Vervoeging van het Duitse werkwoord festigen
De vervoeging van het werkwoord festigen (bevestigen, verstevigen) is regelmatig. De basisvormen zijn festigt, festigte en hat gefestigt. Het hulpwerkwoord van festigen is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord festigen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor festigen. Je kunt niet alleen festigen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau B2. Opmerkingen ☆
B2 · regelmatig · haben
festigt · festigte · hat gefestigt
Geen informele e-wegval mogelijk
stabilize, strengthen, consolidate, secure, solidify, stabilise, brace, cement, corroborate, establish firmly, firm, harden, steady, steel, tighten
/ˈfɛstɪɡən/ · /ˈfɛstɪkt/ · /ˈfɛstɪktə/ · /ɡəˈfɛstɪkt/
etwas fester, sicherer machen; stabilisieren; zusammenziehen, fest (sicher) machen, (sich) verfestigen, festziehen
(sich+A, acc.)
» Unsere Freundschaft hat sich weiter gefestigt
. Our friendship has further strengthened.
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van festigen
Onvoltooid verleden tijd
| ich | festigte |
| du | festigtest |
| er | festigte |
| wir | festigten |
| ihr | festigtet |
| sie | festigten |
indicatief
Het werkwoord festigen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Onvoltooid verleden tijd
| ich | festigte |
| du | festigtest |
| er | festigte |
| wir | festigten |
| ihr | festigtet |
| sie | festigten |
Perfectum
| ich | habe | gefestigt |
| du | hast | gefestigt |
| er | hat | gefestigt |
| wir | haben | gefestigt |
| ihr | habt | gefestigt |
| sie | haben | gefestigt |
Volt. verl. tijd
| ich | hatte | gefestigt |
| du | hattest | gefestigt |
| er | hatte | gefestigt |
| wir | hatten | gefestigt |
| ihr | hattet | gefestigt |
| sie | hatten | gefestigt |
Toekomende tijd I
| ich | werde | festigen |
| du | wirst | festigen |
| er | wird | festigen |
| wir | werden | festigen |
| ihr | werdet | festigen |
| sie | werden | festigen |
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord festigen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Voltooid Konj.
| ich | habe | gefestigt |
| du | habest | gefestigt |
| er | habe | gefestigt |
| wir | haben | gefestigt |
| ihr | habet | gefestigt |
| sie | haben | gefestigt |
Konj. volt. verl. t.
| ich | hätte | gefestigt |
| du | hättest | gefestigt |
| er | hätte | gefestigt |
| wir | hätten | gefestigt |
| ihr | hättet | gefestigt |
| sie | hätten | gefestigt |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord festigen
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor festigen
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor festigen
-
Unsere Freundschaft hat sich weiter
gefestigt
.
Our friendship has further strengthened.
-
Wir sollten unsere Freundschaft weiter
festigen
.
We should continue to strengthen our friendship.
-
Der junge Diktator
festigt
seine Macht.
The young dictator consolidates his power.
-
Wenn der Knochen sich
gefestigt
hat, kommt der Gips ab.
After the bone has set, the cast will be removed.
-
Andere kommen mit Gießkannen, um ihr Bollwerk
zu
festigen
.
Others come with watering cans to strengthen their bastion.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse festigen
-
festigen
stabilize, strengthen, consolidate, secure, solidify, stabilise, brace, cement
укреплять, стабилизировать, укрепляться, усиливать, консолидировать, крепить, крепнуть, окрепнуть
afianzar, consolidar, fortalecer, afianzarse, consolidarse, engominar, estabilizar, estabilizarse
renforcer, stabiliser, consolider, solidifier, cimenter, conforter, consacrer, fortifier
sağlamlaştırmak, pekiştirmek, sağlaştırmak, güçlenmek, istikrar kazandırmak, istikrar kazanmak, pekişmek, sabit hale getirmek
consolidar, estabilizar, fortalecer, consolidar-se, enrijar, enrijecer, firmar
rafforzare, consolidare, assodare, avvalorarsi, consolidarsi, fortificare, raffermare, rafforzarsi
întări, consolida, stabiliza
megerősít, stabilizál, biztosít
umacniać, stabilizować, konsolidować, ugruntować, ugruntowywać, umocnić, utrwalać, utrwalić
σταθεροποιώ, σταθεροποίηση, ενισχύομαι, ενισχύω, ενοποίηση, επιβεβαίωση, σταθεροποιούμαι
bevestigen, verstevigen, consolideren, stabiliseren
zpevnit, stabilizovat, upevnit, posílit, upevňovat, upevňovatnit
befästa, stabilisera, stärka, befästas, konsolidera, stärkas
stabilisere, sikre, stærkere, gøre fast, konsolidere
固める, 安定させる, 強化する
assegurar, consolidar, estabilitzar, fer més ferm, consolidar-se, enfortir-se, reforçar
vakiinnuttaa, vahvistaa, vakauttaa, lujittaa, lujittua, vankistaa
stabilisere, feste, forsterke, konsolidere, sikre, styrke
sendotzea, egonkortzea, finkatzea, finkotzea, sendotu
osnažiti, stabilizovati, učvrstiti, konsolidovati
стабилизира, засилува, засилување, консолидирање, укрепува, укрепување
utrditi, stabilizirati, konsolidirati, okrepitev, okrepiti, utrjevanje
posilniť, stabilizovať, upevniť, konsolidovať
osnažiti, stabilizovati, učvrstiti, konsolidovati
osnažiti, stabilizirati, učvrstiti, konsolidirati
стабілізувати, укріпити, укріплювати, зміцнити, консолідувати, посилити, зміцнювати
укрепване, засилвам, стабилизиране, укрепвам, консолидиране
замацоўваць, замацаваць, кансалідаваць, стабілізаваць, укрэпліваць, укрэсліваць, укріпіць
menguatkan, mengonsolidasikan, menguat, menstabilkan, menstabilkan diri
củng cố, cứng lại, ổn định, ổn định lại
mustahkamlash, barqarorlashmoq, barqarorlashtirmoq, qattiqlashmoq
स्थिर करना, मजबूत बनाना, मजबूत होना, सुदृढ़ करना, स्थिर होना
加强, 巩固, 变得更稳固, 稳定, 稳定自己
ทำให้มั่นคง, มั่นคงขึ้น, เสริม, แข็งขึ้น
강화되다, 강화하다, 굳히다, 단단해지다, 안정되다, 안정시키다, 통합하다
gücləndirmək, güclənmək, sabitləşdirmək, sabitləşmək, stabiləşmək
გაძლიერება, ამყარება, გამყარდება, სტაბილიზირება
দৃঢ় করা, মজবুত হওয়া, সংহত করা, স্থিতিশীল করা, স্থির হওয়া
forcohem, forcohet, forcoj, konsolidoj, stabilizoj, stabilizoj veten
मजबूत करणे, मजबूत होणे, सुदृढ करणे, स्थिर करणे, स्थिर होणे
मजबूत बनाउने, सबल हुनु, स्थिर बनाउनु, स्थिर हुनु
గట్టిపడడం, తనను స్థిరపరచుకోవడం, బలపడటం, బలపరచడం, బలపరచు, స్థిరపరచు
nostabilizēt, nostabilizēties, nostiprināt, nostiprināties
நிலைப்படுத்து, நிலைப்படுத்துவது, வலுப்படுத்துதல், வலுவடையுதல், வலுவடையும்
kindlamaks muutuma, kinnistama, stabiilseks muutuma, stabiliseerima, tugevdama
կայունանալ, կայունացնել, կոնսոլիդացնել, կոշտանալ, հզորացնել, ուժեղանալ, ուժեղացնել
barqaror kirin, lihevkirin, qewet bûn, qewetandin, stabiliz kirin
לחזק، לייצב، להגביר، להחמיר
استقرار، تثبيت، تعزيز، تقوية، توثق، توطد، عزز، وثق
استحکام بخشیدن، تقویت کردن، محکم کردن، تحکیم
مستحکم کرنا، مضبوط کرنا، استحکام دینا، محفوظ کرنا
festigen in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van festigen- etwas fester, sicherer machen, stabilisieren, zusammenziehen, fest (sicher) machen, festziehen, stabilisieren
- fester, sicherer werden, sich stabilisieren, (sich) verfestigen, konsolidieren, ins Lot kommen, (sich) einpendeln (bei)
Betekenissen Synoniemen
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van festigen
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van festigen
- Vorming van Imperatief van festigen
- Vorming van Konjunktiv I van festigen
- Vorming van Konjunktiv II van festigen
- Vorming van Infinitief van festigen
- Vorming van Deelwoord van festigen
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van festigen
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord festigen vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord festigen
De vervoeging van het werkwoord festigen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord festigen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (festigt - festigte - hat gefestigt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary festigen en op festigen in de Duden.
festigen vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | festige | festigte | festige | festigte | - |
| du | festigst | festigtest | festigest | festigtest | festige |
| er | festigt | festigte | festige | festigte | - |
| wir | festigen | festigten | festigen | festigten | festigen |
| ihr | festigt | festigtet | festiget | festigtet | festigt |
| sie | festigen | festigten | festigen | festigten | festigen |
indicatief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich festige, du festigst, er festigt, wir festigen, ihr festigt, sie festigen
- Onvoltooid verleden tijd: ich festigte, du festigtest, er festigte, wir festigten, ihr festigtet, sie festigten
- Perfectum: ich habe gefestigt, du hast gefestigt, er hat gefestigt, wir haben gefestigt, ihr habt gefestigt, sie haben gefestigt
- Voltooid verleden tijd: ich hatte gefestigt, du hattest gefestigt, er hatte gefestigt, wir hatten gefestigt, ihr hattet gefestigt, sie hatten gefestigt
- Toekomende tijd I: ich werde festigen, du wirst festigen, er wird festigen, wir werden festigen, ihr werdet festigen, sie werden festigen
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gefestigt haben, du wirst gefestigt haben, er wird gefestigt haben, wir werden gefestigt haben, ihr werdet gefestigt haben, sie werden gefestigt haben
Conjunctief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich festige, du festigest, er festige, wir festigen, ihr festiget, sie festigen
- Onvoltooid verleden tijd: ich festigte, du festigtest, er festigte, wir festigten, ihr festigtet, sie festigten
- Perfectum: ich habe gefestigt, du habest gefestigt, er habe gefestigt, wir haben gefestigt, ihr habet gefestigt, sie haben gefestigt
- Voltooid verleden tijd: ich hätte gefestigt, du hättest gefestigt, er hätte gefestigt, wir hätten gefestigt, ihr hättet gefestigt, sie hätten gefestigt
- Toekomende tijd I: ich werde festigen, du werdest festigen, er werde festigen, wir werden festigen, ihr werdet festigen, sie werden festigen
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gefestigt haben, du werdest gefestigt haben, er werde gefestigt haben, wir werden gefestigt haben, ihr werdet gefestigt haben, sie werden gefestigt haben
Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde festigen, du würdest festigen, er würde festigen, wir würden festigen, ihr würdet festigen, sie würden festigen
- Voltooid verleden tijd: ich würde gefestigt haben, du würdest gefestigt haben, er würde gefestigt haben, wir würden gefestigt haben, ihr würdet gefestigt haben, sie würden gefestigt haben
Imperatief Actief
- Tegenwoordige tijd: festige (du), festigen wir, festigt (ihr), festigen Sie
Infinitief/Deelwoord Actief
- Infinitief I: festigen, zu festigen
- Infinitief II: gefestigt haben, gefestigt zu haben
- Tegenwoordig deelwoord: festigend
- Participle II: gefestigt