Vervoeging van het Duitse werkwoord beschummeln

De vervoeging van het werkwoord beschummeln (bedonderen, bedriegen) is regelmatig. De basisvormen zijn beschummelt, beschummelte en hat beschummelt. Het hulpwerkwoord van beschummeln is "haben". Het voorvoegsel be- van beschummeln is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord beschummeln beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor beschummeln. Je kunt niet alleen beschummeln vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · regelmatig · haben · onlosmakelijk

beschummeln

beschummelt · beschummelte · hat beschummelt

 Geen informele e-wegval mogelijk 

Engels cheat, deceive, flim-flam, trick

/bəˈʃʊmələn/ · /bəˈʃʊməlt/ · /bəˈʃʊməl.tə/ · /bəˈʃʊməlt/

sich (in einem nicht so wichtigen Fall, z. B. im Spiel) gegenüber jemand anderem einen unlauteren Vorteil verschaffen, indem man nicht die Wahrheit/etwas Gelogenes sagt oder Unerlaubtes trotzdem tut; betrügen; anschmieren, betuppen, (jemanden) anlügen, behumsen

(acc., bei+D, um+A)

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van beschummeln

Tegenwoordige tijd

ich beschumm(e)l(e)⁵
du beschummelst
er beschummelt
wir beschummeln
ihr beschummelt
sie beschummeln

Onvoltooid verleden tijd

ich beschummelte
du beschummeltest
er beschummelte
wir beschummelten
ihr beschummeltet
sie beschummelten

Imperatief

-
beschumm(e)l(e)⁵ (du)
-
beschummeln wir
beschummelt (ihr)
beschummeln Sie

Konjunktief I

ich beschumm(e)le
du beschummelst
er beschumm(e)le
wir beschummeln
ihr beschummelt
sie beschummeln

Konjunktief II

ich beschummelte
du beschummeltest
er beschummelte
wir beschummelten
ihr beschummeltet
sie beschummelten

Infinitief

beschummeln
zu beschummeln

Deelwoord

beschummelnd
beschummelt

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord beschummeln vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich beschumm(e)l(e)⁵
du beschummelst
er beschummelt
wir beschummeln
ihr beschummelt
sie beschummeln

Onvoltooid verleden tijd

ich beschummelte
du beschummeltest
er beschummelte
wir beschummelten
ihr beschummeltet
sie beschummelten

Perfectum

ich habe beschummelt
du hast beschummelt
er hat beschummelt
wir haben beschummelt
ihr habt beschummelt
sie haben beschummelt

Volt. verl. tijd

ich hatte beschummelt
du hattest beschummelt
er hatte beschummelt
wir hatten beschummelt
ihr hattet beschummelt
sie hatten beschummelt

Toekomende tijd I

ich werde beschummeln
du wirst beschummeln
er wird beschummeln
wir werden beschummeln
ihr werdet beschummeln
sie werden beschummeln

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde beschummelt haben
du wirst beschummelt haben
er wird beschummelt haben
wir werden beschummelt haben
ihr werdet beschummelt haben
sie werden beschummelt haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord beschummeln in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich beschumm(e)le
du beschummelst
er beschumm(e)le
wir beschummeln
ihr beschummelt
sie beschummeln

Konjunktief II

ich beschummelte
du beschummeltest
er beschummelte
wir beschummelten
ihr beschummeltet
sie beschummelten

Voltooid Konj.

ich habe beschummelt
du habest beschummelt
er habe beschummelt
wir haben beschummelt
ihr habet beschummelt
sie haben beschummelt

Konj. volt. verl. t.

ich hätte beschummelt
du hättest beschummelt
er hätte beschummelt
wir hätten beschummelt
ihr hättet beschummelt
sie hätten beschummelt

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde beschummeln
du werdest beschummeln
er werde beschummeln
wir werden beschummeln
ihr werdet beschummeln
sie werden beschummeln

Toek. volt. aanw.

ich werde beschummelt haben
du werdest beschummelt haben
er werde beschummelt haben
wir werden beschummelt haben
ihr werdet beschummelt haben
sie werden beschummelt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde beschummeln
du würdest beschummeln
er würde beschummeln
wir würden beschummeln
ihr würdet beschummeln
sie würden beschummeln

Verleden cond.

ich würde beschummelt haben
du würdest beschummelt haben
er würde beschummelt haben
wir würden beschummelt haben
ihr würdet beschummelt haben
sie würden beschummelt haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord beschummeln


Tegenwoordige tijd

beschumm(e)l(e)⁵ (du)
beschummeln wir
beschummelt (ihr)
beschummeln Sie

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor beschummeln


Infinitief I


beschummeln
zu beschummeln

Infinitief II


beschummelt haben
beschummelt zu haben

Tegenwoordig deelwoord


beschummelnd

Participle II


beschummelt

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse beschummeln


Duits beschummeln
Engels cheat, deceive, flim-flam, trick
Russisch жульничать, обманывать, надувать, обмануть
Spaans engañar, hacer trampa, estafar, timar con
Frans duper, filouter de, flouer, rouler, tricher, tromper
Turks aldatmak, kandırmak
Portugees enganar, trapacear, fazer batota, ludibriar
Italiaans barare, fregare, imbrogliare, ingannare
Roemeens păcăli, înșela
Hongaars csalás, átverés
Pools okantować, oszukać, oszukiwać, oszustwo, zwodzić
Grieks εξαπατώ, κοροϊδεύω, ξεγελώ, παίζω κοροϊδευτικά
Nederlands bedonderen, bedriegen, beduvelen, belazeren, flessen, foppen, misleiden, oplichten
Tsjechisch ošidit, podvádět, podvádětvést, podvést
Zweeds lura, bedra, fuska
Deens bedrage, snyde
Japans 騙す, ごまかす, 詐欺
Catalaans enganyar, estafar, trair
Fins petkuttaa, huijata
Noors bedra
Baskisch iruzur egin, engainatu
Servisch varati, prevariti
Macedonisch заведување, завести, измама, измамити
Sloveens osvojiti, prevarati
Slowaaks klamať, podvádzať
Bosnisch varati, prevariti
Kroatisch varati, prevariti
Oekraïens обманювати, підводити, шахраювати
Bulgaars измамвам, лъжа, подлъгвам
Wit-Russisch абманваць, забіць, падмануць, шахраваць
Indonesisch menipu
Vietnamees lừa, lừa dối
Oezbeeks aldashmoq, aldatmoq
Hindi छल करना, धोखा करना, धोखा देना
Chinees 作弊, 欺骗
Thais โกง
Koreaans 속이다
Azerbeidzjaans aldatmaq
Georgisch თაღლითობა, მოტყუება
Bengaals প্রতারণা করা
Albanees mashtroj
Marathi धोखा देना, फसवणे
Nepalees धोखा दिनु
Telugu మోసం చెయ్యడం, మోసం చేయడం
Lets krāpt
Tamil மோசடி செய்வதில், மோசடி செய்வது
Ests pettma
Armeens խաբել
Koerdisch aldatmak, hile kirin
Hebreeuwsהונאה، לרמות، רמאות
Arabischغش، خداع
Perzischدروغ گفتن، دستکاری کردن، فریب دادن
Urduفریب دینا، دھوکہ دینا

beschummeln in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van beschummeln

  • sich (in einem nicht so wichtigen Fall, z. B. im Spiel) gegenüber jemand anderem einen unlauteren Vorteil verschaffen, indem man nicht die Wahrheit/etwas Gelogenes sagt oder Unerlaubtes trotzdem tut, betrügen, anschmieren, betuppen, (jemanden) anlügen, behumsen

beschummeln in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor beschummeln


  • jemand/etwas beschummelt jemanden bei etwas
  • jemand/etwas beschummelt jemanden um etwas

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord beschummeln vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord beschummeln


De vervoeging van het werkwoord beschummeln wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord beschummeln is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (beschummelt - beschummelte - hat beschummelt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary beschummeln en op beschummeln in de Duden.

beschummeln vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich beschumm(e)l(e)beschummeltebeschumm(e)lebeschummelte-
du beschummelstbeschummeltestbeschummelstbeschummeltestbeschumm(e)l(e)
er beschummeltbeschummeltebeschumm(e)lebeschummelte-
wir beschummelnbeschummeltenbeschummelnbeschummeltenbeschummeln
ihr beschummeltbeschummeltetbeschummeltbeschummeltetbeschummelt
sie beschummelnbeschummeltenbeschummelnbeschummeltenbeschummeln

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich beschumm(e)l(e), du beschummelst, er beschummelt, wir beschummeln, ihr beschummelt, sie beschummeln
  • Onvoltooid verleden tijd: ich beschummelte, du beschummeltest, er beschummelte, wir beschummelten, ihr beschummeltet, sie beschummelten
  • Perfectum: ich habe beschummelt, du hast beschummelt, er hat beschummelt, wir haben beschummelt, ihr habt beschummelt, sie haben beschummelt
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte beschummelt, du hattest beschummelt, er hatte beschummelt, wir hatten beschummelt, ihr hattet beschummelt, sie hatten beschummelt
  • Toekomende tijd I: ich werde beschummeln, du wirst beschummeln, er wird beschummeln, wir werden beschummeln, ihr werdet beschummeln, sie werden beschummeln
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde beschummelt haben, du wirst beschummelt haben, er wird beschummelt haben, wir werden beschummelt haben, ihr werdet beschummelt haben, sie werden beschummelt haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich beschumm(e)le, du beschummelst, er beschumm(e)le, wir beschummeln, ihr beschummelt, sie beschummeln
  • Onvoltooid verleden tijd: ich beschummelte, du beschummeltest, er beschummelte, wir beschummelten, ihr beschummeltet, sie beschummelten
  • Perfectum: ich habe beschummelt, du habest beschummelt, er habe beschummelt, wir haben beschummelt, ihr habet beschummelt, sie haben beschummelt
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte beschummelt, du hättest beschummelt, er hätte beschummelt, wir hätten beschummelt, ihr hättet beschummelt, sie hätten beschummelt
  • Toekomende tijd I: ich werde beschummeln, du werdest beschummeln, er werde beschummeln, wir werden beschummeln, ihr werdet beschummeln, sie werden beschummeln
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde beschummelt haben, du werdest beschummelt haben, er werde beschummelt haben, wir werden beschummelt haben, ihr werdet beschummelt haben, sie werden beschummelt haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde beschummeln, du würdest beschummeln, er würde beschummeln, wir würden beschummeln, ihr würdet beschummeln, sie würden beschummeln
  • Voltooid verleden tijd: ich würde beschummelt haben, du würdest beschummelt haben, er würde beschummelt haben, wir würden beschummelt haben, ihr würdet beschummelt haben, sie würden beschummelt haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: beschumm(e)l(e) (du), beschummeln wir, beschummelt (ihr), beschummeln Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: beschummeln, zu beschummeln
  • Infinitief II: beschummelt haben, beschummelt zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: beschummelnd
  • Participle II: beschummelt

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 746708

* De synoniemen zijn deels afkomstig van OpenThesaurus (openthesaurus.de) en kunnen achteraf zijn aangepast. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) licentie: beschummeln