?-
ihr könnt her?konntet her?könnet her?könntet her?-
sie können her?konnten her?können her?könnten her?-

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: kann ich her?, kannst du her?, kann er her?, können wir her?, könnt ihr her?, können sie her?
  • Onvoltooid verleden tijd: konnte ich her?, konntest du her?, konnte er her?, konnten wir her?, konntet ihr her?, konnten sie her?
  • Perfectum: habe ich hergekonnt?, hast du hergekonnt?, hat er hergekonnt?, haben wir hergekonnt?, habt ihr hergekonnt?, haben sie hergekonnt?
  • Voltooid verleden tijd: hatte ich hergekonnt?, hattest du hergekonnt?, hatte er hergekonnt?, hatten wir hergekonnt?, hattet ihr hergekonnt?, hatten sie hergekonnt?
  • Toekomende tijd I: werde ich herkönnen?, wirst du herkönnen?, wird er herkönnen?, werden wir herkönnen?, werdet ihr herkönnen?, werden sie herkönnen?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich hergekonnt haben?, wirst du hergekonnt haben?, wird er hergekonnt haben?, werden wir hergekonnt haben?, werdet ihr hergekonnt haben?, werden sie hergekonnt haben?

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: könne ich her?, könnest du her?, könne er her?, können wir her?, könnet ihr her?, können sie her?
  • Onvoltooid verleden tijd: könnte ich her?, könntest du her?, könnte er her?, könnten wir her?, könntet ihr her?, könnten sie her?
  • Perfectum: habe ich hergekonnt?, habest du hergekonnt?, habe er hergekonnt?, haben wir hergekonnt?, habet ihr hergekonnt?, haben sie hergekonnt?
  • Voltooid verleden tijd: hätte ich hergekonnt?, hättest du hergekonnt?, hätte er hergekonnt?, hätten wir hergekonnt?, hättet ihr hergekonnt?, hätten sie hergekonnt?
  • Toekomende tijd I: werde ich herkönnen?, werdest du herkönnen?, werde er herkönnen?, werden wir herkönnen?, werdet ihr herkönnen?, werden sie herkönnen?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich hergekonnt haben?, werdest du hergekonnt haben?, werde er hergekonnt haben?, werden wir hergekonnt haben?, werdet ihr hergekonnt haben?, werden sie hergekonnt haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich herkönnen?, würdest du herkönnen?, würde er herkönnen?, würden wir herkönnen?, würdet ihr herkönnen?, würden sie herkönnen?
  • Voltooid verleden tijd: würde ich hergekonnt haben?, würdest du hergekonnt haben?, würde er hergekonnt haben?, würden wir hergekonnt haben?, würdet ihr hergekonnt haben?, würden sie hergekonnt haben?

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: -, -, -, -

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: herkönnen, herzukönnen
  • Infinitief II: hergekonnt haben, hergekonnt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: herkönnend
  • Participle II: hergekonnt

Opmerkingen



Inloggen