Vervoeging van het Duitse werkwoord campen
De vervoeging van het werkwoord campen (kamperen, afwachten) is regelmatig. De basisvormen zijn campt, campte en hat gecampt. Het hulpwerkwoord van campen is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord campen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor campen. Je kunt niet alleen campen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau A1. Opmerkingen ☆
A1 · regelmatig · haben
camp, camping, hang, lying in wait, waiting
/ˈkampən/ · /ˈkampt/ · /ˈkamptə/ · /ɡəˈkampt/
kampieren, seine Freizeit auf einem Zelt- bzw. Campingplatz verbringen; exzessives Warten und Ausharren auf einer Position, um passierenden Gegenspielern aufzulauern; biwakieren, campieren, lagern, kampieren
» Bitte campen
Sie nicht wild. Please do not camp wild.
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van campen
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
indicatief
Het werkwoord campen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Perfectum
| ich | habe | gecampt |
| du | hast | gecampt |
| er | hat | gecampt |
| wir | haben | gecampt |
| ihr | habt | gecampt |
| sie | haben | gecampt |
Volt. verl. tijd
| ich | hatte | gecampt |
| du | hattest | gecampt |
| er | hatte | gecampt |
| wir | hatten | gecampt |
| ihr | hattet | gecampt |
| sie | hatten | gecampt |
Toekomende tijd I
| ich | werde | campen |
| du | wirst | campen |
| er | wird | campen |
| wir | werden | campen |
| ihr | werdet | campen |
| sie | werden | campen |
voltooid tegenwoordige toekomende tijd
| ich | werde | gecampt | haben |
| du | wirst | gecampt | haben |
| er | wird | gecampt | haben |
| wir | werden | gecampt | haben |
| ihr | werdet | gecampt | haben |
| sie | werden | gecampt | haben |
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord campen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Voltooid Konj.
| ich | habe | gecampt |
| du | habest | gecampt |
| er | habe | gecampt |
| wir | haben | gecampt |
| ihr | habet | gecampt |
| sie | haben | gecampt |
Konj. volt. verl. t.
| ich | hätte | gecampt |
| du | hättest | gecampt |
| er | hätte | gecampt |
| wir | hätten | gecampt |
| ihr | hättet | gecampt |
| sie | hätten | gecampt |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord campen
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor campen
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor campen
-
Bitte
campen
Sie nicht wild.
Please do not camp wild.
-
Tom weiß nicht, ob Mary mit uns
campen
geht oder nicht.
Tom doesn't know if Mary will go camping with us or not.
-
Karl und Maria gehen gerne
campen
.
Karl and Maria like to go camping.
-
Wir verbringen in diesem Jahr unseren Urlaub nicht in einer Ferienwohnung, sondern werden in der Toscana
campen
.
This year we are not spending our vacation in a holiday apartment, but we will camp in Tuscany.
-
An der Stelle, wo sich das Gefangenenlager befand, steht seit einigen Jahren ein Zeltplatz, und alle, die hier
campen
, kommen freiwillig.
At the place where the prisoner camp was located, there has been a campsite for several years, and everyone who camps here comes voluntarily.
-
Ich habe letzten Sommer
gecampt
.
I went camping last summer.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse campen
-
campen
camp, camping, hang, lying in wait, waiting
жить в кемпинге, отдыхать в палатке, засада, кемпинговать, ходить в поход
acampar, camping, esperar, hacer camping
camper, faire du camping, guetter
kamp yapmak, kamp kurmak, çadırda kalmak
acampar, esperar, fazer campismo
campeggiare, appostare, attendere, fare campeggio
campare, face camping, pândi
kempingezik, kempingezni, lesben
kempingować, biwakować, campingować, czaić się, obozować
κατασκήνωση, κάνω κάμπινγκ, κατασκηνώνω
kamperen, afwachten, camperen
kempovat, táboření, tábořit, čekání
campa, camping, lura, vänta
campere, campe
キャンプ, キャンプする, 待ち伏せ
acampada, acampar, campar, esperar
leiriytyä, telttailla, väijyä
campe, camping, lure, snike
kanpatu, ezusteko, kanpina
kampovanje, kampovati, prikrivanje, čekanje
кампување, прикривање, чекање
kampiranje, kampirati, prežanje
kempovať, čakanie, čakať
kampovanje, kampovati, vrebati, čekanje
kampiranje, kampirati, vrebati, čekanje
відпочивати в наметі, засідка, кемпінгувати
засада, изчакване, къмпинг
адпачынак у палатцы, засада, кемпінг
berkemah, ngekamp, ngendok
cắm trại, núp lùm, phục kích
kamp qilish, poylab kutmoq, pusqu qurmoq
कैंप करना, कैम्प करना, घात लगाना
蹲点, 阴人, 露营
ซุ่มดัก, ตั้งแคมป์, แคมป์
캠핑하다, 존버하다
kamp etmək, kemp eləmək, pusqu qurmaq
კემპინგზე ყოფნა, ჩასაფრება
ক্যাম্প করা, ওত পেতে থাকা
kampoj, rrij në pritë
कॅम्प करणे, घात लावणे
क्याम्प गर्नु, घात लगाउनु
క్యాంప్ చేయడం, దాక్కొని వేచి ఉండడం
kempēt, uzglūnēt
காம்பிங் செய்யுதல், கேம்ப் பண்ணு, பதுங்கி காத்திரு
telkima, varitseda
դարանակալել, ճամբարել
kamp kirin, kamîn dan
לצוד، לשמור על עמדה، קמפינג
التخييم، خيم، كمين، خيَّمَ
چادر زدن، چادرزدن، کمپ زدن، کمین کردن
کمپنگ، کیمپنگ
campen in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van campen- kampieren, seine Freizeit auf einem Zelt- bzw. Campingplatz verbringen, biwakieren, campieren, kampieren, zelten
- exzessives Warten und Ausharren auf einer Position, um passierenden Gegenspielern aufzulauern
- campieren, lagern, biwakieren, kampieren, zelten
Betekenissen Synoniemen
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van campen
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van campen
- Vorming van Imperatief van campen
- Vorming van Konjunktiv I van campen
- Vorming van Konjunktiv II van campen
- Vorming van Infinitief van campen
- Vorming van Deelwoord van campen
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van campen
≡ adorieren
≡ addieren
≡ achteln
≡ aalen
≡ abdizieren
≡ abortieren
≡ adeln
≡ adoptieren
≡ adaptieren
≡ aasen
≡ addizieren
≡ achseln
≡ achten
≡ adden
≡ adhärieren
≡ abonnieren
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord campen vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord campen
De vervoeging van het werkwoord campen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord campen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (campt - campte - hat gecampt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary campen en op campen in de Duden.
campen vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | camp(e) | campte | campe | campte | - |
| du | campst | camptest | campest | camptest | camp(e) |
| er | campt | campte | campe | campte | - |
| wir | campen | campten | campen | campten | campen |
| ihr | campt | camptet | campet | camptet | campt |
| sie | campen | campten | campen | campten | campen |
indicatief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich camp(e), du campst, er campt, wir campen, ihr campt, sie campen
- Onvoltooid verleden tijd: ich campte, du camptest, er campte, wir campten, ihr camptet, sie campten
- Perfectum: ich habe gecampt, du hast gecampt, er hat gecampt, wir haben gecampt, ihr habt gecampt, sie haben gecampt
- Voltooid verleden tijd: ich hatte gecampt, du hattest gecampt, er hatte gecampt, wir hatten gecampt, ihr hattet gecampt, sie hatten gecampt
- Toekomende tijd I: ich werde campen, du wirst campen, er wird campen, wir werden campen, ihr werdet campen, sie werden campen
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gecampt haben, du wirst gecampt haben, er wird gecampt haben, wir werden gecampt haben, ihr werdet gecampt haben, sie werden gecampt haben
Conjunctief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich campe, du campest, er campe, wir campen, ihr campet, sie campen
- Onvoltooid verleden tijd: ich campte, du camptest, er campte, wir campten, ihr camptet, sie campten
- Perfectum: ich habe gecampt, du habest gecampt, er habe gecampt, wir haben gecampt, ihr habet gecampt, sie haben gecampt
- Voltooid verleden tijd: ich hätte gecampt, du hättest gecampt, er hätte gecampt, wir hätten gecampt, ihr hättet gecampt, sie hätten gecampt
- Toekomende tijd I: ich werde campen, du werdest campen, er werde campen, wir werden campen, ihr werdet campen, sie werden campen
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gecampt haben, du werdest gecampt haben, er werde gecampt haben, wir werden gecampt haben, ihr werdet gecampt haben, sie werden gecampt haben
Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde campen, du würdest campen, er würde campen, wir würden campen, ihr würdet campen, sie würden campen
- Voltooid verleden tijd: ich würde gecampt haben, du würdest gecampt haben, er würde gecampt haben, wir würden gecampt haben, ihr würdet gecampt haben, sie würden gecampt haben
Imperatief Actief
- Tegenwoordige tijd: camp(e) (du), campen wir, campt (ihr), campen Sie
Infinitief/Deelwoord Actief
- Infinitief I: campen, zu campen
- Infinitief II: gecampt haben, gecampt zu haben
- Tegenwoordig deelwoord: campend
- Participle II: gecampt