Vervoeging van het Duitse werkwoord billigen
De vervoeging van het werkwoord billigen (goedkeuren, toestemming geven) is regelmatig. De basisvormen zijn billigt, billigte en hat gebilligt. Het hulpwerkwoord van billigen is "haben". De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord billigen beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor billigen. Je kunt niet alleen billigen vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen ☆
C2 · regelmatig · haben
billigt · billigte · hat gebilligt
Geen informele e-wegval mogelijk
approve, endorse, confirm, adopt, agree, applaud, approve of, assent, authorise, authorize, back, concur, condone, countenance, grant, indorse, permit, ratify, sanction, subscribe, support, uphold
/ˈbɪlɪɡən/ · /ˈbɪlɪkt/ · /ˈbɪlɪktə/ · /ɡəˈbɪlɪkt/
etwas befürworten, begrüßen, gutheißen; etwas genehmigen; akzeptieren, annehmen, gutheißen, erlauben
(acc.)
» Tom billigte
das. Tom approved of that.
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van billigen
Onvoltooid verleden tijd
| ich | billigte |
| du | billigtest |
| er | billigte |
| wir | billigten |
| ihr | billigtet |
| sie | billigten |
indicatief
Het werkwoord billigen vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Onvoltooid verleden tijd
| ich | billigte |
| du | billigtest |
| er | billigte |
| wir | billigten |
| ihr | billigtet |
| sie | billigten |
Perfectum
| ich | habe | gebilligt |
| du | hast | gebilligt |
| er | hat | gebilligt |
| wir | haben | gebilligt |
| ihr | habt | gebilligt |
| sie | haben | gebilligt |
Volt. verl. tijd
| ich | hatte | gebilligt |
| du | hattest | gebilligt |
| er | hatte | gebilligt |
| wir | hatten | gebilligt |
| ihr | hattet | gebilligt |
| sie | hatten | gebilligt |
Toekomende tijd I
| ich | werde | billigen |
| du | wirst | billigen |
| er | wird | billigen |
| wir | werden | billigen |
| ihr | werdet | billigen |
| sie | werden | billigen |
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord billigen in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Voltooid Konj.
| ich | habe | gebilligt |
| du | habest | gebilligt |
| er | habe | gebilligt |
| wir | haben | gebilligt |
| ihr | habet | gebilligt |
| sie | haben | gebilligt |
Konj. volt. verl. t.
| ich | hätte | gebilligt |
| du | hättest | gebilligt |
| er | hätte | gebilligt |
| wir | hätten | gebilligt |
| ihr | hättet | gebilligt |
| sie | hätten | gebilligt |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord billigen
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor billigen
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor billigen
-
Tom
billigte
das.
Tom approved of that.
-
Tom
billigt
das.
Tom approves.
-
Ich
billige
es nicht.
I don't condone it.
-
Der Minister
billigte
die Baupläne.
The minister approved the building plans.
-
Billigst
du, was sie tut?
Do you approve of what she is doing?
-
Toms Eltern
billigten
sein Vorhaben nicht.
Tom's parents did not approve of his plan.
-
Wir haben den Plan alle
gebilligt
.
All of us approved of the plan.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse billigen
-
billigen
approve, endorse, confirm, adopt, agree, applaud, approve of, assent
одобрять, одобрить, соглашаться, поддерживать, принимать, принять, разрешать, санкционировать
aprobar, consentir, aceptar, apoyar, autorizar, tolerar
approuver, cautionner, consentir à, entériner, favoriser, ratifier, sanctionner, soutenir
onaylamak, tasvip etmek, bağdaşmak, desteklemek, hemfikir olmak, izin vermek, tasdik etmek, uygun görmek
aprovar, concordar, admitir, apoiar, autorizar, consentir
approvare, consentire, favorire, sostenere, sottoscrivere, suffragare, trovare ragionevole
aproba, accepta, aprobat, susține
jóváhagy, helyesel, támogat
aprobować, akceptować, przyzwalać, zatwierdzać, pochwalać, popierać, zaaprobować
εγκρίνω, επιδοκιμάζω, επιτρέπω, καλωσορίζω, υποστηρίζω
goedkeuren, toestemming geven, billijken, goedvinden, steunen, toelaten, toestaan
schvalovat, schválit, podporovat, povolit, přijímat, souhlasit
godkänna, välkomna, acceptera, bifalla, förorda, gilla, stötta
godkende, bifalde, billige, samtykke i, tilslutte sig
承認する, 支持する, 認める, 認可する, 賛成する
aprovar, acceptar, donar suport
hyväksyä, puoltaa, sallia, tukea
akseptere, godkjenne, støtte
onartzea, babestea, baimendu, baimentzea, onartu
odobravati, odobriti, prihvatati, prihvatiti
одобрување, прифаќање
odobravati, odobriti, priporočati, priznati
prijať, schváliť, podporiť
prihvatiti, odobravati, odobriti
prihvatiti, odobravati, odobriti
схвалювати, дозволяти, підтримувати
одобрявам, подкрепям, разрешавам
дазваляць, падтрымаць, схваляць, сцвярджаць
mendukung, menyetujui, setujui
phê duyệt, tán thành
ma'qullash, qo'llab-quvvatlash, tasdiqlash
मंजूर करना, समर्थन करना, स्वीकृत करना, स्वीकृति देना
批准, 认可
อนุมัติ, รับรอง
승인하다, 찬성하다
stəkləmək, təsdiq etmək, təsdiqləmək
დამტკიცება
অনুমোদন করা, মঞ্জুর করা, সমর্থন করা
mbështet, miratoj, miratoni
अनुमोदन करणे, मान्यता देणे
अनुमोदन गर्नु, समर्थन गर्नु, स्वीकृत गर्नु, स्वीकृति दिनु
అంగీకరించడం, అమోదించు, మంజూరు చేయడం
apstiprināt, atbalstīt
அங்கீகரிக்க, ஒப்புதல் கொடு, ஒப்புதல் தருதல்
heaks kiita, kinnitada, toetada
հաստատել, ընդունել
destûr bidin, destûr dan, qebû kirin
לאשר، להסכים، לתמוך
أقر، موافقة، يؤيد، يستحسن، يوافق
تأیید کردن، مجوز دادن، پذیرفتن
منظوری دینا، اجازت دینا، تائید کرنا، خوش آمدید کہنا
billigen in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van billigen- etwas befürworten, begrüßen, gutheißen, akzeptieren, anerkennen, befürworten, begrüßen, beipflichten
- etwas genehmigen, annehmen, approbieren, autorisieren, bestätigen, gegenzeichnen
- gutheißen, gutheißen, erlauben, einverstanden (sein), beistimmen, akzeptieren
Betekenissen Synoniemen
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van billigen
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van billigen
- Vorming van Imperatief van billigen
- Vorming van Konjunktiv I van billigen
- Vorming van Konjunktiv II van billigen
- Vorming van Infinitief van billigen
- Vorming van Deelwoord van billigen
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van billigen
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord billigen vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord billigen
De vervoeging van het werkwoord billigen wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord billigen is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (billigt - billigte - hat gebilligt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary billigen en op billigen in de Duden.
billigen vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | billige | billigte | billige | billigte | - |
| du | billigst | billigtest | billigest | billigtest | billige |
| er | billigt | billigte | billige | billigte | - |
| wir | billigen | billigten | billigen | billigten | billigen |
| ihr | billigt | billigtet | billiget | billigtet | billigt |
| sie | billigen | billigten | billigen | billigten | billigen |
indicatief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich billige, du billigst, er billigt, wir billigen, ihr billigt, sie billigen
- Onvoltooid verleden tijd: ich billigte, du billigtest, er billigte, wir billigten, ihr billigtet, sie billigten
- Perfectum: ich habe gebilligt, du hast gebilligt, er hat gebilligt, wir haben gebilligt, ihr habt gebilligt, sie haben gebilligt
- Voltooid verleden tijd: ich hatte gebilligt, du hattest gebilligt, er hatte gebilligt, wir hatten gebilligt, ihr hattet gebilligt, sie hatten gebilligt
- Toekomende tijd I: ich werde billigen, du wirst billigen, er wird billigen, wir werden billigen, ihr werdet billigen, sie werden billigen
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gebilligt haben, du wirst gebilligt haben, er wird gebilligt haben, wir werden gebilligt haben, ihr werdet gebilligt haben, sie werden gebilligt haben
Conjunctief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich billige, du billigest, er billige, wir billigen, ihr billiget, sie billigen
- Onvoltooid verleden tijd: ich billigte, du billigtest, er billigte, wir billigten, ihr billigtet, sie billigten
- Perfectum: ich habe gebilligt, du habest gebilligt, er habe gebilligt, wir haben gebilligt, ihr habet gebilligt, sie haben gebilligt
- Voltooid verleden tijd: ich hätte gebilligt, du hättest gebilligt, er hätte gebilligt, wir hätten gebilligt, ihr hättet gebilligt, sie hätten gebilligt
- Toekomende tijd I: ich werde billigen, du werdest billigen, er werde billigen, wir werden billigen, ihr werdet billigen, sie werden billigen
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde gebilligt haben, du werdest gebilligt haben, er werde gebilligt haben, wir werden gebilligt haben, ihr werdet gebilligt haben, sie werden gebilligt haben
Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde billigen, du würdest billigen, er würde billigen, wir würden billigen, ihr würdet billigen, sie würden billigen
- Voltooid verleden tijd: ich würde gebilligt haben, du würdest gebilligt haben, er würde gebilligt haben, wir würden gebilligt haben, ihr würdet gebilligt haben, sie würden gebilligt haben
Imperatief Actief
- Tegenwoordige tijd: billige (du), billigen wir, billigt (ihr), billigen Sie
Infinitief/Deelwoord Actief
- Infinitief I: billigen, zu billigen
- Infinitief II: gebilligt haben, gebilligt zu haben
- Tegenwoordig deelwoord: billigend
- Participle II: gebilligt