Vervoeging van het Duitse werkwoord erzielen ⟨Vragende zin⟩

De vervoeging van het werkwoord erzielen (bereiken, scoren) is regelmatig. De basisvormen zijn erzielt?, erzielte? en hat erzielt?. Het hulpwerkwoord van erzielen is "haben". Het voorvoegsel er- van erzielen is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Vragende zin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord erzielen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor erzielen. Je kunt niet alleen erzielen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau B1. Opmerkingen

Video 

B1 · regelmatig · haben · onlosmakelijk

erzielen

erzielt? · erzielte? · hat erzielt?

Engels achieve, attain, reach, score, obtain, realise, realize, arrive, chalk up, fetch, gain, generate, get, notch up, procure, produce, reach (for), strike, compass, effectuate

/ɛɐ̯ˈtsiːlən/ · /ɛɐ̯ˈtsiːlt/ · /ɛɐ̯ˈtsiːltə/ · /ɛɐ̯ˈtsiːlt/

[…, Sport] etwas Anvisiertes (Angestrebtes) erreichen; Punkte oder Tore machen; ausrichten, punkten, erwirtschaften, erreichen

(acc.)

» Hat Tom irgendwelche Fortschritte erzielt ? Engels Has Tom made any progress?

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van erzielen

Tegenwoordige tijd

erziel(e)⁵ ich?
erzielst du?
erzielt er?
erzielen wir?
erzielt ihr?
erzielen sie?

Onvoltooid verleden tijd

erzielte ich?
erzieltest du?
erzielte er?
erzielten wir?
erzieltet ihr?
erzielten sie?

Imperatief

-
erziel(e)⁵ (du)
-
erzielen wir
erzielt (ihr)
erzielen Sie

Konjunktief I

erziele ich?
erzielest du?
erziele er?
erzielen wir?
erzielet ihr?
erzielen sie?

Konjunktief II

erzielte ich?
erzieltest du?
erzielte er?
erzielten wir?
erzieltet ihr?
erzielten sie?

Infinitief

erzielen
zu erzielen

Deelwoord

erzielend
erzielt

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord erzielen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

erziel(e)⁵ ich?
erzielst du?
erzielt er?
erzielen wir?
erzielt ihr?
erzielen sie?

Onvoltooid verleden tijd

erzielte ich?
erzieltest du?
erzielte er?
erzielten wir?
erzieltet ihr?
erzielten sie?

Perfectum

habe ich erzielt?
hast du erzielt?
hat er erzielt?
haben wir erzielt?
habt ihr erzielt?
haben sie erzielt?

Volt. verl. tijd

hatte ich erzielt?
hattest du erzielt?
hatte er erzielt?
hatten wir erzielt?
hattet ihr erzielt?
hatten sie erzielt?

Toekomende tijd I

werde ich erzielen?
wirst du erzielen?
wird er erzielen?
werden wir erzielen?
werdet ihr erzielen?
werden sie erzielen?

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

werde ich erzielt haben?
wirst du erzielt haben?
wird er erzielt haben?
werden wir erzielt haben?
werdet ihr erzielt haben?
werden sie erzielt haben?

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Es erzielte keine Wirkung bei ihm. 
  • Tom und Mary erzielten keine Einigung. 
  • Mit riskanten Investitionen erzielte der Jungunternehmer hohe Gewinne. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord erzielen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

erziele ich?
erzielest du?
erziele er?
erzielen wir?
erzielet ihr?
erzielen sie?

Konjunktief II

erzielte ich?
erzieltest du?
erzielte er?
erzielten wir?
erzieltet ihr?
erzielten sie?

Voltooid Konj.

habe ich erzielt?
habest du erzielt?
habe er erzielt?
haben wir erzielt?
habet ihr erzielt?
haben sie erzielt?

Konj. volt. verl. t.

hätte ich erzielt?
hättest du erzielt?
hätte er erzielt?
hätten wir erzielt?
hättet ihr erzielt?
hätten sie erzielt?

Toekomende aanvoegende wijs I

werde ich erzielen?
werdest du erzielen?
werde er erzielen?
werden wir erzielen?
werdet ihr erzielen?
werden sie erzielen?

Toek. volt. aanw.

werde ich erzielt haben?
werdest du erzielt haben?
werde er erzielt haben?
werden wir erzielt haben?
werdet ihr erzielt haben?
werden sie erzielt haben?

  • Ich möchte mir die Art und Weise, wie ich den gewünschten Arbeitserfolg erziele , selbst aussuchen. 

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

würde ich erzielen?
würdest du erzielen?
würde er erzielen?
würden wir erzielen?
würdet ihr erzielen?
würden sie erzielen?

Verleden cond.

würde ich erzielt haben?
würdest du erzielt haben?
würde er erzielt haben?
würden wir erzielt haben?
würdet ihr erzielt haben?
würden sie erzielt haben?

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord erzielen


Tegenwoordige tijd

erziel(e)⁵ (du)
erzielen wir
erzielt (ihr)
erzielen Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor erzielen


Infinitief I


erzielen
zu erzielen

Infinitief II


erzielt haben
erzielt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


erzielend

Participle II


erzielt

  • Hat Tom irgendwelche Fortschritte erzielt ? 
  • Tom hat noch nicht viele Fortschritte erzielt . 
  • Ich denke, wir haben einen echten Fortschritt erzielt . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor erzielen


  • Hat Tom irgendwelche Fortschritte erzielt ? 
    Engels Has Tom made any progress?
  • Es erzielte keine Wirkung bei ihm. 
    Engels It has had no effect on him.
  • Tom hat noch nicht viele Fortschritte erzielt . 
    Engels Tom hasn't made much progress yet.
  • Ich denke, wir haben einen echten Fortschritt erzielt . 
    Engels I think we have made real progress.
  • Es wurden bedeutende Fortschritte erzielt . 
    Engels Great progress has been made.
  • Tom und Mary erzielten keine Einigung. 
    Engels Tom and Mary failed to reach an agreement.
  • Du musst Probleme schaffen, um Profit zu erzielen . 
    Engels You have to create problems to create profit.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse erzielen


Duits erzielen
Engels achieve, attain, reach, score, obtain, realise, realize, arrive
Russisch достигать, добиваться, достигнуть, достичь, добиться, забить гол, заработать, извлекать
Spaans lograr, alcanzar, conseguir, marcar, obtener, lucrar, realizar
Frans obtenir, atteindre, marquer, aboutir à, gagner, inscrire, parvenir à, remporter
Turks elde etmek, erişmek, gol atmak, puan kazanmak, sağlamak, ulaşmak
Portugees conseguir, marcar, obter, alcançar, atingir, lucrar
Italiaans ottenere, raggiungere, realizzare, conseguire, segnare, addivenire a, sortire, stabilire
Roemeens obține, realiza
Hongaars elér, céloz, gólt szerez, kap, megvalósít, pontot szerez, törekszik
Pools osiągać, osiągnąć, uzyskać, uzyskiwać, zdobywać, zdobywać punkty, zdobyć
Grieks επίτευξη, επιτυγχάνω, κατακτώ, σκοράρω
Nederlands bereiken, scoren, behalen, doelpunt maken, punten maken, verwezenlijken
Tsjechisch docílit, dosáhnout, získat, dosahovat, dosahovatsáhnout, vytvořit, získávat, získávatkat
Zweeds uppnå, få, få in, göra mål, nå, skapa, sätta, ta
Deens opnå, nå, score, tilstræbe
Japans 達成する, ポイントを得る, 得点する, 獲得する
Catalaans aconseguir, obtenir, assolir
Fins saavuttaa, tavoittaa, tehdä pisteitä
Noors oppnå, nå, score, tilstrebe
Baskisch lortu, golak lortu, iritsi, puntuak lortu
Servisch ostvariti, postignuti
Macedonisch достигнување, освојување, постигнување
Sloveens doseči, pridobiti, priti do
Slowaaks docieliť, dosiahnuť, získať
Bosnisch dostići, ostvariti, postignuti, postići
Kroatisch ostvariti, postignuti, postići
Oekraïens досягати, отримувати, досягнути, забивати, набирати бали, перемагати
Bulgaars достигане, постигане, създаване на точки
Wit-Russisch дасягнуць, зарабіць
Indonesisch mencapai, mencetak gol, meraih, meraih poin
Vietnamees ghi bàn, ghi điểm, đạt, đạt được
Oezbeeks erishish, gol kiritmoq, gol urmoq, maqsadga erishish
Hindi स्कोर करना
Chinees 实现, 得分, 达到, 进球
Thais ทำคะแนน, ทำประตู, บรรลุ, บรรลุเป้าหมาย
Koreaans 골을 넣다, 달성하다, 득점하다, 성취하다
Azerbeidzjaans məqsədə çatmaq, nöqtə qazanmaq, nəticə əldə etmək, qol vurmaq
Georgisch გოლის გატანა, მიზანს მიღწევა, მოაღწევა
Bengaals haasil kora, lakshya prapti kora, গোল করা, স্কোর করা
Albanees arrit, shënoj gol, shënoj pikë
Marathi गोल मारणे, लक्ष्य गाठणे, साधणे, स्कोर करणे
Nepalees गोल हान्नु, स्कोर गर्नु
Telugu గోల్ కొట్టడం, పాయింట్లు సాధించడం, లక్ష్యం చేరడం, సాధించు
Lets gūt punktus, gūt vārtus, panākt, sasniegt
Tamil கோல் அடிக்க, சாதிக்க, லட்சியம் அடையவும்
Ests jõuda, saavutada, skoorima, värava lööma
Armeens գոլ խփել, իրականացնել, հասնել
Koerdisch armancê bi serketin, gol danîn, serketin
Hebreeuwsלהשיג، לזכות
Arabischتحقيق، أصاب، تسجيل، حقق
Perzischدستیابی، نمره گرفتن، گل زدن
Urduحاصل کرنا، نقاط بنانا، پانا، گول کرنا

erzielen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van erzielen

  • etwas Anvisiertes (Angestrebtes) erreichen, ausrichten, bewerkstelligen, bewirken, durchboxen, durchbringen
  • [Sport] Punkte oder Tore machen, punkten, treffen
  • erwirtschaften, erreichen, umsetzen, vollbringen, gewinnen, einnehmen

erzielen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord erzielen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord erzielen


De vervoeging van het werkwoord erzielen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord erzielen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (erzielt? - erzielte? - hat erzielt?) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary erzielen en op erzielen in de Duden.

erzielen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich erziel(e)?erzielte?erziele?erzielte?-
du erzielst?erzieltest?erzielest?erzieltest?erziel(e)
er erzielt?erzielte?erziele?erzielte?-
wir erzielen?erzielten?erzielen?erzielten?erzielen
ihr erzielt?erzieltet?erzielet?erzieltet?erzielt
sie erzielen?erzielten?erzielen?erzielten?erzielen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: erziel(e) ich?, erzielst du?, erzielt er?, erzielen wir?, erzielt ihr?, erzielen sie?
  • Onvoltooid verleden tijd: erzielte ich?, erzieltest du?, erzielte er?, erzielten wir?, erzieltet ihr?, erzielten sie?
  • Perfectum: habe ich erzielt?, hast du erzielt?, hat er erzielt?, haben wir erzielt?, habt ihr erzielt?, haben sie erzielt?
  • Voltooid verleden tijd: hatte ich erzielt?, hattest du erzielt?, hatte er erzielt?, hatten wir erzielt?, hattet ihr erzielt?, hatten sie erzielt?
  • Toekomende tijd I: werde ich erzielen?, wirst du erzielen?, wird er erzielen?, werden wir erzielen?, werdet ihr erzielen?, werden sie erzielen?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich erzielt haben?, wirst du erzielt haben?, wird er erzielt haben?, werden wir erzielt haben?, werdet ihr erzielt haben?, werden sie erzielt haben?

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: erziele ich?, erzielest du?, erziele er?, erzielen wir?, erzielet ihr?, erzielen sie?
  • Onvoltooid verleden tijd: erzielte ich?, erzieltest du?, erzielte er?, erzielten wir?, erzieltet ihr?, erzielten sie?
  • Perfectum: habe ich erzielt?, habest du erzielt?, habe er erzielt?, haben wir erzielt?, habet ihr erzielt?, haben sie erzielt?
  • Voltooid verleden tijd: hätte ich erzielt?, hättest du erzielt?, hätte er erzielt?, hätten wir erzielt?, hättet ihr erzielt?, hätten sie erzielt?
  • Toekomende tijd I: werde ich erzielen?, werdest du erzielen?, werde er erzielen?, werden wir erzielen?, werdet ihr erzielen?, werden sie erzielen?
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: werde ich erzielt haben?, werdest du erzielt haben?, werde er erzielt haben?, werden wir erzielt haben?, werdet ihr erzielt haben?, werden sie erzielt haben?

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: würde ich erzielen?, würdest du erzielen?, würde er erzielen?, würden wir erzielen?, würdet ihr erzielen?, würden sie erzielen?
  • Voltooid verleden tijd: würde ich erzielt haben?, würdest du erzielt haben?, würde er erzielt haben?, würden wir erzielt haben?, würdet ihr erzielt haben?, würden sie erzielt haben?

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: erziel(e) (du), erzielen wir, erzielt (ihr), erzielen Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: erzielen, zu erzielen
  • Infinitief II: erzielt haben, erzielt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: erzielend
  • Participle II: erzielt

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 276383

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 4878469, 2116780, 2504638, 3031477, 3402861, 3760455, 3207533, 1323443

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 80226, 80226

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: erzielen