Vervoeging van het Duitse werkwoord fallenlassen

De vervoeging van het werkwoord fallenlassen (laten vallen, opgeven) is onregelmatig. De basisvormen zijn lässt fallen, ließ fallen en hat fallengelassen. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers a - ie - a. Het hulpwerkwoord van fallenlassen is "haben". De eerste lettergreep fallen- van fallenlassen is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord fallenlassen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor fallenlassen. Je kunt niet alleen fallenlassen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

onregelmatig · haben · scheidbaar

fallen·lassen

lässt fallen · ließ fallen · hat fallengelassen

 s-Samentrekking en e-Uitbreiding   Verandering van de stamklinker  a - ie - a   Umlauten in de tegenwoordige tijd   Weglaten van dubbele medeklinkers  ss - ß - ss 

Engels drop, abandon, deep-six, dump down, give up, jettison, scrap

/ˈfalən ˈlasn̩/ · /lɛst ˈfalən/ · /liːs ˈfalən/ · /ˈliːsə ˈfalən/ · /ˈfalənˌɡəˈlasn̩/

aufgeben, nicht weiter verfolgen, beiläufig äußern; aufgeben; zu Grabe tragen, (jemanden) kalt abservieren, stoppen, aufgeben

(sich+A, acc.)

» Du hast etwas fallenlassen . Engels You dropped something.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van fallenlassen

Tegenwoordige tijd

ich lass(e)⁵ fallen
du lässt fallen
er lässt fallen
wir lassen fallen
ihr lasst fallen
sie lassen fallen

Onvoltooid verleden tijd

ich ließ fallen
du ließ(es)t fallen
er ließ fallen
wir ließen fallen
ihr ließ(e)t fallen
sie ließen fallen

Imperatief

-
lass(e)⁵ (du) fallen
-
lassen wir fallen
lasst (ihr) fallen
lassen Sie fallen

Konjunktief I

ich lasse fallen
du lassest fallen
er lasse fallen
wir lassen fallen
ihr lasset fallen
sie lassen fallen

Konjunktief II

ich ließe fallen
du ließest fallen
er ließe fallen
wir ließen fallen
ihr ließet fallen
sie ließen fallen

Infinitief

fallenlassen
fallenzulassen

Deelwoord

fallenlassend
fallengelassen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord fallenlassen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich lass(e)⁵ fallen
du lässt fallen
er lässt fallen
wir lassen fallen
ihr lasst fallen
sie lassen fallen

Onvoltooid verleden tijd

ich ließ fallen
du ließ(es)t fallen
er ließ fallen
wir ließen fallen
ihr ließ(e)t fallen
sie ließen fallen

Perfectum

ich habe fallengelassen
du hast fallengelassen
er hat fallengelassen
wir haben fallengelassen
ihr habt fallengelassen
sie haben fallengelassen

Volt. verl. tijd

ich hatte fallengelassen
du hattest fallengelassen
er hatte fallengelassen
wir hatten fallengelassen
ihr hattet fallengelassen
sie hatten fallengelassen

Toekomende tijd I

ich werde fallenlassen
du wirst fallenlassen
er wird fallenlassen
wir werden fallenlassen
ihr werdet fallenlassen
sie werden fallenlassen

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde fallengelassen haben
du wirst fallengelassen haben
er wird fallengelassen haben
wir werden fallengelassen haben
ihr werdet fallengelassen haben
sie werden fallengelassen haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord fallenlassen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich lasse fallen
du lassest fallen
er lasse fallen
wir lassen fallen
ihr lasset fallen
sie lassen fallen

Konjunktief II

ich ließe fallen
du ließest fallen
er ließe fallen
wir ließen fallen
ihr ließet fallen
sie ließen fallen

Voltooid Konj.

ich habe fallengelassen
du habest fallengelassen
er habe fallengelassen
wir haben fallengelassen
ihr habet fallengelassen
sie haben fallengelassen

Konj. volt. verl. t.

ich hätte fallengelassen
du hättest fallengelassen
er hätte fallengelassen
wir hätten fallengelassen
ihr hättet fallengelassen
sie hätten fallengelassen

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde fallenlassen
du werdest fallenlassen
er werde fallenlassen
wir werden fallenlassen
ihr werdet fallenlassen
sie werden fallenlassen

Toek. volt. aanw.

ich werde fallengelassen haben
du werdest fallengelassen haben
er werde fallengelassen haben
wir werden fallengelassen haben
ihr werdet fallengelassen haben
sie werden fallengelassen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde fallenlassen
du würdest fallenlassen
er würde fallenlassen
wir würden fallenlassen
ihr würdet fallenlassen
sie würden fallenlassen

Verleden cond.

ich würde fallengelassen haben
du würdest fallengelassen haben
er würde fallengelassen haben
wir würden fallengelassen haben
ihr würdet fallengelassen haben
sie würden fallengelassen haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord fallenlassen


Tegenwoordige tijd

lass(e)⁵ (du) fallen
lassen wir fallen
lasst (ihr) fallen
lassen Sie fallen

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor fallenlassen


Infinitief I


fallenlassen
fallenzulassen

Infinitief II


fallengelassen haben
fallengelassen zu haben

Tegenwoordig deelwoord


fallenlassend

Participle II


fallengelassen

  • Ich habe es fallengelassen . 
  • Die Anklage gegen ihn wurde vollständig fallengelassen . 

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor fallenlassen


  • Du hast etwas fallenlassen . 
    Engels You dropped something.
  • Ich habe es fallengelassen . 
    Engels I let it fall.
  • Ich habe meine Taschenlampe fallenlassen . 
    Engels I dropped my flashlight.
  • Ich hätte fast die Teller fallenlassen . 
    Engels I almost dropped the plates.
  • Die Anklage gegen ihn wurde vollständig fallengelassen . 
    Engels He was completely cleared of the charge against him.
  • Tom hat sein Butterbrot auf die Erde fallenlassen . 
    Engels Tom dropped his sandwich on the ground.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse fallenlassen


Duits fallenlassen
Engels drop, abandon, deep-six, dump down, give up, jettison, scrap
Russisch бросить, оставить, отбрасывать, отбросить, отказаться
Spaans dejar caer, abandonar, dejar, renunciar
Frans abandonner, laisser tomber
Turks bırakmak, söylemek, vazgeçmek
Portugees abandonar, deixar, deixar cair, desistir
Italiaans abbandonare, buttarsi, lasciare, rinunciare
Roemeens abandona, menționa, renunța
Hongaars elengedni, feladni, mellékesen megemlíteni
Pools niedbale wspomnieć, porzucić, zaniechać, zrezygnować
Grieks αφήνω, παραιτούμαι
Nederlands laten vallen, opgeven, terzijde schuiven
Tsjechisch naznačit, nepokračovat, vzdát
Zweeds ge bort, släppa, överge
Deens give up, opgive, slippe
Japans やめる, 放棄する, 軽く言う
Catalaans abandonar, deixar, renunciar
Fins luopua, mainita
Noors gi opp, la ligge, slippe
Baskisch baztertu, utzi
Servisch napustiti, odustati, spomenuti
Macedonisch непостигнување, откажување
Sloveens ne nadaljevati, opustiti, površno omeniti
Slowaaks nepokračovať, okrajovo vyjadriť, vzdať
Bosnisch izjaviti, napustiti, odustati
Kroatisch napustiti, odustati, spomenuti
Oekraïens згадувати, здаватися, припиняти
Bulgaars изказвам, отказвам се, прекратявам
Wit-Russisch не працягваць, пакінуць, упадзінаць
Indonesisch membatalkan, menyebut sekilas
Vietnamees bỏ, nói bâng quơ
Oezbeeks tilga olmoq, voz kechmoq
Hindi छोड़ देना, यूँ ही कह देना
Chinees 放弃, 随口说
Thais พูดผ่านๆ, เลิก
Koreaans 넌지시 말하다, 포기하다
Azerbeidzjaans imtina etmək, söz arası demək
Georgisch შეწყვეტა, ხსენება
Bengaals ত্যাগ করা, হঠাৎ বলে ফেলা
Albanees heq dorë, përmend kalimthi
Marathi अनायास सांगणे, सोडून देणे
Nepalees अनायास भन्नु, छोड्नु
Telugu చెప్పేయడం, విడిచిపెట్టడం
Lets atmest, garāmejot pieminēt
Tamil கைவிடு, சொல்லிவிடு
Ests loobuma, möödaminnes mainima
Armeens անցողաբար նշել, հրաժարվել
Koerdisch vazdanîn
Hebreeuwsלוותר، לנטוש
Arabischالتخلي، التنازل
Perzischترک کردن، رها کردن
Urduنظر انداز کرنا، چھوڑ دینا

fallenlassen in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van fallenlassen

  • aufgeben, nicht weiter verfolgen, beiläufig äußern
  • aufgeben, beiläufig äußern, zu Grabe tragen, (jemanden) kalt abservieren, stoppen, aufgeben

fallenlassen in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord fallenlassen vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord fallenlassen


De vervoeging van het werkwoord fallen·lassen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord fallen·lassen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (lässt fallen - ließ fallen - hat fallengelassen) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary fallenlassen en op fallenlassen in de Duden.

fallenlassen vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich lass(e) fallenließ fallenlasse fallenließe fallen-
du lässt fallenließ(es)t fallenlassest fallenließest fallenlass(e) fallen
er lässt fallenließ fallenlasse fallenließe fallen-
wir lassen fallenließen fallenlassen fallenließen fallenlassen fallen
ihr lasst fallenließ(e)t fallenlasset fallenließet fallenlasst fallen
sie lassen fallenließen fallenlassen fallenließen fallenlassen fallen

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich lass(e) fallen, du lässt fallen, er lässt fallen, wir lassen fallen, ihr lasst fallen, sie lassen fallen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich ließ fallen, du ließ(es)t fallen, er ließ fallen, wir ließen fallen, ihr ließ(e)t fallen, sie ließen fallen
  • Perfectum: ich habe fallengelassen, du hast fallengelassen, er hat fallengelassen, wir haben fallengelassen, ihr habt fallengelassen, sie haben fallengelassen
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte fallengelassen, du hattest fallengelassen, er hatte fallengelassen, wir hatten fallengelassen, ihr hattet fallengelassen, sie hatten fallengelassen
  • Toekomende tijd I: ich werde fallenlassen, du wirst fallenlassen, er wird fallenlassen, wir werden fallenlassen, ihr werdet fallenlassen, sie werden fallenlassen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde fallengelassen haben, du wirst fallengelassen haben, er wird fallengelassen haben, wir werden fallengelassen haben, ihr werdet fallengelassen haben, sie werden fallengelassen haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich lasse fallen, du lassest fallen, er lasse fallen, wir lassen fallen, ihr lasset fallen, sie lassen fallen
  • Onvoltooid verleden tijd: ich ließe fallen, du ließest fallen, er ließe fallen, wir ließen fallen, ihr ließet fallen, sie ließen fallen
  • Perfectum: ich habe fallengelassen, du habest fallengelassen, er habe fallengelassen, wir haben fallengelassen, ihr habet fallengelassen, sie haben fallengelassen
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte fallengelassen, du hättest fallengelassen, er hätte fallengelassen, wir hätten fallengelassen, ihr hättet fallengelassen, sie hätten fallengelassen
  • Toekomende tijd I: ich werde fallenlassen, du werdest fallenlassen, er werde fallenlassen, wir werden fallenlassen, ihr werdet fallenlassen, sie werden fallenlassen
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde fallengelassen haben, du werdest fallengelassen haben, er werde fallengelassen haben, wir werden fallengelassen haben, ihr werdet fallengelassen haben, sie werden fallengelassen haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde fallenlassen, du würdest fallenlassen, er würde fallenlassen, wir würden fallenlassen, ihr würdet fallenlassen, sie würden fallenlassen
  • Voltooid verleden tijd: ich würde fallengelassen haben, du würdest fallengelassen haben, er würde fallengelassen haben, wir würden fallengelassen haben, ihr würdet fallengelassen haben, sie würden fallengelassen haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: lass(e) (du) fallen, lassen wir fallen, lasst (ihr) fallen, lassen Sie fallen

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: fallenlassen, fallenzulassen
  • Infinitief II: fallengelassen haben, fallengelassen zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: fallenlassend
  • Participle II: fallengelassen

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 1907373, 8969121, 6401588, 8889121, 823405, 8902238

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: fallenlassen